Jaargang 43 - Nummer 4,  2009 - 2010

Dossier China

China wil meer voet aan de grond krijgen in de Westerse wereld en lijkt al geruime tijd aan een opmars te werken. Terwijl menig land nog voortkwakkelt in de economische crisis, vaart China er – zij het met steunmaatregelen van de overheid – wel bij. Op andere gebieden lijkt China echter nog achter te blijven ten opzichte van de rest van de wereld. Onder andere door middel van censuur tracht China een controle uit te oefenen die niet enkel de liberalen in ons land zullen doen huiveren. Kortom: China heeft graag de spreekwoordelijke touwtjes in handen en stelt daarbij vaak het collectieve belang al dan niet met geweld, boven dat van het individu. Hierbij rijst dan ook onvermijdelijk de vraag hoe het strakke regime dat China voert zich verhoudt tot de mensenrechten en wat voor effect dit heeft op de internationale politiek.

Grootmacht China en haar streven naar controle
Het lijkt zo’n contrast: enerzijds doet China aangaande de economie en internationale betrekkingen ontzettend haar best om bij de Westerse wereld te horen. Zo is zij trots gastland van de World Expo, welke op 1 mei jongstleden van start is gegaan en heeft zij plannen voor de aanleg van een hogesnelheidslijn van Londen naar Beijing. Niets lijkt onmogelijk. Maar ook op politiek gebied kan men, zij het voorzichtig en minder eenduidig, stellen dat China bereid is om haar beleid meer in lijn te trekken met dat van de Westerse wereld; op de internationale top inzake de nucleaire veiligheid, welke begin april 2010 is gehouden in Washington, zijn er berichten naar buiten gekomen dat China – alhoewel het wel de voorkeur blijft geven aan dialoog – niet meer 100% tegenstander is van sancties teneinde het vermeende nucleaire programma van Iran te stoppen. Anderzijds blijft het communistische land er hele andere normen en waarden op na houden dan de Westerse Wereld. De sociale controle is groot en dat uit zich in onder andere restricties van het internet. Probeert men Youtube vanuit China te bereiken, dan verschijnt de melding dat de webpagina niet beschikbaar is en dat het mogelijk is dat deze tijdelijk is uitgeschakeld. Daarnaast is, zoals ongetwijfeld bekend, de relatie tussen China en de Amerikaanse zoekmachine Google onlangs ook in zwaar weer beland doordat Google zich niet langer wenst te houden aan de restricties die zij door de Chinese overheid opgelegd krijgt.

In Shanghai worden smsjes structureel gecontroleerd op seksueel getinte woorden op straffe van een tijdelijke blokkade van de smsfunctie van de verzender.

Het internet is echter niet het enige dat in China aan banden is gelegd. In Shanghai worden smsjes structureel gecontroleerd op seksueel getinte woorden op straffe van een tijdelijke blokkade van de smsfunctie van de verzender.
Naast dergelijke informatiesystemen ziet de autoritaire controle ook op de godsdienst, in die zin dat – ondanks de godsdienstvrijheid – enkel de door de staat goedgekeurde godsdiensten legaal zijn en dat tegen andere religieuze bewegingen hard wordt opgetreden.
In deze bijdrage zal het vanwege de relatief beperkte ruimte onmogelijk zijn om alle dertig mensenrechten apart te behandelen. Derhalve zullen slechts enkele aspecten van het reilen en zeilen van de Chinese staat aan de orde komen, namelijk de bovengenoemde censuur, althans de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstcontrole. Tevens zal ingegaan worden op de zogenaamde ‘Black Jails’ in China; particuliere gevangenissen waar marteling van gevangenen aan de orde van de dag is. Vervolgens zal gekeken worden naar een (volgens Westerse maatstaven enigszins bizarre) bezwaarprocedure, die de Chinezen de mogelijkheid biedt om hun klachten over de overheid te uiten. Na deze blik op de gang van zaken in China zal de gebondenheid aan deze mensenrechten de revue passeren, om vervolgens aandacht te besteden aan de passieve internationale politiek wat betreft de mensenrechtenkwestie in China.

Vrijheid van meningsuiting en censuur
Het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, artikel 19 van de Universele verklaring van de rechten van de mens in China is twijfelachtig. Kortweg komt het er op neer dat journalisten, schrijvers of anderen die ‘kritiek’ op de overheid hebben, worden opgepakt door de Chinese autoriteiten. Kritiek tussen aanhalingstekens, aangezien er voorbeelden zijn van schrijvers die gevangen zijn genomen omdat zij informatie anders dan rechtstreekse kritiek naar buiten hebben gebracht. Een voorbeeld daarvan is Shi Tao die een gevangenisstraf van tien jaar uit moet zitten vanwege het sturen van een e-mail naar het buitenland waarin hij een overheidsverordening inhoudende restricties omtrent de berichtvoering van de media over de herdenking van de uit de hand gelopen studentenprotesten van 1989 op Tiananmen square beschreef. Dit werd door de Chinese autoriteiten bestempeld als het lekken van staatsgeheimen aan het buitenland. Met dit voorbeeld is overigens nog een aspect van de censuur belicht: de censuur werkt – in tegenstelling tot de in de inleiding genoemde internetcensuur – niet enkel naar de inwoners van het communistische land, maar ook naar de Westerse wereld. Buitenlandse bemoeienis bij interne aangelegenheden wordt door China niet getolereerd en teneinde deze bemoeienis zoveel mogelijk te voorkomen voert China een beleid dat erop gericht lijkt te zijn om zo min mogelijk (in de ogen van de Westerse wereld) negatieve gebeurtenissen naar buiten te laten vloeien. Een enigszins gedateerd maar pakkend voorbeeld daarvan is een interne notitie afkomstig van onder andere het departement ‘propaganda van het centrale comité van de Chinese communistische partij’ uit 1984 inzake de executie van ter dood veroordeelden. Hierin wordt door de autoriteiten regels gesteld teneinde te voorkomen dat ‘de reactionaire pers onze terechtstelling van misdadigers gebruikt voor het verspreiden van geruchten en laster’. Onder andere wordt vastgesteld dat de executieplaats niet in drukke stadswijken, langs belangrijke vervoerswegen of in de buurt van toeristische gebieden mogen liggen, alsmede dat het niet is toegestaan om de ter dood veroordeelden voorafgaande aan de executie door de straten te vervoeren teneinde hen aan het volk te tonen. De notitie gaat verder: ‘De propaganda voor de strenge en harde aanpak van crimineel gedrag moet vooral gebeuren door het afschuwelijke misdrijf van de misdadiger te belichten, de ernstige en gerechtvaardigde eisen van het volk te weerspiegelen, en energiek de rechtvaardigheid, noodzakelijkheid en belangrijkheid van de strenge en harde aanpak van crimineel gedrag duidelijk te maken; verwijzen naar feiten die duidelijk voor zichzelf spreken, bekendheid geven aan de bemoedigende resultaten die zijn behaald op het gebied van de handhaving van de openbare veiligheid, het waarborgen van de staatsveiligheid, de bescherming van de belangen van het volk, de opvoeding en redding van personen die een misstap begingen en het streven naar de versterking van het fundament van de sociale moraal’.
Ondanks de gedateerdheid van de notitie, geeft het enigszins inzicht in de manier waarop China de doodstraf onder haar burgers probeert te ‘verkopen’ als zijnde een noodzakelijkheid om de veiligheid in het land te waarborgen. Overigens is deze notitie in die zin tevens nog actueel dat China heden ten dage nog steeds geen cijfers naar buiten wil brengen over het aantal jaarlijks uitgevoerde executies. Nog een vorm van censuur waarmee zij buitenlandse bemoeienis af wil houden.

Godsdienstvrijheid?
Naast het artikel uit de Universele verklaring van de rechten van de mens dat een ieder het recht heeft op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, kent China een vorm van godsdienstvrijheid in haar Grondwet. ‘Een vorm van’, aangezien de godsdienstvrijheid in China is beperkt tot de door de overheid goedgekeurde geloofsovertuigingen. De van huis uit atheïstische regering wil met deze beperking voorkomen dat er tegenstromingen c.q. -bewegingen ontstaan die de staat ondermijnen. De godsdienst moet dan ook de zaak van het socialisme dienen. De niet door de overheid goedgekeurde organisaties worden beschouwd als illegaal en hun leiders en/of aanhangers worden vervolgd.

De niet door de overheid goedgekeurde organisaties worden beschouwd als illegaal en hun leiders en/of aanhangers worden vervolgd.

Zo ook de uit China afkomstige Falun Gong; een beweging die met behulp van oefeningen en meditatie een betere gezondheid en innerlijke vrede moet brengen. Het is een spirituele leer die onder andere uitgaat van mededogen en verdraagzaamheid. Kortom, het klinkt als een vreedzame beweging die overigens in meer dan zeventig landen vrijelijk mag worden beoefend , maar de Chinese autoriteiten beschouwen het als een gevaarlijke sekte en startte in 1999 de vervolging op mensen die iets te maken hebben met de Falun Gong. Dit kunnen zowel beoefenaars zijn als Chinese mensenrechtenactivisten die het voor de beweging opnemen. Een voorbeeld is Yonghang Wang, een mensenrechtenadvocaat die een artikel uit het Chinese Wetboek van Strafrecht – op basis waarvan de autoriteiten Falun Gong beoefenaars veelal veroordelen – heeft bekritiseerd omdat het artikel niet duidelijk genoeg zou zijn gespecificeerd. Het wetsartikel zou de Chinese staat de mogelijkheid bieden om willekeurig elke Chinees op te sluiten met als argument de bescherming van de staat. Het door Wang bekritiseerde artikel ziet op ‘bijgelovige sekten, geheime genootschappen en kwaadaardige religieuze organisaties’ die bovendien een rechtsprocedure verhinderen of de uitvoering van de wet kunnen ondermijnen. Wang is in november 2009 veroordeeld voor een gevangenisstraf van zeven jaar. Rechtsbasis voor deze veroordeling? Het door hemzelf bekritiseerde artikel 300 van het Chinese wetboek van Strafrecht.

“Black Jails”
Twee andere mensenrechten zijn de artikelen 5 en 9 van de Universele verklaring van de rechten van de mens. Artikel 5 bepaalt dat niemand zal worden onderworpen aan folteringen, dan wel aan wrede, onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen. Artikel 9 voegt daar aan toe dat niemand onderworpen zal worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning. Deze mensenrechten staan in schril contrast vergeleken met hetgeen Human Rights Watch (verder: HRW) in november 2009 rapporteerde in haar document genaamd ‘An Alleyway in Hell’. Volgens dit rapport bestaan er in China particuliere gevangenissen waar Chinezen zonder proces vast worden gehouden en zonder te weten wat zij hebben misdaan, dan wel wanneer zij worden vrijgelaten.

de mensen worden gemarteld, bedreigd, (seksueel) geïntimideerd en onthouden van medische hulp en regelmatige maaltijden.

De omstandigheden zijn volgens het rapport slecht: de mensen worden gemarteld, bedreigd, (seksueel) geïntimideerd en onthouden van medische hulp en regelmatige maaltijden. Dit rapport is echter niet het eerste bericht dat naar buiten komt over deze zogenaamde “Black Jails”. Zo staat er op youtube een kort filmpje afkomstig van AlJazeera, gedateerd van 27 april 2009, waarin enkele panden worden bezocht waarin een vermeende “Black Jail” is gevestigd of gevestigd is geweest. Het schokkende is wellicht nog niet zozeer dat de gevangenissen welke worden gerund door particulieren er aan de buitenkant doodnormaal uit zien, waardoor menig nietsvermoedende buitenstaander er achteloos langs zou lopen, als wel dat de houders van “Black Jails” volgens onder andere het rapport van HRW door de overheid betaald krijgen. De vergoedingen zouden oplopen van ongeveer €17,- tot €32,- per gevangene, per dag. Vergeleken met de lage maandinkomens in China, waarbij een maandelijkse €300,- geen vreemd bedrag is, kan men wel bedenken dat het houden van een dergelijke gevangenis een zeer lucratieve bezigheid kan zijn en dat het juist voordelig is als men de mensen nog een dagje langer vasthoudt.

Bij beantwoording van de vraag wie en met welke reden men gevangen wordt genomen, komt men op het reeds in de inleiding genoemde bezwaarsysteem van de Chinese overheid. Dit systeem heeft enigszins trekken van wat wij kennen als onze Awb-procedure. Chinezen met klachten moeten deze eerst bij de lokale overheid neerleggen. Het onderwerp van deze klachten kunnen variëren van bijvoorbeeld corrupte agenten tot een besluit dat is genomen door de lokale overheid waar men het niet mee eens is. Als de lokale overheid de klacht niet naar tevredenheid oplost, kan de indiener van de klacht de kwestie neerleggen bij de provincie. Als ook deze instantie niet voorziet in een (door de klager gewenste) oplossing, kan de burger in een soort van hoger beroep. Hij moet hiervoor in persoon naar de hoofdstad komen. In Beijing wil men echter zo min mogelijk burgers met klachten zien, mede omdat dat een teken is dat de lokale dan wel provinciale overheid zijn werk goed doet. Teneinde de lagere overheden er toe te bewegen hun zaken goed op orde te krijgen, kan de centrale overheid in Beijing ‘straffen’ opleggen aan onder andere de lokale en provinciale ambtenaren indien er alsnog burgers met klachten naar de stad komen. Deze straffen kunnen variëren van geldboetes tot het terugzetten in rang of het structureel korten van het doorgaans toch al niet zo hoge loon. De manier van de lagere overheid om te voorkomen dat klagende burgers naar Beijing afreizen is niet het verbeteren van de eigen klachtafhandeling, maar is simpelweg de betreffende burgers op te (laten) sluiten in “Black Jails”, veelal voordat zij ook maar één voet richting Beijing hebben kunnen zetten.
Een ‘handige’ oplossing dus voor een groot probleem, aangezien er volgens het rapport van HRW vele burgers (vaak afkomstig vanaf het platteland) nietsvermoedend van de mogelijke consequenties naar Beijing vertrekken om hun ‘recht’ te halen. Maar niet alleen is deze praktijk in strijd met de mensenrechten (denk naast de twee al genoemde artikelen ook aan de vrijheid van meningsuiting), maar ook met het Chinese recht. Hierin is immers de bezwaarprocedure geregeld en is het recht om bezwaar te maken aan de burgers toegekend. Een blokkade van deze mogelijkheid schendt derhalve rechtstreeks de rechten van de Chinese staatsburgers. Overigens wordt het bestaan van dergelijke “Black Jails” tot op heden – ondanks de vele getuigen die zelf zeggen opgesloten te zijn in dergelijke gevangenissen – ontkend door de overheid. Wel is er op 26 november 2009 een artikel verschenen waarin gesteld wordt dat een tijdschrift, gerund door de Chinese overheid, het bestaan van de “Black Jails” heeft toegegeven.

De manier van de lagere overheid om te voorkomen dat klagende burgers naar Beijing afreizen is niet het verbeteren van de eigen klachtafhandeling, maar is simpelweg de betreffende burgers op te (laten) sluiten in “Black Jails”, veelal voordat zij ook maar één voet richting Beijing hebben kunnen zetten.

Politieke consternatie
Afgezien van de vraag of de Chinese autoriteiten daadwerkelijk het bestaan van de “Black Jails” toegeven, is men echter nog niet geholpen met een enkele erkenning.
Dat er mensenrechten geschonden worden door de censuur die het communistische land hanteert en door de manier waarop zij de godsdienstvrijheid heeft ingericht, laat staan door het behouden van “Black Jails”, moge wel duidelijk zijn. De Universele verklaring voor de rechten van de mens verbind de staten echter niet. Daarvoor zijn nadere verdragen nodig, zoals het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, welke daadwerkelijk de mogelijkheid biedt om onder andere de bescherming van de in dit artikel genoemde mensenrechten te realiseren en te handhaven. Dit verdrag is door China reeds in oktober 1998 ondertekend, maar tot op heden nog niet geratificeerd. De reden is mede gelegen in het cultuurrelativisme; de Westerse maatstaven van mensenrechten zijn gericht op het belang van het individu, wat botst met het Chinese beleid dat voornamelijk gericht is op het collectieve belang, zoals de eenheid van de staat.
Cultuurrelativisme of niet, het feit blijft dat er in China mensen zonder proces worden opgesloten, waarbij foltering aan de orde van de dag is. De conclusie dat deze situatie absoluut verbetert moet worden is welhaast onvermijdelijk. De vraag rijst echter waarom de Westerse wereld niet optreedt tegen dit Chinese beleid waarbij op grote schaal mensenrechten geschonden lijken te worden. Het antwoord ligt grotendeels voor de hand: zowel de politieke als de economische betrekkingen komen in het gedrang indien de Westerse wereld zich feller opstelt tegen China. De economische voordelen die China bijvoorbeeld biedt aan de (bedrijven in de) Westerse wereld zijn immers ongekend hoog door onder andere de lage lonen. Een eventuele blokkade van de Chinese overheid zal de winst van menig Westers bedrijf doen kelderen.

Naar overige redenen voor het niet ingrijpen van andere wereldmachten kunnen we overigens enkel gissen. China heeft echter in 2005 reeds een rapport gepubliceerd over de mensenrechten in de Verenigde Staten en onlangs heeft het weer uitgehaald naar Amerika inzake diens schendingen van de mensenrechten. Moddergooien? Allicht, maar laat men vooral niet de toestanden op voormalig Guantanamo Bay vergeten. Zal de conclusie dan toch het afgezaagde ‘een betere wereld begint bij jezelf’ zijn? Wellicht, maar deze stelling geldt niet enkel voor eventuele binnenlandse mensenrechtenschendingen van de Westerse landen. Zonder de politieke en economische belangen geheel uit te willen vlakken, zal de Westerse wereld mijn inziens toch echt paal en perk moeten stellen aan de mensenrechtenschendingen in China. Het nalaten van dit ingrijpen is juridisch gezien tweeledig. Vooraleerst helpt de Westerse wereld indirect met de instandhouding van de schendingen zoals deze momenteel plaatsvinden en zoals deels in dit artikel aan de orde is gekomen. Ten tweede en wellicht nog belangrijker, stelt de Westerse wereld de belangen van de individuele burgers voorop. Echter waar het de keuze moet maken tussen haar (collectieve) economische belangen en de individuele belangen van niet haar eigen, maar die van de Chinese bevolking, stelt zij – door het niet ingrijpen in de mensenrechtenschendingen in China – haar eigen economische belang boven dat van het Chinese individu. Bij menig jurist zullen nu de eerste twee mensenrechten voor ogen verschijnen: eenieder is gelijk en discriminatie is nimmer toegestaan. De Westerse wereld stelt wél het individuele belang voorop aangaande haar eigen burgers, maar niet waar het gaat om die van de Chinezen. Mensenrechtenschending door de Westerse wereld? Ik dacht het wel!

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.