2020

Januari 2020

Door: Loes Reuver

Als is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt ze wel

Nepnieuws. Waarschijnlijk heb je deze term wel eens vaker gehoord. Niet alleen schimmige websites verspreiden steeds vaker nepnieuws, maar ook (al dan niet lokale) politici maken zich schuldig aan creëren van nepnieuws (op Social Media). Zo ook een Groningse politica naar aanleiding van een steekincident dat twee maanden geleden is gebeurd op een Gronings terras. In haar tweet stelt de politica dat de dader een ‘Noord-Afrikaans uiterlijk’ heeft, dat terwijl de slachtoffers en getuigen dit betwisten.[1] Maar wat houdt nepnieuws nou eigenlijk in? En is het toegelaten om nepnieuws te verspreiden? In deze blog wordt allereerst het begrip nader toegelicht. Ook zal ingegaan worden op de term in Europese context en wordt de balans opgemaakt tussen een verbod op nepnieuws en de vrijheid van meningsuiting. Afgesloten wordt met een conclusie.

Nepnieuws

Op de website van de Rijksoverheid wordt een definitie gegeven van de term nepnieuws: “Nepnnieuws kan verschillende vormen hebben. Een voorbeeld is desinformatie: onware of onnauwkeurige informatie die expres wordt gemaakt en verspreid om geld te verdienen. Of om iemand, een groep mensen, een organisatie of land te beschadigen. Dan heeft de afzender slechte bedoelingen”. [2] Begin dit jaar is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een campagne gestart tegen nepnieuws, waarbij als tip wordt gegeven om als persoon zijnde kritisch te blijven. In het kader van de campagne heeft het ministerie onder andere een checklist opgesteld om nepnieuws te onderscheiden, een mediaspotje bedacht en bewustwordingsmiddelen gecreëerd die ingezet kunnen worden tijdens de lessen van leerlingen van de middelbare school.[3]

Europa

Niet alleen Nederland zet zich in tegen nepnieuws, maar ook de Europese Unie onderneemt actie tegen het verspreiden van desinformatie. In september 2018 is door de Europese Commissie een vrijwillige gedragscode opgesteld die (onder meer) is ondertekend door Facebook, Twitter en Google. De zogeheten gedragscode ‘Eu Code of Practise on Disinformation’ ziet erop toe dat online platforms de bekendmaking en verspreiding van nepnieuws tegen zullen gaan. Ook hebben verschillende Europese instanties, mede gelet op de afgelopen Europese verkiezingen, en het tegengaan van de verspreiding van nepnieuws daaromtrent, een actieplan opgesteld. Op 4 december 2018 is door de Europese Commissie het zogeheten ‘Actieplan tegen desinformatie’ vervaardigd. Daarin hanteert de Europese Commissie de volgende uitleg omtrent de term desinformatie: “desinformatie is aantoonbare foute of misleidende informatie die wordt gecreëerd, gepresenteerd en verspreid voor economisch gewin of om het publiek opzettelijk te bedriegen, en die schade in het openbare domein kan veroorzaken.” In het actieplan worden vier doelen gesteld, te weten: niet enkel de publieke sector aansporen tot het bestrijden van nepnieuws, maar ook de private sector een impuls geven, de algemene bewustwording omtrent desinformatie binnen de Europese Unie opschroeven, capaciteitsvergroting van Europese instellingen, zodat deze instellingen desinformatie beter kunnen bestrijden en dat deze instellingen beter op elkaar worden afgestemd met betrekking tot het optreden tegen desinformatie. [4]

Juridisch

Nu de definitie van de term nepnieuws is gegeven, rest mij de volgende vraag: is een verbod op nepnieuws eigenlijk niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting en/of de persvrijheid? 

Op 16 juli 2018 heeft de voorzieningenrechter in Amsterdam geoordeeld over deze vraag. In onderhavige zaak heeft eiser, Kapersky, een in Utrecht gevestigd Russisch cybersecuritybedrijf dat zich toelegt op de verkoop van softwarepakketten die beschermen tegen computervirussen en andere vormen van cybercrime, een kort geding gestart tegen TMG, uitgever van het dagblad de Telegraaf, en tegen een voormalig staatssecretaris en minister. Gegeven is dat in de krant een artikel is geplaatst waarin een interview is gehouden met een deskundige op het gebied van cyberveiligheid. Uit het interview volgt dat de deskundige heeft verteld een in Utrecht ‘wereldberoemd Russisch softwarebedrijf’ gehackt te zou hebben. Kapersky vordert bij de voorzieningenrechter een rectificatie. Kapersky stelt dat, ondanks zijn naam niet wordt genoemd, het artikel in de Telegraaf duidelijk doelt op zijn bedrijf en dat de informatie afkomstig is van de voormalig minister en staatssecretaris. TMG voert onder meer aan dat de bron anoniem is. In geschil is de vraag of TMG onrechtmatig heeft gehandeld jegens Kapersky door publicatie van het krantenartikel. De voorzieningenrechter stelt voorop dat, toewijzing van de vordering een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het EVRM neergelegde grondrecht van TMG op vrijheid van meningsuiting. Bij de beoordeling daarvan dient te worden nagegaan of TMG voldoende zorgvuldig is geweest, waarbij de door de Raad voor Journalistiek uitgegeven leidraad als uitgangspunt wordt genomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat, mede gelet op de aangevoerde stukken, de publicatie van het verhaal over de inbraak op het computernetwerk van Kapersky voorshands onzorgvuldig is geweest. TMG heeft namelijk geen eigen onderzoek gedaan naar de inbraak en heeft Kapersky niet om reactie gevraagd. Volgens de voorzieningenrechter is de publicatie in de Telegraaf voorshands onrechtmatig tegenover Kapersky. De gevorderde rectificatie tegen de voormalig minister en staatssecretaris wordt door de voorzieningenrechter afgewezen omdat niet met voldoende mate van zekerheid is vast te stellen dat hij de anonieme bron is geweest. [5]

De in de hiervoor geschetste uitspraak is zeer casuïstisch van aard. Uit de uitspraak volgt dat de voorzieningenrechter het verbod op nepnieuws (door middel van een rectificatie) zwaarder laat wegen dan de vrijheid van meningsuiting. Bij de beoordeling van de beperking van het grondrecht wordt de zorgvuldigheidsnorm als uitgangspunt genomen. Omdat de uitspraak zeer casuïstisch is, zal niet elke zaak zich lenen voor een soortgelijke uitkomst.

Conclusie

Nepnieuws is steeds vaker voorkomend fenomeen. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa. Het verspreiden van nepnieuws kan zowel personen als bedrijven nadelig raken. Indien een verbod op nepnieuws wordt ingevoerd, zal de vrijheid van meningsuiting in enkele gevallen in gedrang komen. De tip die ik de lezer mee wil geven: twijfel je over een stuk tekst? Blijf kritisch en nieuwsgierig!  


[1] Bouma 2019, www.nos.nl, geraadpleegd op 20 november 2019 (zoek op: nepnieuws). https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2304514-politici-plaatsen-steeds-vaker-desinformatie-op-sociale-media.html

[2] Rijksoverheid 2019, www.rijksoverheid.nl , geraadpleegd op 20 november 2019 (zoek op: nepnieuws). https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2304514-politici-plaatsen-steeds-vaker-desinformatie-op-sociale-media.html

[3] Rijksoverheid 2019, www.rijksoverheid.nl , geraadpleegd op 20 november 2019 (zoek op: campagne nepnieuws). https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/desinformatie-nepnieuws/nieuws/2019/03/11/campagne-nepnieuws-vandaag-van-start

[4] COM(2018)36 document 52019JC0036 ‘Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Europese raad, de Raad, het Europees economisch en sociaal comité en het comité van de regio’s Actieplan tegen desinformatie.

[5] Rechtbank Amsterdam 16 juli 2018, ECLI:RBAMS:2018:5033. 

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.