Jaargang 43 - Nummer 3

Alles voor een kiekje, portretrecht in de roddelpers

Inleiding
Iedereen heeft de commotie rond de foto van Wouter Bos met het product “gebakken lucht koekjes” van Bolletje vast wel mee gekregen. Het is alom bekend dat de dag na Prinsjesdag politici op de schop worden genomen in reclamecampagnes, waar zij zelf vrijwel nooit toestemming voor hebben gegeven. Dit jaar was het de beurt aan Wouter Bos. Bolletje had een foto van Wouter Bos omringt door microfoons met rechtsonder op de pagina het nieuwste product van Bolletje “gebakken lucht koekjes”, gepubliceerd in Spits, Metro en de Telegraaf. Wouter Bos had laten weten niet blij te zijn met deze publicatie en overwoog om juridische stappen te ondernemen, maar heeft daar toch vanaf gezien. Het probleem in deze zaak is dat werd geïnsinueerd dat minster Bos gebakken lucht had verkocht op Prinsjesdag. Het deed voorkomen alsof minister Bos zijn naam had verbonden aan het merk Bolletje terwijl hij daar nooit toestemming voor heeft gegeven. In casu is de vraag of het portretrecht op grond van art. 21 Aw is geschonden.

Het portretrecht nader bekeken
De wetgever heeft de regeling omtrent het portretrecht opgenomen in de Auteurswet. Het zijn slechts drie artikelen waar het portretrecht op ziet: art 19, 20 en 21 Auteurswet. Art 19 Aw ziet op het geval dat degene die geportretteerd wordt hiertoe opdracht heeft gegeven. Uit art. 19 Aw volgt dat degene die het portret heeft gemaakt het auteursrecht toekomt. Echter uit art 20 Aw blijkt ook dat zonder toestemming van de geportretteerde degene die het portret heeft gemaakt het niet openbaar mag maken, ook al heeft diegene het auteursrecht op de afbeelding. Ook art 20 Aw ziet op het geval dat de geportretteerde het portret in opdracht heeft laten maken. Art 21 Aw ziet op een portret waar door de geportretteerde geen opdracht voor is gegeven. Dit is in de praktijk het meest interessante artikel. Vooral bekende personen komen hiermee regelmatig in de media. Dit heeft onder andere te maken met de opkomst van nieuwe media. Blogs als GeenStijl plaatsen vaak foto’s waarvan het vaak moeilijk is te achterhalen wie de foto’s heeft gemaakt.

Art 21 Aw,: wat is een portret?
Art 21 Aw, houdt kort gezegd het volgende in; het enkele feit dat iemand zijn portretrecht is geschonden, is niet altijd voldoende om een schending van art 21 Aw aan te nemen. De geportretteerde moet een redelijk belang hebben om zich tegen openbaarmaking te kunnen verzetten. Art 21 Aw kent een recht toe aan twee personen. Het geeft enerzijds een recht aan de geportretteerde, die moet een redelijk belang hebben om zich te kunnen verzetten tegen de openbaarmaking. Anderzijds wordt de persoon die de afbeelding heeft gemaakt een recht toegekend, de auteursrechthebbende. Door deze twee kanten aan art 21 Aw dient er een zekere belangenafweging te worden gemaakt: de belangen van de geportretteerde en de belangen van de auteursrechthebbende.
De vraag wat de wetgever nu precies bedoelde in art 21 Aw met het woord portret, is nader uitgewerkt in enkele arresten. De Hoge Raad heeft bepaald dat afbeeldingen van een “deel van een gelaat” al voldoende zijn om van een portret te kunnen spreken. Je hoeft dus niet iemands hele gezicht te zien. Het Breekijzerarrest speelt een belangrijke rol voor wat betreft de vraag, wanneer er nu sprake is van een portret. In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat indien uit het portret de gehele of gedeeltelijke identiteit van een persoon blijkt het niet openbaar mag worden gemaakt zonder de toestemming van de geportretteerde. Een typische lichaamshouding zou voldoende kunnen zijn om de identiteit van de persoon te achterhalen zonder dat de gelaatstrekken zichtbaar zijn. Het hoeft ook niet bij iedereen bekend te zijn dat die typische lichaamshouding bij een bepaalde persoon hoort. Indien een substantieel aantal mensen de identiteit wel zou kunnen achterhalen is er sprake van een portret. Het begrip portret als bedoeld in art 21 Aw wordt ruim opgevat door de Hoge Raad, het gaat om de identiteit en de herkenbaarheid van de persoon.
Als er sprake is van een portret dan is de volgende stap om te onderzoeken of de geportretteerde wel een redelijk belang heeft om zich te verzetten tegen openbaarmaking. De term uit de wet “een redelijk belang” laat zich opsplitsen in twee soorten belangen. Het ene belang is een zedelijk/persoonlijk belang. Dat is het geval indien het portret met seks, bloot of erotiek te maken heeft. In dat geval kan de geportretteerde geconfronteerd worden met een onwenselijke associatie en heeft de geportretteerde een redelijk belang. Gevaarzetting valt ook onder het begrip een zedelijk belang, bijvoorbeeld als een crimineel uit de school klapt. Het andere belang is een commercieel belang. Hierbij moet je denken aan sporters of BN’ers die een contract hebben met een sponsor.

Hoe gaat de media om met het portretrecht?
Allereerst iets meer over de rol van de media ten opzichte van het portretrecht. Alle vormen van media hebben met het portretrecht te maken. Vooral de media die minder aan journalistieke verslaggeving doen en meer in de richting van de roddelpers werken zoeken vaker de grenzen van het portretrecht op. Wat soms een moeilijke situatie creëert voor het portretrecht zijn de persbureaus. Fotografen verkopen hun foto aan een persbureau en het persbureau verkoopt de foto’s weer door aan de media. Het probleem is dat het persbureau en het medium wat de foto heeft gekocht vaak geen wetenschap omtrent het portretrecht op de gekochte foto. Een voorbeeld hiervan; een fotograaf staat op een feest en fotografeert een menigte. Toevallig staan twee jongens erg innig met elkaar te dansen. De fotograaf verkoopt zijn foto door aan een persbureau. Op enig moment komt er een journalist naar het persbureau die op zoek is naar een foto om bij zijn artikel ‘Homo’s met aids’ te publiceren. De journalist ziet de twee innig dansende jongens en koopt de foto. De jongens zijn zich niet bewust van het feit dat de foto is gemaakt en worden op enig moment geconfronteerd met het atikel. Dit is een voorbeeld waarbij art 21 Aw is geschonden op grond van het feit dat zij een redelijk belang hebben en daar een onwenselijke associatie uit voortvloeit. Ook van belang bij het portretrecht is of de foto enige meerwaarde heeft. Vaak is een foto namelijk geen nieuwsfeit. Uit art 21 Aw volgt dat er in ieder afzonderlijk geval een belangenafweging dient te worden gemaakt. Het is een belangenafweging van enerzijds informatie voorziening van de pers en anderzijds een redelijk belang dat de geportretteerde op grond van art 21 Aw heeft.
Een ander belangrijk arrest door de Hoge Raad gewezen voor de interpretatie van art. 21 Aw is “Discodanser”. Hierin oordeelt de Hoge Raad dat ”de opname van een portret in een reclame voor een product of dienst immers tot gevolg heeft dat de geportretteerde door het publiek geassocieerd zal worden met dat product of die dienst waarbij het publiek in het algemeen ervan uit zal gaan dat het gebruik van het portret niet zal zijn geschied zonder toestemming van de geportretteerde en de opname van het portret en de reclame–uiting zal opvatten als een blijk van publieke ondersteuning van het product of de dienst door de geportretteerde.” Dit is een vrij helder criterium van de Hoge Raad. De vraag is of dit ook geldt voor politici. Zoals uit de inleiding blijkt worden politici afgebeeld met producten zonder hiervoor toestemming te hebben gegeven en worden zodoende door het publiek geassocieerd met het product. Ondanks dat hier weinig tegen ewordt ondernomen zie ik geen reden waaom het criterium van de Hoge Raad niet ook op politici van toepassing zou kunnen zijn.

De roddelpers
Zoals ik hierboven meldde is de roddelpers over het algemeen genomen het medium dat het meest de grenzen opzoekt van het portretrecht. Deze instanties hebben dikwijls een som geld op een rekening apart gezet, waaruit eventuele schadeclaims worden betaald. Deze media profiteren van het feit dat de schadevergoeding waartoe zij veroordeelt worden zelden een aanzienlijke bedrag betreft. De Weekend verdient meer geld met de verkoop in een maand dan het bedrag dat zij mogelijk per jaar aan schadevergoeding moeten betalen.
Een belangrijk arrest van het EHRM waarin de relatie van de roddelpers ten opzichte van bekende personen nader wordt bepaald is gewezen in de zaak Caroline van Hannover. Er dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen enerzijds de privacy van Caroline van Hannover en anderzijds de vrijheid van meningsuiting van de pers. Het Hof  oordeelt dat foto’s persoonlijker en meer gevoelige informatie bevatten dan op schrift gestelde tekst. Voor wat betreft de belangenafweging overweegt het Hof dat een foto een bijdrage moet leveren aan het publieke debat; als de foto geen bijdrage levert dan gaat het recht op privacy voor. Het oordeel van het Hof kan je doortrekken naar onze huidige media. De uitkomst daarvan is vrij opzienbarend. Eigenlijk schenden televisieprogramma’s als Shownieuws en RTL Boulevard, maar ook bladen als Weekend, Prive en de Story, voortdurend het recht van privacy. Het feit dat bijvoorbeeld een actrice is gefotografeerd terwijl ze van haar vakantie geniet is geen bijdrage aan het publieke debat, en heeft ook niet veel te maken met de informatievoorziening van de pers. Waarschijnlijk levert 90% van al deze media een schending van privacy op. Hoe kan het dan toch dat deze geportretteerden hier niets tegen doen? Waarschijnlijk maken deze BN’ers een strategische keuze. Indien ze ergens een zaak van maken is de kans groot dat ze alleen maar meer in de bladen worden afgebeeld.

Conclusie
Zolang er vraag blijft naar privacy gevoelige afbeeldingen en televisie-opnames blijven de media hierin voorzien. Voor wat betreft de roddelpers is het teleurstellend dat er weinig tegen wordt opgetreden. Wat tevens een probleem vormt is het feit dat, in het bijzonder de roddelpers, een soort risico aansprakelijkheid van heeft gemaakt. Op het moment van het plaatsen van een foto weten ze dat ze een eventuele schadeclaim kunnen verwachten, echter het bedrag waartoe zij eventueel worden veroordeeld is relatief laag. Mijns inziens zou het goed zijn om de boetes te verhogen. Ook zou het goed zijn dat geportretteerde vaker gaan procederen. Het is nog wel de vraag of de rechter het Discodanser arrest naar analogie zal toepassen op politici. Echter minister Bos had het zeker kunnen  proberen.
Kort resumerend; om vast te stellen of een medium art 21 Aw heeft geschonden is het van belang om te onderzoeken of er sprake is van een portret. Daarbij is de identiteit en herkenbaarheid van de geportretteerde van belang. Als er sprake is van een portret moet er gekeken worden of de geportretteerde een redelijk belang heeft tegen openbaarmaking. Onder redelijk belang valt hoofdzakelijk een zedelijk belang en daarmee wordt bedoeld of er op de afbeelding sprake is van een onwenselijke associatie. Bij de beoordeling of er sprake is van een redelijk belang moet er altijd een belangenafweging plaatsvinden. Het redelijke belang van de geportretteerde moet worden afgewogen tegen de informatievoorziening van de pers. In deze afweging is van belang in hoeverre de afbeelding bijdraagt aan het publieke debat. Echter dit zijn slechts enkele handvatten voor de rechter en helaas komen bepaalde media te weinig in de rechtbank.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.