2017

Augustus 2017

Augustus 2017

Door: Willem Beerda

Besluitvorming over kinderen in migratieprocedures

Kinderen hebben een belangrijke positie in de migratieprocedure. Op grond van artikel 3 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, hebben de belangen van het kind een belangrijke plek ingenomen. Dit artikel luidt als volgt: ‘Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind een eerste overweging.’ Dit artikel is niet geïmplementeerd in het Nederlandse Vreemdelingenrecht. De Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000, het Vreemdelingenvoorschrift 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000 bevatten allen geen bepaling waarin dit artikel tot uiting komt. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) brengt daarom ook niet zelf het belang van het kind in kaart en laat dit ook niet doen door externe deskundigen, want er is geen nationale regel die ze daartoe verplicht. Hierdoor wordt artikel 4:2 van de AWB strikt toegepast. Het is aan de aanvrager om alle feiten en omstandigheden in de aanvraagprocedure te overleggen. De bestuursrechter heeft over deze kwestie de volgende uitspraak gedaan: ‘Artikel 3 van het IVRK heeft rechtstreekse werking in zoverre het ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. Wat betreft het gewicht dat aan het belang van een kind in een concreet geval moet worden toegekend, bevat het eerste lid van artikel 3 van het IVRK, gelet op de formulering ervan, geen norm die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar is’. Hieruit kan worden afgeleid dat de rechter vindt dat er bij elk besluit en maatregel kenbaar rekening moet worden gehouden met ‘het belang van het kind’. Kenbaar houdt in dat dit moet blijken uit de motivering van het besluit (de redenen die ten grondslag liggen aan het besluit) of uit de motivering van de maatregel (de redenen die ten grondslag liggen aan de maatregel). De rechter kan echter niet beoordelen of de IND het juiste gewicht hecht aan de belangen van het kind omdat de rechter uit de Nederlandse regelgeving niet kan afleiden hoe dat moet worden gedaan. De IND neemt – na aanleiding van deze jurisprudentie – een overweging op in haar besluit over het belang van het kind. Indien concrete informatie over het belang van het kind door de advocaat wordt ingediend in de procedure neemt de IND daar als het goed is een standpunt over in. Als je naar de praktijk kijkt, is het kind afhankelijk van een goede advocaat, die alle betrokken feiten en (bijzondere) omstandigheden naar voren brengt en dus ook de belangen van het kind. De advocaat is echter geen deskundige, daar waar het gaat om het onderzoek naar de belangen van het kind. In de huidige vreemdelingenrechtpraktijk wordt er geen deskundigenorganisatie zoals de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. De consequentie van de huidige situatie is dat de belangen van kinderen onvoldoende worden betrokken in de besluitvorming en dit leidt tot Kinderrechtenschending in Nederland.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.