Jaargang 44 - Nummer 1

Interview met twee juristen bij het ministerie van buitenlandse zaken

Geert van den Borne en Foort van Oosten
Juristen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken

Op 13 september vormde het ministerie van Buitenlandse Zaken het decor voor een interview met twee medewerkers van de Directie Juridische Zaken (DJZ), mr. Geert van den Borne en mr. Foort van Oosten. We werden door één van hen ontvangen in de centrale hal van het ministerie, waarna we onze weg richting de vierde verdieping vervolgden. Met gepaste trots werd ons verteld dat dit ook de verdieping was waar de bewindslieden kantoor houden, dicht bij de macht dus. Na ontvangst ontluikt zich een gesprek over de studietijd, werken bij het ministerie en de verschillen en overeenkomsten met de advocatuur.

Foort en Geert werken beiden ruim vierenhalf jaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling Directie Juridische Zaken (DJZ). DJZ is een directie die zorgt voor juridische ondersteuning van het gehele ministerie (departement in Den Haag en de ambassades in het buitenland) en beslaat daarom ook alle algemene rechtsgebieden. De directie is opgedeeld in de rechtsgebieden civiel, bestuur, Europees en internationaal alsmede verdragen. Foort is werkzaam op de afdeling civiel recht, Geert is jurist bij de afdeling bestuursrecht.

Foort en Geert werken ongeveer even lang bij DJZ, maar legden beide een verschillende route af alvorens ze bij het ministerie begonnen. Foort is na een studie Nederlands recht in Leiden (“toen heette dat nog basis-doctoraal Nederlands recht met differentiatie privaatrecht”), een periode in Frankrijk gaan studeren. Na een tweetal stages is hij begonnen bij het advocatenkantoor AKD Prinsen Van Wijmen. Naast Foort’s interesse voor het Nederlandse recht, volgde hij ook de differentiatie fase Europees en internationaal recht en liep hij stage bij de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties en het kantoor van de Landsadvocaat. Na de stage bij het advocatenkantoor Pels Rijcken wist Foort dat hij de advocatuur in wilde en sprak hij op een carrièrebeurs met mensen van AKD. Hier is hij uiteindelijk ruim vier jaar advocaat geweest maar de interesse voor het internationale recht bleef. Omdat hij bij AKD werkzaam was in een nationale praktijk en er een vacature openstond bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, besloot Foort te solliciteren bij het ministerie. Hij werd aangenomen bij de Directie Juridische Zaken, op de afdeling civiel recht.

Veel juristen bij DJZ zijn afkomstig uit de advocatuur, zo niet Foort’s collega Geert. Hij begon een studie geschiedenis in Nijmegen, maar koos in het kader van zijn vrije ruimte in het derde jaar verschillende rechtenvakken. Hier bloeide zijn liefde voor het recht op en hij besloot er een volledige studie rechten bij te gaan doen. Geert is wat betreft zijn rechtenstudie afgestudeerd in bestuursrecht en strafrecht. Na zijn afstuderen heeft hij eerst bij een bedrijf gewerkt dat achterstanden van het UWV wegwerkte en hiervoor pas-afgestudeerden inhuurde. Na een half jaar is hij echter gaan werken voor een detacheringsbureau en werd Geert onder meer geplaatst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarna is Geert gaan werken bij de bestuursrechtelijke afdeling van de RDW (Dienst Wegverkeer), waar hij goede ervaringen aan over heeft gehouden. Geert was hier met name bezig met het toezicht op APK-keuringen en de sancties voor garagebedrijven die hier soms uit voortvloeien, oftewel: “Heel veel bezwaar- en beroepszaken met de knalpijpen op tafel”. Tot Geert op een dag werd gebeld door het ministerie, ze kenden hem nog van zijn periode dat hij er gedetacheerd was, met de vraag of hij wilde solliciteren op een openstaande vacature. Zo geschiedde, Geert werd aangenomen en werkt nu ruim viereneenhalf jaar bij DJZ.

Zowel Foort als Geert zijn dus afkomstig uit het bedrijfsleven, zij het dat Geert een periode werkte voor de Rijksdienst Wegverkeer. Is er nu werkelijk een groot verschil tussen de commerciële en ambtelijke wereld? Foort: “Het is op veel manieren verschillend. In de advocatuur werkte ik op een groot kantoor, maar dat is natuurlijk niet te vergelijken met dit ministerie, laat staan met de hele Rijksoverheid. Wat betreft de inhoud van het werk zie ik vele overeenkomsten. Een groot verschil zijn de cliënten, bij AKD werkte ik voor externe cliënten en hier op dit moment maar voor één: de minister van Buitenlandse Zaken. Wat betreft het aantal cliënten lijkt het werk dus minder gevarieerd, maar de inhoud van de zaken is hier even divers als bij een advocatenkantoor.” Is het harder werken in de advocatuur? Foort: “Ik denk dat als je efficiënt werkt, je niet per sé elke dag tot laat door hoeft. Maar de druk op een ministerie is wel anders dan bij een advocatenkantoor. Kijk, als je cliënt morgen een kort geding heeft, dan moet je daar wel staan. Bij het ministerie kunnen zich ook zeker spoedeisende zaken voordoen, maar je bent hier vaak onderdeel van een groter proces, waardoor je eventuele problemen eerder aan ziet komen dan dat je dat in de advocatuur soms kan. Dat is denk ik waarom hier de spoed anders wordt ervaren.”

Één van de interessante aspecten van het werken bij een ministerie is dat je werkzaamheden ‘s avonds bij het journaal voorbij kunnen komen of de volgende morgen in de krant staan. Foort: “Het ministerie wordt bijna elke dag in de media genoemd, maar dat hoeft niet te betekenen dat je daar als jurist bij betrokken bent geweest. Persoonlijk houd ik mij voornamelijk bezig met aanbestedingen en contracten in het kader van ontwikkelingssamenwerking, die komen – gelukkig zou ik bijna willen zeggen – niet zoveel terug in de krant, omdat ze dan ook goed verlopen. De kern van het werk van het ministerie, het buitenlandse beleid, komt op onze directie alleen langs als het een juridische component heeft.” Geert: “Nu Nederland zich heeft teruggetrokken uit Afghanistan, moeten allerlei projecten worden overgedragen aan de landen die het van ons overnemen. Zo is met Nederlands geld daar een weg geasfalteerd die daar is neergelegd door een Duitse partner. Daar moeten natuurlijk contracten voor worden afgesloten en de projecten die zijn en worden overgedragen moeten ook juridisch worden afgehandeld.” Foort: “Het interessante aan het werk hier is dat je samen met andere directies samenwerkt om tot een eindproduct te komen. Dit hoeven niet puur juridische kwesties te zijn, maar als er een juridische component aan zit, werken wij ook mee. Dus dan werk je samen met andere specialisten, zoals landenmedewerkers of financieel-specialisten. Dat is ook een groot verschil met de advocatuur, waarbij je vaak alleen werkt aan het juridische probleem en niet zoveel daaromheen. Dat los je op, of niet en dan wordt het weer overgenomen door de organisatie die je heeft ingehuurd. Hier blijf je meer betrokken bij de gehele gang van zaken.”

Het romantische beeld van het werken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken is dat je veel reist, en verblijft in steden als Brussel, New York en Genève. Geldt dit voor jullie ook? Geert: “Nee, wat dat betreft zitten jullie hier verkeerd. Wij werken op de wat meer nationale rechtsgebieden, dus wij hoeven niet veel te reizen. Onze collega’s van Europees recht die doen procedures bij het Hof van de Europese Unie, dus die moeten vaak naar Luxemburg. De juristen die werken op de afdeling internationaal recht onderhandelen over internationale verdragen en moeten daarvoor natuurlijk  wel eens reizen. Dat zijn de twee afdelingen die het meest reizen, de juristen op de afdeling verdragen reizen ook minder, omdat de verdragen meestal hier gesloten worden.”

Hoe zit het met het up-to-date houden van jullie juridische kennis? Geert: “Alle juristen hebben een budget waarmee we postdoc-opleidingen en trainingen kunnen volgen. Daar is een grote mate van vrijheid in, wat dus goed is geregeld bij de overheid. In overleg met je leidinggevende kun je kiezen in wat voor materie je jezelf wat meer zou willen verdiepen. Een collega van ons heeft onlangs de Grotius opleiding gedaan, dat is een uitgebreide juridische opleiding die ook veel geld kost. Er zijn dus genoeg mogelijkheden om je verder te ontwikkelen, mits je daar de tijd en kunde voor hebt.” Foort: “Daarnaast hebben we regelmatig een jurisprudentie overleg en er zijn ook collega’s die artikelen publiceren in juridische tijdschriften. Bovendien hebben we een waslijst aan juridische tijdschriften die we lezen en beoordelen, of waar we artikelen uithalen wanneer we denken dat ze relevant zijn.  Voor mijzelf geldt dat ik nog ingeschreven sta als advocaat, dus dan moet je punten halen om dat te kunnen blijven. Los van die verplichting is het natuurlijk altijd relevant om jezelf bij te laten scholen. De gehele afdeling heeft een budget voor scholing, dus er wordt goed gekeken naar de relevantie van een training en wat je eraan hebt in de nabije toekomst. Geert heeft gelijk als hij zegt dat hier bij het ministerie goede mogelijkheden bestaan om jezelf als jurist te ontwikkelen.”

De meeste medewerkers binnen het ministerie zullen een politieke voorkeur hebben. Aan het hoofd van het departement staat – als je geluk hebt – om de vier jaar nieuwe bewindspersonen van uiteenlopende politieke signaturen. Levert het werken onder een bewindspersoon die er andere politieke denkbeelden op na houdt wel eens gewetensbezwaren op? Foort: “Als ambtenaar moet je inderdaad loyaal zijn aan je bewindspersonen, maar ik heb zelf nooit ervaren dat ik in gewetensnood kwam door uitspraken van een bewindspersoon. Ik heb ook niet de indruk dat veel  collega’s, ook al wil ik niet voor hun spreken, in hun werkzaamheden in gewetensnood verkeren of dit hebben gedaan. Dit is het soort organisatie dat met zich meebrengt dat je wel in lijn ervan moet werken. Geert: “Op lager niveau zijn er natuurlijk altijd juridische discussies, er zijn immers meer kanten aan de medaille. Soms weet je anderen te overtuigen van jouw zienswijze, een andere keer moet je kunnen accepteren dat een bepaalde afwijkende lijn wordt gekozen. Wij werken in een hiërarchische organisatie en als jouw direct leidinggevende iets anders vindt, dan heb je daar mee te leven. Als jurist wil je altijd gelijk hebben en denk je vaak dat je gelijk hebt, maar dat is natuurlijk niet altijd het geval. Ik denk niet dat dat heel veel anders is dan bij een advocatenkantoor.” Foort: “Klopt.”

Beleidsmedewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken word je niet zomaar, je moet namelijk in staat worden geacht Nederland te kunnen vertegenwoordigen in den vreemde. Het diplomatenklasje, of kortweg ‘klasje’, is een groep van ongeveer vijftien mensen die jaarlijks worden opgeleid tot diplomaat. Voor het klasje zijn telkens vele honderden aanmeldingen en het kent daarom dus ook een strenge selectieprocedure. Juristen en andere specialisten volgen dit traject niet, zij worden via vacatures geworven, de zogenaamde zij-instromers. Door de komende bezuinigingen bij de overheid wordt dat wel steeds lastiger. Wil je echter als afgestudeerd jurist een diplomatieke carrière najagen, dan zul je dit moeten proberen te bereiken via het klasje. Geert: “De personeelsdienst onderscheidt de specialistische stroom en beleidsstroom ook van elkaar. Je kunt vanuit de specialistische stroom niet direct solliciteren op een functie in de beleidsstroom.” Vinden jullie het een gemis dat jullie niet via het klasje binnen zijn gekomen? Geert: “Ik vind het geen gemis, wij zijn immers als jurist geworven en dan heb je een andere rol. Het klasje leidt mensen op voor een internationale Buitenlandse Zaken carrière, als jurist word je juist specifiek geworven voor je juridische kennis.” Het ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert als enige ministerie een specifiek opleidingstraject, alle andere ministeries werven mensen die het Rijkstraineeship doorlopen. Is het raar dat dit ministerie een ander opleidingstraject heeft? Geert: “Het klasje functioneert naar ieders tevredenheid, dus er is geen reden om dit aan te passen. Ik geef zelf elk jaar een uurtje college over het bestuursrecht aan het klasje en ik merk op dat er steeds meer ambtenaren van andere ministeries bij zitten. Na het klasje gaan zij aan de slag in internationale functies voor hun eigen ministerie. Foort: “Er wordt tegenwoordig meer en meer samengewerkt met andere ministeries, wat een goede ontwikkeling is. Sowieso bestond er altijd al veel overleg tussen de ministeries, het zogenaamde Interdepartementaal overleg. Ministeries moeten afslanken dus er moet daarom ook meer worden samengewerkt. Geert: “Het zou mij niet verbazen als er in de toekomst een soort ‘juristenpool’ ontstaat, waarbij juristen uitwisselbaar zijn met andere departementen. Het voordeel hiervan is dat kennis gedeeld wordt en er efficiënter gewerkt kan worden. Nadeel is wel dat je verder van beleid en inhoud zit, dus je kunt eventuele misverstanden dan pas in een laat stadium herstellen en soms pas als het kwaad reeds is geschied.” Foort: “Ik zit nu zelf in een interdepartementale werkgroep inzake de algemene voorwaarden van de overheid. We maken hierin gebruik van elkaars expertise, dit kan niet alleen op het gebied van juristen, maar zeker ook op andere terreinen.”

Één van de speerpunten van een nieuw kabinet zal het afslanken van de overheid zijn. Partijen als de VVD gaan historisch prat op een kleinere overheid; de beoogde 18 miljard euro die bezuinigd moet worden zal zeker zijn effect hebben op het ambtenarenapparaat. Zijn het onzekere tijden op het ministerie? Foort: “Ongeacht de politieke signatuur van de aanstaande regering, zal er bezuinigd moeten worden op de overheid. Hoe dat precies zal uitwerken is niet zeker, daarvoor zullen we toch echt moeten wachten op een regeringsakkoord.” Geert: “Ik, als relatief jongere, houd me vast aan het idee dat vanwege de vergrijzing veel ouderen met pensioen zullen gaan. Er wordt op de gangen van het ministerie veel gepraat over de aanstaande bezuinigingen, maar vooralsnog weet niemand waar de klappen gaan vallen.”

Het werken als jurist bij het ministerie van Buitenlandse Zaken kenmerkt zich door zijn veelzijdigheid en internationale aspect. Wat zijn voor jullie hoogtepunten in jullie loopbaan als jurist bij dit ministerie? Foort: “Voor mij persoonlijk is dat de inzet die dit ministerie heeft gehad om de bootverbinding tussen Vukovar en Bac (Kroatië, en Servië red.) te herstellen. Hierdoor konden velen hun familie en vrienden na lange tijd elkaar weer in de armen sluiten. Ik ben zelf ook in Vukovar geweest en dan komt je werk ineens erg dichtbij. En natuurlijk de verhuizing van de achtste naar de vierde verdieping, de verdieping waar de bewindslieden zitten.” Schertsend: “Wij als directie zijn toch weer dichter bij de macht gekomen.” Voor Geert ligt dit anders, hem kan de verhuizing niet veel deren. Geert: “Hoogtepunten voor mij zijn zaken die worden gewonnen. Zeker als het lastige bezwaar- en beroepszaken zijn, waar soms wel twintig processen tegelijk lopen. Het geeft veel voldoening als je dat goed weet af te sluiten.”

Ten slotte: welke tips hebben jullie voor de rechtenstudenten? Foort: “Oriënteer je tijdens je studie op een brede manier, staar je niet blind op je studie. Loop een stage of studeer over de grenzen. In een tijd waarin er minder sollicitatiekansen zijn, moet je je op een bepaalde manier onderscheiden. Door het lopen van een stage kun je direct in contact komen met een eventuele toekomstige werkgever en kun je voor jezelf beoordelen of je er thuis hoort. Bovendien zul je dan in een sollicitatiegesprek je motivatie beter kenbaar kunnen maken. Mijn waardevolste ervaring tijdens mijn studie waren de stages die ik heb gelopen, hierdoor wist ik dat ik in de advocatuur wilde starten. Bezuinig niet teveel op dit soort activiteiten, ook al is de studiedruk hoog of krijg je er geen punten voor.” Geert: “Ik sluit me bij Foort aan: een brede oriëntatie is belangrijk. Door mijn studie geschiedenis heb ik op een andere manier leren kijken naar zaken, waardoor je niet alleen maar het ‘juridische molentje’ draait. Helemaal binnen een organisatie als Buitenlandse Zaken kijken niet al je collega’s op een juridische manier naar de problemen. Zij benaderen het op een andere manier. Hoe eerder je een andere invalshoek leert begrijpen, hoe sneller je tot een uitkomst komt.”

Geïnteresseerd in een baan als jurist bij de overheid of het werk van het Ministerie van Buitenlandse Zaken? Kijk op www.werkenbijhetrijk.nl, www.academievooroverheidsjuristen.nl en www.minbuza.nl.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.