Jaargang 44 - Nummer 3

Interview met Sandra Lutchman: bestuursvoorzitter van Amnesty International, afdeling Nederland

Door Hilde van der Veen & Pauline Lindeman

Sandra Lutchman is in juni 2008 voor een termijn van drie jaar gekozen als voorzitter van het bestuur van Amnesty Nederland. Lutchman heeft privaat- en internationaal recht gestudeerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze heeft gewerkt bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de Europese Commissie en de Bestuursdienst van de gemeente Amsterdam. Momenteel is Lutchman directeur van de stichting Common Purpose Nederland. Daarnaast is zij onder meer lid van de Raad van Toezicht van Oxfam Novib en van de Denktank Public Space.

Amnesty International is een onpartijdige en onafhankelijke organisatie die zich al sinds 1961 inzet voor de naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) en van andere mensenrechtenverdragen en -documenten. Amnesty voert actie en doet onderzoek om schending van deze rechten tegen te gaan en heeft bijna 2,8 miljoen leden, donateurs en vaste begunstigers in meer dan 150 landen. Amnesty Nederland is met ruim 300.000 leden de grootste afdeling.

Waarom bent u voor Amnesty gaan werken?

Het eerlijke antwoord is dat ik gevraagd ben. Ik zat al in de Raad van Toezicht van Oxfam Novib en deze functie ligt wel een beetje in dezelfde lijn. Niet helemaal natuurlijk, maar bij Oxfam Novib hebben we ook een ‘rechten’ benadering en Amnesty is natuurlijk dé organisatie als het gaat om mensenrechten. Ik ben gaan praten met de voormalige voorzitter van het bestuur en merkte dat dit werk niet alleen heel relevant is, maar ook aansluit bij mijn interesses. De missie van Amnesty spreekt mij dus zeer aan. Ik denk namelijk dat het belangrijk is dat vrijwilligerswerk je blijvend raakt, zeker als je voorzitter bent van een grote organisatie als Amnesty. Het is voor mij, naast een voltijdbaan en een jong gezin, veel werk en als het niet iets is waar je echt een drive voor hebt, haak je af en ga je het als een opdracht zien. Zo zie ik het niet: ik heb er echt plezier in en beleef er voldoening aan. Zo mag ik voor mijn werk voor Amnesty binnenkort een weekend naar Londen om over ‘governance’ te praten. Veel mensen vinden dat erg saai, maar ‘good governance’ is om verschillende redenen belangrijk en ik zie wat dit kan betekenen voor een organisatie als Amnesty.

Wat houdt uw werk als voorzitter van het bestuur van Amnesty Nederland precies in?

Ik moet ervoor zorgen dat het bestuur een team is, dat zich goed bewust is van zijn positie en taak in de organisatie. We willen een bestuur op afstand zijn dat veel mandateert aan directie en staf. Dat vereist denken op basis van grote lijnen, strategie en visie. We moeten niet op de stoel van de directeur of staf gaan zitten. Zeker als je heel erg verbonden bent met de missie van een organisatie, heb je af en toe de neiging om je met details te bemoeien, terwijl je daar als bestuur eigenlijk een beetje van weg moet blijven. Van belang is ook een goede vertrouwensrelatie met de directeur, want veel werkzaamheden op het internationale vlak worden niet door de directie, maar door mij, de voorzitter, verricht. Van de 70 nationale secties van Amnesty zijn wij de grootste. Dit betekent feitelijk dat ik een belangrijke voorzitter ben. Maar op die manier moet je je in een organisatie als Amnesty niet profileren. Amnesty is een ‘grassroots’ organisatie. Dit betekent dat veel actieve leden zich op ‘grassroots’ (lokaal) niveau verbonden voelen met de missie. Een sectie in een Zuid-Amerikaans land heeft veel meer en directer te maken met schendingen van de mensenrechten dan wij in Nederland. In een ‘grassroots’ organisatie ontleen je geen gezag aan het feit dat je voorzitter bent van een grote sectie. Belangrijker is dat jij je kunt inleven in de problematiek waarmee andere landen, secties en voorzitters geconfronteerd worden.

Kunt u in het kort de missie van Amnesty omschrijven?

Amnesty probeert vooral te bewerkstelligen dat er wereldwijd een ‘mindset’ ontstaat, waardoor mensen zich realiseren dat schending van de mensenrechten ontoelaatbaar is en dat er universaliteit van mensenrechten bestaat.

Hoe probeert Amnesty deze missie te realiseren?

Het is een uitdaging om te onderzoeken hoe we kunnen realiseren dat bepaalde landen de mensenrechten hoog op hun agenda zetten. Belangrijk inzicht daarbij is dat dit niet altijd op onze ‘westerse’ manier kan. Wij kopen bij wijze van spreken een gebouw, zetten een structuur neer en zetten er een board op. Dat is zoals wíj werken. In andere landen werkt dat mogelijk helemaal niet en moet je misschien eerder aansluiten bij wat er daar op ‘grassroots’ niveau aan mensenrechtenthema’s leeft. Daar moet een board misschien uit hele andere types bestaan dan mensen zoals mijn collega’s en ik. Hiervoor is inlevingsvermogen, acceptatie en kennis van de andere samenleving vereist. Volgens mij moeten we echt per land bekijken wat de beste manier is. Dat is waar we het op onze volgende internationale meeting over zullen hebben. Ook actuele politieke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld het recente bezoek van de Chinese president aan de Verenigde Staten, bieden mogelijkheden, omdat de mensenrechten tijdens dit bezoek aan de orde zijn gekomen. Dit soort openingen moet je gebruiken om ook daar het onderwerp geagendeerd te krijgen.

Daarnaast voeren we actie door middel van campagnes, schrijf- en sms-acties en speciale projecten. Een voorbeeld van een ‘global campaign’ is ‘forced evictions’ (gedwongen uitzettingen). Zo’n campagne hebben we net in Ghana gevoerd, waarbij ongeveer 170 mensen plotseling hun huis werden uitgezet, zonder beroeps- of inspraakprocedure. Dit zou onvoorstelbaar zijn in een land als Nederland. Deze campagnes zijn vooral bedoeld om de aandacht te vestigen op onderwerpen die wereldwijd spelen.

Belangrijk is ook dat in 2001 ons mandaat is verbreed. We hadden eerst alleen de BUPO-rechten (internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten), nu hebben we ook de ESC-rechten (economische, sociale en culturele rechten). Dit betekent dat we mensen bewust willen laten worden van de mensenrechten waar ze een beroep op kunnen doen. Dat is in zekere zin de empowerment-gedachte: je bewust worden van wat je zélf zou kunnen doen om je situatie te verbeteren. Tevens vragen we internationaal aandacht door de kritische rapporten die we schrijven. Ook doen we aan ‘silent diplomacy’: we lobbyen op de achtergrond.

Bekend zijn onze schrijfacties. Een van de mooiste die ik heb gezien, ging over iemand uit Lagos, die vrij was gekomen door een schrijfactie van een Italiaanse man. Zij hebben elkaar uiteindelijk ontmoet in Italië. Heel ontroerend. Veel mensen zien uitsluitend het vrijkomen van gevangenen als resultaat, maar wij zien ook het traject daarvoor. Door de brieven en kaarten weten deze gevangenen dat ze niet vergeten worden. Ze krijgen daardoor een andere status in de gevangenis, de bewakers weten dat er aandacht van buiten is. Ik heb in Amerika gesproken met iemand die lange tijd gevangen had gezeten in een Zuid-Oost Aziatisch land. Zijn  positie verbeterde dankzij onze schrijfacties, omdat de bewakers op een andere manier met hem omgingen.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is niet bindend. Hoe zinvol is het dan om je daar op te beroepen in contacten met regimes die deze verklaring (in de praktijk) aan hun laars lappen?

Als mensen zich realiseren dat schending van de mensenrechten ontoelaatbaar is en dat er universaliteit van mensenrechten bestaat, ben je minder afhankelijk van het al dan niet bindende karakter van de UVRM. Bovendien zijn alle afgeleide verdragen wel bindend. De UVRM heeft bijgedragen aan het ontstaan van een morele code, op basis waarvan die andere verdragen tot stand konden komen. Dat neemt niet weg dat er nog steeds landen zijn die zich nauwelijks iets gelegen laten liggen aan die morele code en ook Amnesty zien als een westerse organisatie met misschien wel een westerse moraal. Toch mag je deze landen als buitenstaander minstens aanspreken op de morele plicht om, als ze zich hebben aangesloten bij de UVRM, de procesgang te laten plaatsvinden en niet te doorkruisen met zoiets finaals als de doodstraf.

Hoe is het over het algemeen gesteld met de eerbiediging van de mensenrechten in de wereld?

Slecht. En het vervelende is dat het niet steeds de volledige aandacht heeft van de burgers. Zij kunnen het op een gegeven moment niet meer bevatten. De situatie verandert ook steeds. Gaat het hier beter, gaat het daar weer slechter. Zo dacht men dat het in Egypte goed ging, maar nu wordt duidelijk dat daar een regering aan de macht was die onder een al 30 jaar durende noodtoestand de mensenrechten op grote schaal en systematisch schond. Het staat wel in de rapportages van Amnesty, maar nu is er ineens aandacht voor, omdat de bevolking zelf in opstand komt. De situatie in Darfur is niet verbeterd en de situatie in Congo is nog steeds hetzelfde als toen we er heel veel aandacht voor hadden. Er is eindigheid aan wat mensen kunnen opnemen, de aandacht zakt snel weg. Amnesty moet blijven wijzen op de problemen. Wereldwijd, maar ook in Nederland.

Dan naar een Nederlands onderwerp. Op woensdagochtend 26 januari heeft Eduard Nazarski, directeur van Amnesty International, een petitie over vreemdelingendetentie aangeboden aan de leden van de Vaste Commissie voor Immigratie en Asiel van de Tweede Kamer. Kunt u deze actie toelichten?

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 8.000 vreemdelingen voor kortere of langere tijd gedetineerd. Ze zitten niet vast vanwege een strafbaar feit. De detentie is een bestuursrechtelijke maatregel. Nieuw aangekomen vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, worden gedetineerd om illegaal verblijf te voorkomen. Andere vreemdelingen zitten vast omdat ze geen verblijfsrecht hebben en wachten op terugkeer naar hun land van herkomst. Zij worden vaak onnodig in hun vrijheden beperkt. Het gaat hierbij ook om kinderen en zwangere vrouwen die soms wel zes maanden vastzitten. Amnesty zegt niet dat je mensen niet bij elkaar mag zetten in afwachting van uitzetting en is ook niet tegen de vreemdelingenprocedure. Maar je zou voor kwetsbare groepen alternatieven moeten vinden voor opsluiting in centra waar grotendeels een gevangenisregime heerst. Amnesty bericht al sinds 2008 over deze kwestie en toenmalig staatssecretaris Albayrak heeft beloofd er iets aan te veranderen. Er is wel iets veranderd, maar nog onvoldoende voor de kwetsbare groepen. De overheid is verplicht alternatieven te zoeken en maatregelen te treffen, want het sluitstuk van de procedure levert nu onrechtvaardige situaties op. Nederland wordt, op grond van artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zelfs door het buitenland op de vingers getikt over de organisatie van de vreemdelingendetentie. Amnesty heeft met deze petitie aandacht gevraagd voor deze kwestie en heeft 39 andere maatschappelijke organisaties aan zich gebonden. Samen hebben wij Gerd Leers, minister van Immigratie en Asiel, gewezen op deze onaanvaardbare situaties. De minister heeft toegezegd te zullen onderzoeken of alternatieven mogelijk zijn. Daarnaast kon de heer Brinkman van de PVV, voorzitter van de commissie voor Immigratie en Asiel, zich blijkbaar vinden in de petitie. Kortom: ook in Nederland voeren we actie.

Heeft u nog iets aan uw rechtenstudie bij uw werk?

Vooral de wijze van redeneren, het opbouwen van een goede argumentatie en het analyseren in hoofd- en bijzaken zijn ‘juridische’ vaardigheden waar ik nog steeds veel aan heb. In discussies op internationaal niveau moet je goed kunnen luisteren naar en open staan voor argumenten van anderen en bedenken hoe je kunt bijdragen aan oplossingen. Eigenlijk allemaal vaardigheden waarover een goed jurist beschikt.

Heeft u nog tips voor rechtenstudenten die graag willen werken voor een organisatie als Amnesty?

Ik ben rechten gaan studeren, omdat ik een bepaald gevoel voor rechtvaardigheid heb. Ik denk dat veel juristen dat hebben en als je bij een organisatie als Amnesty wilt werken, is die drive noodzakelijk. Als je veel geld wilt verdienen moet je niet bij ons komen werken. Ik verdien hiermee geen geld, dit kost mij alleen maar tijd als vrijwilliger. Om je een beeld te vormen van het werken in een dergelijke organisatie is het zinvol stage te lopen of bestuurservaring op te doen. Het helpt natuurlijk ook als je internationaal recht hebt gestudeerd, want vooral bij de mensenrechtenproblematiek spelen de internationale verdragen een rol.

Ten slotte is het belangrijk om te blijven lezen, ook buiten je vakgebied. Het is belangrijk om te weten in welke context het recht zich afspeelt. In een van mijn eerste colleges sprak Anton Dreesmann (oud-topman Vendex, kleinzoon oprichter V&D-red.). Hij zei dat als wij niet zouden blijven lezen, we over een paar jaar helemaal ‘braindead’ zouden zijn. Een brede belangstelling is belangrijk om een goed jurist te worden, zeker bij een organisatie als Amnesty.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.