Jaargang 41 - Nummer 1,  2007 - 2008

De tilnorm: een gewichtige grens?

In april van dit jaar kreeg het woord ’tilnorm (of tilgrens)’, dat al enige tijd in onze taal circuleerde, arbeidsrechtelijk handen en voeten. De Hoge Raad heeft namelijk beslist dat werkgevers hun personeel niet meer dan 23 kilo handmatig mogen laten tillen. De maatregel is bedoeld om beroepsziekten tengevolge van fysieke overbelasting tegen te gaan. Met deze uitspraak stelt de Hoge Raad vast dat er wel degelijk een gezondheidskundige, wetenschappelijk verantwoorde tilnorm bestaat.
Het gewicht dat mensen thuis maximaal mogen optillen – kind, echtgenote of koelkast – wordt (voorlopig) niet bij wet geregeld.

De bal kwam bijna tien jaar geleden aan het rollen. Een medewerker in een restaurant werd gevraagd te helpen met het tillen van een zware oven die in het restaurant moest worden geïnstalleerd. Hij tilde de oven van 200 kilo met drie collega’s. Enige tijd later kreeg hij rugklachten (hernia, rugoperaties, volledige arbeidsongeschiktheid) en stelde de werkgever daarvoor aansprakelijk. Die weigerde de schade die de werknemer had geleden te vergoeden. Daarop legde de werknemer de zaak voor aan de kantonrechter. Deze gaf de werknemer gelijk en veroordeelde de werkgever tot vergoeding van de schade. De werkgever ging daarop in hoger beroep en kreeg gelijk van het gerechtshof. Dat vonnis is nu door de Hoge Raad vernietigd.

Het zware-oven arrest
Het hof wijst de vordering van de werknemer af. Het hof overweegt dat er in 1998, ten tijde van het incident, geen (wettelijke) norm gold voor de maximale belasting bij handmatig tillen. Uit artikel 5.2 en 5.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit  (Arbobesluit) vloeit volgens het hof geen verplichting voort om mechanische hulpmiddelen in te zetten om te voorkomen dat een werknemer risico’s loopt bij het handmatig tillen. Het hof was dan ook van oordeel dat de werkgever geen zorgplicht had geschonden nu er geen mechanische hulpmiddelen waren ingezet bij het tillen van de oven. Volgens het hof ging het om een eenmalige, niet tot de gebruikelijke werkzaamheden behorende inspanning. Dat leverde volgens het hof geen relevant gevaar voor letsel op.

“Voor de zorgplicht van de werkgever is niet bepalend wat (elders) gangbaar is, maar wat redelijkerwijs nodig is om in de omstandigheden van het geval gezondheidsschade te voorkomen.”
De Hoge Raad oordeelde op 27 april 2007 echter volledig anders dan het gerechtshof eerder had gedaan. De Hoge Raad oordeelde dat de werkgever ook naar de in 1998 gangbare normen en inzichten in een geval als dit de verplichting had om een werknemer die in het kader van zijn werk een zware last (omstreeks 50 kilo) te tillen krijgt, ter voorkoming van het ontstaan van letsel de beschikking heeft over mechanische hulpmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor de zorgplicht van de werkgever is immers niet bepalend wat (elders) gangbaar is, maar wat redelijkerwijs nodig is om in de omstandigheden van het geval gezondheidsschade te voorkomen. Het is volgens de Hoge Raad immers van algemene bekendheid te achten dat het met de hand tillen van een zodanig gewicht door iemand tot wiens normale werkzaamheden dit niet behoort, een serieus te nemen gevaar oplevert voor het ontstaan van rugletsel. ‘Zowel art. 7:658 lid 1 BW  als artikel 5.2 Arbobesluit beschermt daartoe’, aldus de Hoge Raad.

De NIOSH-formule
De beslissing van de Hoge Raad, dat werknemers niet meer dan 23 kilo handmatig mogen tillen, steunt op de NIOSH-methode (National Institute for Occupational Health and Safety). Deze formule is in de VS is ontwikkeld, waarbij in een formule rekening wordt gehouden met tilhoogte, tilfrequentie, afstand van het object tot het lichaam en dergelijke.
Deze methode is volgens de Gezondheidsraad (het meest gezaghebbende orgaan in Nederland als het gaat om advisering inzake arbeidsrisico’s) de meest geschikte formule om tilbelasting te beoordelen en wordt gehanteerd door de Arbeidsinspectie.

“De rekenmethode komt uit op een tilnorm van maximaal 23 kilo.”

De NIOSH-formule is een uit de VS afkomstige en ook in Nederland reeds veelvuldig gebruikte rekenmethode om te kunnen beoordelen of bepaalde tilsituaties risico’s met zich brengen voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Deze rekenmethode kan worden gebruikt om in een gegeven tilsituatie uit te rekenen wat het toelaatbare tilgewicht is.
De rekenmethode komt uit op een tilnorm van maximaal 23 kilo.

Eerder beleid
Reeds in 1996 was er aandacht voor het handmatig tillen. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft toen het advies van de Commissie Arbeidsomstandigheden van de Sociaal-Economische Raad gevraagd over nader beleid inzake handmatig tillen op het werk. Toen al was de commissie het met het kabinet eens dat er alle aanleiding is om meer aandacht te besteden aan het voorkomen en verminderen van de nadelige gevolgen van handmatig tillen.

Tegenstanders
De commissie was het echter niet unaniem eens over het invoeren van een wettelijke of beleidsmatige tilnorm. De tegenstanders hiervan geloofden niet dat de invoering van een wettelijke tilnorm, ook wanneer daarvan binnen zekere marges kan worden afgeweken, het mogelijk maakt om maatwerk te leveren. Daarvoor zijn volgens hen, de omstandigheden waaronder in ondernemingen wordt getild en de verschillen in objecten die moeten worden getild te groot. ‘Bovendien bevat de Europese richtlijn over het handmatig hanteren van lasten, die de basis vormt voor de Nederlandse wetgeving, geen enkele tilnorm en schrijft deze ook niet voor dat de lidstaten een wettelijke norm zouden moeten invoeren. Met de invoering in ons land van een uniforme tilnorm voor alle ondernemingen en werknemers zou ons land uit de pas lopen ten opzichte van andere lidstaten. Uit een oogpunt van internationale concurrentieverhoudingen is dat niet acceptabel, omdat het gevaar bestaat dat arbeid die gemakkelijk over de grens verplaatst kan worden (zoals het lossen in havens) uit ons land zal verdwijnen’, aldus de tegenstanders van het opnemen van een tilnorm in de wet.

“Met de invoering in ons land van een uniforme tilnorm voor alle ondernemingen en werknemers zou ons land uit de pas lopen ten opzichte van andere lidstaten.”

Voorstanders
Een ander deel van de commissie pleitte juist vóór invoering van een wettelijke normering voor tillen. Deze normering bestaat in de eerste plaats uit een medisch gefundeerde standaardnorm; de basis voor deze norm is de NIOSH-formule. Tevens wordt wettelijk de mogelijkheid vastgelegd om op basis van overleg en overeenstemming tussen werkgevers en werknemers(vertegenwoordigers) binnen een bepaalde bandbreedte af te wijken van de standaardnorm en aldus een overlegnorm tot stand te brengen. Deze overlegnorm maakt maatwerk voor ondernemingen en instellingen mogelijk, omdat hij kan worden gericht op de belastbaarheid van de populatie waarvoor de gezondheidsrisico’s gelden.
Wanneer een individuele werkgever van oordeel is dat het voor hem onmogelijk is de standaardnorm dan wel de overlegnorm na te leven, kan hem vrijstelling worden gegeven of een beroep doen op het redelijkerwijsbeginsel, zoals het Arbobesluit dat thans al kent.

Redelijkerwijsbeginsel
Artikel 5.2 en 5.3  van het Arbobesluit bevatten ‘open normen’, dat wil zeggen dat geen wettelijke grenswaarde is gegeven. In de artikelsgewijze toelichting wordt verwezen naar de Amerikaanse NIOSH-methode, een rekenmethode die kan worden gebruikt om in een gegeven tilsituatie uit te rekenen wat het toelaatbare tilgewicht is. In een advies van de Gezondheidsraad uit 1995 wordt vermeld dat de NIOSH-formule uitgaat van een maximaal tilgewicht van 23 kilo.
Een nadeel van de NIOSH-formule is dat geen rekening wordt gehouden met relevante kenmerken van specifieke groepen of individuen (zoals belastbaarheid en lichaamslengte). De Gezondheidsraad geeft ook aan dat zij een aantal elementen in de tilsituatie die zelf van belang kunnen zijn (zoals het tillen van relatief kleine lasten met een zeer hoge frequentie en het tillen van mensen) mist. Desalniettemin beoordeelt de Gezondheidsraad de NIOSH-
formule als een van de instrumenten die bij de preventie van gezondheidsschade door tillen kunnen worden ingezet.

In het kader van de arboregelgeving heeft de tilnorm van 23 kilo geen wettelijke status. Het is slechts een richtsnoer, een handreiking. Artikel 5.3 introduceert hier het redelijkerwijsbeginsel: voor zover de gevaren redelijkerwijs niet kunnen worden voorkomen, moeten maatregelen worden genomen waardoor de gevaren zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, worden beperkt. Bij de toepassing van het redelijkerwijsbeginsel spelen technische, organisatorische en economische overwegingen een rol. Wat redelijkerwijs wel en niet van de werkgever mag worden gevergd, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval.

“In het kader van de arboregelgeving heeft de tilnorm van 23 kilo geen wettelijke status. Het is slechts een richtsnoer, een handreiking.”

Gevolgen van het arrest
Als in de toekomst blijkt dat de Hoge Raad van oordeel is dat deze tilnorm geldt voor alle werkgever-werknemer relaties, zal de impact van het arrest groot zijn. Naar schatting tillen zo’n 2,6 miljoen werknemers regelmatig zonder hulpstukken meer dan de NIOSH-norm van 23 kilo. Wetenschappelijk is vastgesteld dat de gezondheidskundige norm voor te zwaar tillen op 23 kilo ligt in een ideale tilsituatie. Aandoeningen van het bewegingsapparaat, waaronder rugklachten door zwaar tillen, zijn verantwoordelijk voor 39 procent van de kosten van arbeidsuitval en werkgerelateerde gezondheidszorg.

“Naar schatting tillen zo’n 2,6 miljoen werknemers regelmatig zonder hulpstukken meer dan de NIOSH-norm van 23 kilo.”

Theorie versus praktijk
Natuurlijk is de praktijk altijd weerbarstiger dan de theorie. Norm of geen norm, een fust bier moet tóch dat luik in. De luiken waarin ze moeten verdwijnen, liggen er lang niet altijd even ergonomisch bij. Een piano moet toch naar beneden. Een militair neemt zijn rugzak toch graag mee op patrouille. Kortom: wat is de zin en onzin van één algemene en van hogerhand opgelegde tilnorm van 23 kilo?
Het tillen vindt plaats onder heel verschillende omstandigheden en condities in de bouw, in de havens, in de kinderopvang, in de zorgsector of de detailhandel. De arbeidsinspectie bekijkt nog of het arrest van de Hoge Raad reden is om de richtlijnen aan te scherpen. “In de meest ideale situatie mag een werknemer nu maximaal 23 kilo zelfstandig tillen. Maar er zijn tal van factoren waardoor dat hoger of lager kan uitvallen,”aldus Sylvia Marmelstein woordvoerster van de Arbeidsinspectie.

Volgens de heer Vermeulen van MKB-Nederland zal de werkgever nog niet direct aansprakelijk kunnen worden gesteld. Volgens hem is het niet zo dat door de uitspraak van de Hoge Raad werknemers niet meer dan 23 kilo mogen tillen. De zaak ging immers om een specifiek geval. In het arrest van de Hoge Raad wordt nergens bepaald dat het advies over een maximaal tilgewicht van 23 kilo moet worden gezien als de (wettelijke) norm waar werkgevers zich ook altijd aan zouden moeten houden.
De FNV blijft voorstander van opname van een tilnorm in de wet. Dat schept volgens hen meer duidelijkheid en het voorkomt ook dat individuele werknemers naar de rechter moeten stappen. Die hebben nu wel het arrest van de Hoge Raad als wettelijk geldende ruggesteun.

Conclusie
Met de uitspraak van de Hoge Raad is er nog geen einde is gekomen aan de discussie over de tilnorm. Er zijn veel verschillende branches waarin gebruik van hulpmiddelen bij het tillen soms onmogelijk is. Of branches waarin het soms makkelijker is om zonder hulpmiddel te werken dan met hulpmiddel. En wat te denken van de concurrentiepositie van Nederland ten opzichte van andere EU-landen. De investeringen die gedaan moeten worden, zullen er bij veel bedrijven flink inhakken. Aan de andere kant zal het ziekteverzuim teruglopen als men zich zal houden aan de tilnorm van 23 kilo.
Werkgever, werknemer, brancheorganisaties en nu dus ook de Hoge Raad zijn het wel eens dat een gewicht van 23 kilo het maximaal toelaatbare is bij handmatig tillen. Maar sommige zaken vragen om uitzonderingen omdat er anders niet gewerkt kan worden. Hoe de tilnorm van 23 kilo van de Hoge Raad in de praktijk zal worden uitgelegd, zal de toekomst nog moeten uitwijzen. Een goede start naar een gezondere werknemer is in ieder geval gemaakt.

Leave a Reply

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.