2018

September 2018

Predictive policing: een juridisch grijs gebied?
Door: Laurie Hamer

Misdaad voorspellen, criminaliteit voorkomen in plaats van achteraf opsporen, dat klinkt toch te mooi om waar te zijn? Toch is het tegenwoordig misschien wel mogelijk. Predictive policing is een nieuwe opsporingsmethode van de politie. Door middel van deze methode zal niet alleen voorspeld kunnen worden wie criminaliteit gaat plegen, maar ook waar en wanneer dit gaat plaatsvinden. Hoe ideaal predictive policing ook klinkt, bij iedere nieuwe techniek komen nieuwe risico’s aan het licht en rijzen er nieuwe vragen op. En zo ook juridische vragen, want hoe groot is de inbreuk op de privacy van burgers door het gebruik van predictive policing? En als er ontzettend veel gegevens van iedereen worden verzameld, wat mag er dan met die gegevens gebeuren?

Eerst zal ik ingaan op wat predictive policing precies is en hoe het werkt en daarna zal ik kort focussen op een aantal van dit soort juridische vragen die komen kijken bij predictive policing.

Door middel van predictive policing kunnen criminele incidenten voorspeld worden. Hierbij moet men niet denken aan het daadwerkelijk voorspellen van individuele misdrijven. Het gaat erom dat ‘High Impact Crime’ tot op zekere hoogte van tevoren kan worden tegengegaan. Onder High Impact Crime vallen onder andere overvallen, diefstal, inbraak en geweldplegingen. Predictive policing gebeurt op een aantal gebieden. Op informatie uit het verleden kan het systeem een beeld baseren van de tijd en plaats van incidenten die zullen gaan plaatvinden, van toekomstige (profielen van) misdadigers en van toekomstige slachtoffers. Met deze informatie kan de politie gemakkelijker een schatting maken van waar, wanneer en hoeveel agenten ingezet zij moet inzetten en dat is ook meteen het doel van predictive policing.

In Nederland hebben we het Criminaliteits Anticipatie Systeem (hierna: CAS) dat wordt gebruikt om High Impact Crime in Amsterdam te voorspellen. Dit systeem deelt Amsterdam op in vakjes en van deze vakjes worden grote hoeveelheden informatie verzameld. Deze informatie heeft betrekking op criminaliteitshistorie, bekende verdachten, infrastructuur, bedrijven, woonwijken en socio-economische gegevens. Hierna wordt bijgehouden hoeveel en wat voor soort incidenten zich per gebiedje hebben voorgedaan. Op basis van deze peilingen en gegevens kunnen algoritmes bepaalde patronen ontdekken en kan bepaald worden waar en wanneer de kans op criminele incidenten het hoogst is. Hiermee kan de politie vroegtijdig ingrijpen en incidenten voorkomen.

Toch moeten CAS en andere predictive policing systemen (nog) niet als wondermiddel worden beschouwd. Uit de praktijk blijkt namelijk dat agenten nog redelijk sceptisch zijn over de effectiviteit en betrouwbaarheid van CAS en dat er geen concrete cijfers zijn over de werkzaamheid van het systeem.

Naast dat de werking van systemen voor predictive policing in twijfel getrokken kan worden, kleven er ook een aantal juridische haken en ogen aan predictive policing. Allereerst is daar bijvoorbeeld de strenge gebondenheid van de politie aan de wet bij opsporingsonderzoeken. Bij vergaande opsporingsmethoden dient de rechter toestemming te geven en houdt hij tevens toezicht op de politie bij de uitvoering hiervan. Bij predictive policing kan het echter zo zijn dat een vergaande opsporingsmethode vroegtijdig wordt ingezet en dat willekeurige personen zonder dat zij dit zelf weten onder verdenking staan. Er wordt immers ontzettend veel data verzameld en in de gaten gehouden, ook van onschuldige individuen.

Daarnaast zou predictive policing op gespannen voet kunnen staan met een aantal rechtsbeginselen. Denk bijvoorbeeld aan het gelijkheidsbeginsel. Vooral bij het vaststellen van risicoprofielen komt dit beginsel in gevaar. Uit onderzoek is gebleken dat burgers met een donkere huidskleur sneller als toekomstige criminelen aangemerkt worden dan blanken. Als een algoritme deze informatie in zijn analyse verwerkt dan zullen deze ‘risicogroepen’ ook ten onrechte meer in de gaten worden gehouden.

Verder moet men rekening houden met een verhoogde kans op een schending van de privacy van burgers. Doordat grote hoeveelheden data worden verzameld en geanalyseerd zal het vaak voorkomen dat zonder reden persoonlijke informatie van onschuldige burgers wordt vergaard. Dit leidt meteen tot strijd met de beginselen van doelbinding en noodzakelijkheid. Informatie mag in principe alleen worden gebruikt en verwerkt voor een bepaald en gerechtvaardigd doel en het is ook niet de bedoeling dat meer informatie dan noodzakelijk wordt verzameld, terwijl het bij predictive policing eigenlijk gaat om het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens.

Ten slotte kennen wij nu het daderstrafrecht. Dit houdt in dat zowel de dader als het gepleegde feit strafbaar moeten zijn. Bij predictive policing wordt uitgegaan van het voornemen van een dader, het gaat namelijk om een voorspelling. Dit voornemen hoeft echter niet altijd te betekenen dat het strafbare feit ook daadwerkelijk gepleegd wordt. Vroegtijdig ingrijpen van de politie zou er in theorie toe kunnen leiden dat nu niet alleen de daad strafbaar is, maar ook de intentie.

Dat men nog sceptisch is tegenover predictive policing ligt niet alleen aan de twijfels over de betrouwbaarheid en effectiviteit ervan, maar ook aan de juridische grenzen die door predictive policing mogelijkerwijs worden overschreven. De politie moet sterk rekening houden met zowel de regels omtrent opsporingsbevoegdheden van de politie als het recht op privacy van burgers en een mogelijke verschuiving van het strafrecht. Dit zijn geen kleine juridische kwesties.

 

 

 

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.