Jaargang 41 - Nummer 1,  2007 - 2008

Het Weens Koopverdrag

Nederland is van oudsher een handelsnatie. Al sinds de VOC reizen Nederlanders de wereld over om handel te drijven. In de jaren tachtig besloten de Verenigde Naties een nieuw, uniform, Verdrag in het leven te roepen dat een vangnetfunctie vervult voor de internationale handelskoopcontracten. In dit artikel zal ik dit, voor Nederland belangrijke, Weens Koopverdrag (WKV) in grote lijnen schetsen. Daarbij zal in ieder geval aandacht besteed worden aan de vraag op welke type contracten het verdrag van toepassing is. Ook zal ik kort ingaan op de vraag wanneer het risico ingevolge het WKV op de koper over gaat.

De officiële benaming voor het Weens Koopverdrag (WKV) is de United Nations Convention on the International Sale of Goods, afgekort CISG. Het verdrag is in 1980 in Wenen tot stand gekomen en vandaar ook de naam Weens Koopverdrag (Vienna Convention). Voor Nederland is het verdrag in 1992 officieel in werking getreden. Op dit moment zijn er meer dan 60 landen partij bij het verdrag.

Het Verdrag bestaat uit 4 delen:
Deel I (art 1 -13): toepassingsgebied en algemene bepalingen
Deel II (art. 14- 24: totstandkoming van de internationale koop
Deel III (art. 25-88): de verbintenissen uit een tot stand gekomen koop
Deel IV (art. 89-101): volkenrechtelijke regels van, onder meer, toetreding, voorbehouden en verklaringen.

Het WKV is overigens van aanvullend recht, zodat daarvan bij contract of algemene voorwaarden kan worden afgeweken. De afwijzing van de toepasselijkheid van het WKV kan zelfs stilzwijgend geschieden. Daarnaast hebben verdragspartijen enkele voorbehouden gemaakt ten aanzien van de toepasselijkheid van enige bepalingen uit het verdrag.

De rangorde van toepasselijkheid is dus:
1.    de individuele bepalingen van de koopovereenkomst;
2.    overeengekomen algemene voorwaarden;
3.    de bepalingen van het WKV voor die aspecten die niet in (1) en (2) zijn geregeld, en
4.    de bepalingen van nationaal toepasselijk recht voor die onderwerpen die niet door 1,2 en 3 geregeld zijn.

Daarnaast zijn partijen gebonden aan gewoonten en gebruiken in de zin van art. 9 CISG.

Type koopcontracten
Het WKV is van toepassing op de zogenaamde ‘internationale koopcontracten’. Bij dergelijke contracten moeten roerende zaken het onderwerp van de overeenkomst zijn, wil het WKV van toepassing zijn.

Een aantal typen koopcontracten wordt uitdrukkelijk voor toepassing van het WKV uitgesloten. Art. 2 WKV bepaalt: “Dit verdrag is niet van toepassing op de koop van roerende zaken, gekocht voor persoonlijk gebruik of voor gebruik in gezin of huishouding , tenzij de verkoper te eniger tijd vóór of bij het sluiten van de overeenkomst niet wist of niet behoorde te weten dat de zaken voor zodanig gebruik werden gekocht; de koop van effecten, waardepapieren en betaalmiddelen; de koop op een openbare veiling; een executoriale of anderszins gerechtelijke verkoop; de koop van zeeschepen, binnenvaartschepen, luchtkussenvaartuigen of luchtvaartuigen en de koop van elektrische energie”.

Hoewel niet helemaal duidelijk is wat het WKV onder ‘koop’ verstaat, mag men aannemen dat de hoofdkenmerken van een wederkerige rechtshandeling aanwezig moeten zijn: enerzijds het afleveren van de zaak met het oog op zijn overdracht tussen de partijen en het anderzijds ontvangen van die zaak en het betalen van een prijs.

Dit roept de vraag op, welke type contracten nou concreet onder de werkingssfeer van het WKV vallen? In de literatuur worden voorbeelden genoemd als ruilhandel (countertrade); diverse vormen van leasing en exclusieve distributie- en franchiseovereenkomsten. Het hangt van de aard van de overeenkomst af of zij onder het WKV valt.
Bij huurkoop en operational- lease overheerst het koopelement en voldoen deze overeenkomsten aan de hierboven gegeven omschrijving van de wederkerige rechtshandeling.
Huurovereenkomsten en financial-lease overeenkomsten vallen daarentegen weer niet onder de definitieomschrijving omdat ze geen werkelijke overdracht en aflevering van het goed voor ogen hebben. Hetzelfde geldt voor bewaargevingsovereenkomsten. Overeenkomsten waarbij het ‘arbeidselement’ overheerst, vallen, ingevolge art. 3 WKV, evenmin onder de werkingssfeer van de WKV.

De internationale ruilovereenkomst lijkt op het eerste gezicht ook niet van toepassing, omdat het betalen van een prijs een wezenlijk onderdeel vormt van een koopovereenkomst. In de praktijk wordt een ruilovereenkomst echter wel onder het WKV gecatalogiseerd, omdat een concrete tegenprestatie voldoende is om het WKV van toepassing te laten zijn. Dat hoeft niet altijd in geld. Wel voldoet een enkele raamovereenkomst niet, zolang daarboven geen individuele koopovereenkomst ligt die de concrete wederzijdse verplichtingen vastlegt.

Overgang risico
De artikelen 66-70 WKV regelen de overgang van het risico. Indien de individuele overeenkomst of de algemene voorwaarden niet anders regelen, gaat het risico ingevolge art. 66 WKV bij afgifte van de goederen over op de koper. Ingevolge art. 67 lid 1 WKV gaat het risico over op het moment dat de verkoper de zaken afgeeft aan de eerste vervoerder ter verzending aan de koper. Als de goederen daarna nog verloren gaan of beschadigd raken, komt dit voor risico van de koper en moet hij dus gewoon de koopprijs betalen (art. 66,  eerste zin WKV); tenzij het verlies of de schade te wijten is aan een tekortkoming door de verkoper (art. 66 WKV, slot).

Leave a Reply

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.