Jaargang 44 - Nummer 2

Minimumstraffen: politiek opportunisme of verrijking van het strafrecht?

Door Pauline Lindeman

Met de komst van het nieuwe kabinet van VVD en CDA is de kans groot dat minimumstraffen in Nederland in het volwassenenstrafrecht worden ingevoerd. Op voorhand ziet het er namelijk naar uit dat een voorstel tot invoering op een meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen. Nederland kent, als een van de weinige landen in Europa, nog geen stelsel van minimumstraffen. In dit artikel wordt een beeld geschetst van de stand van zaken. Naast aandacht voor de actualiteit van dit thema in Nederland, wordt gekeken naar de situatie in landen waar al wel gewerkt wordt met minimumstraffen. Dit artikel bevat tevens een overzicht van de polemiek tussen voor- en tegenstanders (juristen, politici en andere betrokkenen) die op dit moment in de verschillende media over dit gevoelige onderwerp wordt gevoerd.

Actualiteit en aanleiding

Op 30 september van dit jaar hebben de fractievoorzitters van VVD, CDA en PVV het regeerakkoord en het gedoogakkoord gepresenteerd. Een belangrijk onderwerp in deze akkoorden is veiligheid. Niet voor niets heet het voormalige ministerie van Justitie sinds de komst van dit kabinet het ministerie van Veiligheid en Justitie. In het kader van de veiligheid zal de regering komen met voorstellen voor het invoeren van een bijzonder stelsel van minimumstraffen. Deze straffen moeten worden opgelegd wanneer iemand binnen 10 jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop wettelijk een maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld. In geval van individuele, zeer specifieke omstandigheden kan de rechter gemotiveerd afwijken van de minimumstraf. Deze omstandigheden en de hoogtes van de minimumstraffen zullen worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. In het regeerakkoord wordt vermeld dat bij recidive tenminste de helft van het wettelijk gestelde maximum van de gevangenisstraf als minimumstraf wordt opgelegd.[1]  

Vorig jaar april diende Tweede Kamerlid De Roon namens de PVV een wetsvoorstel in betreffende de invoering van minimumstraffen, waardoor dit onderwerp ook in 2009 al veel besproken werd.[2] Het plan van de regering om de minimumstraf in Nederland in te voeren leidt ook nu tot veel discussie onder juristen, politici en burgers. Minimumstraffen zijn voor Nederland dus een nieuw fenomeen. In een groot aantal Europese landen worden ze echter al lang toegepast. Het idee van minimumstraffen stamt uit de Code Pénal van 1810 (Franse wetboek van Strafrecht).[3] Zonder ons in details te verliezen (zie daarvoor de genoemde literatuur) lijkt een rondje langs de Europese velden verstandig en leerzaam.

Leren van West-Europa

Voorstanders van een stelsel van minimumstraffen wijzen op het feit dat veel West-Europese landen minimumstraffen reeds hebben ingevoerd en dat aansluiting bij deze landen gewenst is. Je kunt je afvragen of de toepassing van een stelsel van minimumstraffen in veel andere landen voldoende reden is om dit ook in ons land in te voeren. Belangrijker lijkt een antwoord op de vraag of een stelsel van minimumstraffen in andere Europese landen ook daadwerkelijk de positieve effecten teweeg brengt die voorstanders in Nederland van een dergelijk stelsel verwachten.

Naar aanleiding van het wetsvoorstel van De Roon uit 2009, heeft P.J.P. Tak, emeritus hoogleraar van de Radboud Universiteit, een rechtsvergelijkend onderzoek gedaan naar onder meer de effecten van de stelsels van minimumstraffen op veroordelingen, straftoemeting en de publieke opinie.[4] Uit zijn onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de West-Europese landen een stelsel van minimumstraffen heeft ingevoerd. Zo bestaan onder andere in de Scandinavische landen, Duitsland, Engeland, Wales, Frankrijk, België, Italië en Spanje verschillende stelsels van minimumstraffen. Wat daarbij opvalt, is dat geen stelsel hetzelfde is. Dit betekent dat het moeilijk is een antwoord te geven op de vraag naar de effecten van minimumstraffen in het algemeen. Zo zijn er in Duitsland meer dan tweehonderd minimumstrafbepalingen, terwijl Denemarken slechts voor enkele delicten een minimumstraf heeft ingevoerd. [5] Ook Zweden, Engeland en Wales kennen minimumstraffen voor een aantal specifieke delicten. In Engeland en Wales staan bijvoorbeeld minimumstraffen op moord en gelden zij bij recidive in geval van drugsdelicten en bij inbraak. Zweden kent aanzienlijk meer minimumstraffen. Zo worden onder meer de misdrijven tegen het leven en de gezondheid, zedendelicten, delicten tegen de veiligheid van personen en goederen, delicten tegen de veiligheid van de staat bedreigd met een minimumstraf. In de meeste andere West-Europese landen gelden minimumstraffen voor een beduidend groter aantal delicten. Dit verschil in aantal is echter niet het enige verschil tussen de stelsels van minimumstraffen in deze landen. In tegenstelling tot het merendeel van de landen in West-Europa geldt in enkele landen, waaronder Frankrijk, de minimumstraf uitsluitend in geval van recidive. Ook bestaan verschillen in de hoogte van de minimumstraf en in de mate van vrijheid die de rechter heeft om af te wijken van strafminima. Deze verschillen variëren aanzienlijk. Er zijn landen waar de rechter geen enkele vrijheid heeft om af te wijken van welke minimumstraf dan ook. Het andere uiterste is een beperking van de discretionaire straftoemetingsbevoegdheid ten aanzien van hooguit een enkel strafbaar feit waarvoor een minimumstraf geldt. Wel is het zo dat de rechter in nagenoeg alle systemen een lagere straf dan de minimumstraf kan opleggen in geval van strafverlichtende omstandigheden.[6] De regelingen hierover verschillen echter ook weer van land tot land.

Tak geeft aan dat vanwege de verschillen tussen de systemen ‘iedere poging om een beknopte (rechtsvergelijkende) beschrijving te geven van het karakter van het stelsel van minimumstraffen in termen van de reikwijdte en de aard van de misdrijven waarvoor minimumstraffen gelden in de EU-landen, bij voorbaat tot mislukken gedoemd is.’[7]

Het feit dat zoveel West-Europese landen een stelsel van minimumstraffen hebben ingevoerd, wordt door voor- en tegenstanders als argument gebruikt in hun betoog over de plannen van de nieuwe regering. Voorstanders menen dat Nederland niet kan achterblijven bij de rest van West-Europa en tegenstanders betogen dat de beoogde effecten van deze stelsels nooit zijn aangetoond. De indienster van de Franse wet betreffende de minimumstraf stelde dat de wet al na een jaar had geleid tot een daling van de criminaliteit. Het causale verband tussen de daling van de criminaliteit en de invoering van de minimumstraffen is echter nooit aangetoond. Tak schrijft in zijn onderzoek over de effecten van het stelsel in Frankrijk dat, vanwege een gebrek aan betrouwbare gegevens, nauwelijks een goede conclusie te trekken is over de effecten van het systeem van minimumstraffen op veiligheid of een verlaging van recidive. Uit zijn conclusie blijkt dat dit ook geldt voor de andere landen waar een stelsel van minimumstraffen is ingevoerd. Tak schrijft dat, vanwege een gebrek aan specifiek onderzoek in deze landen, niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat de minimumstraf daadwerkelijk heeft geleid tot een vermindering van criminaliteit of recidive.[8]  De enorme stijging van het aantal gevangenen is één van de neveneffecten van de minimumstraf in Engeland waarvan men wel vrij zeker is. Deze stijging heeft geleid tot een crisis in het Engelse gevangeniswezen, waardoor de Engelse regeling betreffende de minimumstraf en de vrijheid van de rechter enigszins is aangepast.[9]  De kans is dus aanwezig dat organisatie- en kostenaspecten van een dergelijk stelsel in Nederland op termijn ook zouden kunnen leiden tot problemen in het gevangeniswezen.

Er zijn voorstanders die menen dat de onvrede van burgers over de straftoemeting kan worden verminderd door invoering van de minimumstraf. Tak concludeert dat ook op de vraag of burgers na het invoeren van een systeem van minimumstraffen in hun land inmiddels meer tevreden zijn over de opgelegde straffen, geen betrouwbaar antwoord is te geven.[10]

Pro en contra

Uit een peiling van Maurice de Hond van 19 september 2010 blijkt dat een grote meerderheid van de Nederlanders voor de invoering van minimumstraffen is.[11] Het voorstel van het nieuwe kabinet wordt echter niet door iedereen positief ontvangen. Veel vooraanstaande juristen spreken zich uit tegen de invoering van de minimumstraf. Het kabinetsvoorstel betreft vooralsnog het invoeren van minimumstraffen in geval van recidive bij bepaalde delicten. De discussie gaat echter vooral over de vraag of het Nederlands strafrechtssysteem überhaupt zo ingrijpend veranderd moet worden.

De Roos, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg zegt geschokt te zijn door het plan van de regering. De Roos vindt dat de vrijheid van rechters om alle omstandigheden mee te wegen in een zaak niet begrensd mag worden.[12] Het beperken van de vrijheid van de rechter is voor veel juristen het principiële bezwaar tegen invoering van de minimumstraf. Corstens, president van de Hoge Raad, gaf in het programma Buitenhof aan dat rechters in sommige gevallen gedwongen zouden kunnen worden tot het opleggen van onrechtvaardige straffen. Hij merkte hierbij op dat de rechter in concrete gevallen met alle omstandigheden van het geval rekening moet kunnen houden bij het opleggen van een straf. Zoals in een zaak waarin een man door zijn vrouw wordt gedood nadat hij haar jarenlang heeft mishandeld. In zo’n geval is het mogelijk dat een rechter de minimumstraf als onrechtvaardig beschouwt. Het is, aldus Corstens, hopen op een goede ontsnappingsclausule.[13]

Volgens Nijboer, criminoloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, kunnen rechters door invoering van minimumstraffen in ernstige gewetensnood worden gebracht. ‘De rechter, die de relevante feiten en omstandigheden kent, kan vinden dat die straf niet in verhouding staat tot de mate van schuld van de dader’, aldus Nijboer.[14] Hij geeft als voorbeeld de levensbeëindiging op verzoek, verricht door een arts die de procedure niet helemaal goed gevolgd heeft. Nijboer betoogt dat rechters het opleggen van de minimumstraf zullen proberen te vermijden.[15]

Uit het onderzoek van Tak blijkt ook dat rechters op zoek gaan naar uitwegen, indien zij nauwelijks mogelijkheden hebben om in bepaalde gevallen een lagere straf dan de minimumstraf op te leggen. Al meteen na de invoering van de minimumstraf in Frankrijk in 1810 vond er een ontwikkeling plaats die de ‘correctionalisering’ werd genoemd. Dit hield in dat het Openbaar Ministerie een bestanddeel van het misdrijf (crime) niet ten laste legde, waardoor alleen de lichtere variant (délit) van het strafbare feit bewezen kon worden. Hierop stond uiteraard een lichtere minimumstraf.[16] Tegenwoordig worden door rechters vrijspraken opgelegd of wordt ‘oneigenlijk’ geseponeerd om onder de onrechtvaardige straf uit te komen.[17] De Roon stelt in zijn wetsvoorstel dat Nederland hier van kan leren. Volgens hem behoort verlichting of vermindering van de minimumstraf absoluut onmogelijk te zijn. ‘De invoering van een minimumstraf betekent juist per definitie dat die straf het minimum is’, aldus De Roon.[18]

Toch heeft de PVV bij de onderhandelingen tijdens de kabinetsformatie ingestemd met een voorstel waarbij in bepaalde gevallen kan worden afgeweken van de minimumstraf. Oud-CDA minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin betoogde begin dit jaar tijdens een campagne voor de raadsverkiezingen dat minimumstraffen passen bij een steeds hardere aanpak van criminaliteit, maar dat deze er niet door vermindert.[19] Toch is ook het CDA tijdens de onderhandelingen akkoord gegaan met de in het regeerakkoord voorgestelde invoering van de minimumstraf.  

Joost Eerdmans, voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht en voorstander van de minimumstraf, ziet het plan van de regering als een tegemoetkoming aan de roep om zwaardere straffen voor ernstige misdrijven.[20] De onvrede onder veel burgers over de straftoemeting in Nederland zorgt, aldus Eerdmans, voor een gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse rechtstaat. Hij betoogt dat een begrenzing van de rechterlijke vrijheid de oplossing is voor dit probleem. De Doelder, hoogleraar Strafrecht aan de Erasmus Universiteit, is het niet eens met Eerdmans. Volgens hem blijkt uit cijfers van het CBS dat de criminaliteitscijfers al jaren redelijk gelijk zijn gebleven en dat de straffen in Nederland verhoudingsgewijs erg hoog zijn. ‘Door het poneren van de onware stelling creëren politici zelf het probleem om vervolgens als een reddende engel met een oplossing te kunnen komen, volksverlakkerij dus.’[21] Ook Nijboer vindt de stelling van Eerdmans dat rechters in Nederland niet streng genoeg straffen onjuist. Mede uit het gestegen aantal opgelegde levenslange gevangenisstraffen blijkt dat rechters in de loop der jaren strenger zijn gaan straffen, aldus Nijboer.[22]                                                                                                                                             Met het invoeren van de minimumstraf wordt de rechterlijke vrijheid begrensd. Dit zorgt volgens Eerdmans voor meer rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. ‘Een moordenaar in Friesland zal net als een moordenaar in Limburg minimaal 15 jaar cel tegemoet kunnen zien voor zijn daad. Zowel de pleger van de moord als de nabestaanden van het slachtoffer kunnen erop rekenen dat de dader gegarandeerd voor 15 jaar achter de tralies verdwijnt en niet korter.’[23] Nijboer merkt hierover op dat de vrijheid van de rechters om de strafmaat te bepalen al begrensd wordt door landelijke richtlijnen en dat eveneens gelet wordt op de consistentie van de rechtspraak.[24]

In het regeerakkoord wordt voorgesteld de minimumstraf in te voeren voor personen die binnen tien jaar opnieuw veroordeeld worden voor een misdrijf waarop een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat. De plannen van het kabinet zijn volgens Ybo Buruma, hoogleraar Strafrecht, onnodig en niet effectief. De kleine groep mensen die dergelijke misdrijven pleegt, wordt tegenwoordig al streng gestraft. Ondanks zijn kritiek op het voorstel denkt Buruma dat rechters wel kunnen werken met het voorstel van het kabinet, omdat het weinig schade zal aanrichten.[25]  Ook Nijboer geeft aan dat we, wat betreft de discussie over het kabinetsvoorstel, kunnen spreken van een ‘non-discussie’.[26] Volgens hem is dit voorstel namelijk alleen van toepassing op uitzonderlijke situaties. Hij stelt dat recidive niet veel voorkomt bij het soort delicten waarvoor het kabinet de minimumstraf wil invoeren. Is dit wel het geval, dan zal de rechter volgens Nijboer niet snel een lichte straf opleggen.     In het programma Nieuwsuur gaf Van Riessen, oud-hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie, zijn mening over de invoering van de minimumstraf. Op zich is hij geen tegenstander van de minimumstraf. Wel meent hij dat met het door het kabinet voorgestelde systeem van minimumstraffen de recidive niet zal verminderen. Daar zijn andere maatregelen voor nodig, aldus Van Riessen.[27] Kortom, de discussie wordt intensief en volop gevoerd.

Opportunisme of verrijking?                                                                                                 

De naamsverandering van het ministerie van Justitie in het ministerie van Veiligheid en Justitie is een politiek besluit. De vraag blijft of minimumstraffen de veiligheid vergroten of dat er toch naar alternatieven gezocht moet worden. In de media zijn het vooral de leden van de juridische beroepsgroepen die van zich laten horen met grotendeels principiële bezwaren tegen de minimumstraf. Voorstanders refereren vooral aan de onvrede bij burgers over de straftoemeting in Nederland en willen dat Nederland zich aansluit bij andere Europese landen, hoewel over de effecten van minimumstraffen in die landen nauwelijks iets bekend is. Het voorgaande lijkt erop te wijzen dat op voorhand nauwelijks aannemelijk te maken is dat met invoering van de minimumstraf daadwerkelijk bereikt wordt wat wordt beoogd. Dat is toch wel het minste wat verwacht mag worden van een nogal ingrijpende verandering van het rechtssysteem. Mogelijk is hiermee de ondertitel van dit artikel beantwoord.


[1] <http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2010/09/30/regeerakkoord-vvd-cda.html>.

[2] Wetsvoorstel minimumstraffen, Kamerstukken II 2008/09, 31 938.

[3] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 5.

[4] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010.

[5] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 20.

[6] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 16.

[7] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 20.

[8] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 44.

[9] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 37.

[10] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 34.

[11] J. Caris, ‘Minimumstraf populair, maar werkt het?’, Trouw 19 september 2010.

[12] M. van Dongen, ‘Minimumstraffen op komst voor zware delicten’, Volkskrant 18 september 10.

[13] ‘ Buitenhof’, VPRO Nederland 1, 24 oktober 2010.

[14] J.A. Nijboer, ‘Instellen minimumstraffen overbodige maatregel’, Rug Opinie 6 oktober 2010, <http://www.rug.nl/corporate/nieuws/opinie/2010/opinie34_2010>.

[15] Idem.

[16] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 7.

[17] P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Den Haag: SDU uitgevers BV 2010, p. 44.

[18] Wetsvoorstel minimumstraffen, Kamerstukken II 2008/09, 31 938 (MvT).

[19] P. de Leeuw, ‘Geweldscriminaliteit is afgenomen’, BN De Stem 24 februari 2010.

[20] J. Eerdmans, ‘Zwaar misdrijf verdient een zware straf’, Trouw 28 september 2010.

[21] H. de Doelder, ‘Minimumstraffen zijn volksverlakkerij’, Trouw 6 oktober 2010.

[22] J.A. Nijboer, ‘Instellen minimumstraffen overbodige maatregel’, Rug Opinie 6 oktober 2010,                                    <http://www.rug.nl/corporate/nieuws/opinie/2010/opinie34_2010>.

[23] J. Eerdmans, ‘Zwaar misdrijf verdient een zware straf’, Trouw 28 september 2010.

[24] J.A. Nijboer, ‘Instellen minimumstraffen overbodige maatregel’, Rug Opinie 6 oktober 2010,                                    <http://www.rug.nl/corporate/nieuws/opinie/2010/opinie34_2010>.

[25] ‘Minimumstraf onnodig en niet effectief’, De Telegraaf 30 september 2010.

[26]J.A. Nijboer, ‘Instellen minimumstraffen overbodige maatregel’, Rug Opinie 6 oktober 2010,                                    <http://www.rug.nl/corporate/nieuws/opinie/2010/opinie34_2010>.

[27] ‘Nieuwsuur’, NOS/NTR Nederland 2, 17 september 2010.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.