Jaargang 44 - Nummer 4

Een dag in het leven van… Meike Scheepstra (Directielid Penitentiair Psychiatrisch Centrum)

Tekst Nikki Koops

Mevrouw Scheepstra is plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Amsterdam Over-Amstel, beter bekend als de ‘Bijlmerbajes’. Zij maakt tevens deel uit van de directie van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC), één van de onderdelen van de PI. Deze afdeling werd voorheen de Forensisch Observatie en Begeleidings Afdeling (FOBA) genoemd. Voordat zij de lezer van het blad een kijkje gunt in haar dagelijkse bezigheden, vertelt ze eerst hoe ze bij deze functie is terechtgekomen.

Scheepstra: “Ik heb van 1991 tot 1996 Nederlands Recht gestudeerd in Maastricht. Ik volgde allerlei vakken, maar mijn interesse lag bij het privaatrecht. Vooral de problematiek rond de ‘overeenkomst’ en de ‘redelijkheid en billijkheid’ sprak mij erg aan. Deze begrippen zijn niet zwart-wit: het gaat om de interpretatie. Ik heb voor de studie Rechten gekozen omdat ik het boeiend vind om te kijken naar waarden en normen, waarden en normen die voor ons allen gelden. Daarnaast vind ik het belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn. Wet- en regelgeving zijn, als het goed is, een goede weerspiegeling van de maatschappij. Na mijn studie werkte ik onder andere in de verslavingszorg in Rotterdam. Destijds heb ik gesolliciteerd voor de functie van afdelingshoofd binnen de FOBA. Naar aanleiding van deze sollicitatie benaderde de toenmalig directeur mij echter voor een plek als managementtrainee. Na een jaar kwam er een directiefunctie vrij en heb ik gesolliciteerd.”

Mevrouw Scheepstra vormt samen met onder andere een psychiater en chef de clinique de directie van het PPC. PPC’s zijn bedoeld voor gedetineerden die psychiatrische zorg nodig hebben. Het criterium is dat de gedetineerde een stoornis heeft en niet meer te handhaven is binnen de inrichting waar hij/zij verblijft. Scheepstra: “Er zijn in Nederland vijf PPC’s. Wat dit PPC bijzonder maakt is de crisisafdeling, die de landelijke opvang verzorgt voor gedetineerden die in een acute psychiatrische crisis zijn beland. Vroeger was de FOBA, als enige in Nederland, een plek waar patiënten werden opgevangen die in een crisis verkeerden. Door de uitbreiding naar vijf PPC’s door het hele land zijn de plekken voor patiënten met een wat minder ernstige problematiek gecentreerd.”

Vervolgens vertelt mevrouw Scheepstra over haar functie als directielid en beschrijft zij enkele van haar dagelijkse bezigheden en bijzondere bevoegdheden. Daarnaast vertelt ze over wat haar baan zo interessant maakt.

Scheepstra: “Heel algemeen beschreven proberen wij als directie leiding te geven aan dat wat er in het primaire proces gebeurt rondom gedetineerden en medewerkers. Dat is zorg geven aan de patiënten, maar ook aan de medewerkers. Als directie wordt je geacht om met alle ontwikkelingen die er zijn, in de maatschappij maar ook in de politiek, rekening te houden. Op basis daarvan schrijf je een jaarplan, bepaal je het beleid. Je moet daarnaast ook rekening houden met wat de gedetineerdenpopulatie vraagt en wat de medewerkers belangrijk vinden. Op basis daarvan probeer je prioriteiten te stellen. Het beleid wordt deels bepaald op het hoofdkantoor, deels in overleg, maar ook door onszelf en door een vertaalslag te maken voor onze eigen inrichting.

Ik ben veel in gesprek met mensen over dingen die je op een dag tegenkomt en houd mij dagelijks bezig met een aantal projecten. Eén van die projecten is de Modernisering van het Gevangeniswezen. Voor het deelproject onderwijs overleg ik onder andere met onze onderwijzers hoe het beleid is geformuleerd en hoe we dat het beste kunnen toepassen. We willen graag een mooie schakel zijn tussen detentie en terugkeer in de samenleving. Onderwijs bieden tijdens een kort verblijf is dus een belangrijk onderwerp. Daarnaast zijn er een aantal overlegvormen die wekelijks terugkomen. Dit kan teamoverleg zijn, maar ook overleg met het secretariaat om te kijken wat voor afspraken je hebt.

Eens per maand staat de beklagzitting van de commissie van toezicht op het programma, met daaraan gekoppeld de vergadering. Tijdens de beklagzitting kunnen patiënten klagen over beslissingen van de directeur. Nu is het beleid in het PPC niet zo dat dit alleen maar beslissingen van de directeur zijn. Formeel zouden klachten over beslissingen die niet van de directeur afkomstig zijn, niet-ontvankelijk zijn. Wij vinden het echter belangrijk dat deze kwetsbare patiënten ook over andere ongenoegen kunnen klagen. Tijdens die zitting kunnen de directeur en de patiënt hun zegje doen en doet de commissie van toezicht uitspraak over wie gelijk heeft. Deze commissie bestaat uit onafhankelijke mensen uit verschillende werkvelden. Meestal is de voorzitter een rechter en in ons geval zitten er ook een psychiater en een huisarts in de commissie en bijvoorbeeld maatschappelijk werkers. Als een van de partijen niet tevreden is met de uitspraak, kan die partij in hoger beroep.

Naast de beklagzitting is er ook een vergadering met de commissie waarin je het gevoerde beleid en de ontwikkelingen met hen bespreekt. De commissie is eigenlijk het toetsende orgaan van de directie, zij kijken of je het werk doet zoals het in de Penitentiaire Beginselenwet staat beschreven. Zij kunnen ongevraagde en gevraagde adviezen geven. Daarnaast is een lid van de commissie elke maand maandcommissaris. Die komt dan naar de inrichting en kan met de patiënten die dat willen en hebben aangegeven een gesprek hebben over wat er ook maar speelt.

De wettelijke bevoegdheden van een gevangenisdirecteur staan beschreven in de Penitentiaire Beginselenwet. Hierbij is door de wetgever meer uitgegaan van een reguliere penitentiaire setting en wat minder rekening gehouden met een psychiatrische populatie. Daarom moeten we als managementteam vaker de vertaalslag maken van de wet naar onze praktijk. Ook dit is onderwerp van gesprek met de commissie van toezicht. De directie heeft de bijzondere bevoegdheid om te beslissen  of een gedetineerde in een isolatiecel moet verblijven. Ook beslist de directie of een gedetineerde tegen zijn/haar wil in medicijnen worden toegediend. De directie wordt hierbij geadviseerd door de psychiater die inschat of er uit de psychiatrische stoornis een gevaar voortkomt voor de patiënt zelf of diens omgeving. Alleen als dit aantoonbaar is en er op dat moment geen andere middelen aanwezig zijn om het gevaar af te wenden, is gedwongen medicatie mogelijk.

Ik vind mijn baan heel interessant omdat ik aan de ene kant te maken heb met personeel en aan de andere kant met de gedetineerden. Je neemt mensen aan en leidt ze vervolgens ook goed op. Een belangrijk vraagstuk is hoe je in dit werk de medewerkers gezond houdt. Wat moet het management regelen om te zorgen dat het personeel gezond het werk kan blijven doen? Wij noemen dit het managen van de parallelle processen. Dat is een heel complexe maar boeiende kant van het werk.

Daarnaast vind ik het ook heel belangrijk om samen met mijn collega’s een bijdrage te leveren aan een mogelijk betere levensloop van de patiënt, na zijn/haar verblijf bij ons. Dit kan ook van invloed zijn op het criminele gedrag. Vaak bewerkstellig je dit al door goede nazorg te bieden. Soms verblijven patiënten hier, maar wordt er in de strafzaak bepaald dat er te weinig bewijs is en volgt geen veroordeling. Als die persoon dan wel een stoornis heeft, kunnen wij een rechterlijke machtiging aanvragen om opname in de gezondheidszorg te bewerkstelligen. Zo krijgt de patiënt wel goede zorg, ook als hij/zij hier weggaat. Wij hebben medewerkers maatschappelijke dienstverlening in dienst, die tijdens detentie in kaart brengen of basisbehoeften zoals woning, inkomsten en werk geregeld zijn. Dergelijke zaken kunnen op deze wijze mogelijk beter op de rit komen. Daarnaast wordt geprobeerd om het contact met de familie zo veel mogelijk te herstellen. Vaak is er sprake van een verstoorde relatie. Gedetineerden hebben meer kansen in de maatschappij en vallen minder snel in herhaling als er een sociaal netwerk is dat voor ondersteuning zorgt.

Onvoorspelbaarheid hoort bij mijn werk. Ik begin ‘s ochtends met een planning, maar deze wordt meerdere malen per dag overhoop gehaald. Er kan bijvoorbeeld iets gebeuren met een van de patiënten, soms raken medewerkers erbij betrokken. Daar gaat je aandacht dan als eerste naar uit. Het is belangrijk om vooral flexibel ingesteld te zijn. Je moet wel goed om kunnen schakelen. Wat daarnaast belangrijk is, is dat je goed met mensen kunt werken.”

Afsluitend heeft mevrouw Scheepstra nog een korte boodschap voor de huidige rechtenstudenten. Scheepstra: “Je kunt met deze studie zoveel meer dan je in eerste instantie zou denken. Je hoeft niet per se advocaat te worden. Ik ben bijvoorbeeld dagelijks niet heel juridisch bezig. Het is management, maar het kan wel met deze studie. Ik zou zeggen; realiseer je dat de werkende wereld juristen meer te bieden heeft dan de geëigende paden.”

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.