Jaargang 44 - Nummer 4

Andere tijden, andere zeden: de golfbeweging in de wetgeving omtrent gemeenschap met kinderen

Tekst Ingrid Hekman

Nederland is voor de tweede keer in drie jaar tijd opgeschrikt door een grote kinderpornozaak. Robert M. misbruikte kinderen bij ouders thuis en op kinderdagverblijven. Zijn foto prijkte in kranten, bladen en op televisie. Verschillende ‘forumgangers’ op het internet zouden het door ons gelegitimeerde slachtoffer het liefst lynchen. De aandacht voor seks met kinderen is nog nooit zo groot geweest als nu en nieuws over grootschalige kinderpornozaken bepalen soms wekenlang het nieuws. Wie kijkt naar de massale verontwaardiging over dit onderwerp zal niet kunnen geloven hoe anders de situatie zo’n dertig jaar geleden was. In 1978 sprak PvdA-senator Edward Brongersma op de televisie over waarom het goed was dat kinderen relaties met volwassenen konden hebben. Destijds verhuurden seksshops nog kinderporno en had De Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH) vijftien werkgroepen voor pedofielen waarin werd gesproken over seks met kinderen.[1] Dit roept de vraag op of het verschil in denken over pedofilie ook veranderingen teweeg heeft gebracht in de wetgeving, hoe dit zit met betrekking tot kinderpornografie en wat we in de toekomst kunnen verwachten.

Pedofilie en pedoseksualiteit

In de volksmond wordt iedereen die ontucht pleegt met kinderen een pedofiel genoemd. Er is echter een verschil tussen pedofielen en pedoseksuelen. Pedofielen koesteren warme, al dan niet seksuele gevoelens voor kinderen, maar kunnen deze gevoelens wel onderdrukken. Pedoseksuelen hebben daadwerkelijk seks met kinderen.[2] De vraag is waarin de fascinatie voor kinderen moet worden gezocht. In de psychiatrie wordt pedofilie als een seksuele stoornis aangemerkt. Het valt onder de parafilie, dat is seksuele gerichtheid op niet-menselijke objecten, het lijden of vernederen van zichzelf, anderen of kinderen en anderen tegen hun wil.[3] Volgens DSM-IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders; een classificatiesysteem dat criteria aangeeft waaraan probleemgedragingen moeten voldoen, willen ze als stoornis geclassificeerd worden) is er sprake van pedofilie wanneer er onder andere over een periode van minimaal zes maanden herhaalde, intense en seksueel opwindende fantasieën, aandrang of handelingen aanwezig zijn gericht op seksualiteit met een of meer kinderen in de prepuberteit.[4] Er wordt hierbij wel onderscheid gemaakt tussen de aantrekkingskracht die binnen het gezinsverband geuit wordt, en de aantrekkingskracht die zich buiten het gezinsverband richt. We spreken namelijk van incest wanneer seksuele contacten binnen het gezin plaatsvinden.[5] Zo valt de zaak uit Groningen, waarbij een meisje van twaalf beviel van een kind waarvan haar vader de vader bleek te zijn, te classificeren als incest.

Er wordt wel geprotesteerd tegen het opnemen van pedofilie in de DSM-IV. De tegenstanders willen dat pedofilie uit de lijst van stoornissen wordt gehaald, net zoals homofilie ooit uit deze lijst is gehaald. Zij zien pedofilie als een normale variant van seksualiteit en stellen dat pedofilie een normale geaardheid is. Neurobioloog Dick Swaab zet in zijn studie ‘Wij zijn ons brein’ uiteen dat de fascinatie van de pedofiel voor kinderen moet worden gezocht in de hersenontwikkeling in de baarmoeder en de vroege ontwikkeling na de geboorte. Onze genetische achtergrond en de zich ontwikkelende hersenen voor de geboorte bepalen volgens hem onze seksuele oriëntatie.[6] Pedofilie valt dus op verschillende manieren te zien, maar over wat het nou precies is, is weinig bekend. Door onderzoekers wordt het onderwerp pedofilie vaak niet aangesneden en  pedofielen durven op hun beurt vaak niet voor hun ‘voorkeur’ uit te komen.[7] Feit blijft dat het tegenwoordig maatschappelijk niet aanvaard is om (seksuele) gevoelens voor kinderen te koesteren.

Wetgeving                                                                                                                            

Voor 1811 was alleen de geslachtsgemeenschap tussen man en vrouw in het huwelijk, met als doel de voortplanting, toegestaan in het christelijke Nederland. Andere vormen van seksualiteit werden afgewezen door de naaste omgeving, maar van vervolging van verboden seks was nauwelijks sprake. Nadat in 1811 de Franse strafwet was ingevoerd, kende Nederland een aantal artikelen met betrekking tot de zeden. Onder deze artikelen bevond zich een artikel dat aanzetten tot ontucht van personen onder de 21 jaar verbood. Toch was dit artikel niet van toepassing op pedoseksualiteit, gezien de jurisprudentie, die enkel gaat over het prostitueren van jongeren onder de 21 jaar. Wel was het gebruikelijk om seksuele handelingen met kinderen onder de 12 jaar gelijk te stellen met verkrachting. Dit was om kinderen onder de 12 jaar te beschermen ondanks het ontbreken van een wetsartikel over een leeftijdsgrens voor seksuele contacten.[8]

In 1886 kwam er een nieuw Nederlands wetboek van Strafrecht. Hierin werd seks met kinderen onder de zestien jaar strafbaar gesteld. Het hoorde rond de twintigste eeuw bij de perversiteiten: alles wat afweek van de heteroseksuele norm.[9] De eeuwwisseling betekende tevens een wisseling van de politieke leiding in ons land. De liberale politiek werd vervangen door voornamelijk christelijke partijen. Dit leidde in 1911 tot de Wet tot Bestrijding van de Zedenloosheid, waarin de kerkelijke normen met betrekking tot de zedelijkheid werden vastgelegd. De staat kreeg de taak om alle vormen van zedenbederf te bestrijden.[10] De nieuwe wet kende onder andere bepalingen tegen prostitutie en de beschermde leeftijdsgrens voor homoseksuele contacten en seksuele contacten in afhankelijkheidsrelaties werd op 21 jaar vastgesteld. De nieuwe wetten leidden tot de groei van controle-instanties en het aantal vervolgingen van zedendelicten. Toch was er in die tijd nog niet veel aandacht voor het plegen van ontucht met kinderen. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw, ten tijde van de ‘seksuele revolutie’, werd er veel over het onderwerp gesproken. Seks werd bespreekbaar, de pil kwam beschikbaar en voorechtelijke seks nam een hoge vlucht.[11] Verschillende commissies bogen zich over de wetgeving en een aantal wetten met betrekking tot de zeden werden geschrapt of gewijzigd. In de jaren ‘80 en ‘90 kwamen hierdoor verdere veranderingen, zoals de acceptatie van homoseksualiteit. Er was ruimte voor discussie over allerlei soorten seksuele voorkeuren die afweken van de heteroseksuele norm. Edward Brongersma, destijds eerste Kamerlid van de PvdA, pleitte voor verlaging van de leeftijdsgrenzen voor seksuele contacten tussen ouderen en jongeren; hij had een openlijke liefde voor jongere jongens. Verschillende bekende Nederlanders verklaarden destijds in interviews dat zij graag naakt rond liepen, dat zij met hun kinderen douchten of zelfs vrijden. Het kon allemaal.[12] De pedofielen hoopten de homo-emancipatie te volgen, maar (onder meer) de vrouwenbeweging in de jaren ‘80 stak hier een stokje voor. Deze feministische groepering had zich eerst ingezet voor een wet met betrekking tot abortus. Na de aanname van de Wet afbreking Zwangerschap in 1981 vestigde de feministische stroming haar aandacht op onder andere seksueel geweld. Ontucht met kinderen werd in verband gebracht met seksueel misbruik binnen het gezin. Door het door hen geschapen beeld van vaders die het met hun dochters deden, maar ook door een reeks van schandalen waaronder de zaak Oude Pekela in 1987 en Dutroux in 1996, werd de visie op ‘pedofilie’ steeds slechter. De seksuele vrijheid werd weer ingeperkt en de wetgeving ging hierdoor op de schop. Tussen 1991 en 2002  was het nog feitelijk gedoogd om seksuele omgang te hebben met kinderen tussen de 12 en 16 jaar. Strafrechtelijke vervolging kon alleen plaatsvinden als het kind zelf of de wettelijke vertegenwoordiger een klacht indiende bij justitie. In 2002 werd dit klachtvereiste afgeschaft waardoor de beschermde leeftijdsgrens naar 16 jaar werd verhoogd en in sommige artikelen werd de beschermde leeftijd 18 jaar.[13]  Tegenwoordig kan bijna ieder seksueel contact tussen een volwassene en een kind  worden vervolgd. In artikel 244 Sr is gemeenschap met een persoon beneden de 12 jaar strafbaar gesteld en in artikel 245 Sr zijn ontuchtige handelingen met een persoon beneden de 16 jaar strafbaar gesteld. Hierbij moet in acht genomen worden dat de leeftijd is geobjectiveerd. Dat betekent dat de dader niet hoefde te weten of vermoeden dat de jongere de leeftijd van 12 respectievelijk 16 jaar nog niet heeft bereikt. Het gaat bij deze artikelen om de bescherming van (zeer) jeugdigen tegen ernstige seksuele handelingen. Het maakt daarom ook niet uit van wie het initiatief is uitgegaan. Overigens moet er wel bedacht worden dat sommige gevallen geen ‘ontuchtige handelingen’ opleveren. Zo zou het ontuchtige karakter kunnen ontbreken in het geval een 28-jarige seksueel binnendringt bij een 15-jarige waarbij zij een relatie hebben, van plan zijn te gaan trouwen en de 15-jarige hiervoor al de nodige dispensatie heeft ontvangen. Ook kan het ontuchtig karakter ontbreken indien die handelingen plaatsvinden tussen personen die in geringe mate in leeftijd verschillen.

Kinderporno                                                                                                                           

Kinderpornografie is strafbaar gesteld in artikel 240b Sr. Om kinderporno te kunnen maken, worden er kinderen misbruikt. Het beleid in Nederland is op de vorige trieste conclusie gericht: het bekijken van kinderporno wordt aangepakt zodat de makers van de kinderporno indirect ook worden aangepakt.[14]

Hoe anders was dit vroeger. De seksuele revolutie vanaf de jaren ’60 wees seks tussen kinderen en ouderen niet zonder meer af en de vraag naar pornografisch materiaal werd in deze tijd groter. Er werden kinderpornotijdschriften geproduceerd en om kinderporno te bemachtigen kon men dit per post bestellen of naar seksshops gaan. Kinderporno was zelfs bijna helemaal vrijgegeven. In 1979 stond in een wetsvoorstel ondermeer: ‘Afschaffing van het verbod op het vervaardigen, het verspreiden, en het in voorraad hebben met de bedoeling van verspreiding van alle soorten pornografische teksten, afbeeldingen en voorwerpen’.[15] In 1984 besliste de Tweede Kamer echter anders. Vanaf de jaren ’80 vond namelijk een mentaliteitsverandering plaats. Deze verandering kwam door verschillende factoren. In de media werden pedofielen afgebeeld als mensen die jacht maken op de kinderen van burgers. De vrouwenbeweging, politie en justitie wezen destijds op de schadelijke effecten van kinderporno op het kind en de Verenigde Staten oefenden politieke druk uit op Nederland om ons een actiever beleid tegen kinderpornografie te laten voeren. Ook de zaak van Thea Pumbroek speelde waarschijnlijk een belangrijke rol bij de verandering van mentaliteit. Op 27 augustus 1984 overleed Thea Pumbroek op 6-jarige leeftijd tijdens een ‘fotografische sessie’ aan een overdosis cocaïne. Het grootste deel van haar 6-jarig bestaan werd zij misbruikt voor de productie van kinderporno.[16] Dit alles leidde in 1985 tot de aanname van een nieuw wetsvoorstel. De nieuwe wet (artikel 240b Sr) die kinderporno verbood, trad in 1986 in werking. Degene die een afbeelding of een informatiedrager met een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand de leeftijd van zestien jaar nog niet bereikt heeft, verspreidde, openlijk tentoonstelde, vervaardigde om te verspreiden of tentoon te stellen, invoerde, doorvoerde, uitvoerde of in voorraad had, kon destijds worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden of een geldboete van de derde categorie. Toch bood dit wetsartikel een onvoldoende basis voor de opsporing en vervolging van kinderporno. In 1994 werd dit wetsartikel flink aangescherpt door het wetsvoorstel van de toenmalige Minister van Justitie Hirsch Ballin. De strafmaximum van artikel 240b Sr werd verhoogd naar vier jaar en er kon een straf van zes jaar gevangenisstraf worden opgelegd bij gewoonte van de strafbare gedraging van artikel 240b Sr. Er wordt van een gewoonte gesproken wanneer de verdachte gedurende langere tijd afbeeldingen voorhanden heeft waarop minderjarigen staan die betrokken zijn bij een seksuele gedraging.[17] Door de strafverzwaring werd de ernst van het feit tot uiting gebracht en het bracht tevens de mogelijkheid om financieel onderzoek te kunnen doen. In de jaren ’90 veranderde het ‘in voorraad hebben’ in artikel 240b Sr in ‘in bezit hebben’ en door het maatschappelijk debat en de maatschappelijke woede over kinderporno is het artikel de afgelopen decennia nog verder aangescherpt. In 2002 werd het bezit van kinderporno expliciet strafbaar gesteld, de leeftijdsgrens van zestien jaar werd verhoogd naar 18 jaar en door de implementatie van het Cybercrime Verdrag werd artikel 240b Sr uitgebreid met de toevoeging van de zinsnede ‘of schijnbaar betrokken’. Hiermee werd ook virtuele kinderporno (animaties of tekeningen) strafbaar gesteld omdat hier een wervende werking van uit kan gaan. In 2009 werd ten slotte opnieuw de strafmaat verhoogd en vanaf 2010 is ook de toegang verschaffen tot kinderporno strafbaar gesteld in artikel 240b Sr. Naar kinderporno kijken zonder sporen achter te laten op de harde schijf is daardoor ook strafbaar. Vereist is wel dat er een actieve handeling moet zijn verricht om de toegang tot deze porno te verkrijgen.[18]

Toekomst

In 2009 weigerde de gemeente Eindhoven een veroordeelde pedoseksueel terug te laten keren naar zijn woonplaats. In datzelfde jaar werden op de (Amerikaanse) website van stichting Stop Kindersex foto’s en adressen van Nederlandse veroordeelde pedoseksuelen geplaatst.[19] Beide zijn wellicht te zien als een vorm van eigenrichting jegens pedoseksuelen.

Nederland heeft een wet die strenge eisen stelt aan het publiceren van persoonsgegevens: de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Om persoonsgegevens openbaar te maken moet er toestemming zijn gegeven door de desbetreffende persoon of moet er een belangenafweging hebben plaatsgevonden tussen het publiek belang en het geschade belang van de persoon in kwestie.[20] De veiligheid neemt wellicht toe met het publiceren van de persoonsgegevens van een pedoseksueel, maar aan zijn of haar privacy wordt ernstige schade toegebracht. In Amerika is het toegestaan om persoonsgegevens online te zetten. Er bestaat zelfs een non-profit burgerorganisatie die zich inzet tegen pedoseksuelen. Deze organisatie maakt letterlijk jacht op hen; zij struinen databases en buurten af om mensen te waarschuwen voor pedoseksuelen. Ook zoeken zij gezochte pedoseksuelen op om deze uit te leveren aan de politie.[21] In Nederland werd na publicatie van zijn gegevens de ramen van het huis van een pedoseksueel ingegooid. Blijkbaar voldoet voor velen het strafrechtelijk systeem niet bij het bestraffen van deze mensen en bestaat de neiging tot eigenrichting. We lijken op weg te zijn naar hoe men in de VS omgaat met veroordeelde pedoseksuelen.

De roep om strengere wetten wordt dan ook steeds groter; op internet is een oproep gedaan om ontucht met baby’s, peuters, kleuters en kinderen tot 12 jaar voortaan altijd als verkrachting in plaats van ontucht aan te merken. Deze oproep vindt massaal weerklank; inmiddels hebben bijna 150.000 mensen een petitie met betrekking tot dit onderwerp ondertekend. Bovendien vinden de ondertekenaars dat de maximale straf van 12 jaar voor verkrachting van een kind moet worden vervangen door TBS met dwangverpleging.[22] De vraag is of dit alles opnieuw een wetswijziging zal opleveren.

Ten slotte

De wijze waarop naar zedendelicten is gekeken, is vanaf de totstandkoming van het wetboek van Strafrecht aan een golfbeweging onderhevig geweest. De wetten met betrekking tot het plegen van ontucht met kinderen en met betrekking tot kinderpornografie illustreren dit goed. Van kerkelijke normen aan het begin van de negentiende eeuw, naar ruimte voor discussie over pedofilie tijdens de ‘seksuele revolutie’, tot uiteindelijk de maatschappelijke verontwaardiging en afschuw over dit onderwerp. Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd dat de volgende verandering in deze zedenwetgeving plaatsvindt.


[1] A. Boer, ‘Het grote kwaad van kinderporno’, de Stentor Spectrum 26 maart 2011, p. 12.

[2] ‘Pedofilie en pedoseksualiteit’, Parool 27 januari 2009, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.parool.nl/parool/nl/1044/Nationale-Scriptieprijs/article/detail/137762/2009/01/27/Pedofilie-en-pedoseksualiteit.dhtml>.

[3] H.J.C. Ras e.a.,  Wegwijs in de psychiatrie, Amsterdam: Boom 2008, p. 241.

[4] B.C.M. Raes & F.A.M. Bakker,  De psychiatrie in het Nederlandse recht, Deventer: Kluwer 2007, p. 249.

[5] J. Janssen, ‘Pedofilie en bestialiteit in vergelijk. Ook ontucht met dieren strafbaar gesteld’,  Crimelink. Over misdaad en veiligheid, januari 2011 jaargang 4 nr. 1, p. 32-34.

[6] H. Visser, ‘Pedofilie is geen ziekte maar een geaardheid’, Trouw 2011, geraadpleegd op 9 mei 2011via <http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1839533/2011/02/19/Pedofilie-is-geen-ziekte-maar-een-geaardheid.dhtml>.

[7] H. Koelmans, ‘Zijn pedofielen oud, vies en seksverslaafd?’, Tijdschrift voor sociale vraagstukken 2009, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.zilverenkracht.nl/eCache/DEF/1/25/531.html>.

[8] G. Hekma, ‘Seks en de wet’, Blind. Interdisciplinair tijdschrift 2007, geraadpleegd op 9 mei 2011 via  <http://www.ziedaar.nl/article.php?id=286>.

[9] H. Berghuis, ‘Visie op pedofilie in 20e eeuw veranderd’, Plaats-Delict 2011, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.plaats-delict.net/2011/01/visie-op-pedofilie-in-20e-eeuw-veranderd/>.

[10] G. Leistra, ‘Moraal: nieuwe zedenmeesters’, Elsevier 2007, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.elsevier.nl/web/Artikel/177728/Moraal-Nieuwe-zedenmeesters.htm>.

[11] R. Veenhoven, ‘Wat bracht de seksuele revolutie?’, Erasmus Universiteit Rotterdam 2005, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www2.eur.nl/fsw/research/veenhoven/Pub2000s/2005i-fulln.pdf>.

[12] R. Bouwman, ‘Hoe bevrijdend was de seksuele revolutie?’, Tegenwicht  2005, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.tegenwicht.org/40_kleine_seksuologie/seksrev.htm>.

[13] G. Hekma, ‘Seks en de wet’, Blind. Interdisciplinair tijdschrift 2007, geraadpleegd op 9 mei 2011 via  <http://www.ziedaar.nl/article.php?id=286>.

[14] A. Boer, ‘Het grote kwaad van kinderporno’, de Stentor Spectrum 26 maart 2011, p. 12.

[15] ‘Ruimte voor de pedofiel. Wetsvoorstel’, Andere tijden 2010-2011, geraardpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.geschiedenis24.nl/andere-tijden/afleveringen/2010-2011/Ruimte-voor-de-pedofiel/Wetsvoorstel.html>.

[16] J.J. Oerlemans, ‘Kinderpornografie op internet. Dweilen met de kraan open’, Defence for Childeren 2010, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.defenceforchildren.nl/images/13/1089.pdf>.

[17] J.J. Oerlemans, ‘Kinderpornografie op internet. Dweilen met de kraan open’, Defence for Childeren 2010, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.defenceforchildren.nl/images/13/1089.pdf>.

[18] J.J. Oerlemans, ‘Kinderpornografie op internet. Dweilen met de kraan open’, Defence for Childeren 2010, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.defenceforchildren.nl/images/13/1089.pdf>.

[19]‘Eindhoven moet pedofiel toelaten’, RTL Nieuws jaartal onbekend, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.rtl.nl/(/actueel/rtlnieuws/binnenland/)/components/actueel/rtlnieuws/2009/10_oktober/27/binnenland/eindhoven-moet-pedofiel-toelaten.xml>.

[20] S. Arends, ‘Amerikaanse wet maakt antipedofielensite mogelijk’, Verspers  2009, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.verspers.nl/?categorie=5&soort=artikel&id=193>.

[21] P. Boon, ‘Lauren verslaat 12 april de jacht op pedofielen in de VS’,  Piet Boon’s Blog  2011, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://pietboon.wordpress.com/2011/04/11/lauren-verslaat-12-april-de-jacht-op-pedofielen-in-de-vs/>.

[22] A. Karimi, ‘Ontucht is verkrachting’,  Spits  2011, geraadpleegd op 9 mei 2011 via <http://www.spitsnieuws.nl/archives/binnenland/2011/04/ontucht_is_verkrachting.html>.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.