Een dag in het leven van een strafrechtadvocaat M.R.M. Schaap

  • -

Een dag in het leven van een strafrechtadvocaat M.R.M. Schaap

Maaike Baan en Madelon Zweep

Een dag in het leven van een strafrechtadvocaat M.R.M. Schaap

Het strafrecht is een geliefd vakgebied onder rechtenstudenten. Een baan in de strafrechtadvocatuur lijkt echter niet voor het grijpen te liggen. Voor deze editie van Terecht Gesteld nemen we een kijkje in een dag in het leven van strafrechtadvocaat Maartje Schaap om erachter te komen dat haar werk inderdaad vol zit met verrassingen en uitdagingen.

Over Maartje Schaap
Maartje Schaap is strafrechtadvocaat bij De Haan Advocaten & Notarissen te Groningen. In 1999 begon zij aan de rechtenstudie in Groningen waar ze de specialisaties privaat- en strafrecht succesvol afrondde. Vanwege het gebrek aan praktische onderdelen koos Maartje ervoor om de togamaster te volgen. Zij dacht feeling te hebben met het togaberoep en achteraf bleek dit een uitstekende keuze te zijn. Als onderdeel van de master liep Maartje onder andere een half jaar stage bij het Openbaar Ministerie (OM). Daar schreef ze uiteindelijk haar eindscriptie, waarna ze mocht blijven als junior parketsecretaris in Leeuwarden. In die functie deed zij het voorwerk voor de officier van justitie. Dezelfde functie heeft ze daarna nog enige tijd uitgeoefend in Groningen. Maartje miste in dit werk toch het contact met clienten en besloot te solliciteren voor een baan in de strafrechtadvocatuur. Ze kwam in eerste instantie terecht bij een civielrechtelijk kantoor, waar ze haar passie voor het strafrecht slechts gedeeltelijk kon waarmaken. Strafrecht was het rechtsgebied dat Maartje nog altijd erg aansprak en waar zij in verder wilde. Dit kwam onder andere tot uiting toen ze tijdens de beroepsopleiding advocatuur een grote  strafzaak deed. In 2010 kwam ze terecht op het strafrechtkantoor van De Haan, waar ze tot op heden werkzaam is.

De werkdag
Om 8.45 uur hebben we met Maartje afgesproken bij de rechtbank Noord-Nederland locatie Assen. Haar werkdag begint met een zitting in een grote payrollfraudezaak. De fraude speelde zich af in 2010 en is toen ook behandeld in een uitzending van TROS Opgelicht. Van Maartje begrepen wij dat payrollfraude als volgt in zijn werk gaat: een payrollbedrijf ontvangt een aanvraag van bedrijf X om de verloning van diens werknemers op zich te nemen. Er wordt een overeenkomst gesloten, waarna het payrollbedrijf steeds het afgesproken loon uitkeert aan de opgegeven werknemers. Bedrijf X blijft in gebreke met de betaling van de door het payrollbedrijf aan de werknemers voorgeschoten lonen. Dan blijkt dat Bedrijf X geen draaiende onderneming is en de ‘werknemers’slechts zijn ingezet om geld te kunnen witwassen. De client van Maartje is opgegeven als werknemer en verdachte in de eerste zaak die we vandaag gaan bijwonen. Bij de rechtbank aangekomen blijken we niet de enigen te zijn die vandaag een zitting komen bijwonen; er staat een hele schoolklas in de rij om door de beveiligingspoortjes te lopen. Eenmaal binnen nemen we plaats in de hal en al snel zien we een hoogzwangere Maartje binnenlopen. Ze haast zich naar de advocatenkamer en verschijnt al snel weer in de hal, nu in toga. Voor de zitting heeft Maartje nog even de tijd om ons bij te praten. Haar client is niet aanwezig omdat hij in voorlopige hechtenis zit in een andere zaak. De zaak wordt omgeroepen en wij nemen als publiek plaats in een aparte ruimte achter een glasplaat. Naast de client van Maartje zijn er nog drie verdachten in deze strafzaak, die wel zijn verschenen en worden bijgestaan door hun advocaten. De voorzitter neemt eerst met de aanwezige verdachten het tenlastegelegde door en stelt hen kritische vragen. De drie aanwezige verdachten vertellen ongeveer hetzelfde verhaal: zij kregen in 2010 een telefoontje van een onbekend persoon. Er werd hen verteld dat er een administratieve fout was gemaakt, waardoor zij geld van een payrollbedrijf op hun rekening zouden ontvangen. Verzocht werd om dit geld over te boeken naar een andere rekening. Dit hadden de drie aanwezige verdachten ook gedaan. De client van Maartje heeft echter het geld niet overgeboekt, maar zelf opgemaakt. Na een korte pauze worden de persoonlijke omstandigheden van de verdachten besproken. Maartje vertelt over de persoonlijke situatie van haar client en vraagt de rechtbank daarmee rekening te houden. Hierna krijgen alle advocaten de gelegenheid om te pleiten. Onderling hebben ze afgesproken dat Maartje als eerste het woord doet. Met krachtige stem en in heldere bewoordingen levert ze kritiek op de tenlastelegging van de officier van justitie. De andere advocaten sluiten zich in hun pleidooien bij haar standpunt aan. De zitting wordt gesloten en over twee weken wordt uitspraak gedaan.

Na deze zaak blijven we in Assen en vertelt Maartje ons over de politierechterzitting waar we straks naar toe gaan. Haar client is een jongeman die verdacht wordt van bedreiging van Geert  Wilders via de computer. We krijgen te horen dat een andere zitting blijkt uit te lopen: een voor Maartje veelvoorkomende ergernis. Rechters kunnen het vaak niet voor elkaar krijgen om zich aan de dagelijkse agenda te houden, wat begrijpelijk is gezien de vele zaken per dag. Er worden vaak meerdere zittingen op hetzelfde tijdstip gepland omdat verdachten vaak niet verschijnen of omdat ze verschijnen zonder advocaat. Toen Maartje zich meldde bij de bodebalie werd het uitlopen van de agenda haar niet gemeld. Door de uitloop missen we het hoger beroep in Leeuwarden dat dezelfde middag dient. Maartje geeft aan dat je je als advocaat altijd moet kunnen aanpassen, zo ook nu. Ze belt naar kantoor om een collega te vragen of hij naar Leeuwarden kan om de zaak van haar over te nemen. Als strafrechtadvocaat moet je je op dit vlak erg flexibel kunnen opstellen. Maartje vertelt dat dit in het begin niet altijd even leuk was, maar dat je na verloop van tijd leert om op zulke situaties te anticiperen.

De tweede zaak van de dag betreft dus een leerling tegen wie aangifte is gedaan door Geert Wilders vanwege bedreiging. In de tenlastelegging is opgenomen dat het ging om bedreiging gezamenlijk en in vereniging. Primair voert Maartje als verweer dat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Het was onduidelijk wie wat had gedaan in het geheel. Bovendien voert Maartje aan dat het de vraag is of er wel gesproken kan worden van bedreiging. Hiervoor moet er een concrete aankondiging zijn met de daadwerkelijke verwachting de bedreiging zich kan verwezenlijken. Als de rechter

vervolgens uitspraak doet wordt er helaas niet ingegaan op de jurisprudentie die Maartje had aangevoerd. Maartje geeft aan dat dit vaker voorkomt bij de politierechter. Uiteindelijk spreekt de rechter de client van Maartje vrij omdat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. De zittingsdag werd op deze manier toch nog goed afgesloten.

 De Turfsingel
De rest van de dag brengt Maartje door op kantoor. We rijden met haar mee naar een pandje aan de  Turfsingel, dat uitkijkt op de gracht en op een steenworp afstand ligt van de rechtbank. Dat laatste is erg handig, want een dag met meerdere zittingen is voor een strafrechtadvocaat geen uitzondering. Het kantoor aan de Turfsingel is een vestiging van De Haan die zich uitsluitend bezighoudt met strafrecht. Het pand ademt de sfeer uit van een woonhuis. Er is zelfs een tuintje dat gedeeld wordt met de pizzeria ernaast. Bij binnenkomst is er een balie waar clienten of andere mensen met vragen zich kunnen melden. Het gebeurt vaak dat mensen even langs komen om een vraag te stellen of papieren af te geven, wat zorgt voor een levendige sfeer op kantoor.

We gaan naar Maartje haar kamer op de tweede verdieping. Het is een lichte ruimte met een balkonnetje en opvallend veel schaapjes ter decoratie. Bij haar bureau ligt een artikel uit het Dagblad van het Noorden over een man uit Beilen die door de burgemeester uit zijn woning werd gezet nadat daar 42   hennepplantjes waren aangetroffen. Maartje vertelt dat zij werkt aan de zaak van het krantenartikel. Haar client werdin de strafzaak vrijgesproken, maar werd alsnog voor drie maanden zijn huis uitgezet door de burgemeester. Tegen die beslissing maakte Maartje namens haar client bezwaar. Maartje staat als strafrechtadvocaat vrij regelmatig voor de bestuursrechter. Zo doet ze geregeld zaken tegen het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), bijvoorbeeld inzake de oplegging van een alcoholslotprogramma. Ze vertelt over een zaak van een 23-jarige vrachtwagenchauffeur aan wie een alcoholslot werd opgelegd. Ook in dit geval werd haar client vrijgesproken in de strafzaak voor rijden onder invloed, omdat uit het proces-verbaal niet bleek dat een blaastest was afgenomen op de manier die het protocol voorschrijft. Daardoor was geen sprake van een geldig onderzoek en ontbrak een betrouwbare metingsuitslag waarop de rechter zijn uitspraak kon baseren. Om die reden heeft Maartje bij de bestuursrechter gevraagd om een herziening van het besluit van het CBR tot het opleggen van het alcoholslotprogramma. De bestuursrechter heeft in principe niets te maken met de uitspraak van de strafrechter. Dat maakt de uitspraak van de bestuursrechter lastig te voorspellen.

Ongeveer negentig procent van de zaken die Maartje doet is op basis van toevoegingen. Dat betekent dat de Raad voor de Rechtsbijstand voor de client een groot gedeelte van de kosten voor de advocaat betaalt (1). Afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de client wordt aan de hand van een puntensysteem een eigen bijdrage berekend. In haar werk heeft Maartje veel te maken met de politie, onder andere met betrekking tot het bezoeken en verhoren van clienten. Ook is er contact met reclassering, die informatie geeft over de achtergronden van clienten. Daarnaast zijn er behandelende en begeleidende instanties voor clienten waarmee je als strafrechtadvocaat in contact staat. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verslavingszorg en begeleiding in werk en dienstverlening.

 Er zijn in Groningen weinig kantoren die alleen gespecialiseerd zijn in het strafrecht. De werkgelegenheid gespecificeerd tot het strafrecht is in het westen van het land een stuk groter dan in het noorden. Maartje benadrukt echter dat als je iets wilt, je ervoor moet gaan. Als je besluit om voor het strafrecht te kiezen dan moet je het niet als vervelend

ervaren om je flexibel te kunnen opstellen qua tijd en om zaken van collega’s over te nemen met een korte

voorbereidingstijd. Daarnaast moet je ook als persoon kunnen levelen met de clienten; je moet je kunnen inleven in degene die je als advocaat bijstaat. Er vallen in het strafrecht soms bijzondere figuren binnen met de vraag of ze kunnen worden bijgestaan. Hiermee moet je wel kunnen omgaan.

Op het strafrechtkantoor van De Haan zijn zes advocaten werkzaam. Het werk zelf is vrij individualistisch; ieder draait nu eenmaal zijn eigen agenda. Iedere week worden de agenda’s naast elkaar gelegd om met elkaar te communiceren en door te nemen hoe de week er uitziet. Het kantoor is strafrecht-minded en Maartje omschrijft de sfeer als relaxed. Kortom; het leven als strafrechtadvocaat is druk maar interessant met elke dag nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen.

Noot

                                                                                                                                                  

1 Raadpleeg voor meer informatie de website van de Raad voor Rechtsbijstand, www.rvr.org.


  • 0

Een dag in het leven van: een deurwaarder

Een dag in het leven van een deurwaarder

 

Door:  Pamela Haak

 

We weten maar weinig over het beroep en daarnaast heeft het beroep deurwaarder ook niet bepaald een goede naam in de maatschappij. Maar wat doet een deurwaarder in  zijn dagelijkse werk? Op 13 november, mocht ik met Joop Kleinheerenbrink, deurwaarder bij het kantoor Wielens deurwaarders en incasso in Assen, mee om een indruk te krijgen van het echte werk van de deurwaarder.

Joop is 46 jaar, heeft zijn opleiding tot kandidaat deurwaarder in 2007 afgerond en is sinds maart dit jaar werkzaam bij het kantoor van Wielens in Assen.[1] Het kantoor Wielens is een kleine “maatwerk-organisatie” met slechts zeven mensen in dienst: een gerechtsdeurwaarder, twee toegevoegd kandidaat deurwaarders, waarvan een jurist, en vier administratieve krachten en tevens dossierbehandelaars.[2] Er komen op het kantoor diverse opdrachten binnen met betrekking tot betalingsachterstanden. Tot hun opdrachtgevers behoren onder andere een zorgverzekering, een woningstichting en verschillende bedrijven.

Als ik door de vertraging met de trein iets na negenen het kantoor in Assen binnen kom vallen, is men op het kantoor al druk aan het werk. De dag begint er rond half negen met een kop koffie en  administratief werk van de vorige dag. De post wordt uitgezocht en er wordt gekeken of er nog nieuwe spoedzaken binnen zijn gekomen. Afhankelijk van de binnengekomen post en de eventuele spoedopdrachten wordt een nieuwe – zo efficiënt mogelijke – route voor de dag opgesteld.

Als de route voor de laatste keer is doorgenomen kunnen we dan ook op pad. Op een doorsnee dag begint Joop met zijn route rond 10:30 uur, echter komt het vaak voor dat er bijzonderheden zijn waardoor de dag iets anders verloopt dan gepland. Vandaag ligt alles op tijd klaar dus kunnen we al vroeg, rond kwart voor tien, beginnen met de route van de dag. Voor vandaag staan verschillende adressen in de provincies Groningen en Drenthe en we hebben een lange rit voor de boeg.

In de auto heeft Joop veel verhalen over zijn werk en wat hij zoal heeft meegemaakt tijdens zijn werkzaamheden. Deze verhalen geven me een beter beeld over wat een deurwaarder precies doet. Een deurwaarder dient namelijk niet te worden gezien als een boosdoener of de brenger van slecht nieuws. Joop probeert vanuit zijn functie als deurwaarder ook vaak samen met de betrokkene een oplossing te zoeken voor het probleem. Hij is begaan met de mensen en houdt van het diverse contact met de mensen en het midden in de maatschappij staan met zijn beroep.

Als deurwaarder heeft Joop vrijwel dagelijks te maken met emoties, mensen moeten die vaak even kwijt. Vaak lopen deze emoties hoog op maar ze escaleren vrijwel nooit. Een keer is Joop, tijdens een beslaglegging op roerende zaken, bedreigd met een schep door de bewoner van het erf.

Op het eerste adres van onze route, treffen we de betrokkene niet zelf aan. Joop heeft voor de betrokkene een dagvaarding die Joop aan betrokkene dient te betekenen. Door betekening wordt iemand geacht van de inhoud van het ambtelijke stuk op de hoogte te zijn.

Op grond van de wet kan de deurwaarder een afschrift van het ambtelijke stuk achterlaten aan de betrokkene zelf, aan de woonplaats aan een huisgenoot of aan een andere persoon die zich daar bevindt en waarvan aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift diegene tijdig bereikt[3]. Daarnaast kan de deurwaarder het ook in een gesloten enveloppe achterlaten in de brievenbus[4].

We kunnen het afschrift achterlaten bij iemand waarvan we in redelijkheid verwachten dat diegene zal bevorderen dat het afschrift de betrokkene bereikt. We vervolgen onze weg naar een bedrijf in Hoogezand waar Joop beslag wil leggen. Aangekomen op het adres blijkt het pand leeg te staan en ook op kantoor weten ze van niets. We weten achter het adres van de bestuurder te komen, maar ook daar treffen we niemand aan. We laten het bericht met betrekking tot het beslag achter in een gesloten enveloppe in de brievenbus.

Van Hoogezand vervolgen we onze weg naar Farmsum, Delfzijl en door naar Stadskanaal waar we een snelle lunch nemen en verdergaan. Op dit adres treffen we de bewoner aan. Joop is van plan beslag te leggen op een auto en na enige woordenwisseling gaat de bewoner akkoord onder het mom van “je doet je best maar”.[5] Joop neemt een aantal foto’s van de auto met zijn mobiele telefoon en we kunnen verder naar het volgende adres. We rijden via Drouwenermond en Nieuw-Buinen naar Emmen. Hier treffen we de partner van betrokkene aan. Betrokkene heeft een aantal schulden en voor een van deze schulden komen we beslag leggen namens de opdrachtgever. Joop overlegt met de partner en probeert tot een oplossing te komen. Hij probeert als onafhankelijk persoon tussen de schuldenaar en de schuldeiser te handelen en een oplossing te zoeken. Joop spreekt af dat betrokkene naar het kantoor zal bellen voor een betalingsregeling om het beslag te voorkomen.

Van Emmen rijden we naar Gieten en komen we weer terug in Assen op kantoor waar Joop aan mij uitlegt hoe de gang van zaken is wanneer hij terugkomt van zijn route. Er is nog een aantal dingen die dienen te gebeuren. Zo wordt er bij de collega’s gecheckt of er telefoontjes zijn binnengekomen van de mensen waar we zijn geweest. Dit is niet het geval. Dan is het tijd voor de afronding van de route. De stukken dienen uit te worden gezocht, eventueel worden teruggestuurd naar een advocaat en te worden gearchiveerd. De dossiers voor de werkzaamheden van morgen worden verzameld en de route wordt alvast uitgezocht. Rond een uur of vijf neemt Joop zijn opdrachten mee naar huis. Morgen begint een nieuwe dag met nieuwe mensen, nieuwe reacties en nieuwe zaken.

Ik wil Joop bedanken voor een leerzame dag ‘op pad’ en alle medewerkers van het kantoor van Wim Wielens  voor de mogelijkheid om een dag mee te lopen, de uitleg en de verhalen over het werk bij een deurwaarders- en incassobureau. Ik heb veel informatie gekregen over het beroep en ben er anders naar gaan kijken. Het lijkt me een uitdagend beroep met veel contact met mensen. Je hebt vrijheid en wisselt veel van omgeving. Wie weet of het nog op mijn pad komt later..

Tot de werkzaamheden van een deurwaarder horen onder andere het betekenen van dagvaardingen en exploten. Daarnaast kan een deurwaarder in opdracht van zijn opdrachtgever beslag leggen op roerende of onroerende zaken of hij kan zelfs aanwezig zijn bij een gerechtelijke ontruiming. Er gaat meer achter het beroep van deurwaarder schuil. Hij gaat op zoek naar oplossingen samen met de betrokkene. Een deurwaarder wil niet alleen maar het leven zuur maken, maar juist helpen waar hij kan helpen en dat vind ik wel een mooi aspect van het beroep.

 

 



[1] De opleiding tot kandidaat deurwaarder is een HBO Opleiding – binnen de opleiding HBO Rechten – die zowel in voltijd en deeltijd kan worden gevolgd. Echter komt het vaker voor dat men al bij een deurwaarderskantoor werkt en vanuit daar de opleiding tot kandidaat deurwaarder volgt.

[2] Als je de opleiding tot deurwaarder met succes hebt afgerond mag je jezelf kandidaat deurwaarder noemen. Als je hierna toegevoegd wordt aan een kantoor van een benoemd deurwaarder ben je een toegevoegd kandidaat deurwaarder. Een zelfstandig deurwaarder wordt benoemd door de Koningin en mag zelf een kantoor houden.

[3] Art. 46 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

[4] Art. 47 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

[5] Joop legt slechts beslag op de auto. Dit betekend dat de eigenaar de auto niet mag vervreemden. Als de eigenaar  de auto toch vervreemt is er geen geldige koop.


  • 0

Een dag in het leven van… Meike Scheepstra (Directielid Penitentiair Psychiatrisch Centrum)

Tekst Nikki Koops

Mevrouw Scheepstra is plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Amsterdam Over-Amstel, beter bekend als de ‘Bijlmerbajes’. Zij maakt tevens deel uit van de directie van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC), één van de onderdelen van de PI. Deze afdeling werd voorheen de Forensisch Observatie en Begeleidings Afdeling (FOBA) genoemd. Voordat zij de lezer van het blad een kijkje gunt in haar dagelijkse bezigheden, vertelt ze eerst hoe ze bij deze functie is terechtgekomen.

Scheepstra: “Ik heb van 1991 tot 1996 Nederlands Recht gestudeerd in Maastricht. Ik volgde allerlei vakken, maar mijn interesse lag bij het privaatrecht. Vooral de problematiek rond de ‘overeenkomst’ en de ‘redelijkheid en billijkheid’ sprak mij erg aan. Deze begrippen zijn niet zwart-wit: het gaat om de interpretatie. Ik heb voor de studie Rechten gekozen omdat ik het boeiend vind om te kijken naar waarden en normen, waarden en normen die voor ons allen gelden. Daarnaast vind ik het belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn. Wet- en regelgeving zijn, als het goed is, een goede weerspiegeling van de maatschappij. Na mijn studie werkte ik onder andere in de verslavingszorg in Rotterdam. Destijds heb ik gesolliciteerd voor de functie van afdelingshoofd binnen de FOBA. Naar aanleiding van deze sollicitatie benaderde de toenmalig directeur mij echter voor een plek als managementtrainee. Na een jaar kwam er een directiefunctie vrij en heb ik gesolliciteerd.”

Mevrouw Scheepstra vormt samen met onder andere een psychiater en chef de clinique de directie van het PPC. PPC’s zijn bedoeld voor gedetineerden die psychiatrische zorg nodig hebben. Het criterium is dat de gedetineerde een stoornis heeft en niet meer te handhaven is binnen de inrichting waar hij/zij verblijft. Scheepstra: “Er zijn in Nederland vijf PPC’s. Wat dit PPC bijzonder maakt is de crisisafdeling, die de landelijke opvang verzorgt voor gedetineerden die in een acute psychiatrische crisis zijn beland. Vroeger was de FOBA, als enige in Nederland, een plek waar patiënten werden opgevangen die in een crisis verkeerden. Door de uitbreiding naar vijf PPC’s door het hele land zijn de plekken voor patiënten met een wat minder ernstige problematiek gecentreerd.”

Vervolgens vertelt mevrouw Scheepstra over haar functie als directielid en beschrijft zij enkele van haar dagelijkse bezigheden en bijzondere bevoegdheden. Daarnaast vertelt ze over wat haar baan zo interessant maakt.

Scheepstra: “Heel algemeen beschreven proberen wij als directie leiding te geven aan dat wat er in het primaire proces gebeurt rondom gedetineerden en medewerkers. Dat is zorg geven aan de patiënten, maar ook aan de medewerkers. Als directie wordt je geacht om met alle ontwikkelingen die er zijn, in de maatschappij maar ook in de politiek, rekening te houden. Op basis daarvan schrijf je een jaarplan, bepaal je het beleid. Je moet daarnaast ook rekening houden met wat de gedetineerdenpopulatie vraagt en wat de medewerkers belangrijk vinden. Op basis daarvan probeer je prioriteiten te stellen. Het beleid wordt deels bepaald op het hoofdkantoor, deels in overleg, maar ook door onszelf en door een vertaalslag te maken voor onze eigen inrichting.

Ik ben veel in gesprek met mensen over dingen die je op een dag tegenkomt en houd mij dagelijks bezig met een aantal projecten. Eén van die projecten is de Modernisering van het Gevangeniswezen. Voor het deelproject onderwijs overleg ik onder andere met onze onderwijzers hoe het beleid is geformuleerd en hoe we dat het beste kunnen toepassen. We willen graag een mooie schakel zijn tussen detentie en terugkeer in de samenleving. Onderwijs bieden tijdens een kort verblijf is dus een belangrijk onderwerp. Daarnaast zijn er een aantal overlegvormen die wekelijks terugkomen. Dit kan teamoverleg zijn, maar ook overleg met het secretariaat om te kijken wat voor afspraken je hebt.

Eens per maand staat de beklagzitting van de commissie van toezicht op het programma, met daaraan gekoppeld de vergadering. Tijdens de beklagzitting kunnen patiënten klagen over beslissingen van de directeur. Nu is het beleid in het PPC niet zo dat dit alleen maar beslissingen van de directeur zijn. Formeel zouden klachten over beslissingen die niet van de directeur afkomstig zijn, niet-ontvankelijk zijn. Wij vinden het echter belangrijk dat deze kwetsbare patiënten ook over andere ongenoegen kunnen klagen. Tijdens die zitting kunnen de directeur en de patiënt hun zegje doen en doet de commissie van toezicht uitspraak over wie gelijk heeft. Deze commissie bestaat uit onafhankelijke mensen uit verschillende werkvelden. Meestal is de voorzitter een rechter en in ons geval zitten er ook een psychiater en een huisarts in de commissie en bijvoorbeeld maatschappelijk werkers. Als een van de partijen niet tevreden is met de uitspraak, kan die partij in hoger beroep.

Naast de beklagzitting is er ook een vergadering met de commissie waarin je het gevoerde beleid en de ontwikkelingen met hen bespreekt. De commissie is eigenlijk het toetsende orgaan van de directie, zij kijken of je het werk doet zoals het in de Penitentiaire Beginselenwet staat beschreven. Zij kunnen ongevraagde en gevraagde adviezen geven. Daarnaast is een lid van de commissie elke maand maandcommissaris. Die komt dan naar de inrichting en kan met de patiënten die dat willen en hebben aangegeven een gesprek hebben over wat er ook maar speelt.

De wettelijke bevoegdheden van een gevangenisdirecteur staan beschreven in de Penitentiaire Beginselenwet. Hierbij is door de wetgever meer uitgegaan van een reguliere penitentiaire setting en wat minder rekening gehouden met een psychiatrische populatie. Daarom moeten we als managementteam vaker de vertaalslag maken van de wet naar onze praktijk. Ook dit is onderwerp van gesprek met de commissie van toezicht. De directie heeft de bijzondere bevoegdheid om te beslissen  of een gedetineerde in een isolatiecel moet verblijven. Ook beslist de directie of een gedetineerde tegen zijn/haar wil in medicijnen worden toegediend. De directie wordt hierbij geadviseerd door de psychiater die inschat of er uit de psychiatrische stoornis een gevaar voortkomt voor de patiënt zelf of diens omgeving. Alleen als dit aantoonbaar is en er op dat moment geen andere middelen aanwezig zijn om het gevaar af te wenden, is gedwongen medicatie mogelijk.

Ik vind mijn baan heel interessant omdat ik aan de ene kant te maken heb met personeel en aan de andere kant met de gedetineerden. Je neemt mensen aan en leidt ze vervolgens ook goed op. Een belangrijk vraagstuk is hoe je in dit werk de medewerkers gezond houdt. Wat moet het management regelen om te zorgen dat het personeel gezond het werk kan blijven doen? Wij noemen dit het managen van de parallelle processen. Dat is een heel complexe maar boeiende kant van het werk.

Daarnaast vind ik het ook heel belangrijk om samen met mijn collega’s een bijdrage te leveren aan een mogelijk betere levensloop van de patiënt, na zijn/haar verblijf bij ons. Dit kan ook van invloed zijn op het criminele gedrag. Vaak bewerkstellig je dit al door goede nazorg te bieden. Soms verblijven patiënten hier, maar wordt er in de strafzaak bepaald dat er te weinig bewijs is en volgt geen veroordeling. Als die persoon dan wel een stoornis heeft, kunnen wij een rechterlijke machtiging aanvragen om opname in de gezondheidszorg te bewerkstelligen. Zo krijgt de patiënt wel goede zorg, ook als hij/zij hier weggaat. Wij hebben medewerkers maatschappelijke dienstverlening in dienst, die tijdens detentie in kaart brengen of basisbehoeften zoals woning, inkomsten en werk geregeld zijn. Dergelijke zaken kunnen op deze wijze mogelijk beter op de rit komen. Daarnaast wordt geprobeerd om het contact met de familie zo veel mogelijk te herstellen. Vaak is er sprake van een verstoorde relatie. Gedetineerden hebben meer kansen in de maatschappij en vallen minder snel in herhaling als er een sociaal netwerk is dat voor ondersteuning zorgt.

Onvoorspelbaarheid hoort bij mijn werk. Ik begin ‘s ochtends met een planning, maar deze wordt meerdere malen per dag overhoop gehaald. Er kan bijvoorbeeld iets gebeuren met een van de patiënten, soms raken medewerkers erbij betrokken. Daar gaat je aandacht dan als eerste naar uit. Het is belangrijk om vooral flexibel ingesteld te zijn. Je moet wel goed om kunnen schakelen. Wat daarnaast belangrijk is, is dat je goed met mensen kunt werken.”

Afsluitend heeft mevrouw Scheepstra nog een korte boodschap voor de huidige rechtenstudenten. Scheepstra: “Je kunt met deze studie zoveel meer dan je in eerste instantie zou denken. Je hoeft niet per se advocaat te worden. Ik ben bijvoorbeeld dagelijks niet heel juridisch bezig. Het is management, maar het kan wel met deze studie. Ik zou zeggen; realiseer je dat de werkende wereld juristen meer te bieden heeft dan de geëigende paden.”


  • 0

Een dag in het leven van hoogleraar Criminologie Dr. Patrick van Calster

Door Ingrid Hekman

Om de week is de heer Van Calster twee of drie dagen in Groningen. De rest van de week werkt hij in het westen van het land, in Leiden, waar hij ook colleges geeft. Als hij in Groningen is, verblijft hij in het Guesthouse waar hij om 7:00 uur opstaat. Hij ontbijt niet en begint rond 7:30 uur met werken op zijn kantoor in het Harmoniecomplex. Meestal werkt hij nog door tot 22:00 uur, dan wordt hij weggestuurd omdat de RUG op dat tijdstip sluit. Als hij ’s avonds nog naar het westen moet, werkt hij meestal tot 18:00 of 19:00 uur en pakt dan vervolgens de trein. Als hij thuis werkt, werkt hij nog langer door. Na het avondeten bereidt hij bijvoorbeeld nog colleges voor, maakt hij artikelen af of begint hij nog met het opzetten van een nieuw onderzoek.

Op een werkdag in Groningen werkt hij het eerste uur de post af, zowel zijn e-mail als de gewone post. Daarna neemt hij nauwgezet de kranten door. Omdat criminologie onder meer onderzoekt wat criminaliteit is en wat de gevolgen daarvan zijn voor de samenleving, is de actualiteit erg van belang. Je moet als criminoloog weten wat er gaande is. Nadat hij dit heeft gedaan, houdt hij de vakliteratuur bij.

Vandaag heeft de heer Van Calster een gesprek met onderzoekers over recidive bij zedendelinquentie. Omdat dit vertrouwelijk is, kan hij hier verder niets over vertellen. Na dit gesprek heeft hij een gesprek met studenten over hun scriptie; hij begeleidt hen bij hun afstudeerscriptie. Als hij dit gedaan heeft, gaat hij naar het hoofdkantoor van de politie aan de Rademarkt alwaar hij een afspraak heeft met dhr. Van Zuidam, plaatsvervangend korpschef bij de politie in Groningen. De afspraak gaat over stageplekken van studenten bij de politie, waar ze altijd voor openstaat. Maar daarnaast is het gelijk een uitgelezen kans voor de lezers van deze rubriek om meer te weten komen over het beroep van de plaatsvervangend korpschef en de politie in Groningen.

Dhr. Van Zuidam vertelt het volgende over zijn functie en over de politie in Groningen: “Als plaatsvervangend korpschef ben je medeverantwoordelijk voor strategische besturing van de organisatie. Niet alleen als het gaat om de resultaten voor de burgers van Groningen, maar ook als het gaat om interne veranderingen en ontwikkelingen. Mijn collega Oscar Dros, korpschef van Groningen, en ik verdelen de taken en portefeuilles, maar stemmen ook veel af. Hij heeft natuurlijk, meer dan ik, een duidelijke boegbeeldfunctie. Mijn werkdag begint om 7:30 uur, dan heb ik nog even de tijd om na te denken. Ik werk gemiddeld ongeveer tien uur op een dag. Vaak werk ik thuis ook nog door. Onze korpsleiding bestaat dus uit twee mensen en om de beurt met mijn collega ben ik 24 uur per dag, 7 dagen in de week bereikbaar. Dat betekent niet dat wij voor alles worden gebeld, want er zitten natuurlijk heel veel leidinggevende niveaus tussen. We beginnen de dag altijd met een regionaal managementteam: alle divisie- en districtschefs (een team van acht à negen mensen) zitten bij elkaar en dan kijken we eerst naar de veiligheidsontwikkelingen in de Groninger samenleving. We kijken naar hetgeen zich daar afspeelt; is er bijvoorbeeld een rare beweging zichtbaar op het gebied van woninginbraak of geweld? Dat laatste heeft hoge prioriteit. Eerst keken we veel meer naar de interne kant, maar we hebben onszelf de laatste paar jaar gedwongen om meer de veiligheidsituatie in Groningen als uitgangspunt te nemen. Al het interne moet hierop zijn gericht.

Ik zit op dit moment in een tredmolen van vergaderingen. Daar probeer ik mij aan te onttrekken, want vergaderingen zijn niet altijd een effectieve manier van bijeenkomen. We moeten zoveel vergaderen omdat de bureaucratie in de knel raakt. We zijn bezig om de organisatie nader in te richten en anders te besturen. Er moet veel meer verantwoordelijkheid aan de basis worden gegeven en leidinggevenden moeten in een meer helpende en coachende rol terechtkomen.

Eten doe ik altijd tussendoor en ik ben ook geen mens om bijvoorbeeld naar een kantine te gaan. Dus ik eet tussendoor een broodje en ik gebruik deze tijd om de sociale media bij te werken. Hier ben ik echt verslingerd aan geraakt. Als iemand op Twitter zet dat hij of zij vindt dat de politie in Groningen geen goed werk verricht, wil ik daar wel eens direct op reageren. Het gaat dan toch over het functioneren van mijn bedrijf. Gelukkig krijg ik ook veel complimenten. Op deze manier krijg je ook verbindingen met de buitenkant van de organisatie. Ik vind het belangrijk dat niet alleen de wijkagenten dit contact hebben, maar ook de leidinggevenden. Het belangrijkste onderdeel van mijn functie vind ik dan ook het proberen mensen te verbinden, zowel binnen de organisatie als naar de maatschappij toe. We moeten nog meer een transparant en open bedrijf worden, waar veel verbindingen tussen zitten. We kunnen niet alleen voor de veiligheid zorgen, daarbij zijn we afhankelijk van burgers en instellingen. Buiten de taak van verbinden, proberen we ook nieuwe strategieën te ontwikkelen om het probleem van criminele organisaties of fenomenen op te lossen. We doen dit bijvoorbeeld door hun markt te verpesten of barrières op te werpen. We denken continue na over de vraag hoe we de kraan een beetje kunnen dichtdraaien, in plaats dat we steeds dweilen met de kraan open.

Een politiebaan is een mooie doch complexe baan, omdat er veel verschillende dimensies in het werk zitten. Je moet burgers kunnen aanspreken op foutief gedrag, maar tegelijkertijd moet je ze vertrouwen geven en met ze samenwerken. Bovendien zijn er wel regels, maar het slechtste is een politie die enkel volgens de regels werkt. Een bekeuring in strijd met een achterliggende waarde zou nooit geschreven moeten worden. Ik ben een vervent aanhanger van de chaostheorie. Je zou zeggen dat een politieman van orde moet zijn, daar zijn we immers voor. Maar een maatschappij heeft het meest aan het bewegen op de grens tussen chaos en orde. Een maatschappij die alleen op orde leeft, vernieuwt niet. En een niet vernieuwende maatschappij komt onder ongewenste spanning.”

Na dit gesprek met de heer Van Zuidam loopt de heer Van Calster terug naar het Harmoniecomplex. Hij werkt nog door aan een onderzoek en stopt wat eerder dan gewoonlijk, want zijn twee dagen in Groningen voor deze week zitten er weer op.


  • 0

Een dag in het leven van… reclasseringswerker Eef Veenstra

Door Eveline van der Slikke

Vandaag ga ik rechtstreeks naar kantoor, in tegenstelling tot andere dinsdagen. Normaal gesproken begint mijn werkdag met een casusoverleg Huiselijk Geweld in het Veiligheidshuis. Dit casusoverleg is een verwezenlijking van de samenwerking tussen de reclassering, Openbaar Ministerie (OM), politie, hulpverlenende instantie Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld en de Ambulante Forensische Psychiatrie Nederland. In het overleg worden op voordracht van het OM dossiers van huiselijk geweldzaken behandeld. Daarbij wordt met alle ketenpartners besproken welke aanpak in het concrete geval het meest wenselijk en succesvol zal zijn en welke organisatie welke middelen zal inzetten.

In plaats van het casusoverleg heb ik deze morgen een gesprek met een pleger van huiselijk geweld. Voor aanvang van het gesprek weet ik nooit precies hoe het gesprek zal lopen. Nadat ik de computer heb opgestart en mijn mail heb doorgenomen, lees ik nog even het dossier van de betrokkene door. Het betreft dus een huiselijk geweldzaak en in dat kader heb ik de opdracht gekregen om over de cliënt een adviesrapport uit te brengen. Het OM heeft om reclasseringsadvies gevraagd, zodat zij kunnen komen tot een passende straf. Het OM is voornemens de zaak niet voor de rechter te brengen. Als reclasseringswerker onderzoek ik daarom de relatie tussen de persoon, de omstandigheden en het delict. De opdracht is om te onderzoeken of er in plaats van een kortdurende onvoorwaardelijke straf ingezet kan worden op gedragsbeïnvloeding. Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk gebleken dat het inzetten van bijzondere voorwaarden kan leiden tot verkleining van het risico op recidive.

Ik heb de betreffende meneer al een keer eerder gesproken en naar aanleiding van dat gesprek heb ik voorgesteld om nog eens een gesprek te voeren waar ook zijn vrouw bij aanwezig is. Meneer reageerde positief op dit voostel en daarom zullen ze vanochtend samen komen praten over hetgeen eerder dit jaar is gebeurd en wat daartoe de aanleiding was. Mijn doel voor dit gesprek is een volledig beeld te krijgen van de manier waarop beiden in de relatie staan, hoe hun onderlinge communicatie verloopt en wat hun ideeën over de toekomst zijn. Dit kan van belang zijn voor het inschatten van de kans op herhaling.

Uit het dossier haal ik een aantal punten waar ik graag over wil praten met de twee. Zo is duidelijk naar voren gekomen dat er een en ander is misgelopen in de communicatie. Wellicht dat dit juist een rol heeft gespeeld in de situatie die uiteindelijk is uitgemond in het strafbare feit. Ook ben ik benieuwd naar de relatie met de familie en ook wil ik weten of alcohol en drugs eventueel een rol spelen in de situatie. Ik krijg een telefoontje van de receptie dat meneer en mevrouw zijn gearriveerd en ik neem ze mee naar de spreekkamer.

De situatie is mij binnen een kwartier duidelijk. Je kunt wel stellen dat er sprake is van een communicatieprobleem. Beiden spreken hun gevoelens en verlangens niet naar elkaar uit en dit levert al in de eerste fase van het gesprek een discussie op. Ik probeer structuur in het gesprek te houden door niet te veel op de specifieke voorbeelden van meneer in te gaan en hem de situatie van twee kanten te laten zien. Zowel meneer als mevrouw reageren in het gesprek emotioneel en na een uur loopt meneer zelfs boos weg. Dat kan, dat mag: mensen mogen in een gesprek een time-out nemen. Dit is best een lastige situatie, maar mijn jarenlange ervaring laat me er niet door van de wijs brengen. Dit zijn voor mij juist ‘de krenten in de pap’; het maakt mijn werk veelzijdig en interessant. Ik geef meneer een week lang de kans om opnieuw contact  met mij te zoeken. Mocht hij dat niet doen, dan probeer ik volgende week zelf contact te leggen. Op dit moment heb ik in ieder geval nog niet genoeg informatie om een uitgebreide risicotaxatie te maken en daarom moet het OM nog even op het rapport wachten. Het belang van een betrouwbare en deugdelijke inhoud weegt daar zeker tegenop. 

Na dit gesprek gaat er wel een kop koffie en een broodje in! De dingen kunnen op mijn werk heel anders lopen dan gepland. Ook moet ik rekening houden met een productie die ik moet halen, maar zaken zoals die van vanochtend kosten soms meer tijd dan begroot. Ondertussen luister ik nog even mijn voicemail af en bekijk ik de ingebrachte dossiers voor de casuïstiek van overmorgen. Met collega’s bespreken we dan de bijzondere gevallen en proberen we plannen van aanpak te maken.

Na de lunch heb ik een afspraak met mijn werkbegeleider. We bespreken een risicotaxatie die ik naar aanleiding van een gesprek in een andere zaak heb gemaakt. Ook hier gaat het om een huiselijk geweldzaak. Ik krijg over het algemeen veel uiteenlopende zaken onder mijn hoede. Van drugstransport tot oplichting en bedreiging; noem maar op. Van de acht dossiers die ik momenteel behandel vallen er zes in de categorie huiselijk geweld.

Mijn werkbegeleider neemt pagina voor pagina het onderzoek door en heeft hier en daar vragen over de situatie. Op deze manier toetst zij de door mij gemaakte risicotaxatie. Mijn conclusie en advies aan het OM is in dit geval dat reclasseringstoezicht een goed middel is om bij de strafoplegging in te zetten. Op grond van de gepleegde feiten stelt mijn werkbegeleider mij de vraag of een dergelijk verplicht kader wel noodzakelijk is en of het niet beter is om de betrokkenen eerst de kans te geven vrijwillig hulpverlening te vragen. Op grond van de omstandigheden en het gesprek dat ik met betrokkenen heb gevoerd, kijk ik daar toch anders tegen aan. Het gaat om een zwakbegaafde man waarbij verschillende pogingen tot hulp in vrijwillig kader op niets zijn uitgelopen. Mijn werkbegeleider is uiteindelijk overtuigd en ik zal de risicotaxatie in een adviesrapport verder uitwerken.

De gesprekken en adviesrapporten moeten allemaal uitgewerkt worden en daar moet ik wel even goed voor gaan zitten. Tegenwoordig gaat dit natuurlijk geheel digitaal. Daar kan ik morgen met een frisse start aan beginnen, want voor vandaag zit de dag op kantoor er weer op. Ik heb nu alleen nog een afspraak buiten kantoor met betrekking tot supervisie.


  • 0

Een dag in het leven van… Burgemeester Peter Rehwinkel

Wat is het toch een voorrecht dat ik woon in de binnenstad. En dat ik in een zo mooie stad woon en werk. Met plezier word ik wakker in ons nieuwe huis. Na de nodige ochtendrituelen ga ik lopend naar mijn werk. Via de Folkingestraat en de Vismarkt kom ik op de Grote Markt. De marktkooplui zijn al bezig met het uitstallen van hun waren en de medewerkers van de Milieudienst proberen de binnenstad weer zo goed mogelijk schoon te vegen. Het is soms onvoorstelbaar wat er ’s ochtends alweer voor troep op straat ligt.

Aangekomen op de Grote Markt 1 krijg ik van de dienstdoende bode een heerlijk kopje koffie geserveerd. Ik probeer zo snel mogelijk vijf kranten door te lezen (koppensnellen) en ondertussen biedt het internet ook een rijke schakering aan nieuws. Sinds kort hoor ik bij de ‘twitteraars’ van deze wereld en het blijft boeiend om te lezen wat anderen zoal vinden van mijn activiteiten.

Mijn agenda voor vandaag is zoals bijna altijd erg gevuld. Ik rol de dag in en meestal is het avond voor ik er erg in heb. Soms heb ik het gevoel dat ik word geleefd en dan probeer ik met de mensen om mij heen weer wat lucht te krijgen tussen de afspraken. “Nee” zeggen is niet mijn sterkste kant.

Vanmorgen hebben we een korte B&W-vergadering. Het college komt wekelijks bij elkaar, altijd op de dinsdag. Vandaag is er een extra B&W. Daar bespreken we een dringende aangelegenheid, ditmaal over de tram. Op de ‘gewone’ B&W-agenda staan alle onderwerpen waar wij als college een besluit over moeten nemen. Ik bereid deze vergaderingen altijd in het weekend voor en dat kost uren leestijd. Iedere wethouder heeft uit zijn eigen portefeuille-stukken geagendeerd staan en uiteraard geldt dat ook voor mijn eigen portefeuille-onderdelen, zoals openbare orde en veiligheid. Voordat een stuk in het college wordt behandeld heb ik dat al besproken in een sectoroverleg en waar nodig krijg ik er ambtelijke adviezen bij.

Tussendoor moet ik nog een IBS (In bewaring stelling) afhandelen. Daar gelden allerlei procedures voor en die moeten zorgvuldig worden gevolgd.

De lunchpauze is gewijd aan een overleg met het bestuur van de Stedenband Groningen – San Carlos. De gemeente Groningen onderhoudt banden met een aantal steden, met als doel handel, kennis en hulp te bevorderen. Er zijn de nodige subsidiegelden mee gemoeid. Daarover gaan we het hebben. Zelf hoop ik in de winter een bezoek te brengen aan Nicaragua. De stedenband bestaat al 25 jaar.

Tussen de bedrijven door krijg ik het verzoek van één van mijn woordvoerders of ik straks persvragen kan beantwoorden, in dit geval kan dat telefonisch. Op vele momenten van de dag komt er een bode bij mijn bureau met een map voor te tekenen stukken. Het is ongelooflijk op hoeveel brieven, raadsvoorstellen en andere documenten een handtekening van de burgemeester moet staan.

De middag is deels volgeboekt met interne afspraken. De griffier komt langs om een raadsbespreking voor te bereiden. Een van de wethouders wil een tussentijds overleg. Gelukkig kom ik ook nog de stad in. In mijn portefeuille valt het ‘fair trade’ beleid: ik mag bij een supermarkt een fair trade plein openen. Het is geweldig dat de steun voor fair trade handel en producten steeds meer wordt uitgedragen en dat zowel particulieren als ondernemers hier hun best voor doen. Eigenlijk vind ik dit één van de leukste en belangrijkste onderdelen van mijn functie. De stad in gaan, mensen ontmoeten, horen wat er leeft. Ik fiets geregeld door de stad en zie dan van alles. De mooie dingen van deze stad, maar ook de plekken waar het niet goed gaat. De armoede in sommige wijken. Huizen waar geen gordijnen voor de ramen hangen maar die zijn dichtgeplakt met kranten. Drugsproblematiek. Maar ook de nieuwbouw, de architectuur, de nieuwe ontwikkelingen. Groningen is een geweldige stad om te beleven. Door mijn bezoeken en mijn contacten vergaar ik vaak meer kennis dan door het lezen van allerlei nota’s.

Mijn chauffeur brengt me terug naar het stadhuis, waar weer de stapels post op me liggen te wachten. De meeste mappen gaan straks mee naar huis, want daar kom ik hier niet aan toe. Vaak is de nacht al begonnen als ik de laatste map kan wegleggen.

Er ligt nog een schrijnend geval van een op te leggen huisverbod op mijn bureau. Wat is er een ellende in sommige gezinnen! Gelukkig is de nieuwe aanpak hiervan tegenwoordig erg efficiënt. Doordat de dader uit het gezin wordt geplaatst, is er tijd voor afkoeling en zo snel mogelijk hulpverlening.

Vanavond eet ik in de stad. Een  Tweede Kamerlid is in Groningen, met hem bespreek ik wat ons hier zoal bezighoudt. Als ik zijn verhalen hoor heb ik even geen heimwee naar mijn Haagse periode.

Ik sluit de avond af met een kort cultureel gebeuren in de Oosterpoort. Ik ben een groot liefhebber van allerlei soorten muziek, van toneel en dans. Indien maar even mogelijk geniet ik er van. En ja, als ik dan thuis ben liggen die postmappen er dus nog. En dan wordt het toch weer laat…


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.