Jaargang 31 - Nummer 4,  1996 - 1997

De Flora- en faunawet: een kritische noot

Door Freerk Volders

Binnen niet al te lange tijd zal waarschijnlijk de Flora- en faunawet ingevoerd worden. Deze wet zal in de plaats treden van de Vogelwet 1936, de Jachtwet, de Nuttige Dierenwet 1914 en de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten. Een van de redenen voor de vervanging van deze wetten is, dat de wetgever van mening is dat, door de – nu verspreide – regels inzake de bescherming van in het wild levende planten- en diersoorten in een wet onder te brengen, een betere afstemming tussen die regels bewerkstelligd kan worden.
Een van de uitgangspunten van dit wetsvoorstel is de intrinsieke waarde van het dier. Wat betreft de jacht kiest de voor het “nee, tenzij principe”. Dit in tegenstelling tot de huidige wetgeving, volgens welke onder bepaalde voorwaarden de jacht op in het wild voorkomende dieren in principe toegestan is. Bij deze benadering wil ik in deze bijdrage enige kritische kanttekeningen plaatsen.


Klik hier om het gehele artikel te lezen.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.