Jaargang 44 - Nummer 2

Interview met Carsten Herstel: regiodirecteur gevangeniswezen

Door Ingrid Hekman & Nikki Koops

Het gevangeniswezen in Nederland is een bijzondere organisatie, het is maatschappelijk relevant, maar wordt ook gekenmerkt door geslotenheid. Hierdoor bestaan er veel misverstanden over de gang van zaken binnen de Nederlandse gevangenissen. Om deze misverstanden op te helderen en een beter beeld te krijgen van het gevangeniswezen in zijn geheel, hebben wij de heer Herstel hierover een aantal vragen gesteld.

De heer Herstel is 44 jaar, afkomstig uit Utrecht en begon zijn carrière in Groningen. Hij studeerde daar publiekrecht en privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Naast zijn studie hield hij zich bezig met bestuurlijke taken, hij was actief in de faculteitsraad, het faculteitsbestuur en de universiteitsraad. Sinds twee jaar is hij werkzaam als Regiodirecteur Gevangeniswezen. Na ontvangst op het hoofdkantoor in Den Haag, volgde een interessant gesprek over het Nederlandse gevangeniswezen.

Zou u ter verduidelijking de structuur binnen het gevangeniswezen willen omschrijven?

Dit is het hoofdkantoor van het agentschap, dat Dienst Justitiële Inrichtingen heet. Dit agentschap maakt onderdeel uit van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ministerie is onderverdeeld in vier sectoren waar het gevangeniswezen één sector van is. De andere sectoren zijn jeugd,  vreemdelingenbewaring en forensische zorg (waar ook TBS een onderdeel van is). Het gevangeniswezen is de grootste sector. Binnen DJI werken ongeveer 18.000 mensen. Van deze 18.000 mensen werken er ongeveer 10.000 in de gevangenissen. Er zijn in Nederland 43 gevangenissen, onderverdeeld in 29 vestigingen. Deze zijn met het oog op de bestuurbaarheid onderverdeeld in drie regio’s, Noord-Oost, Zuid en West. “Ik ben verantwoordelijk voor de regio West. Samen met twee andere regiodirecteuren ben ik verantwoordelijk voor het algemene bestuur. Ook ben ik de voorzitter van ons drieën en bestuurder in de zin van de Wet van de Ondernemingsraden (WOR).” Elke gevangenis heeft zijn eigen ondernemingsraad en op landelijk niveau worden de vestigingen vertegenwoordigd door de groepsondernemingsraad (GOR).

Wat zijn precies uw bevoegdheden als regiodirecteur?

“Een belangrijk deel van mijn werk als directeur gevangeniswezen is het managen van de gevangenissen in mijn regio. Dit houdt in het houden van managementgesprekken met de directeuren van de gevangenissen. Deze gesprekken gaan bijvoorbeeld over de arbeid die gedetineerden (moeten) verrichten of over het ziekteverzuim binnen een gevangenis. Ze gaan ook over het verdere personeelsbeleid en over inhoudelijke prestaties. Als regiodirecteur ben ik verantwoordelijk voor het faciliteren van de vestigingen zodat het systeem blijft draaien. Verder gaan de managementgesprekken voor een belangrijk deel over geld, hoeveel budget krijgt een gevangenis om te doen wat de samenleving van het gevangeniswezen wil. Ook het bespreken van noodzakelijke verbeteringen naar aanleiding van een bezoek van de inspectie komt regelmatig voor. Zo kunnen we plannen maken voor verbetering; er mogen fouten worden gemaakt, maar van fouten moeten we leren en dus moet iedereen openstaan voor kritiek. Dit alles wordt besproken in de managementgesprekken. Mijn werk bestaat uit een aantal grote onderdelen, waar het managementgesprek één van is. Een volgend onderdeel is dat wij de schakel zijn tussen enerzijds het ministerie en anderzijds de vestigingen. De politiek, met Fred Teeven als nieuwe staatssecretaris, maakt het beleid en wij geven aan wat de uitvoeringsconsequenties daarvan zijn. Samenvattend kun je zeggen dat het eigenlijk een tussenfunctie is. Aan de ene kant faciliteren en ondersteunen naar de vestigingen toe en aan de andere kant de uitvoeringsconsequenties van het beleid voor het voetlicht brengen. Zoals gezegd, ben ik daarnaast ook nog de bestuurder in de zin van de WOR. Over grote ontwikkelingen binnen het gevangeniswezen heeft de GOR instemmings- of adviesrecht. Het is daarom belangrijk om het gesprek met de medezeggenschap goed vorm te geven. Dit noemen wij participatief werken, wat inhoudt dat het gesprek op het scherpst van de snede wordt gevoerd, maar dat de medezeggenschap in een vroegtijdig stadium wordt betrokken. Met het oog op het draagvlak binnen een grote organisatie als het gevangeniswezen is dit van groot belang. We willen bij nieuwe ontwikkelingen en beleidswijzigingen zo snel mogelijk weten wat het personeel vindt. Mijn werk is dus heel veelzijdig. Het is een prachtige, maar soms ook rauwe organisatie, waar mensen met hart en ziel werken aan een nieuwe kans voor een gedetineerde. Vakmanschap is het sleutelwoord van deze organisatie, dit is nodig om elke dag met de gedetineerden om te gaan.”

Welke eigenschappen heeft een goed directeur Gevangeniswezen volgens u nodig?

“Voor deze baan moet je goed kunnen verbinden. Dat is in deze organisatie die vanzelfsprekend een gesloten karakter heeft naar de rest van de samenleving, maar ook voor de mensen die er gedetineerd zijn, heel belangrijk. Het doel van het gevangeniswezen maakt dat je verbindend leiderschap moet laten zien. Dit geldt voor alle leiders van grote organisaties, maar in het bijzonder voor het gevangeniswezen. Verder is respect voor mensen cruciaal. Voor onze kerntaak, de veiligheid voor de samenleving en voor de medewerkers en de gedetineerden, is bovendien ook transparantie en duidelijkheid van belang. We moeten zorgen voor een veilige omgeving voor gedetineerden en voor de mensen die er werken. Dus ten eerste verbindend zijn, transparant zijn en voor veiligheid zorgen. En dat in een tijd van stevige bezuinigingen. Ten slotte gaat het natuurlijk ook om het geven van instructies, het maken van heldere afspraken maken en om strak besturen. Het is dus een combinatie van heel duidelijk zijn, instrueren, veiligheid voorop stellen en verbinden.”

Heeft dit verbinden ook betrekking op de gedetineerden en de samenleving?

“Om hier een antwoord op te kunnen geven komen we eerst bij de doelen van het gevangeniswezen. Het eerste doel is vergelding, mensen hebben iets gedaan en moeten daarvoor straf ondergaan. De gevangenissen zijn een stok achter de deur voor de maatschappij door in opdracht van de rechterlijke macht te vergelden. Naast vergelding is een doen van het gevangeniswezen ook resocialisatie en recidivevermindering. Het helpt om even in de gevangenis te zitten, want dan ben je even uit de samenleving, op dat moment kun je geen nieuwe delicten begaan. Maar de meeste gedetineerden komen regelmatig in aanraking met justitie. De tijd dat iemand in de gevangenis zit, wordt zo goed mogelijk gebruikt om te voorkomen dat diegene weer in de fout gaat. Dat kunnen we niet alleen, daarvoor werken we samen met onze ketenpartners. De verbinding houdt dus de verbinding tussen de gedetineerden en de samenleving in, maar ook tussen het gevangeniswezen en andere organisaties die in een keten met ons samenwerken om de veiligheid van de samenleving te vergroten. Dit zijn onder andere de reclassering, het openbaar ministerie, de gemeenten en de politie. Samenwerking is belangrijk, want meestal verblijven de mensen maar heel kort in de gevangenis, zo’n 70 procent is er korter dan drie maanden. Dat betekent korte detentie en dan is het moeilijk om te organiseren dat diegene nooit meer in de fout gaat. We moeten er voor zorgen dat iemand niet slechter uit een gevangenis komt, dan dat diegene er in is gegaan. Dit kan door middel van gezondheidszorg, maar ook door interventies, zoals cognitieve vaardigheidstrainingen.

We proberen te organiseren dat mensen als het ware een beetje zijwind krijgen. Mensen zitten vaak vast in een patroon van vrienden en familie, waar criminaliteit deel van uit maakt. De  gedachte is om dat patroon te doorbreken tijdens de tijd van detentie. Dit kan bij korte detentie door middel van een soort kapstok, waaraan zorg of ondersteuning door ketenpartners kan worden opgehangen. Door middel van samenwerking kunnen de risico’s in kaart worden gebracht en kan een traject worden afgesproken.”

Er wordt vaak gezegd dat het zitten in een Nederlandse gevangenis vergelijkbaar is met het zitten in een hotel. Hoe ziet u dit? Vindt u dat het leven in een Nederlandse gevangenis wel meevalt of denkt u daar heel anders over?

“Ik ben heel trots op het gevangenisleven in Nederland, ook als je het vergelijkt met de rest van de wereld. Er zijn landen die ook een goed gevangeniswezen hebben, maar er zijn ook veel landen waar het minder humaan is. Het is relatief veilig in onze gevangenissen, het aantal incidenten is relatief gering. Er zijn ook weinig ontvluchtingen. Enkele jaren geleden vonden er wel eens gijzelingen plaats, maar dat is enorm afgenomen. Dit mede door de ontwikkeling van de extra beveiligde inrichting in Vught. Het is dus veilig en humaan, je komt er als gedetineerde niet slechter uit dan dat je er in bent gegaan. En we vinden ook nog de tijd om zijwind te organiseren. Daar ben ik heel trots op. Maar het is absoluut geen hotel, veel mensen hebben een verkeerd beeld van het gevangeniswezen. In dat opzicht is de jaarlijkse open dag heel belangrijk, ik hecht er dan ook veel waarde aan. Ongeveer 10.000 mensen komen op deze dagen kijken in de verschillende vestigingen. We meten het oordeel van de mensen die nog nooit in een gevangenis zijn geweest voor en na het bezoek. Dan zie je dat meer dan driekwart van de mensen hun mening bijstelt als ze binnen zijn geweest. Het leven in een gevangenis is absoluut niet te vergelijken met een leven in een hotel. Het leven is er sober. Maar wat misschien wel het belangrijkste is, en dat maakt ook dat er sprake is van vergelding, is dat je niet meer gaat over je eigen leven, je zit opgesloten. Je bent de regie over je eigen leven kwijt, je ben afhankelijk van anderen en je bent je vrijheid kwijt. Dit is een heftige ingreep in iemands leven. Door middel van de zogenaamde detentiefasering bereiden we de gedetineerde voor op de terugkeer in de samenleving. Dit betekent dat je je straf begint in een gevangenis met een gesloten setting. Door de detentiefasering kun je aan het einde van je straf worden overgeplaatst naar een beperkt beveiligde of zelfs een zeer beperkt beveiligde inrichting. De mate van beveiliging heeft te maken met het regime waar je zit. Als je niet meewerkt zijn er ook nog andere regimes. Dit zijn eigenlijk straffen binnen de gevangenis, zoals plaatsing op een afzonderingsafdeling of zelfs plaatsing in een isoleercel.”

Daarop voortbouwend, wanneer wordt een gedetineerde in de isoleercel geplaatst?

“Je komt in de isoleercel als je je misdraagt. Dit is onder andere wanneer je mensen bedreigt, fysiek geweld gebruikt of als je andere gedetineerden iets aandoet. Dus kort gezegd kom je erin wanneer je de orde verstoort. De gevangenisdirecteur is verantwoordelijk voor de veiligheid, hij moet de orde bewaren. In de gevangenis moet rust, regelmaat en reinheid heersen. Alles moet strak geregeld zijn. We willen veel discipline uitstralen in onze organisatie en als je daar uitbreekt kun je bijvoorbeeld in de isoleercel worden geplaatst. De directeur is bevoegd om iemand in de isoleercel te laten plaatsen. Als je daar zit, moet je worden bezocht door een psycholoog en een verpleegkundige. Naast isolatie zijn er ook andere sancties mogelijk zoals de afzondering op de eigen cel. Je kan dan niet deelnemen aan de arbeid en aan alle andere gemeenschappelijke dingen. Er is een aantal basisactiviteiten waar je als gedetineerde recht op hebt, onder andere luchten. Je kunt ook worden overgeplaatst naar de landelijke afzonderingsafdeling. Een gedetineerde kan bij de Commissie van Toezicht tegen de sancties in beklag gaan. Een gedetineerde heeft dus wel rechten zodra hij binnen de gevangenis gestraft wordt. Daar hebben we ons eigen interne rechtssysteem voor, om het zo maar te zeggen.”

Komen opstanden vaak voor?

“Er komen relatief weinig opstanden in Nederland voor als je het vergelijkt met het buitenland. De opstanden die voorkomen zijn incidenteel. Toen in de afgelopen periode het dagprogramma in alle gevangenissen is veranderd, hield dat in dat de gedetineerden werden beperkt in hun vrijheid. Dit was aanleiding voor een aantal opstandjes, bijvoorbeeld dat de gedetineerden de luchtplaats niet wilden verlaten.”

In films wordt vaak het beeld geschapen dat bewaarders zwaar bewapend rondlopen. Wat is het wapenbeleid voor cipiers in Nederland?

“Cipiers in Nederland hebben geen wapens, ze hebben wel handboeien. Als er een probleem dreigt, bijvoorbeeld bij een psychische stoornis, is er een crisisinterventie. Een gedetineerde kan dan worden overgeplaatst als het gaat om ernstige psychische problemen. Dit gaat vaak gepaard met enige hevigheid, hiervoor worden dan speciale bijstandsteams ingeschakeld die wapenstokken en schilden hebben voor de veiligheid. Het kan ook voorkomen dat iemand die niet meewerkt, met geweld in de isoleercel wordt geplaatst. Maar er zijn nooit vuurwapens aanwezig.”

Ditzelfde geldt voor drugsgebruik. Zijn drugs een groot probleem binnen de gevangenismuren? En zo ja, hoe wordt hier mee omgegaan?

“Wij doen er alles aan om de gevangenissen drugsvrij te houden, maar in de praktijk blijk dit een lastige opgave. We hebben een drugsontmoedigingsbeleid, dat inhoudt dat we onder andere gebruik maken van honden bij de opsporing van drugs. Ook zijn de bezoekzalen zo ingericht dat het moeilijk is voor bezoekers om drugs aan de gedetineerden te geven. De bezoekers kunnen gefouilleerd worden en de gedetineerden kunnen gevisiteerd worden, maar mensen zijn natuurlijk zeer inventief om kleine hoeveelheden drugs naar binnen te smokkelen. Een groot deel van de gedetineerden heeft een verleden met een drugsverslaving of is zelfs nog verslaafd. Dit is dus in de praktijk lastig, maar het is zeker niet zo dat gedetineerden op grote schaal stoned over de luchtplaats lopen.”

Het merendeel van de gedetineerden kampt met een psychische stoornis of een verslaving. Biedt het gevangeniswezen ook zorg en behandeling hiervoor en in welke mate?

“Iedere gedetineerde die dat nodig heeft, krijgt zogenaamde basiszorg. Als een collega ziet dat er iets mis is, wordt er voor gezorgd dat de gedetineerde even veel zorg krijgt als dat hij zou krijgen buiten de gevangenis. Dit natuurlijk met de beperkingen die de gesloten setting en de beperkingen in geld met zich mee brengen. De visie is dat wij zorg leveren die helpt bij de vermindering van de recidive, maar wij leveren ook gewoon verantwoorde zorg. Dat kan somatische zorg zijn, zoals de huisarts en de tandarts, maar dus ook psychische zorg. Voor de psychiatrische en psychologische zorg heeft DJI een aparte dienst, het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie en Psychiatrie (NIFP). Elke gevangenis heeft ook een eigen psycholoog of psychologen. Als een gedetineerde echt patiënt is, hebben we verschillende voorzieningen. De eerste houdt in dat hij naar een zogenaamde extra zorgvoorziening gaat, die elke gevangenis heeft, maar deze is meer voor mensen die de hectiek van het dagprogramma niet aan kunnen of voor mensen die in de gevangenis beschermd moeten worden tegen medegedetineerden. Verder zijn er vijf penitentiaire psychiatrische centra, waaronder ook de crisisinterventie, daar is naast de basiszorg aanvullende psychische zorg aanwezig.”

Verschilt het Nederlandse gevangeniswezen met het gevangeniswezen van omringende landen? Met andere woorden, is het Nederlandse detentierecht bijzonder?

“Ja, ik denk dat wij erg ver zijn in de ontwikkeling met betrekking tot de bejegening van gedetineerden. Wij noemen dat motiverende bejegening. Het uitgangspunt hierbij is de eigen verantwoordelijkheid van de gevangene. Hij wordt door de medewerkers van het gevangeniswezen gemotiveerd om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen detentietraject. We behandelen de gedetineerden met respect, maar zijn daarentegen ook duidelijk en streng. We geven de mensen feedback, we kijken wat ze kunnen verbeteren om niet weer in de fout te gaan. Ik geloof erg in het motiverend en respectvol behandelen van gedetineerden, maar tegelijkertijd in streng zijn en grenzen aangeven.. Motiverende bejegening maakt deel uit van de modernisering van het gevangeniswezen, een programma waarmee de sector Gevangeniswezen invulling wil geven aan haar bijdrage aan het terugdringen van recidive. Waar veel mensen van opkijken, is van het feit dat we jaren achter de rug hebben van onderbezetting. Dat is natuurlijk goed nieuws voor de maatschappij, want die wordt veiliger. Los van de veiligheidsbeleving, is het de afgelopen jaren steeds veiliger geworden in Nederland. De recidivecijfers nemen ook voor het eerst af en we zijn op weg om een aantal gevangenissen te sluiten. Er zijn dus minder boeven dan dat we plaatsen hebben. Dit is vreemd als je dat vergelijkt met de omringende landen, daar is het juist omgekeerd. Dat is ook de reden dat we de gevangenis in Tilburg hebben verhuurd aan België. Dit is een bijzonder project en een erg bijzondere situatie, nergens anders in de wereld is dit eerder vertoond. Verder zijn de voorzieningen in de instellingen van een kwalitatief goed niveau, maar er zijn meer plekken waar dit ook zo is, bijvoorbeeld in Noorwegen. Concluderend zijn we dus verder in de manier waarop wij denken dat recidive voorkomen kan worden, door middel van de motiverende bejegening. Daarbij hebben we momenteel onderbezetting, wat bijzonder is. Verder zijn de voorzieningen van een kwalitatief goed niveau. Relatief gezien doen we het dus niet slecht in Nederland, maar in essentie is een gevangenis in Nederland vergelijkbaar met die in andere landen.”

Hoe ziet u de toekomst van het gevangeniswezen in Nederland?

“Ik heb geloof in het programma Modernisering Gevangeniswezen (MGW). Dat wil zeggen dat ik denk dat dat de manier is om gedetineerden een programma aan te bieden, om hen te laten werken aan hun resocialisatie en hen structuur te bieden. We zijn streng voor de gedetineerden, maar we bejegenen hen respectvol en humaan. Hoe meer er wordt gewerkt aan de vermindering van de recidive, hoe minder criminaliteit er in Nederland zal zijn. Daardoor zullen er minder mensen in de gevangenis terecht komen en zullen er minder gevangenissen nodig zijn. Als we onze opdracht goed uitvoeren, zullen we in de toekomst een wezenlijke bijdrage gaan leveren aan een veiliger Nederland, dit in samenwerking met de ketenpartners. Tegelijkertijd zal het gevangeniswezen in Nederland kleiner worden. We zullen uiteindelijk een soort basis bereiken, die niet kan verminderen, want er zal altijd criminaliteit blijven. Maar ik denk dat dit de toekomst van het gevangeniswezen is. We hebben een heldere visie en versterken het vakmanschap van onze medewerkers, dat is volgens mij onze succesfactor. We zullen wel meer moeten laten zien wat voor mooi werk we doen en wat voor lastige opdracht van de samenleving wij aan het uitvoeren zijn. De mensen die bij ons werken zijn erg gemotiveerd, het is toch bijzonder werk. Om onze opdracht te kunnen verwezenlijken moeten we dat vooral zo houden, de mensen moeten gemotiveerd blijven om dit lastige werk te blijven doen.”

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.