Jaargang 44 - Nummer 1

PLAYSTATION MENTALITEIT – Gebruik van onbemande vliegtuigen in gewapende conflicten

Onlangs kwam de film ‘Gamer’ uit: een futuristische actiefilm waarbij de beoefenaars van een videogame soldaten besturen in echte oorlogssituaties. Dit is natuurlijk geenszins een afspiegeling van de huidige gang van zaken bij gewapende conflicten, maar toch worden tegenwoordig ook volledige missies uitgevoerd door robots. Naast robots die gevaarlijke werkzaamheden uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het onschadelijk maken van explosieven, zetten legers op steeds grotere schaal onbemande vliegtuigen of ‘drones’ in. Drones worden op afstand bestuurd en werden in het verleden voornamelijk ingezet voor verkenningsmissies, maar voeren tegenwoordig vaak offensieve missies uit. Wereldwijd zetten academici vraagtekens bij deze moderne ontwikkelingen, met name op het gebied van de verenigbaarheid van het inzetten van drones met het oorlogsrecht.

Drones

Al sinds het begin van de twintigste eeuw wordt er geëxperimenteerd met het gebruik van onbemande vliegtuigen in het leger. De eerste onbemande vliegtuigen werden ontwikkeld tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar werden niet in gebruik genomen, omdat de oorlog reeds beëindigd was. In de jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkelde Hollywood-acteur Leigh Dugmore Denny radiografisch bestuurbare modelvliegtuigen en hij wist er tijdens de Tweede Wereldoorlog veel  te verkopen aan het Amerikaanse leger. De Amerikaanse luchtmacht gebruikte de vliegtuigen als trainingsobject voor luchtafweersystemen en startte ook zelf met het ontwikkelen van radiografische modelvliegtuigen. Mede doordat een Amerikaanse piloot neerstortte tijdens een verkenningsvlucht begin jaren zestig en daardoor een speelbal werd in een diplomatiek spel tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten, kreeg de ontwikkeling van onbemande vliegtuigen een boost. Tijdens de Vietnam-oorlog werden er duizenden verkenningsmissies uitgevoerd met drones. Echter, vanaf dat moment kwam de ontwikkeling van onbemande vliegtuigen in de Verenigde Staten tot stilstand: verder dan het gebruik voor verkenningsmissies en als trainingsobject kwam het voorlopig niet. De ontwikkeling van drones komt in een stroomversnelling als Israël een tiental onbemande vliegtuigen van de Verenigde Staten koopt en deze succesvol weet te incorporeren in de bemande luchtmacht. Daar waar drones in de Amerikaanse luchtmacht toentertijd werden gezien als buitenbeentje en inferieur aan de bemande jachtvliegtuigen, wist Israël de drones met veel succes te combineren met de bemande vliegtuigen voor offensieve missies. De eerste echte test komt in 1973 tijdens de Jom Kipoeroorlog, waarbij Israël werd aangevallen door Egypte en Syrië. Op dag twee van dit conflict stuurde Israël een eskadron drones richting Egypte, welke door Egyptische radarsystemen werd aangemerkt als bemande Israëlische jachtvliegtuigen. Hierop vuurden de Egyptische luchtafweersystemen het volledig arsenaal aan SAM-raketten af, waardoor Israëlische jachtvliegtuigen vrij spel hadden. Aangemoedigd door de klinkende overwinning begon Israël met het bouwen van eigen drones, met name omdat de verouderde Amerikaanse types slechts in staat waren om foto’s te maken. Israël ontwikkelde de Scout, welke real-time beelden kon doorzenden en langer in de lucht kon blijven dan zijn Amerikaanse voorgangers. De Scout werd voor het eerst ingezet  in 1981 door Israël om Syrische troepenverplaatsingen in de Libanese Beqaa vallei waar te nemen en tevens om valse radarsignalen af te geven, waardoor vijandelijke detectiesystemen werden misleid. In reactie hierop vuurde Syrië haar meeste SAM-raketten af, waardoor Israël wederom relatief gemakkelijk een krachtmeting naar haar hand wist te zetten zonder ook maar één militair te verliezen. De succesvolle inzet van drones door Israël wakkerde de Amerikaanse interesse in onbemande vliegtuigen weer aan en Amerika startte een nieuw onderzoeksprogramma. Uiteindelijk werd de Predator ontwikkeld, welke voor het eerst werd ingezet in Kosovo eind jaren negentig. Echter, de Predator was louter bruikbaar voor verkenningsmissies omdat hij niet uitgerust was met raketten. Na de aanslagen van 11 september 2001 werden de Predators vrijwel onmiddellijk uitgerust met Hellfire-raketten. De Predators hebben een grote rol gespeeld in de recente conflicten in Afghanistan en Irak en worden veelvuldig ingezet voor verkenningsmissies maar voeren ook aanvallen uit op doelen.[1] In de Gaza-oorlog van begin 2009 maakte Israël op grote schaal gebruik van drones, zowel voor verkenning als offensieve missies. Het grootste voordeel van drones is dat ze vele malen langer dan bemande vliegtuigen in de lucht kunnen blijven, zonder dat piloten in gevaar worden gebracht. Een drone wordt immers veilig op afstand bestuurd: Amerikaanse aanvallen op Al Qaeda en Taliban doelen worden voornamelijk vanuit het CIA-hoofdkwartier in Virginia gecoördineerd en uitgevoerd. Omdat strijders van de Al Qaeda en Taliban zich voornamelijk in onherbergzaam gebied verschansen is het uiterst riskant om grondtroepen te sturen. Tijdens de Gaza-oorlog van 2009 bestookte de Israëlische luchtmacht eerst doelen in Gaza en voerde het non-stop verkenningsmissies uit met behulp van drones, alvorens Gaza binnen te trekken.

Drones stellen een luchtmacht in staat om doelen te bestoken en constant te surveilleren, zonder één eigen soldaat in gevaar te brengen. CIA-directeur Panetta noemde drones in de strijd tegen het terrorisme “the only game in town”.[2] Het succesvolle gebruik van drones heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe modellen, zoals de Reaper en Global Hawk, die zwaarder bewapend zijn dan de Predator en bovendien langer in de lucht kunnen blijven. Drones zijn van onschatbare waarde geworden voor moderne legers en worden steeds meer ingezet. Sommigen menen zelfs dat de Joint Strike Fighter, die momenteel door onder andere de Verenigde Staten en Nederland ontwikkeld wordt, het laatste bemande jachtvliegtuig zal zijn.[3] Toch zijn er niet alleen positieve geluiden waar te nemen over de inzet van drones voor offensieve missies. Kritische noten worden met name gekraakt ten aanzien van vele vermeende burgerslachtoffers, wat in strijd is met het oorlogsrecht. Zowel de besturing van drones als het uitvoeren van aanvallen door CIA-agenten zijn zaken door academici als controversieel worden ervaren.

Precies mis

Op het gebied van verkenningsmissies en het verzamelen van inlichtingen is de inzet van drones onmisbaar geworden. Op het gebied van offensieve missies hebben drones ook wezenlijke successen behaald. Zo zijn vele kopstukken van Al Qaeda en Taliban gedood terwijl zij zich hadden teruggetrokken in gebieden waar normaliter geen soldaat zich zou durven vertonen. De Pakistaanse Taliban leider Baitullah Mehsud werd bijvoorbeeld gedood terwijl hij op het dakterras van zijn schoonvaders huis verbleef. De drone-piloten meldden in het verslag van de aanval dat ze konden zien dat Mehsud tijdens de aanval behandeld werd met insuline voor zijn suikerziekte.[4]  De laatste generatie drones is uitgerust met infrarood en thermische camera’s, dat ze in staat stelt om door massieve objecten heen te kijken. Bovendien vliegt de drone voor een groot deel zelf: vooraf wordt een vliegplan in het geheugen geladen met GPS-punten, vervolgens stijgt de drone op en download zelf de GPS-coördinaten.

Ondanks de jubelstemming om dit nieuwe wapen, bestaat er veel kritiek op de manier van inzetten van drones in moderne gewapende conflicten. De internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) bracht een rapport uit over het gebruik van drones in de Gaza-oorlog van 2009.[5] HRW bespreekt hierin zes aanvallen met drones op burgers, waarbij 29 burgerslachtoffers vielen en geen Hamas militanten werden geraakt. In het rapport stelt HRW dat de Israëlische luchtmacht in elke van deze zes aanvallen belangrijke principes van het oorlogsrecht heeft geschonden. Zo bestaat er in het oorlogsrecht het fundamentele principe van onderscheid tussen militairen en burgers en hun objecten.[6] In alle onderzochte aanvallen zijn geen Hamas militanten of hun objecten in de buurt. Één van de meest trieste gevallen is de aanval op het huis van de familie Masharawi in Gaza, waarbij Mahsud (12 jaar) en Ahmad (17 jaar) worden gedood. Op het moment van de aanval zijn Mahsud en Ahmad op het dakterras aan het spelen en vinden er geen schermutselingen plaats tussen Hamas en Israëlische troepen binnen een straal van vijf kilometer van het huis. Er zijn volgens HRW geen redenen om aan te nemen dat het huis werd gebruikt door Hamas, laat staan dat de jongens deel uitmaakten van een militante groepering. Het is dus de vraag waarom de drone-piloten aangevallen hebben, mede omdat door de zeer geavanceerde optische mogelijkheden van de Israëlische drones, het voor de piloten duidelijk moet zijn geweest dat het om spelende kinderen ging. Bovendien werd er voorafgaand aan de aanval geen waarschuwing gegeven, wat in strijd is met het oorlogsrecht.[7] Om te zorgen dat burgers en burgerlijke doelen worden gespaard, dienen diegene die een aanval willen uitvoeren actieve voorzorgsmaatregelen te nemen.[8] Deze voorzorgsmaatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het verspreiden van flyers waarin wordt aangegeven wat militaire doelen zijn, zodat burgers hiervan op de hoogte zijn en hun maatregelen kunnen nemen.

De Israëlische drones zijn dusdanig geavanceerd dat na afvuren van raketten, de raket bijgestuurd of afgeleid kan worden door de drone-piloot. Op een scherm kunnen zij zien op welk doel de raket afstevent, zodat eventuele fouten gecorrigeerd kunnen worden. Het is niet duidelijk waarom dat in de onderzochte geval niet gebeurd is. Het Israëlische leger hult zich wat betreft het gebruik van drones in nevelen. De andere gevallen die door HRW onderzocht werden geven eenzelfde beeld van het aanvallen van (veelal) kinderen in niet-oorlogssituaties. Zo is er de aanval op een bushalte voor een school van de Verenigde Naties, waarbij negen studenten en drie voorbijgangers worden gedood. Volgens de Verenigde Naties waren er geen Hamas militanten actief in de buurt en werd de straat veelvuldig bezocht door internationale ontwikkelingswerkers. Israël weigert om te rapporteren welk militair doel gediend werd met de aanval. Opnieuw zouden de technische mogelijkheden de Israëlische drone-piloten in staat moeten stellen om de studenten te kunnen identificeren en te constateren dat het een gebied betrof waar veel internationale ontwikkelingswerkers werkzaam waren. Drones moeten legers in staat stellen om een beter onderscheid te maken tussen militairen en burgers en hierdoor minder burgerslachtoffers maken, wat in overeenstemming is met fundamentele principes van het oorlogsrecht. Echter, wat kan worden geconstateerd is dat ondanks de geavanceerde mogelijkheden er nog steeds veel burgerslachtoffers worden gemaakt, wat soms lijkt op opzettelijke willekeurige aanvallen. Immers, drone-piloten hebben alle tijd om een weloverwogen keuze te maken en lijden niet onder de stress dat ze zelf doelwit van een aanval zijn, waardoor zij een minder weloverwogen keuze zouden kunnen maken. Men mag veronderstellen dat de piloten voldoende bagage bezitten om beslissingen van leven en dood te kunnen nemen; de missers in de Gaza-oorlog doen helaas anders vermoeden.

CIA en drones: een gelukkige combinatie?

Zoals eerder gesteld maken de Verenigde Staten op grote schaal gebruik van drones in de oorlog tegen het terrorisme. Net als bij het gebruik door Israël in de Gaza-oorlog, zetten velen vraagtekens bij de manier waarop drones worden gebruikt door de Amerikaanse luchtmacht en CIA in landen als Afghanistan, Pakistan, Yemen en Irak. Waar het aanwenden van drones door de regering-Bush nog sporadisch werd gedaan, valt er onder de regering-Obama een explosie in het gebruik van drones waar te nemen. Kritiek op de explosieve groei van drones voor offensieve aanvallen door de regering-Obama concentreert zich met name op het grote aandeel van de CIA hierin. De CIA voert vele aanvallen op Al Qaeda en Taliban militanten uit, maar zijn daar niet publiekelijk verantwoordelijk voor, vanwege het geheime karakter van de CIA-werkzaamheden. Philip Alston, de speciale rapporteur bij de Verenigde Naties voor extra-territoriale en arbitraire executies, stelt dat inlichtingendiensten niet hetzelfde respect voor oorlogsrecht in acht nemen, daar zij niet opereren in het raamwerk van het oorlogsrecht.[9] CIA-agenten worden niet opgeleid om het oorlogsrecht na te leven, laat staan dat ze het oorlogsrecht in een zelfde mate in acht nemen als dat soldaten dat doen. Daarnaast voeren zij vaak geheime operaties uit, waarin bij eventuele schendingen van het recht, niet duidelijk is wie aansprakelijk is, laat staan wie vervolgd moet worden. Militaire bevelhebbers of soldaten die over de schreef gaan hebben een grotere eigen verantwoordelijkheid en een duidelijker aansprakelijkheidsregime. Soldaten en burgers hebben een sterke positie in het oorlogsrecht, maar inlichtingendiensten opereren in een grijs gebied: zij participeren wel in gevechten, maar hebben geen plek in het oorlogsrecht die hun ‘a license to kill’ geeft, zoals soldaten dat wel hebben. Bovendien maakt dit hen kwetsbaarder voor vervolging, daar zij nu ook voor oorlogsmisdaden vervolgd kunnen worden. Alston stelt verder dat de inzet van drones voor aanvallen niet een te lage drempel moet krijgen. Hij onderkent het gemak waarmee aanvallen kunnen worden uitgevoerd, maar stelt dat doelen niet te gemakkelijk gekozen mogen worden. In Afghanistan en Pakistan zijn dodelijke aanvallen uitgevoerd op drugshandelaars en andere criminelen die Taliban-militanten van financiële middelen zouden hebben voorzien. Alston is van mening dat aanvallen op dergelijke doelen niet altijd gerechtvaardigd zijn en dat er een verantwoordelijkheid op staten rust ook niet-dodelijke middelen in te zetten, zoals bijvoorbeeld aanhouding. Staten die drones inzetten moeten voorkomen dat de piloten een “Playstation mentaliteit” ten opzichte van doden ontwikkelen.[10] Met behulp van drones kunnen gemakkelijk doelen worden bestookt, Alston’s angst is dat er hierdoor ook sneller wordt overgegaan tot aanvallen en zodoende oorlogsrecht geschonden wordt.

Te makkelijk

De inzet van drones in moderne oorlogen biedt staten vele voordelen, met name op het gebied van precisie en identificatie van doelen. Het gros van de huidige conflicten vindt plaats in dichtbevolkte gebieden en daarom zijn er vaak burgers in de nabijheid van militaire doelen. De aanwezigheid van burgers in de buurt van een aan te vallen doel maakt een doel niet minder legitiem, maar de aanvaller moet wel een aantal principes in acht nemen. Zo dient duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen militairen en burgers en geldt het proportionaliteitsprncipe. Ongeacht de precisie van het wapen, moet een aanvaller effectieve voorzorgsmaatregelen nemen, zoals het waarschuwen van burgers die in de nabijheid van het doel verkeren. Daar waar vele burgerslachtoffers vielen door een raketaanval met een drone, werden burgers niet gewaarschuwd, maar waren zij ervan bewust dat er drones honderden meters boven hun zweefden. Zij hoefden echter niet aan te nemen dat een aanval aanstaande was, aangezien er twenty-four-seven drones boven conflictgebieden hangen. Het lijkt erop dat bij aanvallen waar veel burgerslachtoffers vallen, de principes met betrekking tot de bescherming van burgers die voortvloeien uit het oorlogsrecht, niet correct werden nageleefd. Of er werkelijk sprake is van een Playstation mentaliteit onder drone-piloten valt te bezien; feit is dat de drone een partij in staat stelt om de fundamentele principes uit het oorlogsrecht met nog grotere zorg na te leven dan eerder met welk ander wapen dan ook mogelijk was. Het is daardoor te betreuren dat er nog steeds grove fouten worden gemaakt die talloze burgers het leven kosten. Aannemelijk is dat doelen, ook al bevinden ze zich in dichtbevolkte gebieden, niettemin worden bestookt, omdat de aanvallers verwachten dat drones zo precies zijn dat zo min mogelijk burgers het slachtoffer worden. Hierdoor worden doelen makkelijk gekozen en wordt vlot overgegaan tot afvuren. Aanvallen met drones kunnen oorlogen humaner maken, maar deze ultra-precisie wapens ontslaan aanvallers niet van plichten die voortvloeien uit het oorlogsrecht.


[1]    In het eerste jaar van de oorlog in Afghanistan hebben drones 115 doelen uitgeschakeld. P.W. Singer, Wired for War (2008), p. 134.

[2]    US Airstrikes in Pakistan called ‘very effective‘, <www.cnn.com>, 18 mei 2009.

[3]    Verenigde Staten Marine Admiraal Mullen, speech Joint Chiefs of Staff budget 2010, <www.jcs.mil>, 14 mei 2009.

[4]    Airstrike kills Taliban leader Baitullah Mehsud, <www.guardian.co.uk>, 7 augustus 2009.

[5]    Precisely Wrong, Human Rights Watch report, <www.hrw.org>, 30 juni 2009.

[6]    Art. 48 Protocol I Additional to the 1949 Geneva Conventions.

[7]    Art. 57 Protocol I Additional to the 1949 Geneva Conventions.

[8]     Y. Dinstein, The Conduct of Hostilities under the Law of International Armed Conflict (2004), p. 125.

[9]    Report of the Special Rapporteur on extrajudicial, summary or arbitrary execution, Philip Alston, United Nations Human Rights Council, 28 mei 2010, para. 72, p. 22.

[10]  P. Alston, 28 mei 2010, para. 84, p. 25.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.