Jaargang 41 - Nummer 2,  2007 - 2008

A no no voor Kosovo?

Het vraagstuk Kosovo is momenteel een onderwerp van controversie en conflict. Hoe is het eigenlijk zover gekomen? Hieronder volgt een uiteenzetting van een van de belangrijkste internationale kwesties van het moment, waarover veel internationaal-rechtelijke instellingen zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie zich gebogen hebben, teneinde een mogelijke oplossing te bewerkstelligen. Het cruciale begin is het jaar 1389 en het einde is voorlopig nog niet in zicht. Is de onafhankelijkheid van Kosovo een illusie?
Kosovo is momenteel een provincie in het zuiden van Servië waarvan in 1999 het bestuur is overgenomen door de Verenigde Naties’ Interim Administratie Missie in Kosovo, ofwel UNMIK. De bevolking in Kosovo bestaat voornamelijk uit Albanezen en een aanzienlijk kleiner gedeelte bestaat uit onder andere Serven. Sinds acht jaar heerst er in Kosovo een strijd op territoriaal en politiek vlak tussen de twee belangrijkste actoren: de Albanese bevolking die het overgrote deel van Kosovo beslaat en de Serven die ondanks hun geringe aanwezigheid door hun regering een machtige positie binnen Kosovo bezitten. Twee volkeren die een gezamenlijke geschiedenis kennen, maar fundamenteel van elkaar verschillen. Het zijn misschien wel deze verschillen die een oplossing voor dit conflict in de weg staan.
De eerste bewoners van wat voorheen bekend stond als Joegoslavië waren de Illyriërs.
Zoals de Romeinen vele andere gebieden annexeerden, romaniseerden zij ook het gebied van de Illyriërs rond de eerste eeuw voor Christus. In de eeuwen die volgden, vestigden de eerste Slavische volken zich in dit gebied en rond 500 na Christus namen de Slavische Serven het land in dat nu nog steeds Servië heet. Er was toentertijd nog geen sprake van een eenheidsstaat; pas na vele oorlogen werd in de 12e eeuw na Christus het gebied omgedoopt in het Servische Koninkrijk. Het werd een sterke Balkanstaat voortgedreven door voorspoed en welvaart. Het idee dat deze staat ooit aan de rand van de afgrond zou komen of zelfs over de rand geduwd zou worden, zou op dat moment volstrekt belachelijk hebben geleken. Toch gebeurde het en wel in de vorm van de botsing tussen twee verschillende volkeren die in hetzelfde gebied zouden komen te leven, de Serven en de Albanezen.
De geschiedenis van de botsing tussen de Serven en Albanezen is onder andere bepaald door de mythe van Kosovo Polje, de slag op het Merelveld op 28 juni 1389. Het Servische leger leed hier een nederlaag tegen het leger van het Ottomaanse rijk. Deze slag meer dan 6 eeuwen geleden is nog steeds van invloed op het hedendaagse Balkanconflict. Er wordt gesproken over een mythe: ondanks de Servische nederlaag beschouwen de Serven het als een overwinning, want door hun onbaatzuchtige inzet op het Merelveld is de Turkse opmars naar West-Europa tot staan gebracht. 28 Juni is nog steeds een nationale gedenkdag in Servië en de mythevorming van de slag op het Merelveld is zo een voedingsbodem voor het Servische nationalisme geworden.
Een tweede oorzaak van de botsing in Kosovo is het nationalisme. In 1912 resulteerde het Albanese nationalisme in de nieuwe staat Albanië, terwijl Kosovo, dat in die tijd al een meerderheid van Albanese moslims kende, onderdeel van Servië bleef. Daarmee was het Kosovo-vraagstuk geboren. Sindsdien hebben de Albanezen gestreefd naar onafhankelijkheid om zo Kosovo te bevrijden uit de beklemmende omarming van Servië, waarbij geweld meer de regel was dan uitzondering.
Een volgende oorzaak van de clash kan toegeschreven worden aan Tito. De opvatting dat Kosovo onder Tito gouden tijden beleefde, is niet waar. De periode van Tito, 1945-1980, bracht hernieuwde Servische onderdrukking naar voren. De Albanezen vormden een bedreiging voor Servië, zo vonden de Serven. Kosovo werd een autonome regio in 1946 en de wens tot de status van een republiek nam toe onder de Albanezen. In 1969 kwam er een nieuwe constitutie voor Kosovo waarin een aantal Albanese vrijheden werden gewaarborgd. Onder de Servische inwoners groeide en broeide wantrouwen en velen verlieten Kosovo, terwijl het Albanese aandeel groeide. In 1974 maakte Tito een nieuwe constitutie voor Joegoslavië; Kosovo werd de facto een republiek. Echter, de constitutie maakte onderscheid tussen naties en nationaliteiten en volgens de constitutie hadden de Albanezen hun staat buiten Joegoslavië en de status van een de iure republiek werd zo onmogelijk: Kosovo bleef zo een de iure autonome provincie, wel met eigen instellingen. De nieuwe staatsstructuur leed tot onbevredigende gevoelens bij zowel de Albanezen omdat een autonome provincie niet was wat ze wilden en bij de Serven omdat ze de controle over Kosovo hadden verloren en zich steeds meer een minderheid voelden. Ze voelden zich gediscrimineerd, zonder bescherming van Servië. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de wortels van het uiteenvallen van Joegoslavië bij Tito’s magere, constitutionele constructie van de federatie liggen, die het nationalisme bevorderde.
Na het tijdperk van Tito, begon in 1980 het verval van Joegoslavië. Ook in Kosovo verslechterden de omstandigheden; grote werkloosheid en een treurige sociaal-economische situatie gingen hand in hand met het vertrek van vele Serven uit de regio. Het werkte het Servische nationalisme in de hand, wat je wel vaker ziet bij een kleine bevolking in een bepaald gebied die zich sterk verbonden voelt (zoals de Basken in Spanje). De Belgische academicus Raymond Detrez noemt het een paradoxale situatie: “De Kosovaren voelden zich in Servië als een minderheid behandeld, hoewel ze de meerderheid uitmaakten in Kosovo; en de Serven, die in Servië het talrijkste en constituerende volk waren, voelden zich in Kosovo als een minderheid behandeld.”
In de loop van de jaren 80 nemen de spanningen toe en de contacten af tussen de Albanezen en de Serven. De apartheid tussen de twee volken werd zo een feit. Het Servische nationalisme groeide uit tot het Servische verzet in Kosovo. Wat hierna gebeurde is algemeen bekend. De Servische nationalistische president Milošević komt aan de macht en in 1989 beperkte hij de autonomie van Kosovo tot een symbolisch niveau. Met de nationalistische machtsovername in Kosovo domineerde Servië de federale instellingen. Milošević had Joegoslavië nu over de afgrond geduwd. In de jaren 90 groeide de Albanese ontevredenheid door onder andere het Dayton-vredesakkoord waarin Kosovo niet werd genoemd. Het Kosovo Bevrijdingsleger, het UÇK, werd opgericht. Grootschalige aanslagen werden gepleegd en Milošević kon de Albanese bevolking niet langer negeren. In 1998 begon hij grootschalige zuiveringsacties met als doel het elimineren van de Albanese opstand. Een jaar later eindigde de oorlog met de NAVO-luchtaanvallen en de komst van de internationale vredesmacht, de KFOR. Op basis van resolutie 1244 werd vervolgens in juni 1999 het bestuur van Kosovo overgenomen door UNMIK. We zijn weer bij het begin.
Het antwoord op de vraag wat er nu met Kosovo moet gebeuren, is niet zomaar te geven. In februari 2006 zijn de onderhandelingsgesprekken begonnen en het blijkt dat consensus tussen de lidstaten in deze zaak moeilijk te bereiken is. Over de toekomstige status van Kosovo heerst verdeeldheid. Een schetsresolutie werd gemaakt betreffende Kosovaarse onafhankelijk, maar mét supervisie over de staat door de internationale gemeenschap. Rusland vond dat dit de soevereiniteit aantastte en gaat niet akkoord zolang de oplossing ongunstig uitvalt voor de Albanezen in Kosovo. De meeste staten vinden dat volledige onafhankelijkheid een utopie is. Één ding is zeker: een oplossing voor deze materie ligt niet in de nabije toekomst zolang de lidstaten geen overeenstemming bereiken.
Mijns inziens is momenteel volledige onafhankelijkheid een brug te ver. Kosovo is een gebied met fundamentele verschillen die niet tot staatsvorming kunnen leiden. Volgens de Weberiaanse opvatting is een staat pas een staat als er een monopolie bestaat met betrekking tot geweld, belasting en wetgeving. Op dit moment is de verdeeldheid in Kosovo echter te groot om hier aan te voldoen. Het nationalisme dat eeuwen geleden gekweekt is, draagt hier geen steentje aan bij. Toch heeft Kosovo wel een Europese toekomst, zeker gezien haar potentieel een stabiliserende rol te spelen in de regio middels haar tolerante en multi-etnische samenleving.
Een oplossing zou kunnen zijn om een algeheel beter leefklimaat te bewerkstelligen door beide partijen tegemoet te komen voor zover dat kan, zodat niemand zich meer tot een minderheid voelt behoren. Het is geven en nemen. Voorlopig is Kosovo nog te kwetsbaar om een geheel onafhankelijke republiek te zijn. Echter, het bestuur volledig in handen van UNMIK is zeker geen oplossing. Zo wordt ontevredenheid in de hand gewerkt; Kosovo bestaat tenslotte niet uit een infantiele bevolking. Een goed begin zou zijn om meer bevoegdheden terug te geven, als het ware onafhankelijkheid met voorlopige supervisie als beste oplossing. Speciale aandacht zal moeten gegeven worden aan de positie van de minderheden binnen Kosovo. Toch lijkt het erop dat Kosovo bezig is met haar reis richting Europese staatsvorming. Dankzij alle hulp die de EU de afgelopen jaren heeft geboden, is er een reformatie aan de gang binnen Kosovo en is er een Europees perspectief geïntroduceerd in de beleidsvorming binnen Kosovo. Stapsgewijs kan men nu werken aan een goede eenheidsstaatformatie. Kosovo als onafhankelijke staat lijkt meer te zijn dan slechts een illusie…

Leave a Reply

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.