Jaargang 47 - Nummer 1

Een dag in het leven van curator J.C. van Nie

Rob de Haan & Lisa Loeve

Een dag in het leven van curator J. C. van Nie

In het eerste half jaar van 2013 is er een record aantal faillissementen uitgesproken. In tijden van crisis hebben bedrijven en personen steeds meer moeite om het hoofd boven water te houden. Bedrijven vallen om, personen gaan failliet en er is steeds meer vraag naar hulp in deze situatie. Wanneer zij het beheer over hun vermogen verliezen is het aan de curator om snel te reageren en te redden wat er te redden valt. De curator neemt het roer over en probeert een zo hoog mogelijke boedelopbrengst te realiseren om de schuldeisers te betalen. Het curatorschap is een vak waarbij onder grote tijdsdruk snel een inschatting gemaakt moet worden van de belangen en mogelijkheden die meespelen in het proces.

Bij binnenkomst in het kantoor Brusse & Masselink advocaten hangt al direct een gezellige sfeer. Het is een bescheiden kantoor waar veel met elkaar wordt samengewerkt. De heer J.C. van Nie is advocaat werkzaam op het kantoor. Alhoewel hij zijn pensioensleeftijd heeft bereikt vindt hij het heerlijk om nog een aantal dagen in de week te werken. Zijn werkveld behelst onder meer het milieurecht, bestuursrecht en insolventierecht. In dit laatste is hij onder andere als curator actief. Deze rol is hem op het lijf geschreven. Samen met de andere curatoren en een team van faillissementsmedewerksters wordt momenteel aan een aanzienlijk aantal faillissementszaken gewerkt. Voor ‘Een dag in het leven van’ geeft de heer van Nie ons een rondleiding in het verloop van de zaken van een curator en alles wat hierbij komt kijken.

We gaan allereerst in gesprek met de faillissementsmedewerkers van het kantoor. Zij vinden het werk erg leuk om te doen, met name vanwege de afwisseling en huisbezoeken. Voor de heer van Nie is het werk dat de medewerksters verrichten een grote steun en verlichting van zijn taak. Zij gaan dan ook net als hij elk jaar opnieuw de collegebanken in om hun kennis up-to-date te houden. Naast het werk binnen de faillissementszaken hebben sommige medewerksters extra scholing gehad in juridische dienstverlening en bewindvoering. Hierdoor krijgen ze met meerdere aspecten van het proces te maken en kunnen ze deze inzichten in de praktijk regelmatig toepassen.

De heer van Nie neemt ons vervolgens mee naar de rechtbank om bij een faillissementszitting aanwezig te zijn. Wij hebben hier op een mooie manier ervaren hoe de rechter met zijn cliënten omgaat. Tijdens de zitting gaat de rechter vooral na of er bezittingen zijn en of hier ook een pandrecht op rust. Het komt namelijk steeds vaker voor dat er uit de boedel niks meer te halen valt. De rechter vertelt ons na de zitting ook dat er sinds de crisis een verschuiving heeft plaatsgevonden van faillissementen op rekest naar het zelf aanvragen van een faillissement. Hierdoor lopen dit soort zaken bijzonder uiteen, van kleine schulden door ‘een gat in de hand’ tot tonnen schuld door wanbeleid of een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Het valt op dat de zittingen heel snel gaan, de oorzaak van het faillissement is tijdens de zitting grotendeels op papier afgedaan en wordt dan ook zo kort mogelijk besproken. Het gaat in feite alleen om de beschrijving van de bezittingen en of de gefailleerde in welke zin dan ook contact heeft gehad met een advocaat. Dit is beide van belang om een curator aan de zaak toe te kunnen wijzen, deze moet namelijk neutraal zijn en over de juiste ervaring en expertise beschikken om de zaak te behandelen. De rechtbank Overijssel heeft in beginsel geen bezwaar tegen dat het faillissement als middel wordt gebruikt om gefailleerden sneller toe te laten treden tot de schuldsanering. Dit om lange wachttijden bij de Stadsbank Oost Nederland te voorkomen. Dit verzoek komt ook vaak in de zittingen naar voren.

Nadat door de rechter een faillissement wordt uitgesproken benoemt de rechter-commissaris een voor de zaak geschikte curator. De rechter-commissaris neemt telefonisch contact op om curator de contactgegevens van zijn nieuwe cliënt door te geven. Tevens wordt er door de rechtbank een boedelrekening geopend. Bij een faillissement wordt er algemeen beslag gelegd op het gehele vermogen van de schuldenaar. De opbrengst van het faillissement wordt verdeeld onder de schuldeisers. Het streven van de heer van Nie is om nog op dezelfde dag samen met een faillissementsmedewerkster langs te gaan bij de gefailleerde. Om een goede inschatting en inventarisering te kunnen maken hebben ze een standaardvragenlijst van maarliefst zeven pagina’s, zodat ze niets over het hoofd zien. De gegevens in de vragenlijst zijn ook van groot belang voor het algemene verslag dat elke drie maanden moet worden ingediend bij de rechter-commissaris. Aan de hand van deze verslagen kan de voortgang van de processen worden bijgehouden en heeft de rechter commissaris de mogelijkheid om vragen te stellen aan de curator.

Het eerste gesprek is vaak heftig en emotioneel voor de gefailleerde omdat het faillissement een ingrijpende gegebeurtenis in zijn of haar leven is. Denk bijvoorbeeld aan een eigenaar van een BV die zijn levenswerk teniet ziet gaan of een ZZP’er die niet alleen professioneel maar ook persoonlijk failliet is verklaard. Toch is de uitspraak tot faillissement voor veel mensen een opluchting omdat hiermee alles even bevriest. De schulden blijven bestaan, maar de moeilijke contacten met schuldeisers verlopen vanaf dat moment via de curator.

‘‘Mijn vader zei het al: ze komen altijd te laat.’’

Dit citaat hangt op het kantoor van de heer van Nie. Zoals hij zelf zegt: “een vroegtijdig advies kan veel ellende voorkomen”.

Vanaf de dag van het faillissement is de heer van Nie degene die belangen moet afwegen om tot een bevredigende afwikkeling van het faillissement te komen. Hij kan besluiten om een bedrijf voor een bepaalde termijn door te laten draaien om bijvoorbeeld een doorstart te maken of om nog extra winst te behalen, die vervolgens ten gunste van de boedel komt. De curator beheert de boedel en heeft voor sommige handelingen toestemming nodig van de rechter-commissaris. Hij blijft echter de hoofdrol houden in het proces en zijn visie op het faillissement staat centraal. Bij een doorstart is het zaak dat de boedel zo snel mogelijk wordt verkocht. Het nadeel van deze korte termijn is dat de heer van Nie weinig tijd heeft om een geschikte koper te vinden. Dit heeft tot gevolg dat er vaak een lagere opbrengst wordt behaald dan dat het goed zou kunnen opbrengen. Het inzamelen van goederen kan een moeizaam proces zijn wanneer de gefailleerde deze bewust achter wil houden door de goederen te verplaatsen of verkopen met als doel deze aan de boedel te onttrekken.

De heer van Nie vertelde ons over één van zijn zaken waarin dit aan de orde was. In deze zaak ging het om een transportbedrijf dat failliet is verklaard. Tot de boedel behoorde onder andere een kraanwagen. De kraanwagen was succesvol onderhands verkocht en zou de volgende dag worden opgehaald. Toen de heer van Nie die dag aankwam bij de loods was de kraanwagen echter spoorloos verdwenen. Na een dag telefoneren en rondrijden door Twente heeft hij de kraanwagen weer getraceerd, zodat de koper deze alsnog kon ophalen. Wat opmerkelijk is, is dat niemand van het transportbedrijf iets wist van de verdwijning. Daaruit blijkt maar weer dat gefailleerden en andere betrokkenen niet altijd meewerken in faillissement.

De heer van Nie heeft ons daarnaast verteld dat hij het wettelijke middel, gijzeling kan inzetten wanneer een gefailleerde niet meewerkt aan het proces en bijvoorbeeld een goed aan de boedel probeert te onttrekken. In een dergelijke situatie is het mogelijk om de gefailleerde aan te houden en vast te zetten. Zo was er in zijn loopbaan ooit een gefailleerde die de opbrengst van zijn vrachtwagen naar eigen zeggen in benevelde toestand had vergokt. Hij gaf aan niet meer te weten hoe en waar dit had plaatsgevonden. Hoewel er duidelijk een luchtje zat aan deze zaak, was het in dit geval niet vast te stellen of te bewijzen waar de opbrengst van zijn vrachtwagen was gebleven. Daarop besloot de heer van Nie hem te gijzelen. Uiteindelijk heeft de gefallieerde drie maanden vastgezeten maar desondanks is de opbrengst nooit gevonden. Helaas is dit middel, hoewel extreem, dus niet altijd effectief.

Aan het eind van de dag werden we voorgesteld aan rechter-commissaris Koopmans waar de heer van Nie zeer regelmatig contact mee heeft over zijn faillissementszaken. Naast de oproepen ook over de beslissingen de curator maakt en het verzoek om voor bepaalde handelingen toestemming te verkrijgen. De rechter-commissaris heeft daarnaast een controlerende functie. De rechtbank Overijssel interpreteert het toezicht van de rechter-commissaris ruim. Waardoor de heer Koopmans veel inhoudelijk moet nakijken. Hij bekijkt dan niet alleen de voorstellen van de curator. Maar ook alle koop- en leveringsakten met betrekking tot de goederen in de boedel om ervoor te zorgen dat curator niet aansprakelijk kan worden gesteld wanneer er een probleem optreedt na de verkoop van de goederen. Na de ontmoeting met de heer Koopmans zat ‘Een dag in het leven van de curator’ er op.

Tijdens het meelopen hebben wij vele verhalen gehoord en inzichten gekregen over het curatorschap en faillissementszaken in het algemeen. Het was bijzonder om te zien wat er komt kijken bij faillissementszaken en hoe groot het verschil is tussen de theorie en praktijk. Sommige situaties kwamen dan ook echt als een verrassing. Door deze dag hebben wij een goed inzicht gekregen in het nobele vak van curator. Het is een dynamisch, afwisselend en betrokken beroep waarvan in deze tijd veelvuldig gebruik wordt gemaakt.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.