Jaargang 47 - Nummer 1

Het adviesrecht: een hoofdrol voor het slachtoffer

Madelon Zweep

Het adviesrecht: een hoofdrol voor het slachtoffer

De invloed van het adviesrecht nader bekeken
Het zwaartepunt van het strafproces lijkt de afgelopen jaren te verschuiven naar het slachtoffer. Het nieuwe wetsvoorstel van staatssecretaris Fred Teeven doet hier een schepje bovenop. Het heeft betrekking op een aanvulling van het huidige spreekrecht voor slachtoffers; het adviesrecht. Op dit moment mogen slachtoffers en nabestaanden de rechter op de hoogte stellen van de gevolgen die het misdrijf voor hen persoonlijk heeft. Met de uitbreiding van het spreekrecht kunnen slachtoffers zich ook uitlaten over de beslissingen in strafzaken. Hierbij moet worden gedacht aan uitlatingen betreffende het bewijs, de schuld van de verdachte en de hoogte van de straf. Mocht dit wetsvoorstel groen licht krijgen dan zal dit van grote invloed zijn op de structuur van het strafproces. Er laait een interessante discussie op tussen politiek en juridisch Nederland; heeft het slachtoffer recht op meer bevoegdheden in de rechtszaal? Of krijgt hij hiermee een te grote rol binnen het strafproces?

Het spreekrecht
De eerste stap naar meer rechten voor het slachtoffer vormde de invoering van het spreekrecht in 2005. Slachtoffers en nabestaanden kunnen naar voren brengen welke persoonlijke gevolgen het delict voor hen teweeg heeft gebracht. Zij mogen dit als er sprake is van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van acht jaar of langer staat. Na 2005 is de kring van spreekgerechtigden gewijzigd, nu het slachtoffer niet altijd zelf in staat is om van het spreekrecht gebruik te maken.

Naast deze mogelijkheid is er de zogenaamde schriftelijke slachtofferverklaring. In deze verklaring worden de persoonlijke gevolgen voor het slachtoffer opgenomen waarna deze wordt toegevoegd aan het strafdossier. Slachtoffers kunnen zo zelf bepalen wat zij het prettigst vinden. Wanneer zij liever niet in de rechtszaal willen spreken kunnen zij terugvallen op een dergelijke verklaring.

Het spreekrecht is besproken in het evaluatierapport: ‘Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers?’. Hieruit volgt dat slachtoffers niet vaak gebruik maken van het spreekrecht. Zoals eerder genoemd ziet het huidige spreekrecht slechts op de uitlatingen over de persoonlijke gevolgen voor het slachtoffer. Veel slachtoffers zien graag dat dit wordt uitgebreid, zodat zij zich ook mogen uitlaten omtrent onder andere de strafmaat. Ook volgt uit dit rapport dat rechters het in de praktijk toelaten als een slachtoffer zich toch uitspreekt over een, volgens hem passende straf. Teeven komt de slachtoffers met het nieuwe wetsvoorstel tegemoet, door hen deze bevoegdheid uitdrukkelijk toe te kennen.

Het adviesrecht zal ervoor zorgen dat slachtoffers zich onder andere mogen uitspreken over het bewijs, de hoogte van de straf en de schuld van de verdachte. Daarnaast is een belangrijke verandering dat slachtoffers tevens ondervraagd mogen worden door de verdachte als zijnde getuige. Als het slachtoffer een belastende verklaring ten laste van de verdachte geeft, mag de verdachte deze betwisten. Onder het huidige spreekrecht kan het slachtoffer een verklaring zonder nadere ondervraging toelichten.

Het adviesrecht wordt bekritiseerd door degenen die met de juridische praktijk te maken hebben. Volgens rechtbankverslaggever Chris Klomp draait een rechtszaak om de verhouding tussen de verdachte en het openbaar ministerie. Hij stelt dat je niet in de beginfase van het strafproces kunt toelaten dat een slachtoffer spreekt over de op te leggen straf. Dit omdat deze beginfase juist het onderdeel vormt waarin je moet kijken naar het wel of niet schuldig zijn van de verdachte, een vaststelling die normaal wordt verricht door de rechter. Wel vindt Klomp dat er ruimte moet zijn voor slachtoffers om hun emoties naar voren te kunnen brengen. Volgens hem moeten we in het achterhoofd houden dat een rechtszaak draait om rechtvaardigheid.

Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra deelt deze mening. Hij geeft aan dat het adviesrecht schuurt met het uitgangspunt dat de verdachte onschuldig is tot de rechter hem schuldig verklaart. Slachtoffers mogen zich uitspreken over de strafmaat en de schuld van de verdachte, terwijl de schuld nog niet door de rechter is vastgesteld.

Secundaire victimisatie
Met het adviesrecht kunnen verdachten de slachtoffers als getuigen ondervragen als er een belastende verklaring wordt afgelegd. Dit is anders dan in het huidige spreekrecht, waarin slachtoffers en nabestaanden hun verhaal zonder ondervraging kunnen doen. Deze verandering brengt mee dat er vrees bestaat voor secundaire victimisatie. Advocaten van de verdachten zullen zich, wanneer de belangen van zijn of haar cliënt in het spel zijn, niet inhouden tegen over het slachtoffer. Er kan immers worden aangenomen dat het gros van de slachtoffers geen juridische kennis heeft. Als zij geen relevante feiten naar voren brengen zullen advocaten van verdachten hier fel tegen in gaan. Het lijkt erop dat er dan een discussie tussen het slachtoffer en de verdachte plaats gaat vinden.

Aan de andere kant kunnen slachtoffers juist de behoefte hebben om te spreken. VVD lid Ard van der Steur stelt zich in het programma ‘Debat op Twee’ op het standpunt dat juist op dit moment het slachtoffer opnieuw slachtoffer wordt omdat hij weinig te zeggen heeft. Hij wordt in feite beperkt in zijn rechten. Hij geeft aan dat het voor het slachtoffer wellicht een volwaardig gevoel geeft om zich uit te mogen laten over de strafmaat, ongeacht of de rechter gehoor geeft aan de gedane uitspraken.

Niet vergeten moet worden dat slachtoffers een bevoegdheid krijgen toegekend. Zij hebben geen verplichting om van het spreekrecht of komende adviesrecht gebruik te maken. Slachtoffers zijn op deze manier zelf in staat te bepalen of zij de behoefte hebben om de verdachte toe te spreken. Zij kunnen hierin met hulp van Slachtofferhulp Nederland een weloverwogen keuze maken. Voordat slachtoffers van hun rechten gebruik maken worden zij op het proces voorbereid en vergaren daardoor al enige kennis omtrent het feit waar zij uitspraken over mogen doen. Veelal nemen slachtoffers ook zelf het initiatief door zich in te lezen in de relevante feiten van de zaak.

Vrees voor het meewegen van emotie
Een ander punt van kritiek op de uitbreiding van het spreekrecht is het in gevaar brengen van de objectieve blik van het OM. Het is niet verwonderlijk dat slachtoffers zich laten leiden door hun emoties als zij tegenover de verdachte staan. Onder andere strafrechter van der Schepop geeft haar visie over dit punt in het programma ‘Debat op Twee’. Zij geeft aan dat ze slachtoffers de ruimte geeft om in de rechtszaal te spreken. Ze vindt het belangrijk om te horen wat er omgaat in het slachtoffer. Tegelijkertijd zegt ook zij, in overeenstemming met Rob Zijlstra, dat we wel als uitgangspunt moeten nemen dat de dader nog niet direct dader is, maar slechts verdachte totdat deze door de rechter schuldig is verklaard.

De vraag of van der Schepop zich laat beïnvloeden door een slachtofferverklaring beantwoordt ze negatief. Wel meent ze dat door een verruiming van het spreekrecht het slachtoffer valse hoop wordt gegeven. Voor het slachtoffer wordt de verwachting geschapen dat de rechter gehoor zal geven aan de uitgesproken emoties. Van der Schepop noemt dit het vertalen van emotie in een straf. Mocht de straf die door de rechter wordt opgelegd lager uitvallen dan die naar mening van het slachtoffer had moeten zijn, dan kan dit uitvallen in een teleurstelling.

Als laatste maakt zij in de praktijk veel gevallen mee waarin slachtoffers zich ook nu uitlaten over de strafmaat en daarmee de grenzen van het spreekrecht overschrijden. Door rechters wordt hier over het algemeen vrij soepel mee omgegaan en wordt er dan ook ruimte voor gegeven. Soms ook wordt het slachtoffer wel op de vingers getikt. De ene rechter is natuurlijk de andere niet. Dit stemt overeen met de uitkomst van het eerder besproken evaluatierapport betreffende het spreekrecht.

Tweefasenproces
Het strafproces is op dit moment opgedeeld in een fase van informatievergaring en van informatiewaardering. Het slachtoffer spreekt zich uit over de persoonlijke gevolgen die het delict op hem of haar heeft gehad, terwijl de rechter de schuld der verdachte nog niet heeft vastgesteld.

Het tweefasenproces houdt zodoende in dat in de eerste fase de schuld van de verdachte aan de orde zal zijn. In de tweede fase wordt vervolgens de mogelijkheid aan het slachtoffer gegeven om gebruik te maken van het spreek- en adviesrecht. Het adviesrecht wordt zodoende ingepast na het requisitoir van de officier van justitie. Wordt hiertoe besloten dan zal de verdachte langer als onschuldige worden behandeld. Als men te maken heeft met een ontkennende verdachte is het niet gunstig dat het slachtoffer wel reeds spreekt over de persoonlijke gevolgen voor hem of haar. Dit argument pleit voor invoering van een tweefasenproces.

Echter is het onwaarschijnlijk om een tweefasen proces in te voeren als we kijken naar bijvoorbeeld de vervangbaarheid van rechters. Er wordt namelijk veel waarde gehecht aan de manier waarop het nu gaat. Dit is de omstandigheid dat het één en dezelfde rechter is die de straf op legt, zij die nu ook beslist over de bewijsvraag. Wanneer de rechters die de schuld van de verdachte hebben vastgesteld niet vervangbaar zijn, is het ook niet logisch om een dergelijke vernieuwing door te voeren.

Een oplossing is dat rechters zelf beslissen of zij van het tweefasenproces gebruik willen maken. Men bedenke hier dat het gevaar van rechtsonzekerheid op de loer ligt.

Slotsom

De voorgenomen uitbreiding van het spreekrecht blijkt aan vele bezwaren onderhevig. De angst voor het afbranden van het slachtoffer, het in geding zijn der onschuldpresumptie en een langere tijdsduur van het strafproces. Voor slachtoffers brengt de uitbreiding meer ruimte om de verdachte schuldig te verklaren, alvorens de rechter hierover een uitspraak heeft gedaan. Het is begrijpelijk dat slachtoffers ook hun zegje willen doen in de rechtszaal, maar een beperking is hier op zijn plaats. Slachtoffers hebben doorgaans nu eenmaal niet de kennis die de juridische praktijk vergt. De vraag is of je jezelf als slachtoffer zijnde zodanig in het juridisch getouwtrek wilt mengen. Advocaten van verdachten staan immers in voor de belangen van hun cliënt en zullen hier een grote waarde aan hechten. Dit is in het bijzonder het geval als er door het slachtoffer een belastende verklaring over de verdachte wordt afgelegd.

Natuurlijk bestaat er geen verplichting om van het spreekrecht gebruik te maken. Het slachtoffer kan zelf afwegen of het gebrek aan juridische kennis een bezwaar vormt om van het spreekrecht af te zien. Slachtoffers krijgen hulp van de officier van justitie en Slachtofferhulp Nederland, waardoor zij zich op betere wijze kunnen voorbereiden. Daarmee ligt een college strafrecht voor het slachtoffer in het verschiet.

Een opsplitsing in een tweefasenproces blijkt niet erg populair en is dan ook geen noodzakelijke voorwaarde voor invoering van het adviesrecht. Dit zal slechts leiden tot een onwenselijk gevolg, namelijk het overhoop gooien van de structuur van het strafproces.

Noten

1 MvT: Wetsvoorstel ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, paragraaf 1.

2 Lens, K., Pemberton, A., Groenhuijsen, M. (2010), Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers?, Tilburg: intervict.

3 Debat op 2; het slachtoffer centraal <http://debatop2.incontxt.nl/seizoenen/3/afleveringen/27-02-2013>

4 Zijlstra, R. Slachtoffer wordt adviseur, de verdachte vogelvrij. Dagblad van het Noorden

5 MvT: Wetsvoorstel ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces, paragraaf 3.

6 Keulen, B.F., Dijk, A.A. van. (red.) (2013), Naar een tweefasenproces?, Groningen: Rijksuniversiteit Groningen- Faculteit der Rechtsgeleerdheid, p. 12.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.