April 2016

  • -

April 2016

Category : 2016

April 2016
Portretrecht vs online foto’s 
Door Kim de Wildt

Na een avondje stappen met je vrienden, waarin je iets te diep in het glaasje hebt gekeken, word je de volgende ochtend wakker met een ontzettende kater. Die kater wordt alleen maar groter wanneer je ontdekt dat de niet zo charmante gemaakte foto’s (of video’s) inmiddels geplaatst zijn op het internet. Kan je hiertegen iets ondernemen?

Sta je op een foto afgebeeld, dan kan je je in sommige gevallen beroepen op het portretrecht. Krachtens artikel 19 van de Auteurswet (hierna: Aw) vereist een succesvol beroep op het portretrecht dat het moet gaan om een afbeelding van een persoon, waarin het van belang is dat de persoon herkenbaar is (zichtbare gelaatstrekken van die persoon zijn niet noodzakelijk[i]). Artikelen 20 en 21 Aw schetsen ons twee situaties. De situatie waarbij de geportretteerde opdracht heeft gegeven voor het vervaardigen van een portret en de situatie waarbij deze opdracht ontbreekt. In de eerste situatie is voor openbaarmaking toestemming nodig van zowel de fotograaf als de geportretteerde en in de tweede situatie is openbaarmaking niet geoorloofd tenzij dit een redelijk belang van de geportretteerde schendt. Hierbij gaat het voornamelijk om het privacybelang. Het specifieke belang van de geportretteerde behoeft voorrang boven het belang van degene die het portret openbaar wil maken, maar dit staat niet vast.[ii] De rechter weegt het belang van de geportretteerde, het recht op een persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM), tegen het belang van de openbaarmaker, de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM).[iii]

Foto’s gemaakt op een openbare locatie zijn moeilijker te beschermen met het oog op privacy. Bijvoorbeeld een vrouw die toevallig werd gefotografeerd op straat en waarbij de foto werd gebruikt voor commerciële doeleinden kon zich niet beroepen op het portretrecht.[iv] De rechter oordeelde in deze zaak dat: ‘Het kan zo zijn dat [eiseres] niet graag gefotografeerd wordt, maar dat is onvoldoende om een redelijk belang aan te nemen.’ Daarnaast blijkt van belang of je op het moment zelf geen bezwaar maakt tegen het maken van foto’s: ‘iemand die zich op een voor het publiek vrij toegankelijke plaats op een opvallende wijze manifesteert (en er kennelijk geen bezwaar tegen heeft om op die wijze gezien en gefotografeerd te worden) over het algemeen niet zal opwegen tegen het belang van diegene die de foto wil gebruiken’.[v]

Wees je dus ten alle tijden bewust van het feit dat foto’s openbaar kunnen worden gemaakt en dat een beroep op grond van het portretrecht, voornamelijk wanneer de foto gemaakt is op een openbare locatie, lastig kan zijn.

[i] HR 2 mei 2003, NJ 2004, 80 (Breekijzer )
[ii] Mr. P.G.F.A. Geerts, Bescherming van de intellectuele eigendom, Deventer: Kluwer 2013
[iii] HR 21 januari 1994, NJ 1994, 473, [Ferdi E.]
[iv] Rb Amsterdam 19 juni 2008, 394352, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD4785
[v] Hof Amsterdam 15 mei 2012, 200.099.668, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5768


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.