Jaargang 43 - Nummer 3,  2008 - 2009

Onofficiele popartiesten fansites op internet

Door Claire Rijken

Toen ik het eerste artikel las dacht ik: ‘dit is typisch iets dat alleen in de Verenigde Staten kan gebeuren’. Snel kwam ik echter tot de constatering dat ik het mis had, want tijdens mijn onderzoek stuitte ik op een acht maanden ouder artikel in het NRC. De webbeheerder van een onofficiële fansite had van de nabestaande van de overleden volkszanger André Hazes een sommatiebrief gekregen met de mededeling materiaal van de fansite te doen verwijderen.

De reactie van het Nederlandse publiek was grotendeels meedogenloos. Hoe durfde ze dit te doen? Er werd zelfs gezegd, dat als André nu nog zou leven, hij over zijn vrouw zou zingen: “Zij verdient aan mij”. In Nederland was zij één van de eersten die zo een actie instelde tegen een onofficiële fansite. Stond zij in haar recht om dit te doen? Maar ook in het geval van Prince werd gediscussieerd over de vraag of hij in zijn recht stond de fansites aan te klagen en indien dit zo was, wat dan de precieze grondslag voor zijn vordering kon zijn. Om deze vragen te kunnen beantwoorden zal er eerst een onderzoek moeten worden gedaan naar de gemiddelde onofficiële fansite zoals deze op het Internet bestaat.

Het lijkt tegenwoordig alsof iedereen bezig is met het creëren van persoonlijke websites en met het plaatsen van materiaal op het Internet. Je kunt je natuurlijk afvragen of hier iets mis mee is. Art. 10 EVRM geeft een ieder het recht om inlichtingen te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Op grond hiervan staat het een ieder vrij een website op te richten.

De meeste popartiesten hebben een eigen officiële fansite, waarvan het beheer meestal in handen is van een webbeheerder die de site regelmatig update. Hierdoor zijn fans op de hoogte van al het nieuws rondom hun idool. Er zijn ook artiesten die hun eigen weblog onderhouden, zoals bijv. Jim Bakkum.

Naast deze officiële fansites, bestaan er talloze onofficiële fansites en celebrity-weblogs op het Internet, maar ook meerdere websites per popartiest. Neem bijvoorbeeld ‘Corry Konings’, waarvan er alleen al drie websites bestaan. Of Marco Borsato, waarvan, naast zijn officiële fansite, talloze onofficiële sites bestaan.   Deze zijn vaak opgezet door trouwe fans. Deze meestal non-commerciële websites proberen bezoekers zoveel mogelijk te informeren over hun favoriete artiest.

Of een site nu als een weblog of als een klassieke website is opgezet, maakt juridisch niets uit. Daarom wordt hierna gesproken over ‘de fansite’, waaronder zowel de weblog als de klassieke website moet worden verstaan.

Het Internet heeft zich ontplooid tot een onmisbaar medium in de wereldwijde samenleving voor het uitwisselen van informatie. Ook voor fans. Waar vroeger door een fan van de Beatles foto’s en krantenknipsels werden opgenomen in een fotoboek, souvenirs werden verzameld en CD’s in de huiselijke kringen werden beluisterd, lijkt de fan van tegenwoordig al dit materiaal op een website te zetten. Hierdoor is de verzameling foto’s, teksten en muziek voor een miljoenenpubliek toegankelijk. Veelvoorkomende onderdelen op een fansite zijn het nieuws c.q. home, de biografie, de discografie, songteksten, bladmuziek, (achtergrond) muziek, afbeeldingen op de site en in de fotogalerij, YouTube filmpjes, ringtones, e-cards en een disclaimer.

De onofficiële sites zijn informatief, maar niet altijd in één lijn met de wet. Eén van de grootste oorzaken daarvan is dat men hedendaags met gemak afbeeldingen copy-paste en muziek en YouTube filmpjes upload van het Internet naar de eigen site, zonder de vraag te stellen of dit materiaal überhaupt geautoriseerd op het Internet staat. Dit kan leiden tot schending van rechten van anderen, ook al hebben de meeste fans niet de intentie de wet te overtreden. Voor schending van rechten van anderen vereisen de Auteurswet en de Wet op de Naburige Rechten echter geen opzet. Maar ook in het licht van de vrijheid van meningsuiting worden er berichten geplaatst in gastenboeken en forums die soms kwetsend en onnodig grievend zijn. Men is in de veronderstelling dat dit onbeperkt mag, popartiesten hebben nou eenmaal meer te dulden dan normale mensen, dit brengt het beroep dat zij uitoefenen met zich mee.

Wordt er een schending geconstateerd, dan is het vanuit een moreel oogpunt niet altijd even eenvoudig hier zomaar tegen op te treden, zo heeft de praktijk laten blijken. Een door auteursrechthebbende ingestelde aanval tegen fans kan leiden tot boze blikken. Zowel Prince als Rachel Hazes zijn in een kwaad daglicht gesteld door de media als gevolg van hun aanpak van onofficiële fansites. De rechten op materiaal opgenomen op de fansites kwamen toe aan deze beroemde persoonlijkheden en voor de opname op de sites was aan hen geen toestemming gevraagd. Even in het midden gelaten of het optreden tegen de onofficiële fansites de juiste grondslagen bevatte, het kwam duidelijk naar voren dat dit optreden niet met open armen door het publiek ontvangen werd. Je gaat immers toch niet bijten in de hand die je voedt? Echter, het achterover leunen en toekijken hoe de rechten worden geschonden lijkt ook niet tot de oplossing van het probleem te leiden. Daarom is er een evenwicht nodig tussen de belangen van de rechthebbenden en die van gebruikers.
Door het opnemen van beperkingen op het auteurs- en naburige recht in de wet, is er een dergelijke balans gecreëerd. De oud minister van Justitie, de heer Korthals, schreef in zijn brief van 12 oktober 2001 aan de voorzitter van de Tweede Kamer:
“Het auteursrecht en de naburige rechten vormen, net als andere rechten van intellectuele eigendom, een cruciaal onderdeel van de regelgeving in de informatiemaatschappij. Het belang van dit onderwerp, reeds gegeven door de grote daarmee gemoeide maatschappelijke, culturele en economische belangen, is nog gestegen door de ontwikkeling van technologieën die nieuwe vragen doen rijzen omtrent de productie, beschikbaarheid en toegankelijkheid van informatie. Evenwicht is nodig tussen de belangen van rechthebbenden en die van gebruikers; het gaat om wetgeving die stimuleert tot creatieve prestaties, die de mogelijkheid schept investeringen terug te verdienen en de informatievrijheid waarborgt.”

In dit artikel zal worden ingegaan op de vraag in welke mate Nederlandse onofficiële popartiesten fansites, die tegenwoordig op het Internet bestaan, zich verdragen met
wettelijke rechten van artiesten en aan hen gelieerde personen. Ook zal worden bekeken of, indien schending is geconstateerd, het verstandig is in de hedendaagse
informatiecultuur hiertegen op te treden.

Wie kan zich tegen materiaal op de onofficiële fansite verzetten en welke wetten zijn daarbij relevant; Wie kan er aansprakelijk gehouden worden voor materiaal geplaatst op een dergelijke fansite en hoe kan er worden opgetreden indien een inbreuk is geconstateerd?

Het auteursrecht is het uitsluitende recht van een maker van een werk om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Niemand mag zijn werk exploiteren zonder voorafgaande toestemming. Op grond van art. 3 lid 1 ARl omvat dit recht ook de exploitatie van werken op het Internet. De auteur van een muziekwerk, de fotograaf en de fan als fotograaf worden allen beschouwd als maker in de zin van de Auteurswet. Onder de auteur van een muziekwerk kan worden verstaan de producer, de componist en de tekstschrijver, maar ook de artiest, indien hij zijn eigen muziek creëert. Buma/Stemra houdt zich bezig met de exploitatie van rechten van muziekauteurs. Indien deze organisatie rechten heeft overdragen gekregen, kan het optreden tegen het exploiteren van werken door ongeautoriseerde personen. Op grond van de persoonlijkheidsrechten (art. 25 Aw) hebben de makers van de werken het recht op naamsvermelding en het recht zich te verzetten tegen elke wijziging, misvorming of verminking van het werk. Het persoonlijkheidsrecht blijft bestaan, ondanks eigendomsoverdracht of licentie van de exploitatierechten. De artiest, zijn nabestaanden en de fan kunnen tegen een op de fansite opgenomen afbeelding inhoudende eigen portret aanspraak maken op het portretrecht ex art. 19, 20 en 21 Aw. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan er tot verwijdering van het portret worden overgegaan. De Wet op de Naburige rechten beschermt prestaties van uitvoerende kunstenaars en producenten. Op grond van art. 2 WNR heeft de artiest als uitvoerend kunstenaar het uitsluitende recht zich te verzetten tegen het opnemen, het reproduceren of het verkopen, verhuren, uitlenen, afleveren of anderszins in het verkeer brengen van een opname van een uitvoering zonder zijn toestemming. In 2004 is met de implementatie van de Auteursrechtrichtlijn het bestandsdeel ‘het beschikbaar stellen voor het publiek’ toegevoegd aan art. 2 sub d WNR, waardoor het toestemming verlenen zich ook strekt tot het beschikbaar stellen van beschermd materiaal op het Internet. Art. 5 WNR kent aan de artiest persoonlijkheidsrechten toe, op grond waarvan hij zich kan verzetten tegen openbaarmaking zonder vermelding van zijn naam en tegen wijzigingen of aantastingen van de uitvoering. Producenten hebben ook naburige rechten. De producent draagt de financiële verantwoordelijkheid voor het exploitatierisico. Aan hem komen, anders dan de artiest, geen persoonlijkheidsrechten toe. De Wet Naburige Rechten kent, in tegenstelling tot de Auteurswet, aan auteurs van werken geen bescherming toe. Ook foto’s worden in het geheel niet beschermd door het naburige recht, met als gevolg dat de fotograaf deze wet niet kan inroepen. Artiestennamen zijn onderscheidingstekens die als merk kunnen worden geregistreerd. Het ingeschreven merk geeft de houder een uitsluitend recht om gebruik van een teken door een derde, die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, te verbieden, aldus art. 2.20 BVIE. Indien een fansite bijvoorbeeld overgaat tot verkoop van producten betreffende het portret en/of de naam van de artiest, kan de merkhouder op grond van art. 2.20 BVIE zich verzetten tegen deze vorm  van exploitatie. Op grond van art. 261, 262 en 266 Sr kan een artiest optreden tegen onnodig grievende, onware of beledigende berichten geplaatst op een fansite. Dit is een toegestane inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van art. 10 EVRM. Het waarderen van een meningsuiting is niet altijd even makkelijk. Waardeoordelen die negatief zijn, hoeven niet altijd onrechtmatig te zijn. Het bekritiseren van artistieke prestaties zal niet snel als beledigend worden gezien, aangezien een goede, kritische recensie altijd wel iets aan de faam van een artiest zou kunnen afdoen. Fansites moeten opletten bij het overnemen van artikelen uit andere pers. Indien de overgenomen artikelen beweringen bevatten die niet kunnen worden hardgemaakt, kan ook de fansite worden aangesproken voor het ruchtbaarheid geven aan een bepaald feit. De webbeheerder is aansprakelijk voor materiaal geplaatst op de fansite. Hij heeft immers bemoeienis met de inhoud, hij bepaalt wat er op de fansite komt te staan. Ten aanzien van geplaatste berichten en materiaal in het gastenboek of forum is hij niet aansprakelijk, indien hij na kennisgeving van de onrechtmatigheid van een bepaalde berichtgeving deze onmiddellijk verwijdert. Middels IP-registratie kan er worden bijgehouden van welk IP-adres een bepaalde berichtgeving afkomstig is. Op deze manier kan de computer worden opgespoord waar vandaan de betreffende handelingen zijn verricht. Is het nu nóg niet mogelijk de inbreukmaker te achterhalen, kan via een rechtszaak worden verzocht tot verstrekking van de NAW-gegevens waardoor de inbreukmaker alsnog kan worden achterhaald. Na kennisname kan een rechthebbende besluiten op te treden tegen een inbreukmakende fansite. Indien hij tegen de inbreuk niets doet, impliceert dit niet meteen dat hij daarmee zijn recht heeft verspeeld om later op te treden. Indien hij aangeeft niet tegen de inbreuk te zullen optreden, heeft hij met die mededeling het recht om op te treden daarmede verwerkt en kan hij daar later niet op terug komen.

Wat staat er op de gemiddelde fansite op het Internet en in welke mate schendt dit opgenomen materiaal rechten van rechthebbenden? De beperkingen in de wet laten zich deels beschouwen als regels die belemmeringen voor de informatievoorziening willen opheffen of althans beperken. In hoeverre zijn deze beperkingen toepasbaar op materiaal op de fansite?

Men bereikt een fansite door het intypen van een domeinnaam. De meeste artiesten hebben hun eigen officiële fansite geregistreerd onder hun naam.nl. Deze domeinnamen zijn over het
algemeen dus vergeven. Veel fansites gebruiken de naam van een artiest met de toevoeging ‘fan’ of ‘fansite’, zie bijvoorbeeld www.marcoborsatofansite.nl. Het hebben van een
domeinnaam is aan te merken als gebruik anders dan als merk en om die reden is art. 2.20 lid 1 sub d BVIE van toepassing. Wordt door het gebruik van het teken ongerechtvaardigd voordeel
getrokken uit of afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen of reputatie van het merk, dan kan de merkhouder het gebruik van de domeinnaam verbieden, aldus art. 2.20 lid 1 sub d
BVIE, mits het gebruik geschiedt zonder geldige reden. Is dit niet het geval, dan hoeft de geldige reden voor het gebruik van een naam niet meer worden aangetoond en kan de
onofficiële fansite de domeinnaam gewoon in stand houden. Is dit wel het geval, dan moet de geldige reden voor het gebruik wél worden aangetoond. De geldige reden ligt er voor fans in
dat zonder het gebruik van een artiestennaam in een domeinnaam voor een fansite, er ogenschijnlijk geen sprake is van een fansite maar een normale website. Indien het uitsluitend
aan een artiest vrij zou staan zijn naam voor een domeinnaam te gebruiken, dan zou dit betekenen dat hij een monopoliepositie zou bezitten met betrekking tot domeinnamen
inhoudende zijn naam. Het gebruik van de naam is nodig voor het aangeven van de bestemming. De naam wordt niet gebruikt in het kader van een handelsactiviteit maar slechts
als blijk van steun, trouw en gehechtheid aan de artiest. Daarnaast levert de toevoeging van ‘fansite’ een groot genoeg verschil op tussen de twee. Een eigen recht kan ook een geldige reden opleveren om een domeinnaam te gebruiken. Het is verdedigbaar dat de vrijheid van meningsuiting zo een eigen recht kan zijn. Indien er door het gebruik van een domeinnaam geen gevaar is voor verlies van onderscheidend vermogen en er geen sprake is van een concurrentieverhouding tussen de officiële en de onofficiële fansite, moet de uitingsvrijheid een geldige reden opleveren voor het gebruik van de naam. Indien het merk voor geen ander doel wordt gebruikt dan het schaden van de merkhouder zal een beroep op art. 10 EVRM falen. Nu in de meeste gevallen de onofficiële fansites zijn opgericht ter adoratie van een artiest, lijkt dit niet het geval. Wordt een artiestennaam gevoerd als naam van een onderneming door de artiest, wordt een daaraan identieke naam als bestanddeel van een domeinnaam door een webbeheerder van een onofficiële fansite als handelsnaam gebruikt en ontstaat als gevolg daarvan gevaar voor verwarring, dan kan er sprake zijn van handelsnaamrechtinbreuk ex. art. 5 HNW. Indien er geen sprake is van twee ondernemingen, dan kan alsnog via art. 6:162 BW een aanspraak worden gemaakt op verwarringsgevaar door gebruik van een artiestennaam in een domeinnaam. In het geval van fansites lijkt dit echter niet te slagen. Indien een artiest het vertrouwen heeft gewekt dat hij instemt met het bestaan van een
domeinnaam van een onofficiële fansite naast het zijne, dan kan er sprake zijn van rechtsverwerking ex. 3:13 BW. Hij kan dan niet meer later sommeren tot het staken van gebruik van een domeinnaam. Een enkel stilzitten is niet voldoende om dit aan te nemen. Met de fansite mag niet de schijn worden gewekt dat er een band is met de artiest (1:8 BW). Dit is onrechtmatig jegens degene wiens persoonsnaam men zonder toestemming gebruikt. Wat ook niet mag, is het in de domeinnaam opnemen van opzettelijke fouten, ook wel bekend als typosquatting. Bladmuziek en achtergrondmuziek mogen niet zomaar op een fansite worden opgenomen. De bewoordingen van de song (tekst) en de daarbij geschreven muziek zijn auteursrechtelijk beschermd en voor het gebruik moet vooraf toestemming worden gevraagd aan de rechthebbende. Voor het aanbieden van ringtones en e-cards geldt dezelfde regel. Deze bevatten beiden een (opname van een) muziekwerk en dit mag niet zomaar worden aangeboden. Het spelen van (achtergrond) muziek alsmede het opnemen van bladmuziek op een fansite heeft geen ondergeschikt karakter en zal dus niet onder het citaatrecht vallen. Een artiest kan op grond van art. 2 WNR het maken van illegale live-opnames van een concert, ook wel bootlegs genoemd, verbieden. Worden deze opnames in de vorm van een YouTube filmpje op het Internet gezet en opgenomen op een fansite, dan kan hij zich ook hiertegen verzetten. Een fan wil zijn site natuurlijk opleuken door mooie plaatjes op te nemen. Foto’s in de fotogalerij hebben niet een ondergeschikte of ondersteunende betekenis zoals een afbeelding geplaatst bij een nieuwsartikel. Er is daarom geen beperking die de overname van de afbeeldingen zonder toestemming alsnog zou kunnen rechtvaardigen. Voor het opnemen van ingescande plaatjes uit tijdschriften en het copy-pasten van foto’s van het Internet is toestemming nodig van degene die het auteursrecht op de afbeeldingen toekomt. Dat materiaal in het publieke domein is, betekent niet dit materiaal vrij van rechten is. Een artiest zou afbeeldingen betreffende zijn portret kunnen voorzien van een Creative Commons licentie. Onder een Creative Commons licentie kunnen werken online beschikbaar worden gesteld met aangepaste voorwaarden voor gebruik. Het non-profit gebruik van een afbeelding kan bijvoorbeeld worden vrijgelaten. Dit heeft een bevordering van vrij hergebruik ten gevolge, wat ten goede kan komen voor fans. Ten aanzien van in opdracht gemaakte portretten geldt dat deze niet zonder toestemming van de geportretteerde mogen worden openbaargemaakt. Het met instemming portretteren moet niet verward worden met toestemming tot openbaarmaking. Indien een portret zonder toestemming is openbaargemaakt, kan een artiest zonder opgave van reden een verwijdering vorderen. Portretten gemaakt zonder opdracht kunnen vele formaties aannemen. Artiesten kunnen zich tegen deze foto’s verzetten indien ze een redelijk belang hebben dat zich tegen de openbaarmaking verzet. Bij artiesten wordt al snel een redelijk belang aangenomen in de vorm van een commercieel belang. Zodra een artiest zijn portret voor reclame- danwel anderszins interessante commerciële doeleinden kan exploiteren, anders gezegd: hij in staat is zijn populariteit te verzilveren, dan heeft hij een redelijk belang in de zin van art. 21 Aw. Dit betekent echter niet dat een artiest zich tegen ieder gebruik van zijn portret kan verzetten. Artiesten hebben tot op zekere hoogte te gedogen dat er portretten van hen verschijnen in de media, dit komt nou eenmaal met het beroep dat ze uitoefenen. Tegen foto’s gemaakt tijdens signeersessies, premières en openbare gelegenheden kunnen artiesten dus niet op grond van art. 21 Aw optreden. Anders wordt het indien de foto’s een ernstige schending van de privacy inhouden. De artiest Prince heeft in november van het afgelopen jaar opgetreden tegen onofficiële fansites. De sommatie richt zich onder andere op foto’s van hun Prince tatoeages, die fans in forums hebben geplaatst. Prince kan echter niet de verwijdering van deze foto’s sommeren. Slechts een tatoeage die als ernstig vernederend en beangstigend kan worden aangemerkt, kan lijden tot een verwijdering van deze of verbod tot openbaarmaking. Het portretrecht van art. 21 Aw beschermt niet tegen onlustgevoelens vanwege het bestaan van een portret. Nu tegen de openbaarmaking van de tatoeage zelf niet kan worden opgetreden, kan dit al zeker niet tegen de vastlegging daarvan. De uitputtingsleer van art. 12b Aw en art. 2 en 6 lid 2 WNR is niet van toepassing op het digitaliseren van werken of uitvoeringen die met toestemming in het verkeer zijn gebracht. Een schilder die een schilderij van André Hazes door middel van eigendomsoverdracht heeft verkocht, kan zich tegen de openbaarmaking van zijn schilderij verzetten indien de koper een foto van het schilderij maakt en deze op zijn fansite opneemt. Deze koper kan niet het argument aanvoeren dat het recht van de schilder is uitgeput. De beperkingen die van toepassing kunnen zijn op materiaal opgenomen op fansites zijn te vinden in de Auteurswet en de Wet op de Naburige rechten. De eerste beperking die van belang is, is de persexceptie van art. 15 Aw en art. 10 sub a WNR. Op grond hiervan is overname uit de pers door de pers toegestaan. Ook een Internetsite kan als persmedium worden gekwalificeerd en daarmee onder de reikwijdte van deze bepaling vallen. De overname is wel aan een bepaalde tijdsduur gebonden. De fansite die nieuws brengt moet periodiek worden ververst. Het citaatrecht van art. 15 a Aw en 10 sub b WNR behelst de tweede en tevens ook de belangrijkste rechtvaardiging voor fansites om zonder toestemming materiaal op een site te plaatsen. Citeren mag alleen gebeuren in de context van een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling. Het citeren mag niet afbreuk doen aan de door het auteursrecht beschermde belangen van de rechthebbende ter zake van de exploitatie van het betreffende werk. Daarnaast moet het citaat een ondergeschikt onderdeel vormen. Afbeeldingen mogen worden geciteerd om aan de lezer een indruk te geven van het betreffende werk en mogen niet louter de functie van een versiering krijgen. De visies van Mom en Spoor/Verkade/Visser botsen enigszins. Mom is van mening dat er een inhoudelijk verband moet zijn tussen een aangekondigd werk en de afbeelding die daarbij wordt gebruikt. Spoor/Verkade/Visser zijn echter van mening dat het opnemen van een toepasselijke foto, al gaat het in de context niet om het werk van de fotograaf, doch het onderwerp van de foto, als citeren kan gelden. Nu Spoor/Verkade/Visser een gezaghebbende bron is, lijkt deze visie de voorkeur te krijgen. De laatste beperking die van belang is voor de fans, is die van de actuele reportage ex. art. 16a Aw en 10 sub d WNR. Dit artikel bestrijkt het opnemen van werken, uitvoeringen of fonogrammen in een reportage, waarbij in het licht van de reportage geen tijd is om voorafgaande toestemming te vragen. Actuele gebeurtenissen kunnen van zeer uiteenlopende aard zijn. De korte opname, weergave en mededeling van de reportage is, net zoals bij de persexceptie, aan een bepaalde tijdsduur verbonden. De achterliggende gedachte hier is dat zodra de vastlegging een blijvend karakter verkrijgt, er voldoende tijd is om toestemming te vragen aan de rechthebbende voor het opnemen van zijn werk in een dergelijke reportage. Iedere gebeurtenis die enige nieuwswaarde heeft, komt in aanmerking. Hierbij valt te denken aan een fotoreportage van een signeersessie bij de release van een nieuwe CD, waarbij de CD in die fotoreportage te zien is. In de rubriek ‘het nieuws’ worden alle gebeurtenissen rondom de artiest in kwestie besproken, van nieuwe albumreleases en signeersessies op fandagen tot aankondiging van concerten en het winnen van kaartjes. Maar ook worden korte berichten overgenomen uit andere nieuwsmedia, of worden kranten- of tijdschrift artikelen op de fansite bewaard in een archief. Met of zonder afbeeldingen. Nu de fansite als een nieuwsmedium kan worden gekwalificeerd, is de fansite op grond van art. 15 Aw bevoegd een krantenartikel, een radiouitzending of een televisieprogramma op te nemen, mits dit in een actueel kader geschiedt en dit niet een blijvend karakter heeft. Voor nieuws geleverd in archiefvorm op een fansite is echter wel toestemming vereist van de auteursrechthebbende. Het citaatrecht biedt aan fansites een goede mogelijkheid afbeeldingen in deze rubriek op te nemen. Maar ook in het kader van de actuele reportage kunnen er in deze rubriek opnames worden opgenomen. Elke fan mag in zijn fansite een biografie opnemen. Voor het schrijven van een biografie is geen toestemming vereist van degene die het onderwerp is van dit werk. Indien de biografie aspecten van smaad, belediging, laster en schending van de privacy bevat, kan dit wel leiden tot een verwijdering hiervan. Het gebruik van afbeeldingen in de biografie is toegestaan onder het citaatrecht, mits de voorwaarden voor citeren in acht worden genomen. De afbeeldingen vormen een ondergeschikt en ondersteunend onderdeel ten aanzien van de tekst. Het aanbrengen van overzichten van muziekalbums en DVD’s met vermelding van een op die albums bestaande tracklist in een discografie is toegestaan, aangezien een tracklijst geen beschermde databank is in de zin van de Databankrichtlijn. Denkbaar is dat in het kader van de aankondiging van een CD een geluidsfragment in de discografie kan worden opgenomen. Maar ook het vertonen van de afbeelding van een CD-hoes zou op grond van het citaatrecht toegestaan kunnen zijn. Een rechthebbende die wordt geconfronteerd met een disclaimer, die ten doel heeft de aansprakelijkheid van de webbeheerder uit te sluiten, heeft hier niets mee te maken. Er is geen contractuele relatie tussen de webbeheerder van de inbreukmakende fansite en de rechthebbende. Daarnaast kan men zich niet vrijwaren van aansprakelijkheid voor iets wat in de wet als strafbaar wordt gesteld. Een beroep van een webbeheerder op een disclaimer met een dergelijk doel zal niet slagen. Het niet beveiligd zijn van afbeeldingen op een website doet geen afbreuk aan de beschermende werking van de Auteurswet, terwijl het achterwege laten van een kopieerbeveiliging geen instemming impliceert met openbaarmaking zonder toestemming van de rechthebbende. Fans mogen dus niet zomaar foto’s copy-pasten naar hun eigen fansites. Bevatten afbeeldingen wel een kopieerbeveiliging maar wordt deze door een gebruiker omzeild en de afbeelding alsnog op eigen fansite geplaatst, dan handelt deze onrechtmatig jegens de rechthebbende.

In hoeverre is het verstandig om op te treden tegen een onofficiële fansite indien een rechtenschending wordt geconstateerd?

Een actie tegen fansites wordt niet altijd positief ontvangen. Fans zien het Internet als een medium waar geen regels behoren te gelden. Ondanks dat ze begrijpen dat ze rechten
schenden, zien ze hun gecreëerde website als een eerbetoon aan de artiest en als gratis  publiciteit voor rechthebbenden. Daarnaast geven fans handenvol geld uit aan de muziekindustrie, waardoor ze zich gerechtigd voelen materiaal te gebruiken op hun fansites zonder toestemming te vragen. Een producent die voorzichtig met zijn fans omgaat is Lucasfilms, die de rechten met betrekking tot de Star Wars reeks heeft verkregen. Zij hanteert tot op zekere hoogte een gedoogbeleid, omdat zij zich niet wilt vervreemden van haar eigen fans. De media kunnen een zekere rol spelen bij het terugdringen van claims. Toen Warner Bros sommatiebrieven stuurde naar webbeheerders van Harry Potter fansites inhoudende bevel tot overdracht van de domeinnaam, leidde dit tot boze fans. Deze fans bundelden zich samen in www.PotterWar.org.uk en deden een oproep tot een wereldwijde boycot van alle merchandise betreffende Harry Potter. Daarnaast was een deel van de ontvangers van sommatiebrieven minderjarig. In de ogen van de media was Warner Bros een boeman die creatieve inspanningen van jongeren tegen ging. Uiteindelijk zag Warner Bros af van een aantal vervolgingen. Ook Prince ging afgelopen november de strijd aan met drie van zijn grootste onofficiële fansites vanwege schending van zijn auteursrechten op de fansites. Ook hier verenigden fans zich uit afgunst samen in www.pfu.com, Prince Fans United. In Nederland is een enkel geval te noemen waarbij sommaties werden gericht aan onofficiële fansites. Rachel Hazes bewaakt de nagedachtenis van haar overleden man streng en gebiedt www.andrehazesfan.nl en www.andrehazes.net materiaal van hun sites te verwijderen. Met deze acties heeft ze zichzelf niet bepaald populair gemaakt bij fans. Het gevaar van actie ondernemen zit in het feit dat met de massaliteit en het gemak van het Internet, een dergelijke actie averechtse werking kan hebben. Het sommeren tot verwijdering van materiaal lijkt vaak te resulteren in het verschijnen van nieuw ongeautoriseerd materiaal op het Internet. Daarnaast brengt een actie vaak negatieve publiciteit met zich mee en de kosten voor het voeren van een rechtszaak zijn hoog. Het komt echter bijna nooit tot een rechtszaak, omdat de dreigende toon van sommatiebrieven vaak voldoende is voor webbeheerders om aan de eisen te voldoen. Daarentegen blijkt vaak dat, indien fans aangeven wél te willen vechten in de rechtbank, de rechthebbende dit eigenlijk niet voor ogen had en het toch liever rond de tafel wil oplossen. Sommatiebrieven moeten wel terechte grondslagen bevatten. Indien er misbruik wordt gemaakt van het sturen van sommatiebrieven naar webbeheerders van fansites, dan kan dit leiden tot aansprakelijkheid aan de kant van de rechthebbende. Een artiest zoals Prince is iemand, die zich door niets ervan laat weerhouden zijn rechten zeker te stellen. Zijn acties hebben veel negatieve publiciteit teweeggebracht. Daarnaast heeft hij de woede van fans op de hals gehaald. Toch gaat hij door met het opsporen van inbreuken gemaakt op onofficiële fansites. Hij is immers principieel van mening, dat indien er geen actie wordt ondernomen, inbreuken op de rechten van de artiest op het Internet zullen blijven

Concluderend

Er moet worden vastgesteld dat het Internet er niet gewoon is, maar in omvang en gebruik van jaar tot jaar alleen maar belangrijker zal worden. En fans zullen in toenemende mate hun sympathie willen uiten door het oprichten van fansites. De opvatting dat wettelijke regels niet gelden op het Internet, is achterhaald. Met de implementatie van de Auteursrechtrichtlijn is het handhaven van auteurs- en naburige rechten online een feit. Maar ook de bepalingen uit het Benelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom en uit het Wetboek van Strafrecht kunnen worden ingeroepen tegen schendingen van rechten in deze digitale wereld. Fansites op het Internet zijn dus ook onderworpen aan regelgeving. In deze scriptie is geconstateerd dat onofficiële fansites zich niet altijd verdragen met wettelijke rechten van artiesten en aan hen gelieerde personen. Per geval moet worden bekeken in hoeverre deze rechten worden geschonden. Wordt de regelgeving aan de laars gelapt, dan moet een webbeheerder niet raar opkijken als een artiest of een andere rechthebbende hiertegen ingrijpt. Dat de media of bepaalde andere personen het óók onredelijk vinden dat een artiest tegen een fansite optreedt, is een argument dat niet door de beugel kan. We hebben allemaal rechten en we hebben allemaal het recht om onze rechten te handhaven indien iemand deze schendt. Waarom zouden er ten opzichte van een fansite andere regels moeten gelden? Zoals we hebben gezien zijn er vele rechthebbenden die tegen een onofficiële fansite kunnen optreden: de artiest zelf of zijn nabestaanden, de producent, de componist, de tekstschrijver, wellicht Buma/Stemra, de beroepsfotograaf en de platenmaatschappij. Een ieder zal willen opkomen voor zijn of haar rechten. En dit zal zeker het geval zijn als er commerciële aspecten in het geding zijn. Maar de rechthebbenden zullen ook moeten begrijpen dat ze niet zonder elkaar kunnen. De artiest is niets zonder zijn fans en de fan is geen fan zonder artiest. En de fan heeft natuurlijk niets aan zijn fansite zonder zijn artiest. Ze moeten het dus helemaal van elkaar hebben. En dus moeten ze ook leren met elkaar te leven. De artiest moet goed nadenken welke rechten hij werkelijk meent te moeten beschermen en welke ruimte hij wil geven aan zijn grootste aanbidders. De fan mag aanbidden, maar dat dit moet gebeuren binnen de grenzen die worden aangegeven door regelgeving, de wet en ook door het gewone fatsoen. Hij moet begrijpen dat als hij de artiest bewondert, hij de artiest ook moet beschermen en hij hem geen schade mag en moet aandoen. Maar er is in het grensgebied tussen commerciële belangen en oprechte aanbidding ook een grijs gebied. Daar waar het niet helemaal duidelijk is of de fan te ver is gegaan of de artiest veel te moeilijk is voor zijn fans. Vaak gaat het daarbij om het commerciële belang, maar regelmatig ook gewoon om het ego van de betrokken persoon. In de Inleiding zagen we dat de advocaten van Prince en Rachel Hazes onofficiële fansites hebben gesommeerd tot verwijdering van materiaal over te gaan. Zowel Prince als Rachel stonden in hun recht dit te doen. Maar ook is geconstateerd dat het verwijderen van foto’s van tatoeages of het dreigen met het afpakken van de domeinnaam te ver gaat. Rechthebbenden mogen niet zover gaan dat voor de sommatie geen grondslag in de wet te vinden is of dat er op een zodanige wijze wordt opgetreden dat dit misbruik van recht oplevert. Fans moeten dus ook weer niet te snel toegeven aan de eisen van de rechthebbenden. In deze scriptie heb ik geprobeerd aan te tonen wanneer een onofficiële fansite rechten schendt. En indirect wordt er dus ook uitgelegd hoe een webbeheerder wel te werk moet gaan, wil hij een sommatie tot verwijdering van materiaal uit de weg gaan. Daarnaast ben ik van mening dat de media en de fans negatief reageren op acties ingesteld door artiesten omdat ze niet begrijpen hoe het recht precies in elkaar zit. Het zal daarom steeds belangrijker worden dat er over dit onderwerp meer wordt gecommuniceerd en gepubliceerd. Het zou goed zijn als het algemene bewustzijn ten aanzien van de punten weergegeven in mijn samenvatting zou toenemen. Vandoor ook dat dit artikel in de Terecht Gesteld staat.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.