Een dag in het leven van… mediator Edith Bos

  • 0

Een dag in het leven van… mediator Edith Bos

Een dag in het leven van een mediator

Judith Bos – Accent Mediation

Door: Monique Nijboer
Wanneer je als student zegt dat je rechten studeert, denkt men vaak dat je later de advocatuur in gaat. Maar er zijn vele andere professies waar de rechtenstudie een uitstekende basis voor vormt. Bijvoorbeeld mediation, een opkomend middel om partijen in conflicten dichter bij elkaar te brengen. Een proces waarbij het er niet om gaat wie er met de ‘winst’ naar huis gaat, maar een proces waar je een win-win situatie wil creëren, of beter gezegd waar verliezen worden beperkt en samen naar een overeenkomst wordt gezocht. In dit artikel geef ik informatie over het beroep en krijg je een kijkje in de keuken van het werk van een mediator. Judith Bos, van Accent Mediation, heeft mij vol passie uitleg gegeven over de do’s en don’ts van het vak.

 

Mediators heb je in verschillende soorten, hiermee bedoel ik in eerste instantie de achtergrond van een mediator. Je hebt mediators met een psychologische achtergrond, een bedrijfskundige achtergrond maar ook, zoals Judith, een juridische achtergrond. Ook kun je je specialiseren in bepaalde gebieden en soorten conflicten. In het familierecht en bij arbeidszaken is het fenomeen mediation al langere tijd ingeburgerd. Hedendaags is de mediation in strafzaken en faillissementen ook in opmars.[1] Mediation lijkt zich steeds meer een vaste positie in het Nederlandse rechtssysteem te verwerven. Zo is het in de rechtszaal gebruikelijker om door te verwijzen naar een mediator.[2] Op het moment is er nog geen wettelijke inbedding van de mediation, de mediator heeft geen verschoningsrecht. Maar naar aanleiding van de Europese richtlijnen om grensoverschrijdende mediations vast te leggen is men bezig om ook de nationale conflictbemiddeling een plaats te geven in de Nederlandse Wetgeving.
Om jezelf een mediator te kunnen noemen moet je eerst een erkende NMI registermediator opleiding volgen.[3] De opleiding wordt bij verschillende trainingsinstituten aangeboden. Tijdens de opleiding wordt er, naast het vergaren van psychologische en juridische kennis, aandacht gegeven aan gespreksvaardigheden. Door rollenspellen leer je praktijksituaties kennen waarin je naast het onderhandelen de psychologische en juridische kennis toe kan passen. Dit wordt ook bij een echte mediation van je wordt verwacht.

De partijen bij een mediation moeten ten eerste vrijwillig willen deelnemen aan de mediation en bereid zijn om een eigen inspanning te leveren. Tevens moet het gaan om zaken waarover partijen zelf kunnen beslissen. Ze nemen eigen verantwoordelijkheid bij de mediation.  Want de mediator lost het conflict niet op, maar brengt twee partijen nader tot elkaar. De mediator wordt primair ingezet om de vastgelopen communicatie tussen partijen weer op de rails te krijgen. Uit een verbeterde communicatie tussen twee partijen kan natuurlijk wel een oplossing komen. In eerste instantie denkt een mediator dus in opties en mogelijkheden en kan hij effectief met conflicten en emoties omgaan. Ze zal als onafhankelijk derde in het proces een gespreksstructuur aanbrengen en cliënten inzicht geven in elkaars en eigen gedrag en wensen. Het proces begint bij de voorbereiding, daarna bestaat het plenaire gedeelte uit een intake, exploratie, onderhandeling en besluitvorming, waarna op het einde het proces wordt afgesloten. Je begint de mediation met een overeenkomst en je eindigt de mediation met een overeenkomst.
Judith Bos – Accent Mediation, nadruk op de dialoog

Kort wat over Judith, de mediator waarbij ik de onderstaande ervaringen heb opgedaan. Judith heeft naast het zijn van mediator nog andere activiteiten, dus werkt ze parttime als mediator. Nadat ze in 2002 de mediationopleiding had afgerond, heeft ze samen met een collegamediator Het Akkoord opgericht. In 2004 is ze ook gaan werken als rechtbankmediator. Sinds 2011 voert ze een eigen praktijk onder de naam Accent Mediation.[4] Ze is NMI Registermediator en geeft uit oogpunt van conflictpreventie diverse trainingen. Wanneer er behoefte aan is om samen te werken met een andere mediator of deskundigen is ze hier flexibel in, ze doet zelfs aan online mediation. Naast het uitoefenen van het beroep vervult ze ook nog gerelateerde nevenactiviteiten. Kortom een ondernemende vrouw die vol passie haar werk, waar de dialoog voorop staat, volbrengt.

 

Volgens Judith is het my lucky day, want ik kan mee naar een workshop én een echtscheidingsmediation.
Workshop
De workshop mediation voor alumni psychologen van de RUG was een boeiende en interessante ervaring. Na een inleiding wat het beroep inhoudt, het bespreken van praktijkgevallen en een filmpje van een voorbeeldzaak mochten we zelf aan de slag. Er stond een rollenspel op het programma. Nadat de rollen waren verdeeld en ik was getransformeerd tot Lia Stoffel, de mediator, konden we beginnen.
Het betrof een conflict tussen een technisch directeur en een algemeen directeur van een bedrijf. De technisch directeur was al jaren bij het bedrijf werkzaam in tegenstelling tot de net aangestelde algemeen directeur. Na even warm worden en het proces te hebben uitgelegd aan de cliënten was het tijd om de mediationovereenkomst te tekenen. Dit document garandeert onder andere de geheimhouding en vertrouwelijkheid van het proces. Het volgende wat me te doen stond was het conflict in kaart brengen en de wensen van partijen achterhalen. Ik merkte dat je als mediator je moet kunnen inleven in de personen en het vertrouwen van beide personen moet winnen. Ook al hebben ze in het begin gezamenlijk ingestemd met de mediation, het vertrouwen en het meewerken van beide partijen gedurende het hele proces is de sleutel tot succes. Een onpartijdige mediator is hierbij een belangrijk element. Ik merkte aan mijzelf dat je snel met iemand meedenkt als diegene zijn of haar kant van het verhaal vertelt. Maar wanneer je daar vol in meegaat, verlies je ten eerste je onpartijdigheid en ten tweede het vertrouwen van de andere partij. Door partijen met elkaar te laten praten, soms het gesprek sturen en enkele mogelijkheden op tafel leggen werd er voor een eerste bijeenkomst al veel werk verricht. Partijen hebben een beter beeld van het proces gekregen, hebben uitgesproken wat het conflict betreft en toegelicht waar men naar toe wilt. Dat lijkt me een mooi resultaat van een eerste bijeenkomst én, voor mij, een eerste ervaring als mediator.

 

Echtscheidingsmediation
De echtscheidingsmediation waar ik bij mocht zijn vond dit keer niet op neutraal terrein plaats. Vanwege omstandigheden gingen we naar de mensen thuis. In de auto legde Judith mij de zaak uit, want bij een echtscheiding kunnen er verschillende elementen bij komen kijken. Deze zaak betrof een stel met minderjarige kinderen. Eenmaal binnen merkte ik gelijk dat Judith bij eerdere bijeenkomsten een band heeft ontwikkeld met het stel. Ze vertrouwen haar, zijn open en niet zakelijk of afstandelijk. Na het tekenen van mijn geheimhoudingsverklaring pakte Judith de zaak op waar hun vorige bijeenkomst was geëindigd. Er werd ook aandacht aan het ‘huiswerk’ van de partijen besteed. Zo nemen partijen geen overhaaste beslissing, worden er ook door hun dingen uitgezocht én zijn ze echt betrokken bij het proces. Tijdens deze bijeenkomst moesten de openstaande onderdelen van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan[5] worden ingevuld. Nadat de mediator een punt heeft aangekaart, geven partijen aan hoe ze erover denken en overleggen ze de mogelijkheden. Judith springt in wanneer partijen niet duidelijk weten wat de (voordeligste) mogelijkheden zijn, en legt dan uit waaraan ze kunnen denken. Tevens stuurt ze het gesprek wanneer de spanningen tussen partijen wat hoger oplopen. Zo worden de overeenkomsten stap voor stap doorgelopen. En worden er door partijen gezamenlijke beslissingen genomen over de woning, pensioenen, alimentatie, omgangsregelingen etc. Aan het einde van de bijeenkomst legt Judith de verdere gang van zaken uit en sluit één van de partijen met een mooie uitspraak af: ‘ons huwelijk is niet mislukt, maar ons huwelijk is niet verder gelukt.’

Ik heb de indruk gekregen dat partijen door de bijeenkomsten, hun betrokkenheid en concessies zich meer bewust zijn van het proces en de uitkomsten. Ik vond het erg mooi om te zien dat mensen die kennelijk zo erg in conflict zijn en er zelf niet meer uitkomen, met behulp van een derde toch netjes met elkaar kunnen omgaan. Om er samen uit te komen en om elkaar verder te helpen.

 

Na het meelopen en het vergaren van informatie over mediation ben ik nog meer enthousiast geworden over het beroep. Bedankt Judith, voor de mogelijkheid om deze ervaringen op te doen en een kijkje in de keuken te hebben gekregen van een opkomend middel in de samenleving.

 

 



[1] Van Wemeskerken, H. 2012: Mediation: niet voor watjes. Mr. Magazine voor juristen Mr, Deventer: Kluwer 2012, nr. 11.

[2] Sinds 2007 hebben alle rechtbanken en gerechtshoven een verwijsvoorziening voor mediation in huis.

[3] Toetredingseisen tot het NMI Register:
NMI erkende basisopleiding, Theorie-examen, Assessment en een Verklaring Omtrent het Gedrag. Daarna moet je aan de Onderhoudseisen NMI register voldoen.
Structuur binnen de mediation:
NMI Gedragsregels, NMI mediation Reglement en een model mediationovereenkomst. Daarnaast kent het NMI een klachtenregeling en onafhankelijk tuchtrecht.

[4] Accent Mediation, met de nadruk op de dialoog: www.accentmediation.nl

[5] Artikel 1:247a BW jo artikel 815 lid 2 RV


  • 0

Wetsvoorstel Lesbisch ouderschap

Wetsvoorsel Lesbisch Ouderschap:
Meer gelijkheid tussen heteroseksuele en homoseksuele paren?

Door: Monique Nijboer.

 

Met de motie-Pechtold in 2007 werd het onderwerp lesbisch ouderschap ingeluid, het wetsvoorstel is met een ruime meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer en is nu in behandeling bij de Eerste Kamer.

Onder huidig recht heerst er vaak nog een juridische onzekerheid voor kinderen die opgroeien bij een lesbisch (echt)paar. De sociale moeder kan de juridische band met haar kind alleen veilig stellen door middel van een tijdrovende en kostbare adoptieprocedure. Moeten rechtsfiguren als erkenning en ouderschap van rechtswege ook voor de, in het wetsvoorstel genoemde, duo-moeder open staan? Wordt hiermee op het personen en familierecht weer een verandering toegepast om meer gelijkheid te krijgen tussen de heteroseksuele relaties en relaties van het gelijke geslacht? Ja, het is weer een stap naar meer gelijkheid!

 

Om een volledig beeld te krijgen zullen in dit artikel de hoofdlijnen van het huidige recht, het onderzoek van de commissie Kalsbeek en het wetsvoorstel behandeld worden. De term ‘duo-moeder’ zoals die in het wetsvoorstel wordt gebruikt zal niet gehanteerd worden, in plaats daarvan wordt de literatuur gevolgd en wordt volstaan met de term ‘meemoeder’.[1]
Het huidige recht

‘Een kind, zijn ouders en hun bloedverwanten staan in familierechtelijke betrekking tot elkaar.’[2]
Wat verstaan we onder het begrip ‘ouder’? De sociale ouder, de juridische ouder of de biologische ouder? In dit artikel wordt onder het begrip ‘ouder’ verstaan, de juridische ouder. Want met het ontstaan van juridisch ouderschap ontstaat er een familierechtelijke betrekking. Het juridisch ouderschap brengt rechten en plichten met zich mee en deze werken door in, onder andere, het gezag over het kind, het naamrecht, de nationaliteit en het erfrecht.[3] Het hebben van gezag is niet hetzelfde als het zijn van juridisch ouder, met dit onderscheid moet rekening worden gehouden. Tevens is vastgesteld dat een kind één of twee juridische ouders kan hebben, meer dan twee is niet mogelijk. Om de juridische ouder te bepalen is men in het huidige afstammingsrecht uit gegaan van het vermoeden van biologisch ouderschap.

 

Nederland streeft al enkele jaren naar meer gelijkheid tussen verschillende soorten families die samen een kind verzorgen en opvoeden. Sinds 1 januari 1998 is het in Nederland mogelijk dat een moeder samen met haar vrouwelijke partner het gezag heeft over een kind. Per 1 april 2001 kunnen lesbische stellen samen de juridische ouders worden van een kind door middel van partneradoptie. Hiervoor gelden nog wel strikte vereisten. Per 1 januari 2009 zijn de regels voor adoptie door de meemoeder versoepeld en werd de weg naar juridisch ouderschap meer toegankelijk. Dit heeft tot doel het beter vormgeven en beschermen van de rechtspositie van het kind en het juridisch ouderschap.

 

De bovenstaande materie geeft nog geen gelijkheid tussen de mogelijkheden binnen een heteroseksuele relatie en een homoseksuele relatie. Deze verschillen uitten zich in situaties waar er sprake is van een geboorte van een kind binnen een huwelijk én bij een geboorte van een kind dat niet binnen een huwelijk, maar binnen een samenleving, ter wereld wordt gebracht.
Te beginnen bij de vrouw die het kind baart, deze wordt van rechtswege juridisch ouder van het kind, zo blijkt uit art. 1:198 BW. Dit is ook zo wanneer er genetisch materiaal, niet afkomstig van de vrouw zelf, bij haar wordt geplaatst en er een kind wordt geboren. Wanneer een kind wordt geboren binnen een heteroseksuele relatie waarbij de partners met elkaar zijn gehuwd, worden deze personen van rechtswege de juridische ouders van het kind. Ook de gehuwde man die tijdens de zwangerschap is overleden valt hieronder. Er ontstaat een familierechtelijke band tussen het kind en de moeder én tussen het kind en de vader. Is er sprake van een samenleven van de partners, niet zijnde een huwelijk, dan wordt de vader niet automatisch juridisch ouder en heeft hij volgens de wet andere mogelijkheden om juridisch ouder te worden. Dit kan door erkenning van het kind, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en adoptie.

Hiermee vergelijken we de situatie waarin een kind wordt geboren binnen een relatie van twee vrouwen. De moeder die het kind baart wordt van rechtswege juridisch ouder. Maar de meemoeder heeft nu maar één weg om juridisch ouder te worden, namelijk via partneradoptie. Partneradoptie vindt plaats door middel van gerechtelijke vaststelling en brengt hoge kosten met zich mee. Bij twee mannen is de situatie natuurlijk anders omdat niet alleen de wet, maar ook de biologie een gelijkheid in de weg zal staan. De man zal immers niet een kind baren en er zal, waarschijnlijk, geen sprake van een huwelijk tussen één van de homo’s en de barende moeder zijn. Er ontstaat geen juridisch ouderschap van rechtswege, juridisch ouder worden kan alleen door middel van adoptie.

Het voorstel wat hier behandeld wordt regelt niet het ouderschap binnen een relatie van twee mannen. De commissie Kalsbeek heeft deze mogelijkheden niet onderzocht, omdat het enerzijds niet in de opdracht was aangegeven en anderzijds omdat die situatie verschilt met de situatie van het lesbisch ouderschap. Omdat een kind nou eenmaal niet geboren kan worden in een relatie van twee mannen, er zal altijd een vrouw bij betrokken zijn. Maar blijven de mannelijke paren niet achtergesteld wanneer ze aangewezen blijven op adoptie als enige mogelijkheid om juridisch ouder te worden? Misschien wordt er in de toekomst wel onderzoek gedaan om deze mogelijkheid uit te breiden.
Zoals gezegd heeft een kind onder het huidige recht ten hoogste twee juridische ouders. Dat zijn de vader en de moeder[4] of twee moeders of twee vaders. Heeft het kind twee vaders of twee moeders dan heeft één van hen of hebben beiden het kind geadopteerd.[5] De situatie nu is dat de vrouw twee mogelijkheden heeft om tot juridisch ouder te worden gedefinieerd, terwijl de man maar liefst vijf mogelijkheden heeft.[6]  Door middel van onderstaand wetsvoorstel zal er naar meer gelijkheid worden gestreefd.
Onderzoek Commissie Kalsbeek

Voor het onderzoek naar de mogelijkheden van lesbisch ouderschap heeft de commissie Kalsbeek twee hoofdlijnen genomen, het belang van het kind en het belang van de gelijke behandeling.[7]
Een stabiele opvoedingssituatie en juridische bescherming van de feitelijke (reële) gezinssituatie is in het belang van het kind. Twee ouders kunnen een kind meer houvast bieden dan één en zoals al is besproken is heeft het gezag niet dezelfde werking als het juridisch ouderschap. Bovendien is het juridisch ouderschap van belang voor de identiteit van betrokkenen en het geeft het gevoel van het bij elkaar horen, waar een kind behoefte aan heeft. Tevens is de gelijke behandeling van heteroseksuele en homoseksuele paren als uitgangspunt genomen.[8] Om tot een gelijkheid te komen, want zoals aangegeven kan men nu niet van een gelijkheid spreken, heeft de commissie als basis het vermoeden van de biologische ouders genomen om als juridisch ouder gedefinieerd te worden. Maar de commissie onderschatte het belang van de bescherming van het sociale ouderschap, ‘het family life’ uit art. 8 EVRM, niet.

De commissie geeft het advies een mogelijkheid te creëren voor erkenning van het kind door de ‘meemoeder’. Hierbij gaat de bescherming van het sociale ouderschap boven het vasthouden aan het vermoeden van biologisch ouderschap. Tevens raadt de commissie aan de gerechtelijke vaststelling van het moederschap mogelijk te maken onder gelijke voorwaarden als het vaderschap gerechtelijk kan worden vastgesteld. De commissie heeft zich niet uitgesproken over de vraag of de meemoeder van rechtswege juridisch ouder moet worden wanneer het lesbische paar gehuwd is. Het is volgens de commissie aan de wetgever om de betekenis die wordt toegekend aan het beginsel van gelijke behandeling om in deze kwestie de rechtspolitieke keuze te maken. Wel werd hierbij aangegeven door de commissie dat, wanneer deze mogelijkheid wordt doorgevoerd het kind moet kunnen achterhalen uit welke moeder het geboren is.[9]
Hoofdlijnen Wetsvoorstel

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Kalsbeek is er een wetsvoorstel op tafel gekomen. Het doel van het wetsvoorstel is het sneller tot stand laten komen van het juridisch ouderschap van de meemoeder. Het sneller tot stand komen wordt gerealiseerd wanneer de meemoeder niet zoals nu alleen via een gerechtelijke procedure juridisch ouder kan worden. In het wetsvoorstel[10] worden hiervoor meerdere mogelijkheden gegeven.
Ten eerste zal het juridisch ouderschap voor de ‘meemoeder’ van rechtswege ontstaan tijdens huwelijk met de barende moeder, wanneer er sprake is van een onbekende donor. Het duurzame verband en de wederzijdse verplichtingen van het huwelijk en de keuze dat de biologische vader geen rol zal spelen in de verzorging en opvoeding van het kind, rechtvaardigen het ontstaan van het ouderschap van de meemoeder. Hierbij moet gelijk een kanttekening gemaakt worden. Bij een heteroseksueel stel ontstaat binnen een huwelijk ook het ouderschap van rechtswege voor de vader wanneer er sprake is van een bekende donor. Bij een lesbisch stel kan bij een bekende donor alleen het juridisch ouderschap ontstaan door middel van één van de andere wegen.

De tweede mogelijkheid waardoor juridisch ouderschap kan ontstaan voor de moeder is door erkenning. De biologische moeder, de meemoeder en de biologische vader kunnen afspraken maken over de persoon van de juridische ouder. Erkenning is eenvoudig en er zijn weinig kosten aan verbonden, wel moet de biologische moeder toestemming geven. Op deze wijze besluit de biologische moeder in beginsel wie tevens juridisch ouder van het kind wordt.

Om de bekende zaaddonor die in nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind tegemoet te komen wordt de mogelijkheid gegeven om vervangende toestemming voor erkenning van de rechter te verzoeken. Door de zaaddonor deze mogelijkheid te geven kan er in sommige situaties een juridische bevestiging van de biologische en sociale werkelijkheid ontstaan. De meemoeder kan geen vervangende toestemming verzoeken.

De laatste mogelijkheid houdt de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap en alimentatieplicht in. Dit is relevant in gevallen wanneer de beoogde juridische ouder het kind niet kan of wil erkennen. De gerechtelijke vaststelling kan worden verzocht ten aanzien van de verwekker én de persoon die als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met de daad die tot de verwekking van het kind als gevolg kan hebben gehad. Deze regeling heeft geen toepassing op de bekende zaaddonor of de bekende zaaddonor die in nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat.
Als het ware worden door erkenning de rechten als juridisch ouder gewaarborgd en door gerechtelijke vaststellingen kunnen de plichten van het juridisch ouderschap worden gewaarborgd. Nu niet meer alleen bij de mannelijke partner in een heteroseksuele relatie, maar ook bij de vrouwelijke partner in een lesbische relatie. Door deze wijzigingen worden op meerdere plekken in het Burgerlijk Wetboek termen als vader en moeder veranderd in ‘ouder’, je kan spreken van steeds meer sekseneutraliteit in het personen- en familierecht.[11] Onder huidig recht zijn de mogelijkheden om juridisch ouder te worden twee-vijf in het voordeel van de mannen, maar met de komst van het wetsvoorstel komen we op de zes-vijf stand in het voordeel van de vrouwen. Op deze wijze komt er een aansluiting met de feitelijke verzorgings- en opvoedingssituatie van het kind. En wordt de positie van kinderen geboren in lesbische relaties, zo veel mogelijk gelijk aan die van kinderen geboren in heteroseksuele relaties.
Meer juridische ouders

In bepaalde landen is er de mogelijkheid er om méér dan twee juridische ouders te hebben. Volgens de literatuur zijn de gevolgen voor vele rechtsgebieden groot wanneer je een dergelijke verandering in Nederland toe zou passen.[12] Ook was de Commissie Kalsbeek van mening dat een dergelijke ontwikkeling niet wenselijk is en heeft de mogelijkheden niet verder bekeken. Maar tijdens het debat bij de Tweede Kamer waren er meerdere partijen van mening dat de wetgeving nog meer aan de diversiteit van de hedendaagse gezinnen kan worden aangepast. Men gaf aan benieuwd te zijn naar de mogelijkheden dat er drie of meer mensen juridisch ouders kunnen zijn van een kind. Staatssecretaris Teeven van Justitie heeft een onderzoek laten opstellen naar de mogelijkheden van meer dan twee juridische ouders.

De inleiding begon met de vraag of het wetsvoorstel meer gelijkheid zou brengen tussen stellen met verschillend geslacht en stellen van hetzelfde geslacht. De mogelijkheden die de vrouw heeft in een lesbische relatie om juridisch ouder te worden, worden voor een groot deel gelijk getrokken met de mogelijkheden die de man heeft in een heteroseksuele relatie. Zo zullen voornamelijk de lesbische stellen profijt van het wetsvoorstel hebben. Volgens voorspellingen van de Rijksoverheid op basis van cijfers van het Centraal Bureau van Statistiek zullen zo’n tweehonderd tot vierhonderd lesbische ouderparen per jaar gebruik van de nieuwe regelingen maken.[13] Het onderzoek naar het meer dan twee juridisch ouders hebben laat nog even op zich wachten, maar zoals het wetsvoorstel er nu ligt zal het zorgen voor een wijziging in de wet waar veel gebruik van gemaakt zal worden.



[1]
                Onder “meemoeder” wordt in de literatuur de vrouw in een lesbische relatie die niet het kind zal baren verstaan. Dit is een andere terminologie dan in het wetsvoorstel, ik volg hierin de literatuur.

[2]
                Artikel 1:197 Burgerlijk Wetboek.

[3]
                P. Vlaardingerbroek, Het hedendaagse Personen en familierecht, Deventer: Kluwer 2011 druk 6, p. 213-215.

[4]
                Artikelen 1:198 en 1:199 van het Burgerlijk Wetboek.

[5]
                S.F.M. Wortmann & J. van Duijvendijk-Brand, Compendium: Personen- en familierecht, Deventer: Kluwer 2009 tiende druk, p. 173.

[6]
                A.J.M. Nuytinck, Volledige sekseneutraliteit in het personen en familierecht: over erkennende vrouwen en barende mannen, Ars Aequi 2010, p. 10.

[7]
                Rapport Commissie Kalsbeek p. 17.

[8]
                Essentie van artikelen 1GW, 14 EVRM en 1 twaalfde protocol bij het EVRM.

[9]
                P.Vlaardingerbroek, Het hedendaagse personen en familierecht, Deventer: Kluwer 2011 druk 6, p. 241.

[10]
                MvT, Tweede Kamer, vergaderjaar 2011-2012, 33 032, nr. 3.

[11]
                A.J.M. Nuytinck, Volledige sekseneutraliteit in het personen en familierecht: over erkennende vrouwen en barende mannen, Ars Aequi 2010, p. 10.

[12]
                A.J.M. Nuytinck, Lesbisch ouderschap. Bespreking van het rapport van de commissie lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie (commissie-Kalsbeek), WPNR 19 jan 2008/6738, p. 44-48.

[13]
                <www.rijksoverheid.nl>.


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.