Een dag in het leven van een strafrechtadvocaat M.R.M. Schaap

  • -

Een dag in het leven van een strafrechtadvocaat M.R.M. Schaap

Maaike Baan en Madelon Zweep

Een dag in het leven van een strafrechtadvocaat M.R.M. Schaap

Het strafrecht is een geliefd vakgebied onder rechtenstudenten. Een baan in de strafrechtadvocatuur lijkt echter niet voor het grijpen te liggen. Voor deze editie van Terecht Gesteld nemen we een kijkje in een dag in het leven van strafrechtadvocaat Maartje Schaap om erachter te komen dat haar werk inderdaad vol zit met verrassingen en uitdagingen.

Over Maartje Schaap
Maartje Schaap is strafrechtadvocaat bij De Haan Advocaten & Notarissen te Groningen. In 1999 begon zij aan de rechtenstudie in Groningen waar ze de specialisaties privaat- en strafrecht succesvol afrondde. Vanwege het gebrek aan praktische onderdelen koos Maartje ervoor om de togamaster te volgen. Zij dacht feeling te hebben met het togaberoep en achteraf bleek dit een uitstekende keuze te zijn. Als onderdeel van de master liep Maartje onder andere een half jaar stage bij het Openbaar Ministerie (OM). Daar schreef ze uiteindelijk haar eindscriptie, waarna ze mocht blijven als junior parketsecretaris in Leeuwarden. In die functie deed zij het voorwerk voor de officier van justitie. Dezelfde functie heeft ze daarna nog enige tijd uitgeoefend in Groningen. Maartje miste in dit werk toch het contact met clienten en besloot te solliciteren voor een baan in de strafrechtadvocatuur. Ze kwam in eerste instantie terecht bij een civielrechtelijk kantoor, waar ze haar passie voor het strafrecht slechts gedeeltelijk kon waarmaken. Strafrecht was het rechtsgebied dat Maartje nog altijd erg aansprak en waar zij in verder wilde. Dit kwam onder andere tot uiting toen ze tijdens de beroepsopleiding advocatuur een grote  strafzaak deed. In 2010 kwam ze terecht op het strafrechtkantoor van De Haan, waar ze tot op heden werkzaam is.

De werkdag
Om 8.45 uur hebben we met Maartje afgesproken bij de rechtbank Noord-Nederland locatie Assen. Haar werkdag begint met een zitting in een grote payrollfraudezaak. De fraude speelde zich af in 2010 en is toen ook behandeld in een uitzending van TROS Opgelicht. Van Maartje begrepen wij dat payrollfraude als volgt in zijn werk gaat: een payrollbedrijf ontvangt een aanvraag van bedrijf X om de verloning van diens werknemers op zich te nemen. Er wordt een overeenkomst gesloten, waarna het payrollbedrijf steeds het afgesproken loon uitkeert aan de opgegeven werknemers. Bedrijf X blijft in gebreke met de betaling van de door het payrollbedrijf aan de werknemers voorgeschoten lonen. Dan blijkt dat Bedrijf X geen draaiende onderneming is en de ‘werknemers’slechts zijn ingezet om geld te kunnen witwassen. De client van Maartje is opgegeven als werknemer en verdachte in de eerste zaak die we vandaag gaan bijwonen. Bij de rechtbank aangekomen blijken we niet de enigen te zijn die vandaag een zitting komen bijwonen; er staat een hele schoolklas in de rij om door de beveiligingspoortjes te lopen. Eenmaal binnen nemen we plaats in de hal en al snel zien we een hoogzwangere Maartje binnenlopen. Ze haast zich naar de advocatenkamer en verschijnt al snel weer in de hal, nu in toga. Voor de zitting heeft Maartje nog even de tijd om ons bij te praten. Haar client is niet aanwezig omdat hij in voorlopige hechtenis zit in een andere zaak. De zaak wordt omgeroepen en wij nemen als publiek plaats in een aparte ruimte achter een glasplaat. Naast de client van Maartje zijn er nog drie verdachten in deze strafzaak, die wel zijn verschenen en worden bijgestaan door hun advocaten. De voorzitter neemt eerst met de aanwezige verdachten het tenlastegelegde door en stelt hen kritische vragen. De drie aanwezige verdachten vertellen ongeveer hetzelfde verhaal: zij kregen in 2010 een telefoontje van een onbekend persoon. Er werd hen verteld dat er een administratieve fout was gemaakt, waardoor zij geld van een payrollbedrijf op hun rekening zouden ontvangen. Verzocht werd om dit geld over te boeken naar een andere rekening. Dit hadden de drie aanwezige verdachten ook gedaan. De client van Maartje heeft echter het geld niet overgeboekt, maar zelf opgemaakt. Na een korte pauze worden de persoonlijke omstandigheden van de verdachten besproken. Maartje vertelt over de persoonlijke situatie van haar client en vraagt de rechtbank daarmee rekening te houden. Hierna krijgen alle advocaten de gelegenheid om te pleiten. Onderling hebben ze afgesproken dat Maartje als eerste het woord doet. Met krachtige stem en in heldere bewoordingen levert ze kritiek op de tenlastelegging van de officier van justitie. De andere advocaten sluiten zich in hun pleidooien bij haar standpunt aan. De zitting wordt gesloten en over twee weken wordt uitspraak gedaan.

Na deze zaak blijven we in Assen en vertelt Maartje ons over de politierechterzitting waar we straks naar toe gaan. Haar client is een jongeman die verdacht wordt van bedreiging van Geert  Wilders via de computer. We krijgen te horen dat een andere zitting blijkt uit te lopen: een voor Maartje veelvoorkomende ergernis. Rechters kunnen het vaak niet voor elkaar krijgen om zich aan de dagelijkse agenda te houden, wat begrijpelijk is gezien de vele zaken per dag. Er worden vaak meerdere zittingen op hetzelfde tijdstip gepland omdat verdachten vaak niet verschijnen of omdat ze verschijnen zonder advocaat. Toen Maartje zich meldde bij de bodebalie werd het uitlopen van de agenda haar niet gemeld. Door de uitloop missen we het hoger beroep in Leeuwarden dat dezelfde middag dient. Maartje geeft aan dat je je als advocaat altijd moet kunnen aanpassen, zo ook nu. Ze belt naar kantoor om een collega te vragen of hij naar Leeuwarden kan om de zaak van haar over te nemen. Als strafrechtadvocaat moet je je op dit vlak erg flexibel kunnen opstellen. Maartje vertelt dat dit in het begin niet altijd even leuk was, maar dat je na verloop van tijd leert om op zulke situaties te anticiperen.

De tweede zaak van de dag betreft dus een leerling tegen wie aangifte is gedaan door Geert Wilders vanwege bedreiging. In de tenlastelegging is opgenomen dat het ging om bedreiging gezamenlijk en in vereniging. Primair voert Maartje als verweer dat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Het was onduidelijk wie wat had gedaan in het geheel. Bovendien voert Maartje aan dat het de vraag is of er wel gesproken kan worden van bedreiging. Hiervoor moet er een concrete aankondiging zijn met de daadwerkelijke verwachting de bedreiging zich kan verwezenlijken. Als de rechter

vervolgens uitspraak doet wordt er helaas niet ingegaan op de jurisprudentie die Maartje had aangevoerd. Maartje geeft aan dat dit vaker voorkomt bij de politierechter. Uiteindelijk spreekt de rechter de client van Maartje vrij omdat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. De zittingsdag werd op deze manier toch nog goed afgesloten.

 De Turfsingel
De rest van de dag brengt Maartje door op kantoor. We rijden met haar mee naar een pandje aan de  Turfsingel, dat uitkijkt op de gracht en op een steenworp afstand ligt van de rechtbank. Dat laatste is erg handig, want een dag met meerdere zittingen is voor een strafrechtadvocaat geen uitzondering. Het kantoor aan de Turfsingel is een vestiging van De Haan die zich uitsluitend bezighoudt met strafrecht. Het pand ademt de sfeer uit van een woonhuis. Er is zelfs een tuintje dat gedeeld wordt met de pizzeria ernaast. Bij binnenkomst is er een balie waar clienten of andere mensen met vragen zich kunnen melden. Het gebeurt vaak dat mensen even langs komen om een vraag te stellen of papieren af te geven, wat zorgt voor een levendige sfeer op kantoor.

We gaan naar Maartje haar kamer op de tweede verdieping. Het is een lichte ruimte met een balkonnetje en opvallend veel schaapjes ter decoratie. Bij haar bureau ligt een artikel uit het Dagblad van het Noorden over een man uit Beilen die door de burgemeester uit zijn woning werd gezet nadat daar 42   hennepplantjes waren aangetroffen. Maartje vertelt dat zij werkt aan de zaak van het krantenartikel. Haar client werdin de strafzaak vrijgesproken, maar werd alsnog voor drie maanden zijn huis uitgezet door de burgemeester. Tegen die beslissing maakte Maartje namens haar client bezwaar. Maartje staat als strafrechtadvocaat vrij regelmatig voor de bestuursrechter. Zo doet ze geregeld zaken tegen het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), bijvoorbeeld inzake de oplegging van een alcoholslotprogramma. Ze vertelt over een zaak van een 23-jarige vrachtwagenchauffeur aan wie een alcoholslot werd opgelegd. Ook in dit geval werd haar client vrijgesproken in de strafzaak voor rijden onder invloed, omdat uit het proces-verbaal niet bleek dat een blaastest was afgenomen op de manier die het protocol voorschrijft. Daardoor was geen sprake van een geldig onderzoek en ontbrak een betrouwbare metingsuitslag waarop de rechter zijn uitspraak kon baseren. Om die reden heeft Maartje bij de bestuursrechter gevraagd om een herziening van het besluit van het CBR tot het opleggen van het alcoholslotprogramma. De bestuursrechter heeft in principe niets te maken met de uitspraak van de strafrechter. Dat maakt de uitspraak van de bestuursrechter lastig te voorspellen.

Ongeveer negentig procent van de zaken die Maartje doet is op basis van toevoegingen. Dat betekent dat de Raad voor de Rechtsbijstand voor de client een groot gedeelte van de kosten voor de advocaat betaalt (1). Afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de client wordt aan de hand van een puntensysteem een eigen bijdrage berekend. In haar werk heeft Maartje veel te maken met de politie, onder andere met betrekking tot het bezoeken en verhoren van clienten. Ook is er contact met reclassering, die informatie geeft over de achtergronden van clienten. Daarnaast zijn er behandelende en begeleidende instanties voor clienten waarmee je als strafrechtadvocaat in contact staat. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verslavingszorg en begeleiding in werk en dienstverlening.

 Er zijn in Groningen weinig kantoren die alleen gespecialiseerd zijn in het strafrecht. De werkgelegenheid gespecificeerd tot het strafrecht is in het westen van het land een stuk groter dan in het noorden. Maartje benadrukt echter dat als je iets wilt, je ervoor moet gaan. Als je besluit om voor het strafrecht te kiezen dan moet je het niet als vervelend

ervaren om je flexibel te kunnen opstellen qua tijd en om zaken van collega’s over te nemen met een korte

voorbereidingstijd. Daarnaast moet je ook als persoon kunnen levelen met de clienten; je moet je kunnen inleven in degene die je als advocaat bijstaat. Er vallen in het strafrecht soms bijzondere figuren binnen met de vraag of ze kunnen worden bijgestaan. Hiermee moet je wel kunnen omgaan.

Op het strafrechtkantoor van De Haan zijn zes advocaten werkzaam. Het werk zelf is vrij individualistisch; ieder draait nu eenmaal zijn eigen agenda. Iedere week worden de agenda’s naast elkaar gelegd om met elkaar te communiceren en door te nemen hoe de week er uitziet. Het kantoor is strafrecht-minded en Maartje omschrijft de sfeer als relaxed. Kortom; het leven als strafrechtadvocaat is druk maar interessant met elke dag nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen.

Noot

                                                                                                                                                  

1 Raadpleeg voor meer informatie de website van de Raad voor Rechtsbijstand, www.rvr.org.


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.