2016

Juli 2016

Juli 2016
‘De directie stelt zich niet aansprakelijk’
Door Saskia Bangma 

Voor de avond stappen begint breng je je jas in veiligheid vanwege de beslissingen die je in aangeschoten toestand wellicht gaat nemen. Je wilt tenslotte met een schone en onbeschadigde jas naar huis.  We kennen ze allemaal wel, de bordjes bij horecagelegenheden en garderobes met de tekst: ‘De directie stelt zich niet aansprakelijk voor het verlies van eigendommen of schade, afgeven is op eigen risico.’. Wat de ondernemers willen bereiken met zo’n bordje is helder: geen eventuele schade van klanten vergoeden. Maar is het ophangen van een dergelijk bordje voldoende om onder het betalen van een schadevergoeding uit te komen of is het slechts een afschrikmiddel?

Door je jas af te geven in een garderobe sluit je een bewaarnemingsovereenkomst. De bewaarnemingsovereenkomst is apart door de wetgever geregeld in boek 7 Burgerlijk wetboek (hierna BW). Volgens art. 7:600 BW is een bewaarnemingsovereenkomst een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt een zaak te bewaren en terug te geven. Diegene die de zaak bewaart wordt de bewaarnemer genoemd, diegene die de zaak afgeeft en toevertrouwt aan de bewaarnemer is de bewaargever.  Zodra jij jouw jas tegen betaling, van vaak een klein bedrag als 1 euro, aan de persoon in de garderobe geeft, ga je met de garderobe een bewaarnemingsovereenkomst aan.

Het bordje waarop staat dat de garderobe niet aansprakelijk is valt onder de noemer ‘algemene voorwaarden’ van de overeenkomst. Op grond van de wet mogen algemene voorwaarden niet onredelijk bezwarend zijn. Voorwaarden die onredelijk bezwarend zijn op grond van de wet of jurisprudentie zijn vernietigbaar. Of een algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is kan onder andere blijken uit de zogenaamde zwarte en grijze lijst van art. 6:236 en 6:237 BW. Een voorwaarde op de zwarte lijst is altijd onredelijk bezwarend. Je kan deze voorwaarde uit de overeenkomst schrappen zonder daarbij naar een rechter te gaan. Een voorwaarde op de grijze lijst is alleen toegestaan als het gebruik daarvan goed gemotiveerd wordt door de gebruiker. De bedingen op de grijze lijst worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn: er is dus nog een klein beetje ruimte voor bijzondere gevallen. De bovengenoemde bordjes vallen staan op de grijze lijst. In art. 6:237 sub f BW noemt de algemene voorwaarde dat de gebruiker geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding. Het uitsluiten van de aansprakelijkheid via het bordje ‘gebruik op eigen risico’ is duidelijk een beding dat genoemd wordt op de grijze lijst en wordt dus vermoed onredelijk bezwarend te zijn tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Daarnaast bepaalt artikel 7:602 BW dat de bewaarnemer de zorg van een ‘goed bewaarnemer’ in acht moet nemen.[1] De jas moet dus onbeschadigd worden terug gegeven worden aan de eigenaar. De bewaarnemer van de jas kan dus niet onder zijn aansprakelijkheid uitkomen indien de jas beschadigd of zoek geraakt is. Uit de rechtspraak volgt ook dat de bordjes juridisch van weinig waarde zijn en de rechter wijst de vrijwaring van de bewaarnemer in dergelijke gevallen bijna altijd af.[2]

Concluderend heeft het bordje met de tekst ‘De directie stelt zich niet aansprakelijk’ juridisch weinig waarde. Hiermee kan de ondernemer niet onder zijn schadevergoedingsplicht uitkomen. Toch blijven de bordjes steevast hangen als afschrikmiddel voor het publiek. Koninklijke Horeca Nederland raadt het ophangen van een dergelijk bordje zelfs aan om twijfel te zaaien bij het publiek.[3] Naast juridisch fout zijn de bordjes ook taalkundig onjuist. Aansprakelijk stellen wordt gedaan door de gedupeerde, niet door de directie zelf. De directie stelt zichzelf niet aansprakelijk, dat wordt gedaan door diegene die een schadevergoeding eist. Bij het ophalen van je jas aan het eind van de stapavond heb je recht op een onbeschadigde jas en daaraan kan het bordje bij de deur niks veranderen.

[1] Kluwer, Groene Serie, Privaatrecht, Bijzondere overeenkomsten, aantekening 5 bij art. 7:602 BW.
[2] Rb Utrect, 16 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0382; Hof ‘s-Hertogenbosch 12 november 1990, NJ 1991/537; Ktr. Rotterdam 4 april 1997, Prg. 1997/4776.
[3] https://www.khn.nl/website/advies/qa/ben-ik-aansprakelijk-voor-diefstal-van-gasteneigendommen-uit-mijn-garderobe.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.