Vrijbrief voor diplomaten?

  • -

Vrijbrief voor diplomaten?

Karen Lely

Vrijbrief voor diplomaten?

De diplomatieke onschendbaarheid

2013 had het jaar moeten zijn waarin de goede betrekkingen tussen Rusland en Nederland zouden worden gevierd. Helaas werd het vriendschapsjaar overschaduwd door enkele incidenten. Deze situatie riep tal van vragen op. Wat houdt diplomatieke onschendbaarheid in? Wat staat omschreven in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer? Zijn er ook mogelijkheden om tegen misbruik van diplomatieke onschendbaarheid op te treden? En last but not least: is de diplomatieke onschendbaarheid nog wel van deze tijd?

In oktober 2013 arresteerde de Haagse politie een Russische diplomaat, Dmitry Borodin, nadat diens buren bij de politie hadden geklaagd over de wijze waarop hij met zijn kinderen omging. Ondanks het feit dat Borodin als diplomaat onschendbaar is, werd hij meegenomen naar het politiebureau. (1) Wat volgde was een rel in Rusland waar zelfs president Poetin zich mee bemoeide en de eis dat  Nederland excuses zou aanbieden. Aan de hand van de informatie van politie oordeelde minister Timmermans dat met de aanhouding en detentie van Borodin het Verdrag van Wenen was geschonden, waarop hij namens Nederland excuses  aanbood.(2)

Onschendbaarheid?
Diplomatieke onschendbaarheid zorgt ervoor dat diplomaten hun werkzaamheden in een gastland kunnen uitvoeren zonder daarbij belemmerd te worden. De gastlanden dienen deze bescherming aan zowel de diplomaten als diens  gezinsleden te waarborgen. De diplomatieke onschendbaarheid brengt met zich dat diplomaten niet aangehouden mogen worden en dat hun vrijheid mag worden ontnomen. De bepalingen omtrent diplomatieke onschendbaarheid zijn opgenomen in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer. Hier zal later dieper op worden ingegaan.

Historie
De diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit bestaat al talloze eeuwen. In de Oudheid werd namelijk al algemeen aanvaard dat de persoonlijke integriteit van een diplomaat te allen tijde beschermd en geaccepteerd diende te worden. Pas in de twaalfde eeuw werd door vondst van oud Romeins recht de diplomatieke onschendbaarheid in het toentertijd opkomende recht erkend.(3) Vanaf de zestiende eeuw is het gebruikelijk dat diplomaten zich voor langere tijd in een gastland vestigen. (4) Vooral door de Eerste en Tweede Wereldoorlog nam mondiaal de intensiteit van de internationale betrekkingen enorm toe. Hierdoor werd binnen de Verenigde Naties de behoefte gevoeld tot codificatie van de rechtsregels met betrekking tot het diplomatieke verkeer. Na plaatsing van dit  punt op de politieke agenda van de Verenigde Naties in 1949 werd in 1954 een begin gemaakt met het ontwerp van het verdrag. Begin 1961 vond een speciale  bijeenkomst in het kader van het verdrag plaats in Wenen. Dit leidde er uiteindelijk toe dat het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer officieel werd  vastgesteld en ondertekend door de lidstaten. Uiteindelijk trad het verdrag in april 1964 in werking.(5)

Verdrag van Wenen
In het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer zijn bepalingen opgenomen die destijds al het bestaande gewoonterecht vormde ten aanzien van diplomatiek verkeer. Het belang dat staten hechten aan duidelijke rechtsregels op dit gebied is af te leiden uit het aantal landen die het Verdrag steunen. Er zijn weinig andere verdragen waarbij dit het geval is.(6) Anno 2013 hebben 174 staten zich aangesloten bij het Verdrag van Wenen  inzake diplomatiek verkeer.(7) Het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer is tot stand gekomen omdat het bijdraagt aan de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen verschillende volken (en daardoor dus de landen). Het geven van voorrecht en immuniteit inzake het diplomatiek verkeer dient niet gezien te worden als het bevoorrechten van personen, maar als verzekering dat diplomaten als vertegenwoordigers
van hun staat doelmatig kunnen functioneren. (8) Een diplomaat houdt zich bezig met onder andere het vertegenwoordigen van zijn eigen land (ook wel zendstaat genoemd) in de staat waarin hij gevestigd is. Daarnaast behartigt een diplomaat de belangen van de  onderdanen van zijn land binnen de staat waar hij gevestigd is. Een diplomaat heeft tevens de bevoegdheid om te onderhandelen met de regering van de staat waar hij werkzaam is. Verder houdt een diplomaat zich bezig met zaken en ontwikkelingen die zich in de gevestigde staat afspelen. De diplomaat brengt hierover namelijk verslag uit bij de regering van zijn eigen land. Tot slot houdt een diplomaat zich bezig met het bevorderen van de vriendschapsbanden en het tot ontwikkelingen brengen van economische, culturele en wetenschappelijk betrekkingen tussen het eigen land en de staat waar hij gevestigd is.(9)
Een diplomatiek ambtenaar (diplomaat) is op grond van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer onschendbaar. Daardoor is elke diplomaat gevrijwaard tegen enige vorm van aanhouding of vrijheidsbeneming. Om de onschendbaarheid te bewerkstelligen dient de ontvangende staat de diplomaat te eerbiedigen door maatregelen te nemen die voorkomen dat zijn of haar persoon, vrijheid of waardigheid in gevaar wordt gebracht.(10) Een diplomaat heeft tevens in beginsel immuniteit ten aanzien het strafrecht, bestuursrecht en burgerlijke recht in het ontvangende land. Het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer kent hier echter wel een aantal uitzonderingen op. Zo heeft een  diplomaat geen immuniteit indien deze als particulier is betrokken in een geding omtrent een uiterste wilsbeschikking.(11)

Vrijstelling
Een ander voorrecht dat een diplomaat kent en de gewone burger niet is de gedeeltelijke vrijstelling van belastingen en rechten.(12) Dit geldt eveneens voor voorschriften ten aanzien van sociale verzekeringen.(13) Daarnaast is persoonlijke bagage van een  diplomaat in beginsel vrijgesteld van onderzoek door de douane, tenzij er een ernstig vermoeden is dat er goederen worden vervoerd die niet in- of uitgevoerd mogen worden of aan quarantaine onderhevig zijn.(14) Ook inwonende gezinsleden van een diplomaat, die niet de nationaliteit van de ontvangende staat bezitten, krijgen voorrechten en immuniteit.(15) De voorrechten en immuniteiten die van toepassing zijn op het diplomaatverkeer, treden in werking op het moment dat de diplomaat de ontvangende staat betreedt om zijn functie te aanvaarden of wanneer hij of zij al in het land aanwezig is op het moment dat de aanstelling van de diplomaat bekend wordt gemaakt.(16) Het mag duidelijk zijn dat wanneer een diplomaat de functie beëindigt de voorrechten en immuniteit op houden te bestaan op het moment van het verlaten van het land. Er wordt een redelijke termijn gehanteerd waarbinnen het land verlaten moet zijn.(17)

Eerbied Nederlandse wet
Ondanks het feit dat diplomaten en de gezinsleden over voorrechten en immuniteit beschikken, houdt dat natuurlijk niet in dat ze een volledige vrijbrief hebben. De wetten en regels uit de ontvangen staat dienen door hen geëerbiedigd te worden. Diplomaten die zich in Nederland hebben gevestigd, dus ook de Russische, dienen de Nederlandse wet- en regelgeving dan ook te eerbiedigen. En ze horen zich al helemaal niet te bemoeien met binnenlandse aangelegenheden van de ontvangende staat.(18)

Nadeel
Doordat diplomaten onschendbaar zijn, ligt de verleiding om hier misbruik van te maken al snel op de loer. Een voorbeeld hiervan is het niet betalen van verkeersboetes. Doordat een staat geen mogelijkheden heeft om de betaling van de boetes wettelijk af te dwingen, lopen de ontvangende landen heel wat inkomsten mis. Zo blijkt dat in Nederland in 2012 meer dan de helft van de boetes die aan diplomaten zijn opgelegd niet zijn betaald. Neem bijvoorbeeld de Gemeente Den Haag. Hier werden in 2012 in totaal 1095 boetes opgelegd aan houders van auto’s met een diplomatiek kenteken. Daarvan werden er slechts 454 betaald, met als gevolg dat de Gemeente Den Haag meer dan € 40.000,- misliep.(19) Naast het opleggen van boetes heeft de overheid, in dit geval de Gemeente Den Haag, nog de mogelijkheid om de ambassades door middel van schriftelijke aanmaningen erop te wijzen dat er nog boetes open staan die betaald moeten worden. Gelet op de diplomatieke onschendbaarheid is het niet mogelijk om betaling af te dwingen. De afgelopen vijf jaar is 60 procent van de openstaande verkeersboetes van diplomaten niet betaald.(20) Dit levert dus een aanzienlijke inkomensderving voor de Nederlandse staat op. Verder leveren de door de diplomaten veroorzaakte wantoestanden steeds meer irritatie op bij de  samenleving. Diplomaten lijken overal ongestraft mee weg te komen, terwijl normale burgers zich aan de heersende wet- en regelgeving dienen te houden.

Mogelijkheden
Uit het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer volgt een aantal mogelijkheden om tegen misbruik van de onschendbaarheid van diplomaten op te treden. Dit betreffen echter enkel zware maatregelen, die over het algemeen niet snel worden toegepast. De ontvangende staat heeft de mogelijkheid om een diplomaat tot persona non grata of onaanvaardbaar te verklaren. Dit kan te allen tijde gebeuren. De ontvangende staat hoeft zijn beslissing niet nader te motiveren. Indien een diplomaat tot persona non grata of onaanvaardbaar is verklaard door de ontvangende staat, dan dient het thuisland de betrokken persoon terug te roepen of zijn werkzaamheden te beëindigen. Het is zelfs mogelijk dat iemand al tot persona non grata of onaanvaardbaar wordt verklaard, voordat hij of zij het grondgebied van de ontvangende staat überhaupt heeft bereikt.(21) Indien de
zendstaat weigert om hieraan mee te werken of binnen een redelijke termijn in gebreke blijft om aan zijn verplichtingen, zoals hier voor genoemd, te voldoen, dan heeft de ontvangende staat de mogelijkheid om de betrokken diplomaat erkenning te weigeren.(22) In dat geval dient de taak van de diplomaat beëindigd te worden.(23)

Van deze tijd?
Na het incident met de Russische diplomaat Dmitry Borodin, volgde in Nederland de discussie of de diplomatieke onschendbaarheid nog wel houdbaar is. Diplomaten die misbruik maken van hun onschendbaarheid kunnen hier momenteel op ongestoorde voet mee doorgaan, nu het niet mogelijk is om ze te bestraffen. SP-Kamerlid Harry van Bommel pleit voor  herziening van het Verdrag van Wenen, gelet op het misbruik van immuniteit. Het is volgens hem niet toelaatbaar dat diplomaten zich aan verschillende wantoestanden schuldig maken, omdat ze immuniteit hebben. Volgens Van Bommel heeft de SP al eerder, voor het incident met de Russische diplomaat, bij de minister van Buitenlandse Zaken aangedrongen om wat aan deze situatie van misbruik te doen omdat diplomaten er op dit moment steeds mee weg komen.(24) Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt van het CDA vindt dat er opgetreden dient te worden tegen het feit dat diplomaten onder verkeersboetes uit kunnen komen. Hij pleit ervoor dat het speciale diplomaten kenteken (Corps Diplomatique kenteken, afgekort CD-kenteken) ingeleverd dient te worden door diplomaten die weigeren om hun bekeuringen te betalen.(25) Het probleem van misbruik door diplomaten speelt zich overigens niet enkel af in Nederland, maar in alle staten die zich hebben aangesloten bij het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.  Wil men verandering brengen in de wijze waarop dit moment misbruik mogelijk is, dan zal de kern van het probleem, de huidige tekst in het Verdrag van Wenen, gewijzigd dienen te worden.

Slotsom
Het Verdrag inzake van Wenen inzake diplomatiek verkeer is een belangrijk middel om de positie van diplomaten te waarborgen. Het misbruiken van de diplomatieke onschendbaarheid is een onbedoeld neveneffect. Door het incident waarbij de Russische diplomaat werd opgepakt, is de discussie rondom de diplomatieke onschendbaarheid weer in Nederland opgewaaid. Het politieke klimaat heeft zich na de totstandkoming van het Verdrag in 1961 verder ontwikkeld. Ditzelfde geldt voor de visie van burgers op het Verdrag en de wijze waarop diplomaten eraan gehoor geven. Hierdoor wordt het zo langzamerhand tijd om het Verdrag eens nader onder de loep te nemen en eventueel te herzien.

Noten
1 ’Russische diplomaat in NL opgepakt’, NOS 7 oktober 2013.
2 F. Huiskamp, ’Nederland biedt Rusland excuses aan voor arrestatie diplomaat’,
NRC 9 oktober 2013.
3 R. Lesaffer, ’De opkomst en ontwikkeling van de permanente diplomatie.
Diplomatieke onschendbaarheid en de opkomst van het moderne volkenrecht’
in: P. van Kemseke (red), Diplomatieke cultuur, Leuven: Universitaire Pers
Leuven: 2000, p. 38-47.
4 R. Lesaffer, ’De opkomst en ontwikkeling van de permanente diplomatie.
Diplomatieke onschendbaarheid en de opkomst van het moderne volkenrecht’
in: P. van Kemseke (red), Diplomatieke cultuur, Leuven: Universitaire Pers
Leuven: 2000, p. 38-47.
5 J. Melissen (red), Diplomatie. Radarwerk van de internationale politiek,
Assen: Van Gorcum 1999, p. 76.
6 J. Melissen (red), Diplomatie. Radarwerk van de internationale politiek,
Assen: Van Gorcum 1999, p. 76.
7 J. Wouters e.a., Vijftig jaar Weens Verdrag consulaire betrekkingen: actuele
ontwikkelingen (Working Paper, Institute for International Law, Katholieke
Universiteit Leuven), februari 2013, p. 1.
8 Premabule Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
9 Artikel 3 lid 1 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
10 Artikel 29 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
11 Artikel 31 lid 1 sub c Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
12 Artikel 34 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
13 Artikel 33 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
14 Artikel 36 lid 2 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
15 Artikel 37 lid 1 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
16 Artikel 39 lid 1 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
17 Artikel 39 lid 2 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
18 Artikel 41 lid 1 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
19 ’Geen middel voor innen boete diplomaat’, Telegraaf 13 september 2013.
20 W. Boonstra, ’Geen naming and shaming ambassades’, Binnenlands
Bestuur 2 augustus 2013.
21 Artikel 9 lid 1 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
22 Artikel 9 lid 2 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
23 Artikel 43 sub b Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
24 ’Van Bommel (SP): immuniteit voor diplomaten misbruikt’, Volkskrant 9
oktober 2013.
25 G. Hoevenaars, ’Diplomaten dwingen boetes te betalen’, Spits 27 juli 2013.


  • -

Een dag in het leven van Tweede Kamerlid Erik Ziengs

Karen Lely & Marjelle van ‘t Ende

Een dag in het leven van: Een liberale Drent in het parlement

Op 19 juni jl. togen redacteuren Marjelle en Karen speciaal voor Terecht Gesteld naar politiek Den Haag, om Tweede Kamerlid Erik Ziengs te ontmoeten. Voorafgaand aan de ontmoeting bezochten ze een plenaire vergadering in de Tweede Kamer, waar minister Schippers (Volkgezondheid, Welzijn en Sport) ondervraagd werd over de vrije artsenkeuze bij zorgverzekeringen. Halverwege de vergadering vertrokken ze vanaf de publieke tribune richting de fractievleugel van de VVD, waar het kantoor van Erik Ziengs en diens fractiemedewerker zich bevindt.

Erik Ziengs werd rond zijn 18e lid van de VVD. Toen hij op zijn 23e lid werd van de VVD-afdeling in Assen, was hij al vrij snel lid van de promotiecommissie. Hierna werd hij bestuurslid. Van 1993 tot 1995 was Erik Ziengs actief als gemeenteraadslid van de gemeente Assen. Na zijn functie als gemeenteraadslid werd hij afdelingsvoorzitter van de VVD-afdeling in Assen. Vervolgens was Ziengs zes jaar voorzitter van de Kamercentrale
van de provincie Drenthe. De Kamercentrale vormt een brug tussen de twaalf VVD-afdelingen uit Drenthe en Den Haag. Gedurende deze periode hield Erik Ziengs zich bezig met het samenstellen van de stemlijst voor de Provinciale Staten en adviseerde hij bij andere lijsten, zoals bijvoorbeeld die van de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Door zijn werkzaamheden als voorzitter van de Kamercentrale was hij regelmatig in Den Haag te vinden. Dit heeft hem ertoe laten besluiten om een interne opleiding tot fractielid van de Tweede Kamer te volgen. Hiervoor liep hij destijds stage bij
(toen nog) Kamerlid Halbe Zijlstra. In juni 2010 werd hij beëdigd als lid van de Tweede Kamer.

Ondernemerschap
Inmiddels is Ziengs al vier jaar Kamerlid. Hij houdt zich als Kamerlid vooral bezig met het ondernemerschap. Zo is hij onder andere woordvoerder MKB, recreatie en toerisme en
ZZP’ers. Een ander onderwerp waar hij zich op richt is regeldruk.

Hoe ziet uw werkweek als Tweede Kamerlid eruit?
“Op maandag en vrijdag houd ik mij onder andere bezig met werkbezoeken. Op maandag vindt soms een wetgevingsoverleg plaats. Verder zijn op dinsdag, woensdag en donderdag de Kamerdagen. Dit zijn de dagen waarop er wordt vergaderd in de Kamercommissies en in de plenaire zaal, de zaal met de bekende blauwe stoelen.”

Fractievergadering
Elke dinsdag vindt er tot ongeveer 13.00 uur een fractievergadering van de VVD plaats.  Tijdens deze vergadering worden talloze fractienotities stuk voor stuk behandeld. Ziengs: “Als iedereen het eens is over de in te zetten lijn, kan een agendapunt snel afgerond worden. Voorzitter bij de fractievergadering is fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Tijdens de vergadering heeft iedereen die wat wil zeggen de mogelijkheid om het woord te voeren,
vragen te stellen en kritische opmerkingen te plaatsen. Als na de discussie het VVD-standpunt is vastgesteld, kan de woordvoerder later die week het debat aangaan.”
“Om 14.00 uur vindt het wekelijkse vragenuurtje plaats. Kamerleden hebben tot 12.00 uur de tijd om vragen in te dienen bij de griffie van de Tweede Kamer. Vervolgens keurt de
Kamervoorzitter ongeveer vier à vijf vragen goed. De Kamerleden ontvangen hierover uiterlijk om 13.00 uur bericht. Na het vragenuurtje is het rond half vier, tijd voor de vaste wekelijkse stemmingen. Er wordt dan gestemd over moties en amendementen die de week ervoor zijn ingediend.”

Debat
“Op woensdag en donderdag vinden vanaf ongeveer 10.00 uur debatten, overleg en ronde
tafelgesprekken plaats. Ik start die dag altijd om 8.00 uur, zodat ik mij in alle rust op mijn
werkzaamheden kan richten.” “Gelet op het vroege tijdstip overnacht ik de tussenliggende
nachten in mijn appartement in Den Haag. De vrijdag kan door het ieder Kamerlid zelf  worden ingedeeld. Hierdoor vertrek ik altijd op donderdagavond weer richting mijn woonplaats Assen.” “Verder komen op vrijdag de stukken van mijn fractiegenoten binnen.  In het weekend neem ik deze stukken altijd door. Als ik vragen over de inhoud heb, neem ik telefonisch contact op met de collega die het stuk geschreven heeft. De stukken worden overigens eerst al door de fractiecommissie bekeken.” “Afgelopen maandag nam ik deel aan een politiek debat in Zoetermeer. Hierbij waren meerdere politici aanwezig. Het doel van het debat was dat er in de Tweede Kamer meer nagedacht wordt over zelfstandigen zonder personeel. Dinsdag had ik een plenair overleg over franchise. Morgen gaat een
notitie van dit overleg mee met de fractiestukken. Een notitie mag maximaal uit drie pagina’s bestaan.” Een keer per veertien dagen vindt er een procedurevergadering plaats.
Soms komt het voor dat er een extra vergadering is. Ziengs: “In de procedurevergadering
nemen commissies van de Tweede Kamer besluiten over brieven van bewindspersonen, procedures en de werkwijze die zij gaan volgen.1 Als een partij graag wil dat een onderwerp op de politieke agenda komt, dan is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het stuk bij een vaste commissie komt. Wil het onderwerp daadwerkelijk op de politieke agenda komen, dan is vereist dat andere partijen met het stuk akkoord gaan, zodat er een meerderheid gevormd wordt. Tussendoor kunnen er spoeddebatten plaatsvinden.
Dergelijke debatten kunnen alleen plaatsvinden als ze worden verzocht door minimaal dertig Kamerleden.”

Wat zijn de leuke en minder leuke dingen aan uw werk?
“Ik vind de politiek erg leuk, omdat het dynamisch is. Hierdoor is het nooit saai. Doordat je dicht op de besluitvorming zit, zie je dat dingen die je doet soms direct uitwerking hebben. Som kan ik mij ergeren aan partijen, die ondanks de economische crisis, minder relevante punten naar voren brengen. Op dit moment is er veel te veel wet- en regelgeving, waardoor Nederlanders  vaak onbekend zijn met de inhoud daarvan. Personen kunnen zelf onderling wel dingen regelen, zonder dat daarvoor wet- en regelgeving vereist is.”

Hoe zet u zich in voor het Noorden van Nederland?
“Ik wil graag met mijn functie als Tweede Kamerlid een brug slaan tussen het Noorden van Nederland en de Randstad. Dit doe ik door werkbezoeken af te leggen bij ondernemingen
in het Noorden. Naar mijn mening is het Noorden te bescheiden, terwijl er een goede infrastructuur is en er prachtige bedrijven te vinden zijn. Dit heeft te maken met het verschil in mentaliteit tussen het Noorden en de Randstad. Ik hoop met mijn functie bedrijven binnen te kunnen loodsen bij politiek Den Haag, zodat er makkelijker deuren voor hen open gaan.” “Verder wil ik graag op de hoogte blijven van onder andere de  werkgelegenheid en investeringen. Zo heb ik bij de dreigende sluiting van de kazerne in Assen wegens bezuinigingen een rondetafelgesprek met noordelijke Kamerleden en de burgemeester en een wethouder van Assen geregeld.”

Wie is uw politieke voorbeeld?
“Mijn politieke held is Frits Bolkestein (VVD). Ik vind het knap dat Bolkestein altijd belangrijke zaken op de agenda wist te plaatsen. Voorbeelden hiervan zijn minderheden, het asielbeleid en integratie. Ondanks de politieke gevoeligheid van deze onderwerpen wist
hij dit op een nette manier te doen. Bolkestein had als kracht om goede argumenten naar voren te brengen en gebruik te maken van herhaling. Dit zorgde er uiteindelijk voor dat veel
Nederlanders op hem wilden stemmen.”

Burgers voelen zich vaak onbegrepen door politici. Staat ‘Den Haag’ te ver van de burger af?
“Dit is een discussie die je eindeloos kunt blijven voeren. Zelf denk ik dat als je je verdiept in de politiek, je al snel aansluiting kunt vinden. Mijn vader is 93 en leest de krantenartikelen
die over de politiek gaan. Deze knipt hij regelmatig uit en bewaart hij: dit is een manier om betrokken te zijn.”

Doe normaal man!
“Maar anderzijds begrijp ik ook goed dat de burger regelmatig denkt: ‘help, wat gebeurt daar allemaal in Den Haag?’ Neem bijvoorbeeld het geval dat Wilders in een discussie tegen premier Rutte zei: ‘Doe eens normaal man’, waarop Rutte antwoordde: ‘Doe zelf eens normaal man!’.2 Dat komt uitgebreid in de kranten en iedereen vormt er een mening over. Maar waar het debat nu werkelijk over ging, dat weet niemand meer. Dan bepaalt zo’n incident de beeldvorming en dat is jammer.”

Zichtbaar
“Er wordt ook een hoop onzin gezegd en geschreven, over wat er in de politiek gebeurt. Daarom is het ontzettend belangrijk dat politici laten zien wat ze doen. Het is niet voldoende om je werk alleen inhoudelijk goed te doen. Politici moeten hun verhaal ook overbrengen naar de mensen. Als mensen niets van je horen, vragen ze zich af wat je nu eigenlijk doet, daar in Den Haag. Het persoonlijke contact is daarin essentieel. Als mensen
mailen of bellen met een probleem, dan reageer ik daar altijd op en help ik als dat kan. Op meerdere sites en in tijdschriften schrijf ik columns, ik laat mijn gezicht zien op evenementen en ik neem deel aan debatten. Mijn plaats in het parlement heb ik verworven
door voorkeursstemmen. Die heb ik voornamelijk te danken aan het feit dat ik veel campagne heb gevoerd, met name in het Noorden. Ik heb hier veel tijd in gestoken. Ik ben allerlei activiteiten afgegaan, heb filmpjes gemaakt, ben met mensen in gesprek gegaan en
heb eigen campagneposters laten maken. Het is ontzettend belangrijk dat je zichtbaar bent als politicus.”

U houdt zich bezig met het verminderen van regeldruk. Over regels uit Den Haag en Europa wordt vaak geklaagd. Hoe gaat u daarmee om?
“Regelmatig kom ik met mensen in gesprek die negatief zijn over de Haagse politiek. Het is belangrijk om uit te leggen wat er gebeurt. Vaak wordt er over van alles geklaagd, bijvoorbeeld over de regeldruk. Dan vraag ik ook wel eens: ‘Kunt u mij een regel noemen die zou moeten worden afgeschaft?’ Daar kunnen mensen dan vaak geen antwoord op geven. Laatst sprak ik een aantal fabrikanten die mij wel een wet konden noemen. Hun fabrieken draaiden zeven dagen per week, en op zondag moesten ze het personeel dan dubbel betalen. Dat vonden ze nou een typisch geval van een regel die afgeschaft zou moeten worden. Dan vraag ik: ‘waar komt die regel dan vandaan?’ Want dat is helemaal geen wetgeving. Dit is gewoon een bepaling die in de CAO is neergelegd. Dat betekent dat de werkgevers hier dus zelf voor getekend hebben. Als je dat wilt veranderen, prima, maar dat is iets wat je zelf gecreëerd hebt en zelf kunt veranderen. Ga dan zelf aan de  onderhandelingstafel zitten met de werknemersverenigingen.”

Doorbetaling loon
“Een ander voorbeeld is het doorbetalen van loon bij ziekte. Werkgevers beklagen zich er wel eens over dat ze een zieke werknemer nog twee jaar lang 100% van zijn loon moeten doorbetalen. De wettelijke regeling schrijft in het tweede jaar 70% voor, maar in sommige CAO’s is dit opgehoogd naar 100%.3 Ook iets wat dus niet vanuit de politiek geregeld is.

Vrij verkeer
“Wat Europa betreft wil ik voorop stellen dat wij veel handel en werkgelegenheid te danken hebben aan de Europese samenwerking. Nederland is een handelsland. Vrij verkeer is heel belangrijk en daar moeten we optimaal van profiteren. Maar tegelijkertijd moeten we ook alert zijn op de regels die vanuit Europa komen. We willen een gelijk speelveld creëren
in de Europese Unie, maar meer ook niet. Aan belemmerende regels hebben we geen behoefte. Ook in dit verband ontstaan er misverstanden.”

Hoge hakken
“In 2012 kwam er in het nieuws dat Europa kapsters zou verbieden om hoge hakken te dragen, vanwege de veiligheid. Van alle kanten kreeg ik de vraag wat dat nou weer voor een belachelijke regel was. Ook mijn vrouw, die een kapperszaak runt in Assen, vroeg ernaar. Zelf heb ik contact opgenomen met Toine Manders (toenmalig Europarlementariër voor de VVD) die in eerste instantie ook nergens vanaf wist. Dat kwam omdat dit een afspraak was die door de brancheorganisaties zelf gemaakt was om de veiligheid in kapsalons te bevorderen. In de media was er een totaal verkeerde beeldvorming ontstaan. Mensen waren verontwaardigd omdat ‘Europa’ zich met van alles zou bemoeien.” “Ik  maak me hard voor een lagere regeldruk: dat is één van mijn speerpunten. Ik zeg altijd: gebruik ook je gezonde boerenverstand. Bedenk waar de regels vandaan komen en wat je zelf kunt veranderen zonder direct de politiek aan te kijken. En als ik dit dan uitleg, geeft het ook veel voldoening omdat er dan ook begrepen wordt wat er in de politiek gebeurt.”

Als rechtenstudenten associëren we de Tweede Kamer vooral met het maken van wetgeving. Hoewel Tweede Kamerleden natuurlijk ook veel andere dingen doen, is dit een belangrijk deel van het takenpakket. Is een juridische opleiding (dus) een pre?
Als ik iets zou willen veranderen in de wetgeving kan ik terecht bij Bureau Wetgeving. Een tijd geleden werd duidelijk dat de Aanbestedingswet niet goed werkte. Er werden bij aanbestedingen van grote projecten onredelijke eisen aan bouwbedrijven gesteld, zodat bijna geen enkel bedrijf aan de eisen kon voldoen. Als er een brandweerkazerne gebouwd moest worden, gold de eis dat de aannemer al tenminste drie andere kazernes had gebouwd. Ook als hij al andere grote projecten succesvol had afgerond, kon hij dan niet meedingen naar de opdracht. Veel ondernemers waren hier uiteraard niet blij mee. Terecht, dus deze wet wilde ik samen met enkele andere parlementariërs veranderen.
Voor de juridische ondersteuning om dit amendement te schrijven wordt je dan geholpen van medewerkers van het Bureau Wetgeving. Daar leg je uit waar je heen wilt en wat de bedoeling is. De juristen die daar werken zorgen dan voor een ‘vertaling’ in wetgeving om dat doel te bereiken. Ze zorgen ervoor dat de teksten juridisch juist zijn en controleren of je wensen goed zijn verwoord. Vanwege deze begeleiding is een juridische opleiding dus zeker niet nodig.”

We bedanken Erik Ziengs voor dit interessante inkijkje in zijn leven als politicus.Door de VVD-vleugel waar de andere fractieleden en –medewerkers hun kamers hebben lopen we naar buiten. Dan staan we weer op het Binnenhof, in de stromende regen. We verlaten het politieke centrum van Nederland en stappen in de trein terug naar Groningen, wetend dat ook de belangen van het Noorden in Den Haag behartigd worden.

Noten
1 ‘Procedurevergadering’, Parlement & Politiek, http://www.parlement.com/
id/vh8lnhrpmxv6/procedurevergadering.
2 Algemene Beschouwingen, 22 september 2011.
3 In artikel 7:629 BW is de hoofdregel opgenomen dat de werkgever verplicht
is 70% van het vastgestelde loon te betalen.


  • -

Versterking positie curator

Karen Lely

Versterking positie curator

Wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht

Ten tijde van de economische crisis zijn er heel wat bedrijven door faillissement over de kop gegaan. Zo bedroeg het aantal faillissementen gedurende 2012 in de winkelbranche maar liefst 749, terwijl de teller in 2000 op 36 failliete winkeliers stond (1). Een faillissement heeft niet alleen grote gevolgen voor de gefailleerde, maar ook voor de werknemers, die op dat moment bij het bedrijf werkzaam zijn, en de schuldeisers. Dit heeft ervoor gezorgd dat er nog eens extra naar het wettelijk kader gekeken werd, met het wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht als gevolg (2).

Op 26 november 2012 kondigde het kabinet het wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht aan (3). De herijking richt zich op drie pijlers: modernisering, versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven en fraudebestrijding. Voor effectievere bestrijding van de faillissementsfraude zijn er drie wetsvoorstellen aangekondigd. De wetsvoorstellen zien op de invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod, actualisering en aanscherping van het strafrechtelijk faillissementsrecht en de versterking van de fraudesignalerende functie van de curator tezamen met versterking van inlichtingen- en medewerkingsplichten van de gefailleerde (4). Het nieuwe wetsvoorstel ten aanzien van de versterking van de positie van de curator zorgt voor verduidelijking van de inlichtingen- en medewerkingsverplichtingen die de failliet en huidige en voormalige bestuurders jegens de curator hebben. Dit is nodig omdat er in de huidige literatuur en jurisprudentie discussie is over de inhoud en omvang van de bevoegdheden van de curator. Dit brengt met zich dat een curator er niet altijd in slaagt om zo adequaat mogelijk informatie ten aanzien van de boedel veilig te stellen(5). De Wet versterking positie van de curator zorgt voor een wijziging van de huidige wetsbepalingen binnen de Faillissementswet die op de positie van de curator zien (6).

Huidige positie curator
In het huidige faillissementsrecht houdt de curator zich op grond van artikel 68 lid 1 van de Faillissementswet (hierna: Fw) hoofdzakelijk bezig met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Doel hiervan is executie van het vermogen en verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers. Op grond van art. 105 Fw geldt er een inlichtingenplicht voor een gefailleerd natuurlijk persoon. Deze is verplicht tot het verschaffen van inlichtingen aan onder andere de curator. Als de gefailleerde verzuimt om inlichtingen te verstrekken, dan is hij strafbaar op grond van art. 194 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Verder geldt er een inlichtingenplicht voor bestuurders en commissarissen die ten tijde van het faillissement bij de rechtspersoon werkzaam waren (7). Hieronder valt ook de feitelijke beleidsbepaler (8). Beide artikelen over de inlichtingenplicht worden nader gespecificeerd bij het wetsvoorstel Wet versterking positie curator. Momenteel heeft de curator al de nodige mogelijkheden om op te treden als er onregelmatigheden rondom een faillissement plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn de faillissementspauliana (art. 42 e.v. Fw) en de mogelijkheid tot inbewaringstelling ingeval van plichtsverzuim aan de zijde van de gefailleerde (art. 87 Fw) (9). Het aantal bevoegdheden zal uitgebreid worden ter voorkoming van fraude bij faillissementen.

Op welke wijze wordt de positie van de curator versterkt? De positie van de curator wordt op meerdere punten  versterkt ten opzichte van de huidige wetgeving. Op de volgende acht punten wordt de positie van de curator versterkt:
1. Controle van onregelmatigheden bij faillissement;
2. Melden van onregelmatigheden aan de rechter-commissaris;
3. Verslag van uitvoering in het faillissementsverslag;
4. Ongevraagd belangrijke inlichtingen verstrekking door gefailleerde;
5. Informatie- en medewerkingsplicht over bestaan buitenlandse activa;
6. Overhandiging administratie;
7. Beschikbaar stellen administratie gefailleerde door derden;
8. Informatie- en medewerkingsplicht voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders.

Op elk punt zal kort worden ingegaan.

1. Controle onregelmatigheden bij faillissement
Het signaleren van onregelmatigheden bij een faillissement door de curator wordt ook wel de poortwachtersrol genoemd. De term onregelmatigheden is een breed begrip. Onder het begrip onregelmatigheden vallen: feiten en onregelmatigheden op het gebied van strafrecht, voeren van administratie, kennelijk onredelijk bestuur en handelingen die zien op de faillissementspauliana. Over het algemeen ziet de controle op onttrekking ten laste van de boedel en de afwezigheid, onvolledigheid of onjuistheid van de bedrijfsadministratie (10).

2. Melden van onregelmatigheden aan de rechter-commissaris
Voor de curator komt een meldplicht tegenover de rechter-commissaris indien hij onregelmatigheden signaleert. De curator kan de melding gedurende de gehele afwikkeling van het faillissement doen, gelet op het feit dat onregelmatigheden over het algemeen bij de concrete vereffening van de boedel aan het licht komen. Doordat het bij een dergelijke melding vaak om signalen en vermoedens gaat, wordt de melding niet openbaar gemaakt. Er is voor niet openbaarmaking gekozen omdat de bevindingen van de curator na diens melding nader onderzocht dienen te worden. Het is aan de rechter-commissaris om te oordelen of er een melding

of aangifte dient plaats te vinden aan de hand van hetgeen de curator heeft opgemerkt. Indien de signalering van onregelmatigheden door de curator van serieus niveau is, dient er altijd een melding worden gedaan. Als de rechter- commissaris besluit dat er aangifte gedaan moet worden, dan dient hij dit te doen bij het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie en opsporingsinstanties om daadwerkelijk over te gaan tot een strafrechtelijk onderzoek (11).

3. Verslag van uitvoering in faillissementsverslag
De curator dient in het verslag globaal aan te geven op welke wijze hij zijn fraudesignalerende taak heeft uitgevoerd. Dit komt doordat het faillissementsverslag een openbaar verslag is (art. 73a lid 1 Fw) en er op het moment van verslaggeving nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar de mogelijke onregelmatigheden. Verder spelen zowel zakelijke en persoonlijke belangen een rol, evenals de privacy van de gefailleerde. Derden hebben de mogelijkheid om het verslag van uitvoering van de curator kosteloos te bezichtigen bij de griffie van de richtbank. Hierbij hebben schuldeisers de mogelijkheid om een afschrift van het verslag te verkrijgen. Indien een failliet bedrijf een doorstart wil maken, kan een slechte naam grote gevolgen hebben bij de voortzetting van het bedrijf (13).

4. Ongevraagd belangrijke inlichtingen verstrekking door gefailleerde
De inlichtingenplicht geldt naast de failliet ook voor diens echtgenoot of geregistreerde partner indien er sprake is van gemeenschap van goederen. Het ongevraagd belangrijke inlichtingen verstrekken ziet op feiten en omstandigheden waarvan de gefailleerde weet of behoort te begrijpen dat deze voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel van belang zijn. Zwaarwegende omstandigheden kunnen meebrengen dat er in redelijkheid geen medewerking van de gefailleerde worden gevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vertrouwelijke correspondentie tussen een advocaat en diens client, de gefailleerde (14).

5. Informatie- en medewerkingsplicht over bestaan buitenlandse activa
Als de gefailleerde over buitenlandse vermogensbestanddelen beschikt dient hij de curator hierover in te lichten. Verder dient de gefailleerde zijn medewerking aan de curator te verlenen. Hieronder valt bijvoorbeeld het geven van een volmacht aan de curator zodat hij zich toegang tot de buitenlandse banktegoeden kan verschaffen (15). Deze informatie- en medewerkingsplicht is opgesteld omdat het vaak voorkomt dat, indien een onderneming zich op de rand van faillissement bevindt, kapitaal wordt overgeheveld naar het buitenland. Als de gefailleerde weigert zijn medewerking te verlenen dan kan dit leiden tot inbewaringstelling of vordering tot het opleggen van een civielrechtelijk bestuursverbod (16).

6. Overhandiging administratie
Indien de curator dit verlangt dient te gefailleerde zijn administratie ongeschonden aan de curator te overhandigen. Hierbij dient de gefailleerde als dit nodig is alle middelen ter beschikking te stellen die ervoor zorgen dat de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar is. Hierbij kan gedacht worden aan het overhandigen van wachtwoorden, encryptiesleutels en hard- en software (17).

7. Beschikbaar stellen administratie gefailleerde door derden
Derden die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, dienen dit op verzoek van de curator aan hem beschikbaar te stellen. Hierbij kan gedacht worden aan externe administratiekantoren die tegen een vergoeding de administratie van andere bedrijven op zich nemen. De derden die de administratie van de gefailleerde beschikbaar stellen kunnen hierbij een redelijke vergoeding vragen aan de curator. Doel van deze plicht tot beschikbaarstelling is het voorkomen dat bescheiden en goederen in aanloop naar het faillissement snel nog ergens anders ondergebracht worden, om deze aan het faillissement te onttrekken (18).

8. Informatie- en medewerkingsplicht voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders
De informatie- en medewerkingsplicht jegens de curator geldt ook voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders. Dit geldt ook voor feitelijk bestuurders en oud-bestuurders van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap. Vaak zal het gaan om het verstrekken van informatie, bescheiden en andere instrumenten waarover de betrokkene beschikt. Het opzettelijk niet naleven van de informatie- en medewerkingsplicht door feitelijk bestuurders en oud-bestuurders is strafbaar. Ten aanzien van de oud-bestuurders geldt dat deze drie jaar voorafgaand aan het faillissement bestuurder dienden te zijn geweest (19). Deze termijn is vastgesteld om te voorkomen dat een oud-bestuurder tot onttrekking van vermogensbestanddelen overgaat en dat daarna snel een ander tot bestuurder wordt benoemd. De periode van drie jaar komt overeen met de termijn die bij de bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:138 en 248 lid 7 BW hoort. Ook voor de feitelijke beleidsbepaler geldt deze inlichtingen- en medewerkingsplicht. Dit omdat hij zich bezig houdt met het beleid dat de rechtspersoon voert (20). Als de feitelijk bestuurders en oud-bestuurders zich onthouden van hun informatie- en medewerkingsplicht, dan kunnen zij gesanctioneerd worden via strafrechtelijke vervolging of een verbod om vennootschappen te mogen besturen (21).

Stand van zaken
Op 24 februari is het voorontwerp van de Wet versterking positie curator ter raadpleging naar verschillende instanties gestuurd. Vervolgens is het wetsvoorstel naar de Raad van State gezonden (22). Hierbij kijkt de Raad van State naar de kwaliteit van het beleid, de juridische kwaliteit en de wetstechnische kwaliteit van het wetsvoorstel (23). Momenteel is het wetsvoorstel nog in behandeling bij de Raad van State. Hier wacht het op advies, waarna het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd.

Slotsom
De Wet versterking positie curator gaat ervoor zorgen dat de huidige taken van de curator zoals die te vinden zijn in de faillissementswet staan beter worden afgebakend. Op dit moment spelen er namelijk de nodige discussies in de literatuur en jurisprudentie. Dit kan ervoor zorgen dat de curator in zijn handelen vertraagd wordt, waardoor waardevolle informatie kan verdwijnen ten aanzien van de failliete boedel. Door het wegnemen van deze vertragende factor kan de curator in het vervolg sneller handelen waardoor de kans op faillissementsfraude kleiner wordt.

Noten
                                                                                                                                                           

 1 D. Pels, ‘Recordaantal winkels failliet’, Trouw 19 oktober 2013.

2 Brief Wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht aan voorzitter Tweede Kamer, 15 november 2013.

3 Kamerstukken II 2012/13, 29 911, nr. 74.

4 ‘Opstelten wil positie curator versterken’, Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie 25 februari 2014, http://www.knb.nl/nieuwsberichten opstelten-wil-positie-curator-versterken.

5 J.B. van Nielen, ‘Middelen van de curator bij faillissementsfraude’, TvI 2013/13.

6 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p.1.

7 Rb. Amsterdam 2 februari 1982, NJ 1982/525.

8 Zie C.M. Hilverda, Faillissementsfraude, serie Onderneming en Recht deel 53, Deventer: Kluwer, p. 46 en B. Wessels, Insolventierecht IV: Bestuur en beheer na faillietverklaring, Deventer: Kluwer 2010, p. 286.

9 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 2 en 3.

10 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 4.

11 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 9.

12 HR 21 januari 2005, NJ 2005/249, Jomed I.

13 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p.7.

14 EHRM, 20 september 2000, Zaak 33274/96 (Foxley/Engeland).

15 ‘Wetsvoorstel: versterking positie van curator’, DRV Accountants & Adviseurs, http://www.drv.nl/nieuws/wetsvoorstel-versterkingpositie-van-curator.html 16, 17 en 18. Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, resp. p. 15, 17 en 18.

19 Auteur onbekend, ‘Curator krijgt meldplicht onregelmatigheden’, NJB 2014/515.

20 Memorie van Toelichting Wet versterking positie curator, p. 19.

21 ‘Wijziging Faillissementswet – Wet versterking positie curator’, De Jonge Advocaten 4 maart 2014, http://www.dejongeadvocaten.nl/nl/nieuws/wijziging-faillissementswet-wet-versterking-positie-curator1#.Uy9XNsTuIsY

22 ‘Curator moet fraude melden’, De Advocatenwijzer 27 februari 2014,

http://www.deadvocatenwijzer.nl/270220144-curator-moet-fraude-melden#more-7370.

23 ‘De Raad van State in het kort’, Raad van State, http://www.raadvanstate.nl/over-de-raad-van-state/de-raad-van-state-in-het-kort.html.


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.