2019

Juni 2019

De nieuwe ‘sekswet’ van minister Grapperhaus

Door: Misha Mans

Vanaf juli vorig jaar is in Zweden de zogeheten ‘samtyckeslag’ van kracht. Sinds deze wet geldt de juridische norm dat de Zweed voorafgaand aan seks zeker moet zijn van de instemming van de ander. Volgens de nieuwe wet moeten mensen woordelijk instemmen met seks of actief laten zien dat dat zij hier groen licht voor geven. Wanneer dit niet is gebeurd, is er sprake van een strafbaar feit en kan iemand zelfs veroordeeld worden voor verkrachting. Op deze manier hoeft het Zweedse Openbaar Ministerie niet langer aan te tonen dat er geweld is gebruikt of bedreigingen zijn geuit om iemand aan te klagen voor verkrachting.[1] Naast Zweden kennen ook andere Europese landen zoals Duitsland en Spanje een soortgelijke wet.

De komst van dergelijke stukjes wetgeving in Europa is onlosmakelijk verbonden met de #Metoo-discussie die eind 2017 losbarstte. De beweging die daardoor ontstond wilde misstanden wat betreft seksueel misbruik aan de kaak stellen. Inmiddels kan geconcludeerd worden dat een grote meerderheid van de slachtoffers van seksueel misbruik uit angst geen aangifte doet.[2] Het aanpassen van de wet zou tegemoet moeten komen aan dit probleem.

Alhoewel de Haagse politiek vooralsnog weinig voelt voor een ‘sekswet’ zoals in Zweden en Spanje is ingevoerd, heeft minister Grapperhaus (Justitie & Veiligheid) ook te kennen gegeven bezig te zijn met een vernieuwing van de zedenwet. In de huidige wetgeving is noodzakelijk dat er voldoende bewijs op tafel ligt om aan te kunnen tonen dat er sprake is geweest van dwang. Het slachtoffer moet bijvoorbeeld aan kunnen tonen dat hij of zij zich heeft verzet of luid en duidelijk ‘nee’ zei. In de praktijk blijkt echter vaak dat deze lat, voor het bewijzen van dwang bij aanranding en verkrachting, te hoog ligt. Een slachtoffer kan uit angst namelijk ‘verstijven’ of ‘bevriezen’ waardoor hij of zij zich niet meer kan uiten of verzetten.

Door de bestaande wet uit te breiden met de strafbaarstellingen ‘seks tegen de wil’ en ‘seksuele intimidatie’, wil Grapperhaus het voor slachtoffers makkelijker maken om aangifte te doen. Het Openbaar Ministerie hoeft niet langer te bewijzen dat het slachtoffer zich heeft verzet.

Seks is vrijwillig, dat is de norm. Straks ben je strafbaar als je weet of op grond 

van de feiten en omstandigheden behoort te weten dat de seksuele handelingen 

tegen de wil van de ander zijn. Je bent verantwoordelijk voor je eigen handelen 

en je moet je bewust zijn van het gedrag van de ander.”, aldus Grapperhaus.[3]

Alhoewel het initiatief kan rekenen op brede steun in de Tweede Kamer en het idee an sich natuurlijk een positieve ontwikkeling is, zijn er ook kritische geluiden te horen over de nieuwe wet in spe. Zo blijft de bewijslast in de meeste zedenzaken een probleem. Dit zal door het initiatief van Grapperhaus niet veranderen. In de rechtszaal zal het vaak nog steeds het verhaal van A tegenover het verhaal van B zijn. Tevens moet bedacht worden dat zedenkwesties gevoelig zijn voor valse aangiften. Het kan voor mensen die spijt hebben na de seks of wrok koesteren aantrekkelijker worden om een valse aangifte te doen.[4]

Desalniettemin zal het wetsvoorstel van Grapperhaus naar verwachting aan het eind van dit jaar in consultatie gaan en halverwege volgend jaar aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.


[1]  N. Taha, ‘Sekswet van kracht: Zweden mogen pas na toestemming met elkaar naar bed’, ad, 30 juni 2018, ad.nl.

[2] L. Martirosova, ‘Zweedse ‘sekswet’: Goed idee of een brug te ver?’, EenVandaag, 2 juli 2018, eenvandaag.avrotros.nl.   

[3] Nieuwsbericht, ‘Seks tegen de wil en seksuele intimidatie worden strafbaar’, Rijksoverheid, 22 mei 2019, rijksoverheid.nl.

[4] J. Harmsen, ‘De wet van Grapperhaus tegen seksueel geweld zal niet onmiddellijk meer vonnissen opleveren’, Trouw, 22 mei 2019, trouw.nl. 

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.