Een dag in het leven van Tweede Kamerlid Erik Ziengs

  • -

Een dag in het leven van Tweede Kamerlid Erik Ziengs

Karen Lely & Marjelle van ‘t Ende

Een dag in het leven van: Een liberale Drent in het parlement

Op 19 juni jl. togen redacteuren Marjelle en Karen speciaal voor Terecht Gesteld naar politiek Den Haag, om Tweede Kamerlid Erik Ziengs te ontmoeten. Voorafgaand aan de ontmoeting bezochten ze een plenaire vergadering in de Tweede Kamer, waar minister Schippers (Volkgezondheid, Welzijn en Sport) ondervraagd werd over de vrije artsenkeuze bij zorgverzekeringen. Halverwege de vergadering vertrokken ze vanaf de publieke tribune richting de fractievleugel van de VVD, waar het kantoor van Erik Ziengs en diens fractiemedewerker zich bevindt.

Erik Ziengs werd rond zijn 18e lid van de VVD. Toen hij op zijn 23e lid werd van de VVD-afdeling in Assen, was hij al vrij snel lid van de promotiecommissie. Hierna werd hij bestuurslid. Van 1993 tot 1995 was Erik Ziengs actief als gemeenteraadslid van de gemeente Assen. Na zijn functie als gemeenteraadslid werd hij afdelingsvoorzitter van de VVD-afdeling in Assen. Vervolgens was Ziengs zes jaar voorzitter van de Kamercentrale
van de provincie Drenthe. De Kamercentrale vormt een brug tussen de twaalf VVD-afdelingen uit Drenthe en Den Haag. Gedurende deze periode hield Erik Ziengs zich bezig met het samenstellen van de stemlijst voor de Provinciale Staten en adviseerde hij bij andere lijsten, zoals bijvoorbeeld die van de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Door zijn werkzaamheden als voorzitter van de Kamercentrale was hij regelmatig in Den Haag te vinden. Dit heeft hem ertoe laten besluiten om een interne opleiding tot fractielid van de Tweede Kamer te volgen. Hiervoor liep hij destijds stage bij
(toen nog) Kamerlid Halbe Zijlstra. In juni 2010 werd hij beëdigd als lid van de Tweede Kamer.

Ondernemerschap
Inmiddels is Ziengs al vier jaar Kamerlid. Hij houdt zich als Kamerlid vooral bezig met het ondernemerschap. Zo is hij onder andere woordvoerder MKB, recreatie en toerisme en
ZZP’ers. Een ander onderwerp waar hij zich op richt is regeldruk.

Hoe ziet uw werkweek als Tweede Kamerlid eruit?
“Op maandag en vrijdag houd ik mij onder andere bezig met werkbezoeken. Op maandag vindt soms een wetgevingsoverleg plaats. Verder zijn op dinsdag, woensdag en donderdag de Kamerdagen. Dit zijn de dagen waarop er wordt vergaderd in de Kamercommissies en in de plenaire zaal, de zaal met de bekende blauwe stoelen.”

Fractievergadering
Elke dinsdag vindt er tot ongeveer 13.00 uur een fractievergadering van de VVD plaats.  Tijdens deze vergadering worden talloze fractienotities stuk voor stuk behandeld. Ziengs: “Als iedereen het eens is over de in te zetten lijn, kan een agendapunt snel afgerond worden. Voorzitter bij de fractievergadering is fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Tijdens de vergadering heeft iedereen die wat wil zeggen de mogelijkheid om het woord te voeren,
vragen te stellen en kritische opmerkingen te plaatsen. Als na de discussie het VVD-standpunt is vastgesteld, kan de woordvoerder later die week het debat aangaan.”
“Om 14.00 uur vindt het wekelijkse vragenuurtje plaats. Kamerleden hebben tot 12.00 uur de tijd om vragen in te dienen bij de griffie van de Tweede Kamer. Vervolgens keurt de
Kamervoorzitter ongeveer vier à vijf vragen goed. De Kamerleden ontvangen hierover uiterlijk om 13.00 uur bericht. Na het vragenuurtje is het rond half vier, tijd voor de vaste wekelijkse stemmingen. Er wordt dan gestemd over moties en amendementen die de week ervoor zijn ingediend.”

Debat
“Op woensdag en donderdag vinden vanaf ongeveer 10.00 uur debatten, overleg en ronde
tafelgesprekken plaats. Ik start die dag altijd om 8.00 uur, zodat ik mij in alle rust op mijn
werkzaamheden kan richten.” “Gelet op het vroege tijdstip overnacht ik de tussenliggende
nachten in mijn appartement in Den Haag. De vrijdag kan door het ieder Kamerlid zelf  worden ingedeeld. Hierdoor vertrek ik altijd op donderdagavond weer richting mijn woonplaats Assen.” “Verder komen op vrijdag de stukken van mijn fractiegenoten binnen.  In het weekend neem ik deze stukken altijd door. Als ik vragen over de inhoud heb, neem ik telefonisch contact op met de collega die het stuk geschreven heeft. De stukken worden overigens eerst al door de fractiecommissie bekeken.” “Afgelopen maandag nam ik deel aan een politiek debat in Zoetermeer. Hierbij waren meerdere politici aanwezig. Het doel van het debat was dat er in de Tweede Kamer meer nagedacht wordt over zelfstandigen zonder personeel. Dinsdag had ik een plenair overleg over franchise. Morgen gaat een
notitie van dit overleg mee met de fractiestukken. Een notitie mag maximaal uit drie pagina’s bestaan.” Een keer per veertien dagen vindt er een procedurevergadering plaats.
Soms komt het voor dat er een extra vergadering is. Ziengs: “In de procedurevergadering
nemen commissies van de Tweede Kamer besluiten over brieven van bewindspersonen, procedures en de werkwijze die zij gaan volgen.1 Als een partij graag wil dat een onderwerp op de politieke agenda komt, dan is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het stuk bij een vaste commissie komt. Wil het onderwerp daadwerkelijk op de politieke agenda komen, dan is vereist dat andere partijen met het stuk akkoord gaan, zodat er een meerderheid gevormd wordt. Tussendoor kunnen er spoeddebatten plaatsvinden.
Dergelijke debatten kunnen alleen plaatsvinden als ze worden verzocht door minimaal dertig Kamerleden.”

Wat zijn de leuke en minder leuke dingen aan uw werk?
“Ik vind de politiek erg leuk, omdat het dynamisch is. Hierdoor is het nooit saai. Doordat je dicht op de besluitvorming zit, zie je dat dingen die je doet soms direct uitwerking hebben. Som kan ik mij ergeren aan partijen, die ondanks de economische crisis, minder relevante punten naar voren brengen. Op dit moment is er veel te veel wet- en regelgeving, waardoor Nederlanders  vaak onbekend zijn met de inhoud daarvan. Personen kunnen zelf onderling wel dingen regelen, zonder dat daarvoor wet- en regelgeving vereist is.”

Hoe zet u zich in voor het Noorden van Nederland?
“Ik wil graag met mijn functie als Tweede Kamerlid een brug slaan tussen het Noorden van Nederland en de Randstad. Dit doe ik door werkbezoeken af te leggen bij ondernemingen
in het Noorden. Naar mijn mening is het Noorden te bescheiden, terwijl er een goede infrastructuur is en er prachtige bedrijven te vinden zijn. Dit heeft te maken met het verschil in mentaliteit tussen het Noorden en de Randstad. Ik hoop met mijn functie bedrijven binnen te kunnen loodsen bij politiek Den Haag, zodat er makkelijker deuren voor hen open gaan.” “Verder wil ik graag op de hoogte blijven van onder andere de  werkgelegenheid en investeringen. Zo heb ik bij de dreigende sluiting van de kazerne in Assen wegens bezuinigingen een rondetafelgesprek met noordelijke Kamerleden en de burgemeester en een wethouder van Assen geregeld.”

Wie is uw politieke voorbeeld?
“Mijn politieke held is Frits Bolkestein (VVD). Ik vind het knap dat Bolkestein altijd belangrijke zaken op de agenda wist te plaatsen. Voorbeelden hiervan zijn minderheden, het asielbeleid en integratie. Ondanks de politieke gevoeligheid van deze onderwerpen wist
hij dit op een nette manier te doen. Bolkestein had als kracht om goede argumenten naar voren te brengen en gebruik te maken van herhaling. Dit zorgde er uiteindelijk voor dat veel
Nederlanders op hem wilden stemmen.”

Burgers voelen zich vaak onbegrepen door politici. Staat ‘Den Haag’ te ver van de burger af?
“Dit is een discussie die je eindeloos kunt blijven voeren. Zelf denk ik dat als je je verdiept in de politiek, je al snel aansluiting kunt vinden. Mijn vader is 93 en leest de krantenartikelen
die over de politiek gaan. Deze knipt hij regelmatig uit en bewaart hij: dit is een manier om betrokken te zijn.”

Doe normaal man!
“Maar anderzijds begrijp ik ook goed dat de burger regelmatig denkt: ‘help, wat gebeurt daar allemaal in Den Haag?’ Neem bijvoorbeeld het geval dat Wilders in een discussie tegen premier Rutte zei: ‘Doe eens normaal man’, waarop Rutte antwoordde: ‘Doe zelf eens normaal man!’.2 Dat komt uitgebreid in de kranten en iedereen vormt er een mening over. Maar waar het debat nu werkelijk over ging, dat weet niemand meer. Dan bepaalt zo’n incident de beeldvorming en dat is jammer.”

Zichtbaar
“Er wordt ook een hoop onzin gezegd en geschreven, over wat er in de politiek gebeurt. Daarom is het ontzettend belangrijk dat politici laten zien wat ze doen. Het is niet voldoende om je werk alleen inhoudelijk goed te doen. Politici moeten hun verhaal ook overbrengen naar de mensen. Als mensen niets van je horen, vragen ze zich af wat je nu eigenlijk doet, daar in Den Haag. Het persoonlijke contact is daarin essentieel. Als mensen
mailen of bellen met een probleem, dan reageer ik daar altijd op en help ik als dat kan. Op meerdere sites en in tijdschriften schrijf ik columns, ik laat mijn gezicht zien op evenementen en ik neem deel aan debatten. Mijn plaats in het parlement heb ik verworven
door voorkeursstemmen. Die heb ik voornamelijk te danken aan het feit dat ik veel campagne heb gevoerd, met name in het Noorden. Ik heb hier veel tijd in gestoken. Ik ben allerlei activiteiten afgegaan, heb filmpjes gemaakt, ben met mensen in gesprek gegaan en
heb eigen campagneposters laten maken. Het is ontzettend belangrijk dat je zichtbaar bent als politicus.”

U houdt zich bezig met het verminderen van regeldruk. Over regels uit Den Haag en Europa wordt vaak geklaagd. Hoe gaat u daarmee om?
“Regelmatig kom ik met mensen in gesprek die negatief zijn over de Haagse politiek. Het is belangrijk om uit te leggen wat er gebeurt. Vaak wordt er over van alles geklaagd, bijvoorbeeld over de regeldruk. Dan vraag ik ook wel eens: ‘Kunt u mij een regel noemen die zou moeten worden afgeschaft?’ Daar kunnen mensen dan vaak geen antwoord op geven. Laatst sprak ik een aantal fabrikanten die mij wel een wet konden noemen. Hun fabrieken draaiden zeven dagen per week, en op zondag moesten ze het personeel dan dubbel betalen. Dat vonden ze nou een typisch geval van een regel die afgeschaft zou moeten worden. Dan vraag ik: ‘waar komt die regel dan vandaan?’ Want dat is helemaal geen wetgeving. Dit is gewoon een bepaling die in de CAO is neergelegd. Dat betekent dat de werkgevers hier dus zelf voor getekend hebben. Als je dat wilt veranderen, prima, maar dat is iets wat je zelf gecreëerd hebt en zelf kunt veranderen. Ga dan zelf aan de  onderhandelingstafel zitten met de werknemersverenigingen.”

Doorbetaling loon
“Een ander voorbeeld is het doorbetalen van loon bij ziekte. Werkgevers beklagen zich er wel eens over dat ze een zieke werknemer nog twee jaar lang 100% van zijn loon moeten doorbetalen. De wettelijke regeling schrijft in het tweede jaar 70% voor, maar in sommige CAO’s is dit opgehoogd naar 100%.3 Ook iets wat dus niet vanuit de politiek geregeld is.

Vrij verkeer
“Wat Europa betreft wil ik voorop stellen dat wij veel handel en werkgelegenheid te danken hebben aan de Europese samenwerking. Nederland is een handelsland. Vrij verkeer is heel belangrijk en daar moeten we optimaal van profiteren. Maar tegelijkertijd moeten we ook alert zijn op de regels die vanuit Europa komen. We willen een gelijk speelveld creëren
in de Europese Unie, maar meer ook niet. Aan belemmerende regels hebben we geen behoefte. Ook in dit verband ontstaan er misverstanden.”

Hoge hakken
“In 2012 kwam er in het nieuws dat Europa kapsters zou verbieden om hoge hakken te dragen, vanwege de veiligheid. Van alle kanten kreeg ik de vraag wat dat nou weer voor een belachelijke regel was. Ook mijn vrouw, die een kapperszaak runt in Assen, vroeg ernaar. Zelf heb ik contact opgenomen met Toine Manders (toenmalig Europarlementariër voor de VVD) die in eerste instantie ook nergens vanaf wist. Dat kwam omdat dit een afspraak was die door de brancheorganisaties zelf gemaakt was om de veiligheid in kapsalons te bevorderen. In de media was er een totaal verkeerde beeldvorming ontstaan. Mensen waren verontwaardigd omdat ‘Europa’ zich met van alles zou bemoeien.” “Ik  maak me hard voor een lagere regeldruk: dat is één van mijn speerpunten. Ik zeg altijd: gebruik ook je gezonde boerenverstand. Bedenk waar de regels vandaan komen en wat je zelf kunt veranderen zonder direct de politiek aan te kijken. En als ik dit dan uitleg, geeft het ook veel voldoening omdat er dan ook begrepen wordt wat er in de politiek gebeurt.”

Als rechtenstudenten associëren we de Tweede Kamer vooral met het maken van wetgeving. Hoewel Tweede Kamerleden natuurlijk ook veel andere dingen doen, is dit een belangrijk deel van het takenpakket. Is een juridische opleiding (dus) een pre?
Als ik iets zou willen veranderen in de wetgeving kan ik terecht bij Bureau Wetgeving. Een tijd geleden werd duidelijk dat de Aanbestedingswet niet goed werkte. Er werden bij aanbestedingen van grote projecten onredelijke eisen aan bouwbedrijven gesteld, zodat bijna geen enkel bedrijf aan de eisen kon voldoen. Als er een brandweerkazerne gebouwd moest worden, gold de eis dat de aannemer al tenminste drie andere kazernes had gebouwd. Ook als hij al andere grote projecten succesvol had afgerond, kon hij dan niet meedingen naar de opdracht. Veel ondernemers waren hier uiteraard niet blij mee. Terecht, dus deze wet wilde ik samen met enkele andere parlementariërs veranderen.
Voor de juridische ondersteuning om dit amendement te schrijven wordt je dan geholpen van medewerkers van het Bureau Wetgeving. Daar leg je uit waar je heen wilt en wat de bedoeling is. De juristen die daar werken zorgen dan voor een ‘vertaling’ in wetgeving om dat doel te bereiken. Ze zorgen ervoor dat de teksten juridisch juist zijn en controleren of je wensen goed zijn verwoord. Vanwege deze begeleiding is een juridische opleiding dus zeker niet nodig.”

We bedanken Erik Ziengs voor dit interessante inkijkje in zijn leven als politicus.Door de VVD-vleugel waar de andere fractieleden en –medewerkers hun kamers hebben lopen we naar buiten. Dan staan we weer op het Binnenhof, in de stromende regen. We verlaten het politieke centrum van Nederland en stappen in de trein terug naar Groningen, wetend dat ook de belangen van het Noorden in Den Haag behartigd worden.

Noten
1 ‘Procedurevergadering’, Parlement & Politiek, http://www.parlement.com/
id/vh8lnhrpmxv6/procedurevergadering.
2 Algemene Beschouwingen, 22 september 2011.
3 In artikel 7:629 BW is de hoofdregel opgenomen dat de werkgever verplicht
is 70% van het vastgestelde loon te betalen.


  • -

Een dag in het leven van curator J.C. van Nie

Rob de Haan & Lisa Loeve

Een dag in het leven van curator J. C. van Nie

In het eerste half jaar van 2013 is er een record aantal faillissementen uitgesproken. In tijden van crisis hebben bedrijven en personen steeds meer moeite om het hoofd boven water te houden. Bedrijven vallen om, personen gaan failliet en er is steeds meer vraag naar hulp in deze situatie. Wanneer zij het beheer over hun vermogen verliezen is het aan de curator om snel te reageren en te redden wat er te redden valt. De curator neemt het roer over en probeert een zo hoog mogelijke boedelopbrengst te realiseren om de schuldeisers te betalen. Het curatorschap is een vak waarbij onder grote tijdsdruk snel een inschatting gemaakt moet worden van de belangen en mogelijkheden die meespelen in het proces.

Bij binnenkomst in het kantoor Brusse & Masselink advocaten hangt al direct een gezellige sfeer. Het is een bescheiden kantoor waar veel met elkaar wordt samengewerkt. De heer J.C. van Nie is advocaat werkzaam op het kantoor. Alhoewel hij zijn pensioensleeftijd heeft bereikt vindt hij het heerlijk om nog een aantal dagen in de week te werken. Zijn werkveld behelst onder meer het milieurecht, bestuursrecht en insolventierecht. In dit laatste is hij onder andere als curator actief. Deze rol is hem op het lijf geschreven. Samen met de andere curatoren en een team van faillissementsmedewerksters wordt momenteel aan een aanzienlijk aantal faillissementszaken gewerkt. Voor ‘Een dag in het leven van’ geeft de heer van Nie ons een rondleiding in het verloop van de zaken van een curator en alles wat hierbij komt kijken.

We gaan allereerst in gesprek met de faillissementsmedewerkers van het kantoor. Zij vinden het werk erg leuk om te doen, met name vanwege de afwisseling en huisbezoeken. Voor de heer van Nie is het werk dat de medewerksters verrichten een grote steun en verlichting van zijn taak. Zij gaan dan ook net als hij elk jaar opnieuw de collegebanken in om hun kennis up-to-date te houden. Naast het werk binnen de faillissementszaken hebben sommige medewerksters extra scholing gehad in juridische dienstverlening en bewindvoering. Hierdoor krijgen ze met meerdere aspecten van het proces te maken en kunnen ze deze inzichten in de praktijk regelmatig toepassen.

De heer van Nie neemt ons vervolgens mee naar de rechtbank om bij een faillissementszitting aanwezig te zijn. Wij hebben hier op een mooie manier ervaren hoe de rechter met zijn cliënten omgaat. Tijdens de zitting gaat de rechter vooral na of er bezittingen zijn en of hier ook een pandrecht op rust. Het komt namelijk steeds vaker voor dat er uit de boedel niks meer te halen valt. De rechter vertelt ons na de zitting ook dat er sinds de crisis een verschuiving heeft plaatsgevonden van faillissementen op rekest naar het zelf aanvragen van een faillissement. Hierdoor lopen dit soort zaken bijzonder uiteen, van kleine schulden door ‘een gat in de hand’ tot tonnen schuld door wanbeleid of een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Het valt op dat de zittingen heel snel gaan, de oorzaak van het faillissement is tijdens de zitting grotendeels op papier afgedaan en wordt dan ook zo kort mogelijk besproken. Het gaat in feite alleen om de beschrijving van de bezittingen en of de gefailleerde in welke zin dan ook contact heeft gehad met een advocaat. Dit is beide van belang om een curator aan de zaak toe te kunnen wijzen, deze moet namelijk neutraal zijn en over de juiste ervaring en expertise beschikken om de zaak te behandelen. De rechtbank Overijssel heeft in beginsel geen bezwaar tegen dat het faillissement als middel wordt gebruikt om gefailleerden sneller toe te laten treden tot de schuldsanering. Dit om lange wachttijden bij de Stadsbank Oost Nederland te voorkomen. Dit verzoek komt ook vaak in de zittingen naar voren.

Nadat door de rechter een faillissement wordt uitgesproken benoemt de rechter-commissaris een voor de zaak geschikte curator. De rechter-commissaris neemt telefonisch contact op om curator de contactgegevens van zijn nieuwe cliënt door te geven. Tevens wordt er door de rechtbank een boedelrekening geopend. Bij een faillissement wordt er algemeen beslag gelegd op het gehele vermogen van de schuldenaar. De opbrengst van het faillissement wordt verdeeld onder de schuldeisers. Het streven van de heer van Nie is om nog op dezelfde dag samen met een faillissementsmedewerkster langs te gaan bij de gefailleerde. Om een goede inschatting en inventarisering te kunnen maken hebben ze een standaardvragenlijst van maarliefst zeven pagina’s, zodat ze niets over het hoofd zien. De gegevens in de vragenlijst zijn ook van groot belang voor het algemene verslag dat elke drie maanden moet worden ingediend bij de rechter-commissaris. Aan de hand van deze verslagen kan de voortgang van de processen worden bijgehouden en heeft de rechter commissaris de mogelijkheid om vragen te stellen aan de curator.

Het eerste gesprek is vaak heftig en emotioneel voor de gefailleerde omdat het faillissement een ingrijpende gegebeurtenis in zijn of haar leven is. Denk bijvoorbeeld aan een eigenaar van een BV die zijn levenswerk teniet ziet gaan of een ZZP’er die niet alleen professioneel maar ook persoonlijk failliet is verklaard. Toch is de uitspraak tot faillissement voor veel mensen een opluchting omdat hiermee alles even bevriest. De schulden blijven bestaan, maar de moeilijke contacten met schuldeisers verlopen vanaf dat moment via de curator.

‘‘Mijn vader zei het al: ze komen altijd te laat.’’

Dit citaat hangt op het kantoor van de heer van Nie. Zoals hij zelf zegt: “een vroegtijdig advies kan veel ellende voorkomen”.

Vanaf de dag van het faillissement is de heer van Nie degene die belangen moet afwegen om tot een bevredigende afwikkeling van het faillissement te komen. Hij kan besluiten om een bedrijf voor een bepaalde termijn door te laten draaien om bijvoorbeeld een doorstart te maken of om nog extra winst te behalen, die vervolgens ten gunste van de boedel komt. De curator beheert de boedel en heeft voor sommige handelingen toestemming nodig van de rechter-commissaris. Hij blijft echter de hoofdrol houden in het proces en zijn visie op het faillissement staat centraal. Bij een doorstart is het zaak dat de boedel zo snel mogelijk wordt verkocht. Het nadeel van deze korte termijn is dat de heer van Nie weinig tijd heeft om een geschikte koper te vinden. Dit heeft tot gevolg dat er vaak een lagere opbrengst wordt behaald dan dat het goed zou kunnen opbrengen. Het inzamelen van goederen kan een moeizaam proces zijn wanneer de gefailleerde deze bewust achter wil houden door de goederen te verplaatsen of verkopen met als doel deze aan de boedel te onttrekken.

De heer van Nie vertelde ons over één van zijn zaken waarin dit aan de orde was. In deze zaak ging het om een transportbedrijf dat failliet is verklaard. Tot de boedel behoorde onder andere een kraanwagen. De kraanwagen was succesvol onderhands verkocht en zou de volgende dag worden opgehaald. Toen de heer van Nie die dag aankwam bij de loods was de kraanwagen echter spoorloos verdwenen. Na een dag telefoneren en rondrijden door Twente heeft hij de kraanwagen weer getraceerd, zodat de koper deze alsnog kon ophalen. Wat opmerkelijk is, is dat niemand van het transportbedrijf iets wist van de verdwijning. Daaruit blijkt maar weer dat gefailleerden en andere betrokkenen niet altijd meewerken in faillissement.

De heer van Nie heeft ons daarnaast verteld dat hij het wettelijke middel, gijzeling kan inzetten wanneer een gefailleerde niet meewerkt aan het proces en bijvoorbeeld een goed aan de boedel probeert te onttrekken. In een dergelijke situatie is het mogelijk om de gefailleerde aan te houden en vast te zetten. Zo was er in zijn loopbaan ooit een gefailleerde die de opbrengst van zijn vrachtwagen naar eigen zeggen in benevelde toestand had vergokt. Hij gaf aan niet meer te weten hoe en waar dit had plaatsgevonden. Hoewel er duidelijk een luchtje zat aan deze zaak, was het in dit geval niet vast te stellen of te bewijzen waar de opbrengst van zijn vrachtwagen was gebleven. Daarop besloot de heer van Nie hem te gijzelen. Uiteindelijk heeft de gefallieerde drie maanden vastgezeten maar desondanks is de opbrengst nooit gevonden. Helaas is dit middel, hoewel extreem, dus niet altijd effectief.

Aan het eind van de dag werden we voorgesteld aan rechter-commissaris Koopmans waar de heer van Nie zeer regelmatig contact mee heeft over zijn faillissementszaken. Naast de oproepen ook over de beslissingen de curator maakt en het verzoek om voor bepaalde handelingen toestemming te verkrijgen. De rechter-commissaris heeft daarnaast een controlerende functie. De rechtbank Overijssel interpreteert het toezicht van de rechter-commissaris ruim. Waardoor de heer Koopmans veel inhoudelijk moet nakijken. Hij bekijkt dan niet alleen de voorstellen van de curator. Maar ook alle koop- en leveringsakten met betrekking tot de goederen in de boedel om ervoor te zorgen dat curator niet aansprakelijk kan worden gesteld wanneer er een probleem optreedt na de verkoop van de goederen. Na de ontmoeting met de heer Koopmans zat ‘Een dag in het leven van de curator’ er op.

Tijdens het meelopen hebben wij vele verhalen gehoord en inzichten gekregen over het curatorschap en faillissementszaken in het algemeen. Het was bijzonder om te zien wat er komt kijken bij faillissementszaken en hoe groot het verschil is tussen de theorie en praktijk. Sommige situaties kwamen dan ook echt als een verrassing. Door deze dag hebben wij een goed inzicht gekregen in het nobele vak van curator. Het is een dynamisch, afwisselend en betrokken beroep waarvan in deze tijd veelvuldig gebruik wordt gemaakt.


  • 0

Een dag in het leven van… mediator Edith Bos

Een dag in het leven van een mediator

Judith Bos – Accent Mediation

Door: Monique Nijboer
Wanneer je als student zegt dat je rechten studeert, denkt men vaak dat je later de advocatuur in gaat. Maar er zijn vele andere professies waar de rechtenstudie een uitstekende basis voor vormt. Bijvoorbeeld mediation, een opkomend middel om partijen in conflicten dichter bij elkaar te brengen. Een proces waarbij het er niet om gaat wie er met de ‘winst’ naar huis gaat, maar een proces waar je een win-win situatie wil creëren, of beter gezegd waar verliezen worden beperkt en samen naar een overeenkomst wordt gezocht. In dit artikel geef ik informatie over het beroep en krijg je een kijkje in de keuken van het werk van een mediator. Judith Bos, van Accent Mediation, heeft mij vol passie uitleg gegeven over de do’s en don’ts van het vak.

 

Mediators heb je in verschillende soorten, hiermee bedoel ik in eerste instantie de achtergrond van een mediator. Je hebt mediators met een psychologische achtergrond, een bedrijfskundige achtergrond maar ook, zoals Judith, een juridische achtergrond. Ook kun je je specialiseren in bepaalde gebieden en soorten conflicten. In het familierecht en bij arbeidszaken is het fenomeen mediation al langere tijd ingeburgerd. Hedendaags is de mediation in strafzaken en faillissementen ook in opmars.[1] Mediation lijkt zich steeds meer een vaste positie in het Nederlandse rechtssysteem te verwerven. Zo is het in de rechtszaal gebruikelijker om door te verwijzen naar een mediator.[2] Op het moment is er nog geen wettelijke inbedding van de mediation, de mediator heeft geen verschoningsrecht. Maar naar aanleiding van de Europese richtlijnen om grensoverschrijdende mediations vast te leggen is men bezig om ook de nationale conflictbemiddeling een plaats te geven in de Nederlandse Wetgeving.
Om jezelf een mediator te kunnen noemen moet je eerst een erkende NMI registermediator opleiding volgen.[3] De opleiding wordt bij verschillende trainingsinstituten aangeboden. Tijdens de opleiding wordt er, naast het vergaren van psychologische en juridische kennis, aandacht gegeven aan gespreksvaardigheden. Door rollenspellen leer je praktijksituaties kennen waarin je naast het onderhandelen de psychologische en juridische kennis toe kan passen. Dit wordt ook bij een echte mediation van je wordt verwacht.

De partijen bij een mediation moeten ten eerste vrijwillig willen deelnemen aan de mediation en bereid zijn om een eigen inspanning te leveren. Tevens moet het gaan om zaken waarover partijen zelf kunnen beslissen. Ze nemen eigen verantwoordelijkheid bij de mediation.  Want de mediator lost het conflict niet op, maar brengt twee partijen nader tot elkaar. De mediator wordt primair ingezet om de vastgelopen communicatie tussen partijen weer op de rails te krijgen. Uit een verbeterde communicatie tussen twee partijen kan natuurlijk wel een oplossing komen. In eerste instantie denkt een mediator dus in opties en mogelijkheden en kan hij effectief met conflicten en emoties omgaan. Ze zal als onafhankelijk derde in het proces een gespreksstructuur aanbrengen en cliënten inzicht geven in elkaars en eigen gedrag en wensen. Het proces begint bij de voorbereiding, daarna bestaat het plenaire gedeelte uit een intake, exploratie, onderhandeling en besluitvorming, waarna op het einde het proces wordt afgesloten. Je begint de mediation met een overeenkomst en je eindigt de mediation met een overeenkomst.
Judith Bos – Accent Mediation, nadruk op de dialoog

Kort wat over Judith, de mediator waarbij ik de onderstaande ervaringen heb opgedaan. Judith heeft naast het zijn van mediator nog andere activiteiten, dus werkt ze parttime als mediator. Nadat ze in 2002 de mediationopleiding had afgerond, heeft ze samen met een collegamediator Het Akkoord opgericht. In 2004 is ze ook gaan werken als rechtbankmediator. Sinds 2011 voert ze een eigen praktijk onder de naam Accent Mediation.[4] Ze is NMI Registermediator en geeft uit oogpunt van conflictpreventie diverse trainingen. Wanneer er behoefte aan is om samen te werken met een andere mediator of deskundigen is ze hier flexibel in, ze doet zelfs aan online mediation. Naast het uitoefenen van het beroep vervult ze ook nog gerelateerde nevenactiviteiten. Kortom een ondernemende vrouw die vol passie haar werk, waar de dialoog voorop staat, volbrengt.

 

Volgens Judith is het my lucky day, want ik kan mee naar een workshop én een echtscheidingsmediation.
Workshop
De workshop mediation voor alumni psychologen van de RUG was een boeiende en interessante ervaring. Na een inleiding wat het beroep inhoudt, het bespreken van praktijkgevallen en een filmpje van een voorbeeldzaak mochten we zelf aan de slag. Er stond een rollenspel op het programma. Nadat de rollen waren verdeeld en ik was getransformeerd tot Lia Stoffel, de mediator, konden we beginnen.
Het betrof een conflict tussen een technisch directeur en een algemeen directeur van een bedrijf. De technisch directeur was al jaren bij het bedrijf werkzaam in tegenstelling tot de net aangestelde algemeen directeur. Na even warm worden en het proces te hebben uitgelegd aan de cliënten was het tijd om de mediationovereenkomst te tekenen. Dit document garandeert onder andere de geheimhouding en vertrouwelijkheid van het proces. Het volgende wat me te doen stond was het conflict in kaart brengen en de wensen van partijen achterhalen. Ik merkte dat je als mediator je moet kunnen inleven in de personen en het vertrouwen van beide personen moet winnen. Ook al hebben ze in het begin gezamenlijk ingestemd met de mediation, het vertrouwen en het meewerken van beide partijen gedurende het hele proces is de sleutel tot succes. Een onpartijdige mediator is hierbij een belangrijk element. Ik merkte aan mijzelf dat je snel met iemand meedenkt als diegene zijn of haar kant van het verhaal vertelt. Maar wanneer je daar vol in meegaat, verlies je ten eerste je onpartijdigheid en ten tweede het vertrouwen van de andere partij. Door partijen met elkaar te laten praten, soms het gesprek sturen en enkele mogelijkheden op tafel leggen werd er voor een eerste bijeenkomst al veel werk verricht. Partijen hebben een beter beeld van het proces gekregen, hebben uitgesproken wat het conflict betreft en toegelicht waar men naar toe wilt. Dat lijkt me een mooi resultaat van een eerste bijeenkomst én, voor mij, een eerste ervaring als mediator.

 

Echtscheidingsmediation
De echtscheidingsmediation waar ik bij mocht zijn vond dit keer niet op neutraal terrein plaats. Vanwege omstandigheden gingen we naar de mensen thuis. In de auto legde Judith mij de zaak uit, want bij een echtscheiding kunnen er verschillende elementen bij komen kijken. Deze zaak betrof een stel met minderjarige kinderen. Eenmaal binnen merkte ik gelijk dat Judith bij eerdere bijeenkomsten een band heeft ontwikkeld met het stel. Ze vertrouwen haar, zijn open en niet zakelijk of afstandelijk. Na het tekenen van mijn geheimhoudingsverklaring pakte Judith de zaak op waar hun vorige bijeenkomst was geëindigd. Er werd ook aandacht aan het ‘huiswerk’ van de partijen besteed. Zo nemen partijen geen overhaaste beslissing, worden er ook door hun dingen uitgezocht én zijn ze echt betrokken bij het proces. Tijdens deze bijeenkomst moesten de openstaande onderdelen van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan[5] worden ingevuld. Nadat de mediator een punt heeft aangekaart, geven partijen aan hoe ze erover denken en overleggen ze de mogelijkheden. Judith springt in wanneer partijen niet duidelijk weten wat de (voordeligste) mogelijkheden zijn, en legt dan uit waaraan ze kunnen denken. Tevens stuurt ze het gesprek wanneer de spanningen tussen partijen wat hoger oplopen. Zo worden de overeenkomsten stap voor stap doorgelopen. En worden er door partijen gezamenlijke beslissingen genomen over de woning, pensioenen, alimentatie, omgangsregelingen etc. Aan het einde van de bijeenkomst legt Judith de verdere gang van zaken uit en sluit één van de partijen met een mooie uitspraak af: ‘ons huwelijk is niet mislukt, maar ons huwelijk is niet verder gelukt.’

Ik heb de indruk gekregen dat partijen door de bijeenkomsten, hun betrokkenheid en concessies zich meer bewust zijn van het proces en de uitkomsten. Ik vond het erg mooi om te zien dat mensen die kennelijk zo erg in conflict zijn en er zelf niet meer uitkomen, met behulp van een derde toch netjes met elkaar kunnen omgaan. Om er samen uit te komen en om elkaar verder te helpen.

 

Na het meelopen en het vergaren van informatie over mediation ben ik nog meer enthousiast geworden over het beroep. Bedankt Judith, voor de mogelijkheid om deze ervaringen op te doen en een kijkje in de keuken te hebben gekregen van een opkomend middel in de samenleving.

 

 



[1] Van Wemeskerken, H. 2012: Mediation: niet voor watjes. Mr. Magazine voor juristen Mr, Deventer: Kluwer 2012, nr. 11.

[2] Sinds 2007 hebben alle rechtbanken en gerechtshoven een verwijsvoorziening voor mediation in huis.

[3] Toetredingseisen tot het NMI Register:
NMI erkende basisopleiding, Theorie-examen, Assessment en een Verklaring Omtrent het Gedrag. Daarna moet je aan de Onderhoudseisen NMI register voldoen.
Structuur binnen de mediation:
NMI Gedragsregels, NMI mediation Reglement en een model mediationovereenkomst. Daarnaast kent het NMI een klachtenregeling en onafhankelijk tuchtrecht.

[4] Accent Mediation, met de nadruk op de dialoog: www.accentmediation.nl

[5] Artikel 1:247a BW jo artikel 815 lid 2 RV


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.