Jaargang 47 - Nummer 3

Implementatiewet richtlijn consumentenrechten

Madelon Zweep
Implementatiewet richtlijn consumentenrechten

Wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek

Op het terrein van het consumentenrecht doen zich vanaf 13 juni 2014 een aantal wijzigingen voor. Aanleiding hiervoor is Richtlijn 2011/83, ook wel de Implementatiewet richtlijn consumentenrechten (hierna: de Richtlijn). Twee eerdere richtlijnen, de Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten en de Richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, worden samengevoegd.

De samentrekking beoogt een verbetering en vereenvoudiging van de bestaande Europese regels in het geval van overeenkomsten tussen handelaren en consumenten. Dit geldt op het terrein van roerende zaken – waaronder elektriciteit en gas begrepen – en diensten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen overeenkomsten op afstand, buiten verkoopruimten of anders gesloten overeenkomsten.

Vernieuwingen
De vernieuwingen die worden doorgevoerd hebben betrekking op overeenkomsten tussen handelaren en consumenten. Het gaat om overeenkomsten op afstand, overeenkomsten buiten verkoopruimten gesloten, maar ook op andere wijze zoals overeenkomsten gesloten in een winkel. De nieuwe regeling geldt slechts voor overeenkomsten gesloten op of na 13 juni 2014. De wijzigingen zien we terug in boek 6 en boek 7 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Er komt een nieuwe afdeling die de artikelen 6:230g tot en met 6:230z BW  omvat. De afdeling van de overeenkomsten op afstand die nu staat geregeld in afdeling 7.1.9A vervalt, net zoals de Colportagewet. In art. 6:230h BW is opgenomen in welke gevallen het nieuwe consumentenrecht geen toepassing vindt. Het betreft onder andere overeenkomsten aangaande een prestatie met een waarde van minder dan vijftig euro, het verhuren van woonruimte en gezondheidsdiensten. De belangrijkste wijzigingen zijn de verruiming van de bedenktijd en de informatieverplichtingen voor de handelaar. Bovendien komt er een bepaling die betrekking heeft op oneerlijke handelspraktijken. Mocht een overeenkomst in strijd zijn met een oneerlijke handelspraktijk dan kan de consument deze vernietigen. De Richtlijn staat maximale harmonisatie voor en wil daarmee uniforme regels binnen de lidstaten creëren. Daarnaast zijn definities aangepast aan de huidige moderne tijd en vooruitdenkend, denk aan ontwikkelingen in de digitale wereld. Hierbij moeten we denken aan specifieke informatieplichten bij het aankopen van digitale producten.

Herroepingsrecht
Een belangrijke wijziging vormt de verruiming van het herroepingsrecht voor  consumenten. Deze is verlengd naar veertien kalenderdagen. Voorwaarde voor dit recht is dat het dient te gaan om een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte. Door de inwerkingtreding van de implementatiewet komt het herroepingsrecht dat is neergelegd in art. 7:46d BW te vervallen. Het nieuwe herroepingsrecht wordt opgenomen in afdeling 6.5.2A BW en heeft betrekking op overeenkomsten op afstand tussen handelaren en consumenten. Het huidige herroepingsrecht uit art. 7:46d BW komt voort uit de Richtlijn overeenkomsten op afstand. Het regelt dat consumenten binnen zeven werkdagen de overeenkomst zonder opgave van redenen kunnen ontbinden; de wettelijke bedenktijd. Deze richtlijn wordt nu ingetrokken door de invoering van de Richtlijn consumentenrechten.(1) Met de vernieuwing wordt de wettelijke bedenktijd verruimd van zeven werkdagen naar veertien kalenderdagen ingevolge art. 6:230o BW. Het ontbinden zelf geschiedt door een ondubbelzinnige verklaring aan de verkoper. Dit is voor de consument vergemakkelijkt middels een  modelformulier, dat wordt teruggestuurd aan de verkoper. Het aanbieden van een modelformulier door de verkoper is overigens niet verplicht. Nadat de verkoper een bevestiging van de ontbinding kennisgeeft heeft de koper opnieuw veertien dagen de tijd om het product terug te sturen. Mocht het een product betreffen dat in verschillende delen wordt geleverd, dan gaat de bedenktijd pas in wanneer het laatste gedeelte van dit product  is ontvangen. De veertiendagentermijn kan op verschillende tijdstippen beginnen te lopen. Het meest voor de hand liggend is de mogelijkheid dat het bestelde product is ontvangen door de consument; het moment van het in bezit krijgen. Een andere mogelijkheid is dat een bestelling uit meerdere producten bestaat. Het moment van start van de termijn betreft dan de dag waarop het laatste onderdeel is ontvangen. Dit in fysiek ontvangst nemen van het product als startpunt is gekozen, omdat de consument vanaf dan het product kan testen.(2) Maar wat nu als je als student niet thuis bent omdat je in de vakantieperiode niet op je kamer bent? Het pakket wordt dan waarschijnlijk bij de buurvrouw afgeleverd. Dit brengt mee dat de veertiendagentermijn pas begint te lopen wanneer het pakket wordt opgehaald. Dit is ook het geval als het bij een afhaalpunt wordt opgehaald. Zoals voor te stellen kan het soms lastig zijn om aan te tonen wanneer de termijn is gaan lopen. Wanneer de overeenkomst is ontbonden is de consument verplicht om de producten onverwijld en binnen veertien dagen terug te sturen, zo bepaalt art. 6:230s lid 1 BW. De verkoper dient op zijn beurt het betaalde terug te betalen en heeft hier maximaal veertien dagen de tijd voor.De Richtlijn voorziet ons tevens van informatie met betrekking tot de reikwijdte van het herroepingsrecht. Een interessant punt betreft de vraag in hoeverre de consument het ontvangen product mag testen. Dit hangt natuurlijk af van het soort product. De bekende vraagstukken duiken op; mag van een fiets worden verwacht dat deze een persoon kan vervoeren op de pakjesdrager? De consument krijgt de gelegenheid om het product uit te proberen. Dit uitproberen reikt tot voor zover dit noodzakelijk is om de aard, de kenmerken en de werking van producten na te gaan. Nieuw is dat met de Richtlijn wordt bepaald dat, mocht een consument te ver zijn gegaan in dit uitproberen, een waardevermindering voor rekening van de koper komt. Dit dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Het nieuwe herroepingsrecht doelt voornamelijk op voordelen voor de interne markt. Door de termijnen gelijk te trekken zal de grensoverschrijdende handel op dit punt verbeterd worden. Er wordt maximum harmonisatie bereikt, van waaruit niet meer of minder bescherming mag worden geboden. Het gaat hier te ver om inhoudelijk op de  regeling in te gaan, maar zij is zeker een kijkje waard. De nieuwe regeling betreft een verruiming en specificering van de oude regeling.(3)

Informatieverplichting
Bij het kopen van een product of het afnemen van een dienst wil de consument een zo goed mogelijke keuze maken die aansluit op zijn of haar wensen. De handelaar kan hierbij helpen door de juiste informatie te verstrekken, op hem rust de zogenaamde informatieplicht. Bij de verkoop in een winkel dient de ondernemer informatie te geven over de kenmerken van het product of de dienst die hij verkoopt, over de totale prijs die betaald dient te worden, over de garanties enzovoort. De ondernemer dient dit op een duidelijke en begrijpelijke wijze over te brengen voordat de overeenkomst is gesloten. Bij telemarketing of verkoop via het internet gelden nog enkele aanvullende informatieverplichtingen. Het gaat te ver om hier in deze bijdrage op in te gaan. Ook de bedenktijd en de duur van de overeenkomst zijn voorbeelden van informatieverplichtingen. Wanneer de consument niet wordt geïnformeerd over de bedenktijd, dan wordt de bedenktijd van veertien dagen verlengd naar maximaal twaalf maanden. De duur van deze verlening hangt af van het soort overeenkomst dat is gesloten. Wel heeft de verkoper een herstelmogelijkheid om  alsnog informatie over de bedenktijd te verstrekken. Wordt deze informatie inderdaad  alsnog verstrekt, dan geldt vanaf dat moment een nieuwe bedenktijd van veertien dagen. Na de koopovereenkomst dient er door de verkoper een bevestiging van de overeenkomst worden overlegd. Dit gebeurt uiterlijk bij het leveren van de gekochte producten. De bevestiging dient te worden verstrekt in een duidelijke begrijpelijke taal, waarvoor geen handeling van de consument nodig is. Bovendien dient deze bevestiging op een duurzame  gegevensdrager ontvangen te worden, die dezelfde waarborgen kan bieden als papier.(4) Wat nu als de informatieplicht niet wordt nageleefd door de verkoper? De consument kan in dat geval, wanneer sprake is van misleidende omstandigheden door het weglaten van belangrijke informatie de overeenkomst vernietigen.(5) Voorwaarde is dat er een causaal verband dient te bestaan tussen het ontbreken van informatie en het aangaan van de overeenkomst. Er is echter in Boek 7 BW geen expliciete mogelijkheid opgenomen voor de vernietigingsmogelijkheid. Daarom zal de consument een beroep moeten doen op de oneerlijke handelspraktijken. Als andere mogelijkheid blijft bestaan het eisen van schadevergoeding. Het weglaten van informatie ex art. 6:230m BW wordt immers reeds als onrechtmatig beschouwd.(6)

Slot
De Richtlijn is van toepassing op overeenkomsten met consumenten. Business 2 business overeenkomsten vallen hier buiten. De belangrijkste vernieuwing is de verruiming van de ontbindingstermijn naar veertien kalenderdagen. Deze verruiming hangt samen  met een informatieverplichting die op de handelaar rust. Zo dient deze onder andere een modelformulier ter ontbinding van de overeenkomst aan te bieden. Daarnaast dient er een bevestiging te worden aangeboden, op welke manier de consument uitdrukkelijk akkoord gaat met het aangaan van de overeenkomst. Ontbreken dergelijke informatieplichten dan kan de ontbindingstermijn verlengd worden tot maximaal een jaar. De belangrijkste ontwikkeling is dat de consument de gehele koopovereenkomst kan vernietigen als de verkoper niet voldoet aan de informatieplicht van art. 6:230m BW. Als we een aantal  regelingen uit de Richtlijn bekijken kunnen we constateren dat de ondernemer er niet veel op voor uit gaat. Deze moet er rekening mee houden dat er geen betalingsverplichting is voor de consument. Bovendien is de wettelijke bedenktermijn een stukje rechtsonzekerheid voor de ondernemer. Het lijkt alsof de consument bij het aankopen van een product op afstand meer ruimte wordt gegeven. Zo mag hij het product uit de verpakking halen om het uit te proberen, mits dit binnen de grenzen blijft van wat als redelijk uittesten beschouwd kan worden. Mocht de tablet bij het inschakelen ervan toch niet aan de eisen voldoen, dan mag deze retour gestuurd worden. Wanneer de consument echter in een winkel een paar schoenen aanschaft, zal deze ze alleen kunnen ruilen wanneer zij in de originele verpakking zit – lees; de schoenendoos. Aan de andere kant is ook het bewijzen van een causaal verband tussen het verzuim van de informatieplicht en het aangaan van de overeenkomst vrij lastig. Het is de vraag of de consument kennis heeft van deze mogelijkheid tot vernietiging, te meer nu dit niet expliciet staat opgenomen.

Noten
1 M.Y. Schaub: in NTBR 2014/23: Het herroepingsrecht bij overeenkomsten op
afstand, afl. 5, p. 185- 193.
2 Kamerstukken II 2012/13, 33 520, 3, p. 38.
3 M.Y. Schaub, in: NTBR 2014/23, Het herroepingsrecht bij overeenkomsten
op afstand, afl. 5, p. 185- 193.
4 C- 49/11, ECLI:EU:C:2012:419 (Content Services LTD vs.
Bundesarbeitskammer).
5 Artikel I onder C Implementatiewet richtlijn consumentenrechten.
6 L.B.A. Tigelaar, Sancties op schending van informatieplichten uit de
Richtlijn consumentenrechten, TvCH, 2013-4, p. 158.

 

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.