2016

Mei 2016

Mei 2016
Murray versus The Netherlands: perspectief voor levenslang gestraften
Door Marit Smid

James Clifton Murray werd in 1980 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Murray werd schuldig bevonden aan de moord op het nichtje van zijn ex-vriendin. Op deze manier wilde Murray wraak nemen op zijn ex-vriendin, die hun relatie beëindigd had. In een psychiatrisch rapport werd hij als verminderd toerekeningsvatbaar omschreven.

Het Gemeenschappelijk Hof vond een tbs-behandeling op zijn plaats maar die was op de Antillen niet mogelijk en Murray naar Nederland overbrengen vond het Hof vanwege Murray’s ‘beperkte intelligentie en onvoldoende mogelijkheden zichzelf verbaal uit te drukken’ geen optie. Gedurende de 34 jaar detentie die Murray onderging bleef psychiatrische behandeling uit.

Murray diende meerdere malen een gratieverzoek in bij de gouverneurs van Aruba en Curaçao. Deze werden allen afgewezen, soms zonder opgave van redenen en soms kwam er überhaupt geen reactie.

Vanaf 15 november 2011 werd het op Curaçao verplicht een periodieke beoordeling van de levenslange gevangenisstraf uit te voeren.[i] Bij deze beoordeling wordt gekeken of de voortzetting van de gevangenisstraf nog een redelijk doel dient, is dat niet meer het geval gezien de aanzienlijke vooruitgang richting resocialisatie, dan vindt voorwaardelijke invrijheidsstelling plaats. Tegen de beslissingen die het Gemeenschappelijk Hof hierin neemt staat geen beroep open. Er heeft een periodieke beoordeling plaatsgevonden in de zaak Murray: het Gemeenschappelijk Hof kwam toen tot de conclusie dat de straf van Murray nog een redelijk doel diende na 33 jaar gevangenisstraf.

Op 26 april 2016 deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (verder: EHRM)   uitspraak in zijn zaak. Murray heeft het zelf niet meer mee kunnen maken; hij overleed in november 2014 aan de gevolgen van kanker. Zijn nabestaanden hebben de procedure voor het EHRM die Murray in 2010 startte, voortgezet.

Het EHRM bevestigt in deze zaak ten eerste dat er voor levenslang gestraften perspectief moet zijn op terugkeer in de maatschappij.[ii] Er kan geen sprake van detentie zijn tenzij er legitieme gronden voor opsluiting aanwezig zijn. Deze gronden omvatten bestraffing, afschrikking, bescherming van de maatschappij en resocialisatie. De balans tussen deze rechtvaardigingen is niet per se statisch en kan verschuiven tijdens de periode van tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf. Deze rechtvaardigingsgronden en verschuivingen kunnen alleen behoorlijk geëvalueerd worden als er een periodieke beoordeling van de levenslange gevangenisstraf plaatsvindt op een passend moment in de tenuitvoerlegging.

Het EHRM vervolgt met de vaststelling dat het gebrek aan psychiatrische behandeling ervoor gezorgd heeft dat de gratieverzoeken van Murray kansloos waren. Zonder psychiatrische behandeling was het immers onmogelijk om in de behandeling van zijn gratieverzoek tot de conclusie te komen dat Murray aanzienlijke vooruitgang had geboekt richting resocialisatie en voorzetting van de gevangenisstraf dus geen redelijk (penologisch) doel meer diende. Volgens het EHRM geldt deze vaststelling ook voor de enige periodieke beoordeling die uitgevoerd werd op grond van de Curaçaose wet.

Zoals te verwachten was komt het EHRM tot de conclusie dat het Koninkrijk der Nederlanden art. 3 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van Mens en de fundamentele vrijheden (verder: EVRM) heeft geschonden ten aanzien van Murray. Het Nederlandse gratiesysteem voldoet niet aan de eisen van het EVRM omdat er vrijwel nooit gratie verleend wordt.[iii] Er wordt de levenslang gestrafte dus geen enkel ‘prospect of release’ en ‘possibility of review’ geboden, waar het EVRM Staten wel toe verplicht.

Momenteel ligt er een voorstel van de PvdA bij het kabinet om na 25 jaar gevangenisstraf door een commissie te laten beoordelen of de levenslang gestrafte verlof of meer vrijheid binnen de gevangenismuren kan krijgen. De VVD heeft zich bij dit plan aangesloten nu zij ziet dat rechters ernaar neigen de straf niet meer op te leggen door het gebrek aan hoop bij een levenslange gevangenisstraf.[iv]

Vooralsnog is in Nederland levenslang echt levenslang. Met de uitspraak in de zaak Murray roept het EHRM Nederland wederom op hierin verandering te brengen.

[i] Art. 1:30 Wetboek van Strafrecht van Curaçao.
[ii] Zie ook: ECHR 9 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0709JUD006606909, (Vinter and Others versus The United Kingdom).
[iii] Sinds 1954 hebben twee levenslang gestraften gratie ontvangen.
[iv] Besselink, ‘Zicht op vrijheid bij levenslang’, Trouw, 1 april 2016.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.