Versterking positie curator

  • -

Versterking positie curator

Karen Lely

Versterking positie curator

Wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht

Ten tijde van de economische crisis zijn er heel wat bedrijven door faillissement over de kop gegaan. Zo bedroeg het aantal faillissementen gedurende 2012 in de winkelbranche maar liefst 749, terwijl de teller in 2000 op 36 failliete winkeliers stond (1). Een faillissement heeft niet alleen grote gevolgen voor de gefailleerde, maar ook voor de werknemers, die op dat moment bij het bedrijf werkzaam zijn, en de schuldeisers. Dit heeft ervoor gezorgd dat er nog eens extra naar het wettelijk kader gekeken werd, met het wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht als gevolg (2).

Op 26 november 2012 kondigde het kabinet het wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht aan (3). De herijking richt zich op drie pijlers: modernisering, versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven en fraudebestrijding. Voor effectievere bestrijding van de faillissementsfraude zijn er drie wetsvoorstellen aangekondigd. De wetsvoorstellen zien op de invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod, actualisering en aanscherping van het strafrechtelijk faillissementsrecht en de versterking van de fraudesignalerende functie van de curator tezamen met versterking van inlichtingen- en medewerkingsplichten van de gefailleerde (4). Het nieuwe wetsvoorstel ten aanzien van de versterking van de positie van de curator zorgt voor verduidelijking van de inlichtingen- en medewerkingsverplichtingen die de failliet en huidige en voormalige bestuurders jegens de curator hebben. Dit is nodig omdat er in de huidige literatuur en jurisprudentie discussie is over de inhoud en omvang van de bevoegdheden van de curator. Dit brengt met zich dat een curator er niet altijd in slaagt om zo adequaat mogelijk informatie ten aanzien van de boedel veilig te stellen(5). De Wet versterking positie van de curator zorgt voor een wijziging van de huidige wetsbepalingen binnen de Faillissementswet die op de positie van de curator zien (6).

Huidige positie curator
In het huidige faillissementsrecht houdt de curator zich op grond van artikel 68 lid 1 van de Faillissementswet (hierna: Fw) hoofdzakelijk bezig met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Doel hiervan is executie van het vermogen en verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers. Op grond van art. 105 Fw geldt er een inlichtingenplicht voor een gefailleerd natuurlijk persoon. Deze is verplicht tot het verschaffen van inlichtingen aan onder andere de curator. Als de gefailleerde verzuimt om inlichtingen te verstrekken, dan is hij strafbaar op grond van art. 194 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Verder geldt er een inlichtingenplicht voor bestuurders en commissarissen die ten tijde van het faillissement bij de rechtspersoon werkzaam waren (7). Hieronder valt ook de feitelijke beleidsbepaler (8). Beide artikelen over de inlichtingenplicht worden nader gespecificeerd bij het wetsvoorstel Wet versterking positie curator. Momenteel heeft de curator al de nodige mogelijkheden om op te treden als er onregelmatigheden rondom een faillissement plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn de faillissementspauliana (art. 42 e.v. Fw) en de mogelijkheid tot inbewaringstelling ingeval van plichtsverzuim aan de zijde van de gefailleerde (art. 87 Fw) (9). Het aantal bevoegdheden zal uitgebreid worden ter voorkoming van fraude bij faillissementen.

Op welke wijze wordt de positie van de curator versterkt? De positie van de curator wordt op meerdere punten  versterkt ten opzichte van de huidige wetgeving. Op de volgende acht punten wordt de positie van de curator versterkt:
1. Controle van onregelmatigheden bij faillissement;
2. Melden van onregelmatigheden aan de rechter-commissaris;
3. Verslag van uitvoering in het faillissementsverslag;
4. Ongevraagd belangrijke inlichtingen verstrekking door gefailleerde;
5. Informatie- en medewerkingsplicht over bestaan buitenlandse activa;
6. Overhandiging administratie;
7. Beschikbaar stellen administratie gefailleerde door derden;
8. Informatie- en medewerkingsplicht voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders.

Op elk punt zal kort worden ingegaan.

1. Controle onregelmatigheden bij faillissement
Het signaleren van onregelmatigheden bij een faillissement door de curator wordt ook wel de poortwachtersrol genoemd. De term onregelmatigheden is een breed begrip. Onder het begrip onregelmatigheden vallen: feiten en onregelmatigheden op het gebied van strafrecht, voeren van administratie, kennelijk onredelijk bestuur en handelingen die zien op de faillissementspauliana. Over het algemeen ziet de controle op onttrekking ten laste van de boedel en de afwezigheid, onvolledigheid of onjuistheid van de bedrijfsadministratie (10).

2. Melden van onregelmatigheden aan de rechter-commissaris
Voor de curator komt een meldplicht tegenover de rechter-commissaris indien hij onregelmatigheden signaleert. De curator kan de melding gedurende de gehele afwikkeling van het faillissement doen, gelet op het feit dat onregelmatigheden over het algemeen bij de concrete vereffening van de boedel aan het licht komen. Doordat het bij een dergelijke melding vaak om signalen en vermoedens gaat, wordt de melding niet openbaar gemaakt. Er is voor niet openbaarmaking gekozen omdat de bevindingen van de curator na diens melding nader onderzocht dienen te worden. Het is aan de rechter-commissaris om te oordelen of er een melding

of aangifte dient plaats te vinden aan de hand van hetgeen de curator heeft opgemerkt. Indien de signalering van onregelmatigheden door de curator van serieus niveau is, dient er altijd een melding worden gedaan. Als de rechter- commissaris besluit dat er aangifte gedaan moet worden, dan dient hij dit te doen bij het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie en opsporingsinstanties om daadwerkelijk over te gaan tot een strafrechtelijk onderzoek (11).

3. Verslag van uitvoering in faillissementsverslag
De curator dient in het verslag globaal aan te geven op welke wijze hij zijn fraudesignalerende taak heeft uitgevoerd. Dit komt doordat het faillissementsverslag een openbaar verslag is (art. 73a lid 1 Fw) en er op het moment van verslaggeving nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar de mogelijke onregelmatigheden. Verder spelen zowel zakelijke en persoonlijke belangen een rol, evenals de privacy van de gefailleerde. Derden hebben de mogelijkheid om het verslag van uitvoering van de curator kosteloos te bezichtigen bij de griffie van de richtbank. Hierbij hebben schuldeisers de mogelijkheid om een afschrift van het verslag te verkrijgen. Indien een failliet bedrijf een doorstart wil maken, kan een slechte naam grote gevolgen hebben bij de voortzetting van het bedrijf (13).

4. Ongevraagd belangrijke inlichtingen verstrekking door gefailleerde
De inlichtingenplicht geldt naast de failliet ook voor diens echtgenoot of geregistreerde partner indien er sprake is van gemeenschap van goederen. Het ongevraagd belangrijke inlichtingen verstrekken ziet op feiten en omstandigheden waarvan de gefailleerde weet of behoort te begrijpen dat deze voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel van belang zijn. Zwaarwegende omstandigheden kunnen meebrengen dat er in redelijkheid geen medewerking van de gefailleerde worden gevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vertrouwelijke correspondentie tussen een advocaat en diens client, de gefailleerde (14).

5. Informatie- en medewerkingsplicht over bestaan buitenlandse activa
Als de gefailleerde over buitenlandse vermogensbestanddelen beschikt dient hij de curator hierover in te lichten. Verder dient de gefailleerde zijn medewerking aan de curator te verlenen. Hieronder valt bijvoorbeeld het geven van een volmacht aan de curator zodat hij zich toegang tot de buitenlandse banktegoeden kan verschaffen (15). Deze informatie- en medewerkingsplicht is opgesteld omdat het vaak voorkomt dat, indien een onderneming zich op de rand van faillissement bevindt, kapitaal wordt overgeheveld naar het buitenland. Als de gefailleerde weigert zijn medewerking te verlenen dan kan dit leiden tot inbewaringstelling of vordering tot het opleggen van een civielrechtelijk bestuursverbod (16).

6. Overhandiging administratie
Indien de curator dit verlangt dient te gefailleerde zijn administratie ongeschonden aan de curator te overhandigen. Hierbij dient de gefailleerde als dit nodig is alle middelen ter beschikking te stellen die ervoor zorgen dat de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar is. Hierbij kan gedacht worden aan het overhandigen van wachtwoorden, encryptiesleutels en hard- en software (17).

7. Beschikbaar stellen administratie gefailleerde door derden
Derden die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, dienen dit op verzoek van de curator aan hem beschikbaar te stellen. Hierbij kan gedacht worden aan externe administratiekantoren die tegen een vergoeding de administratie van andere bedrijven op zich nemen. De derden die de administratie van de gefailleerde beschikbaar stellen kunnen hierbij een redelijke vergoeding vragen aan de curator. Doel van deze plicht tot beschikbaarstelling is het voorkomen dat bescheiden en goederen in aanloop naar het faillissement snel nog ergens anders ondergebracht worden, om deze aan het faillissement te onttrekken (18).

8. Informatie- en medewerkingsplicht voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders
De informatie- en medewerkingsplicht jegens de curator geldt ook voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders. Dit geldt ook voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap. Vaak zal het gaan om het verstrekken van informatie, bescheiden en andere instrumenten waarover de betrokkene beschikt. Het opzettelijk niet naleven van de informatie- en medewerkingsplicht door feitelijk bestuurders en oud-bestuurders is strafbaar. Ten aanzien van de oud-bestuurders geldt dat deze drie jaar voorafgaand aan het faillissement bestuurder dienden te zijn geweest (19). Deze termijn is vastgesteld om te voorkomen dat een oud-bestuurder tot onttrekking van vermogensbestanddelen overgaat en dat daarna snel een ander tot bestuurder wordt benoemd. De periode van drie jaar komt overeen met de termijn die bij de bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:138 en 248 lid 7 BW hoort. Ook voor de feitelijke beleidsbepaler geldt deze inlichtingen- en medewerkingsplicht. Dit omdat hij zich bezig houdt met het beleid dat de rechtspersoon voert (20). Als de feitelijk bestuurders en oud-bestuurders zich onthouden van hun informatie- en medewerkingsplicht, dan kunnen zij gesanctioneerd worden via strafrechtelijke vervolging of een verbod om vennootschappen te mogen besturen (21).

Stand van zaken
Op 24 februari is het voorontwerp van de Wet versterking positie curator ter raadpleging naar verschillende instanties gestuurd. Vervolgens is het wetsvoorstel naar de Raad van State gezonden (22). Hierbij kijkt de Raad van State naar de kwaliteit van het beleid, de juridische kwaliteit en de wetstechnische kwaliteit van het wetsvoorstel (23). Momenteel is het wetsvoorstel nog in behandeling bij de Raad van State. Hier wacht het op advies, waarna het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd.

Slotsom
De Wet versterking positie curator gaat ervoor zorgen dat de huidige taken van de curator zoals die te vinden zijn in de faillissementswet staan beter worden afgebakend. Op dit moment spelen er namelijk de nodige discussies in de literatuur en jurisprudentie. Dit kan ervoor zorgen dat de curator in zijn handelen vertraagd wordt, waardoor waardevolle informatie kan verdwijnen ten aanzien van de failliete boedel. Door het wegnemen van deze vertragende factor kan de curator in het vervolg sneller handelen waardoor de kans op faillissementsfraude kleiner wordt.

Noten
                                                                                                                                                           

 1 D. Pels, ‘Recordaantal winkels failliet’, Trouw 19 oktober 2013.

2 Brief Wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht aan voorzitter Tweede Kamer, 15 november 2013.

3 Kamerstukken II 2012/13, 29 911, nr. 74.

4 ‘Opstelten wil positie curator versterken’, Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie 25 februari 2014, http://www.knb.nl/nieuwsberichten opstelten-wil-positie-curator-versterken.

5 J.B. van Nielen, ‘Middelen van de curator bij faillissementsfraude’, TvI 2013/13.

6 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p.1.

7 Rb. Amsterdam 2 februari 1982, NJ 1982/525.

8 Zie C.M. Hilverda, Faillissementsfraude, serie Onderneming en Recht deel 53, Deventer: Kluwer, p. 46 en B. Wessels, Insolventierecht IV: Bestuur en beheer na faillietverklaring, Deventer: Kluwer 2010, p. 286.

9 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 2 en 3.

10 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 4.

11 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 9.

12 HR 21 januari 2005, NJ 2005/249, Jomed I.

13 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p.7.

14 EHRM, 20 september 2000, Zaak 33274/96 (Foxley/Engeland).

15 ‘Wetsvoorstel: versterking positie van curator’, DRV Accountants & Adviseurs, http://www.drv.nl/nieuws/wetsvoorstel-versterkingpositie-van-curator.html 16, 17 en 18. Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, resp. p. 15, 17 en 18.

19 Auteur onbekend, ‘Curator krijgt meldplicht onregelmatigheden’, NJB 2014/515.

20 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 19.

21 ‘Wijziging Faillissementswet – Wet versterking positie curator’, De Jonge Advocaten 4 maart 2014, http://www.dejongeadvocaten.nl/nl/nieuws/wijziging-faillissementswet-wet-versterking-positie-curator1#.Uy9XNsTuIsY

22 ‘Curator moet fraude melden’, De Advocatenwijzer 27 februari 2014,

http://www.deadvocatenwijzer.nl/270220144-curator-moet-fraude-melden#more-7370.

23 ‘De Raad van State in het kort’, Raad van State, http://www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/de-raad-van-state-in-het-kort.html.


  • -

Een dag in het leven van curator J.C. van Nie

Rob de Haan & Lisa Loeve

Een dag in het leven van curator J. C. van Nie

In het eerste half jaar van 2013 is er een record aantal faillissementen uitgesproken. In tijden van crisis hebben bedrijven en personen steeds meer moeite om het hoofd boven water te houden. Bedrijven vallen om, personen gaan failliet en er is steeds meer vraag naar hulp in deze situatie. Wanneer zij het beheer over hun vermogen verliezen is het aan de curator om snel te reageren en te redden wat er te redden valt. De curator neemt het roer over en probeert een zo hoog mogelijke boedelopbrengst te realiseren om de schuldeisers te betalen. Het curatorschap is een vak waarbij onder grote tijdsdruk snel een inschatting gemaakt moet worden van de belangen en mogelijkheden die meespelen in het proces.

Bij binnenkomst in het kantoor Brusse & Masselink advocaten hangt al direct een gezellige sfeer. Het is een bescheiden kantoor waar veel met elkaar wordt samengewerkt. De heer J.C. van Nie is advocaat werkzaam op het kantoor. Alhoewel hij zijn pensioensleeftijd heeft bereikt vindt hij het heerlijk om nog een aantal dagen in de week te werken. Zijn werkveld behelst onder meer het milieurecht, bestuursrecht en insolventierecht. In dit laatste is hij onder andere als curator actief. Deze rol is hem op het lijf geschreven. Samen met de andere curatoren en een team van faillissementsmedewerksters wordt momenteel aan een aanzienlijk aantal faillissementszaken gewerkt. Voor ‘Een dag in het leven van’ geeft de heer van Nie ons een rondleiding in het verloop van de zaken van een curator en alles wat hierbij komt kijken.

We gaan allereerst in gesprek met de faillissementsmedewerkers van het kantoor. Zij vinden het werk erg leuk om te doen, met name vanwege de afwisseling en huisbezoeken. Voor de heer van Nie is het werk dat de medewerksters verrichten een grote steun en verlichting van zijn taak. Zij gaan dan ook net als hij elk jaar opnieuw de collegebanken in om hun kennis up-to-date te houden. Naast het werk binnen de faillissementszaken hebben sommige medewerksters extra scholing gehad in juridische dienstverlening en bewindvoering. Hierdoor krijgen ze met meerdere aspecten van het proces te maken en kunnen ze deze inzichten in de praktijk regelmatig toepassen.

De heer van Nie neemt ons vervolgens mee naar de rechtbank om bij een faillissementszitting aanwezig te zijn. Wij hebben hier op een mooie manier ervaren hoe de rechter met zijn cliënten omgaat. Tijdens de zitting gaat de rechter vooral na of er bezittingen zijn en of hier ook een pandrecht op rust. Het komt namelijk steeds vaker voor dat er uit de boedel niks meer te halen valt. De rechter vertelt ons na de zitting ook dat er sinds de crisis een verschuiving heeft plaatsgevonden van faillissementen op rekest naar het zelf aanvragen van een faillissement. Hierdoor lopen dit soort zaken bijzonder uiteen, van kleine schulden door ‘een gat in de hand’ tot tonnen schuld door wanbeleid of een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Het valt op dat de zittingen heel snel gaan, de oorzaak van het faillissement is tijdens de zitting grotendeels op papier afgedaan en wordt dan ook zo kort mogelijk besproken. Het gaat in feite alleen om de beschrijving van de bezittingen en of de gefailleerde in welke zin dan ook contact heeft gehad met een advocaat. Dit is beide van belang om een curator aan de zaak toe te kunnen wijzen, deze moet namelijk neutraal zijn en over de juiste ervaring en expertise beschikken om de zaak te behandelen. De rechtbank Overijssel heeft in beginsel geen bezwaar tegen dat het faillissement als middel wordt gebruikt om gefailleerden sneller toe te laten treden tot de schuldsanering. Dit om lange wachttijden bij de Stadsbank Oost Nederland te voorkomen. Dit verzoek komt ook vaak in de zittingen naar voren.

Nadat door de rechter een faillissement wordt uitgesproken benoemt de rechter-commissaris een voor de zaak geschikte curator. De rechter-commissaris neemt telefonisch contact op om curator de contactgegevens van zijn nieuwe cliënt door te geven. Tevens wordt er door de rechtbank een boedelrekening geopend. Bij een faillissement wordt er algemeen beslag gelegd op het gehele vermogen van de schuldenaar. De opbrengst van het faillissement wordt verdeeld onder de schuldeisers. Het streven van de heer van Nie is om nog op dezelfde dag samen met een faillissementsmedewerkster langs te gaan bij de gefailleerde. Om een goede inschatting en inventarisering te kunnen maken hebben ze een standaardvragenlijst van maarliefst zeven pagina’s, zodat ze niets over het hoofd zien. De gegevens in de vragenlijst zijn ook van groot belang voor het algemene verslag dat elke drie maanden moet worden ingediend bij de rechter-commissaris. Aan de hand van deze verslagen kan de voortgang van de processen worden bijgehouden en heeft de rechter commissaris de mogelijkheid om vragen te stellen aan de curator.

Het eerste gesprek is vaak heftig en emotioneel voor de gefailleerde omdat het faillissement een ingrijpende gegebeurtenis in zijn of haar leven is. Denk bijvoorbeeld aan een eigenaar van een BV die zijn levenswerk teniet ziet gaan of een ZZP’er die niet alleen professioneel maar ook persoonlijk failliet is verklaard. Toch is de uitspraak tot faillissement voor veel mensen een opluchting omdat hiermee alles even bevriest. De schulden blijven bestaan, maar de moeilijke contacten met schuldeisers verlopen vanaf dat moment via de curator.

‘‘Mijn vader zei het al: ze komen altijd te laat.’’

Dit citaat hangt op het kantoor van de heer van Nie. Zoals hij zelf zegt: “een vroegtijdig advies kan veel ellende voorkomen”.

Vanaf de dag van het faillissement is de heer van Nie degene die belangen moet afwegen om tot een bevredigende afwikkeling van het faillissement te komen. Hij kan besluiten om een bedrijf voor een bepaalde termijn door te laten draaien om bijvoorbeeld een doorstart te maken of om nog extra winst te behalen, die vervolgens ten gunste van de boedel komt. De curator beheert de boedel en heeft voor sommige handelingen toestemming nodig van de rechter-commissaris. Hij blijft echter de hoofdrol houden in het proces en zijn visie op het faillissement staat centraal. Bij een doorstart is het zaak dat de boedel zo snel mogelijk wordt verkocht. Het nadeel van deze korte termijn is dat de heer van Nie weinig tijd heeft om een geschikte koper te vinden. Dit heeft tot gevolg dat er vaak een lagere opbrengst wordt behaald dan dat het goed zou kunnen opbrengen. Het inzamelen van goederen kan een moeizaam proces zijn wanneer de gefailleerde deze bewust achter wil houden door de goederen te verplaatsen of verkopen met als doel deze aan de boedel te onttrekken.

De heer van Nie vertelde ons over één van zijn zaken waarin dit aan de orde was. In deze zaak ging het om een transportbedrijf dat failliet is verklaard. Tot de boedel behoorde onder andere een kraanwagen. De kraanwagen was succesvol onderhands verkocht en zou de volgende dag worden opgehaald. Toen de heer van Nie die dag aankwam bij de loods was de kraanwagen echter spoorloos verdwenen. Na een dag telefoneren en rondrijden door Twente heeft hij de kraanwagen weer getraceerd, zodat de koper deze alsnog kon ophalen. Wat opmerkelijk is, is dat niemand van het transportbedrijf iets wist van de verdwijning. Daaruit blijkt maar weer dat gefailleerden en andere betrokkenen niet altijd meewerken in faillissement.

De heer van Nie heeft ons daarnaast verteld dat hij het wettelijke middel, gijzeling kan inzetten wanneer een gefailleerde niet meewerkt aan het proces en bijvoorbeeld een goed aan de boedel probeert te onttrekken. In een dergelijke situatie is het mogelijk om de gefailleerde aan te houden en vast te zetten. Zo was er in zijn loopbaan ooit een gefailleerde die de opbrengst van zijn vrachtwagen naar eigen zeggen in benevelde toestand had vergokt. Hij gaf aan niet meer te weten hoe en waar dit had plaatsgevonden. Hoewel er duidelijk een luchtje zat aan deze zaak, was het in dit geval niet vast te stellen of te bewijzen waar de opbrengst van zijn vrachtwagen was gebleven. Daarop besloot de heer van Nie hem te gijzelen. Uiteindelijk heeft de gefallieerde drie maanden vastgezeten maar desondanks is de opbrengst nooit gevonden. Helaas is dit middel, hoewel extreem, dus niet altijd effectief.

Aan het eind van de dag werden we voorgesteld aan rechter-commissaris Koopmans waar de heer van Nie zeer regelmatig contact mee heeft over zijn faillissementszaken. Naast de oproepen ook over de beslissingen de curator maakt en het verzoek om voor bepaalde handelingen toestemming te verkrijgen. De rechter-commissaris heeft daarnaast een controlerende functie. De rechtbank Overijssel interpreteert het toezicht van de rechter-commissaris ruim. Waardoor de heer Koopmans veel inhoudelijk moet nakijken. Hij bekijkt dan niet alleen de voorstellen van de curator. Maar ook alle koop- en leveringsakten met betrekking tot de goederen in de boedel om ervoor te zorgen dat curator niet aansprakelijk kan worden gesteld wanneer er een probleem optreedt na de verkoop van de goederen. Na de ontmoeting met de heer Koopmans zat ‘Een dag in het leven van de curator’ er op.

Tijdens het meelopen hebben wij vele verhalen gehoord en inzichten gekregen over het curatorschap en faillissementszaken in het algemeen. Het was bijzonder om te zien wat er komt kijken bij faillissementszaken en hoe groot het verschil is tussen de theorie en praktijk. Sommige situaties kwamen dan ook echt als een verrassing. Door deze dag hebben wij een goed inzicht gekregen in het nobele vak van curator. Het is een dynamisch, afwisselend en betrokken beroep waarvan in deze tijd veelvuldig gebruik wordt gemaakt.


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.