Interview met… voormalig rechter van het EHRM Egbert Myjer

  • 0

Interview met… voormalig rechter van het EHRM Egbert Myjer

Egbert Myjer, voormalig rechter bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

EHRM ‘The Conscience of Europe’?

 

Gelske Speerstra & Roya Tazib

 

De heer Egbert Myjer studeerde van 1966 tot 1972 rechten aan de Universiteit Utrecht. Na zijn studie was hij verbonden aan de Universiteit Leiden als wetenschappelijk medewerker strafrecht. In de periode tussen 1979 en 1991 bekleedde Egbert Myjer diverse rechterlijke functies in Nederland. Na tot 2004 werkzaam te zijn geweest als (hoofd)advocaat-generaal bij het Openbaar Minister, was hij tot november 2012 rechter bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Sinds 2000 is Egbert Myjer tevens bijzonder hoogleraar Mensenrechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

 

Wat voor student was U? Was U actief binnen studenten- en/of studieverenigingen?

Mijn hemel. Het is lang geleden dat iemand mij dat heeft gevraagd. Dan moet ik toch een ding voorop stellen: ik studeerde in een tijd dat het collegegeld 200 gulden per jaar bedroeg. De minimumstudieduur voor rechten was 4 ½-5 jaar. Ik heb er uiteindelijk 6 jaar over gedaan. Zoiets was in die tijd vrij straffeloos mogelijk maar heb er wel heel wat naast gedaan. Ik was een student die de eerste jaren netjes zijn vakken haalde voor wat toen nog het kandidaatsexamen heette. Het eerste jaar met een kleine 4 (op een score van 5); het tweede jaar met een ruime 3. Dat kwam omdat ik dat tweede jaar ook meer nevenactiviteiten deed. En ja, ik was lid van een gezelligheidsvereniging: het Collegium Studiosorum Veritas, een katholieke studentenvereniging met een kleine 2000 leden. Ik had op de lagere school en op de middelbare school op een jongensschool gezeten. Een ding was duidelijk voor mij: niet nog eens alleen maar jongens. Daarom koos ik niet voor het (nog steeds) ongemengde Utrechts Studentencorps. Binnen Veritas ben ik vrij actief geweest: in mijn tweede jaar praeses diescommissie Veritas, in mijn derde jaar praeses lustrumcommissie Veritas, in mijn vierde jaar zelfs een tijdje interim praeses collegii. Ook ben ik nog secretaris geweest van de federatie Utrechtse Gezelligheidsverenigingen. Ik heb het geweldige geluk dat ik studeerde toen de studentenrevolutie begon (1968). Eerst vond ik dat linksig gedoe. Maar al gauw zag ik dat  ik met al die activiteiten rond de gezelligheidsverenigingen het risico liep te veel in een elitair isolement te blijven.  Ik ben me daarna veel meer gaan bezighouden met belangrijker zaken: het organiseren van de Utrechtse oriënteringsdagen en zaken die op het gebied van het recht lagen:  student-lid van de Instituutsraad van het strafrechtelijk instituut en bestuurslid van de zojuist opgerichte Utrechtse wetswinkels.

 

Heeft U spijt van Uw activiteiten in de gezelligheidsvereniging?

Allerminst. Ik raad ook nu nog iedere student aan om ook zoiets te doen naast de studie. Niet dat je een kroegtijger moet worden. Dat is, denk ik, heel stom. Maar je moet ook geen studie-nerd worden die alleen maar met puntenhalen bezig is. Juist door je lidmaatschap van een studenten en/of studievereniging kom je op een andere manier in contact met studiegenoten. Dankzij anderen word je alleen maar een vollediger mens. Pas achteraf zie je hoe belangrijk die contacten uit je studentenleven zijn. En als het enigszins mogelijk is: kijk ook eens buiten je eigen rechtenfaculteit. In het woord universiteit zit ook juist dat universele.

(lacht)

 

Het strafrechtelijk instituut? Was dat niet wat eenzijdig voor iemand die naar de rechterlijke macht is gedaan?

Dat klopt. Maar ook dat komt door de sfeer na de studentenrevolutie. Ik wilde iets met mensen doen en had het idee dat ik met civiel recht (even los van het personen- en familierecht) daar te ver van af stond. Ik geef toe dat men mij van alle kanten afraadde om me al te zeer strafrechtelijk bezig te houden. Ik heb dat toch gedaan en het heeft me uiteindelijk niet opgebroken. Ook naar aanleiding daarvan een les van deze oude man: ga ook in je studie voor datgene wat je begeestert. Zet je daarvoor in. Als je echt voor iets wilt gaan, ga je vanzelf ook goede studieresultaten halen. Wat mij betreft is er niets ergers dan iemand die is afgestudeerd op een standaardpakket met alleen maar gemiddelde cijfers en keuzevakken waar geen gezicht in te ontdekken valt, en die bovendien niets naast zijn studie heeft gedaan. Zelfs niet redacteur van een juridisch studentenblad.

 

Wat heeft u doen besluiten de overstap te maken van het Openbaar Ministerie naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?

Ik was al vanaf mijn eerste baan bezig geweest met strafrecht en mensenrechten. Ik gaf in Leiden zelfs een keuzevak op dat gebied. Toen het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) was opgericht, was ik een van de eerste leden. Ik ben medeoprichter geweest van het in 1976 voor het eerst verschenen NJCM-bulletin en ben redacteur gebleven tot het moment dat ik in 2004 ben gekozen tot rechter in het Europese Hof. Daarnaast ben ik in 2000 benoemd tot hoogleraar mensenrechten aan de VU. Ik was dus altijd al op het gebied van mensenrechten bezig. Ook in de 12 jaar dat ik rechter was en in de 13 jaar dat ik lid was van het Openbaar Ministerie bleef  ik uitspraken van het Europese Hof annoteren en me met het onderwijs op dat vakgebied bezighouden. Toen eind 2003 werd geadverteerd voor de plek van Nederlandse rechter in Straatsburg keek ik eens om me heen. Ik wist dat ik niet helemaal kansloos zou zijn. En dat klopte.

 

Maar waarom deed U mee?

Het lag in het verlengde van mijn twee vakgebieden: het zijn van magistraat en het bezig zijn met de rechten van de mens. Ik was al veel in Straatsburg geweest en had een vrij goed beeld van wat mij eventueel te wachten stond.

 

Wat maakte uw werk als rechter bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zo interessant?

Het daadwerkelijk meewerken aan datgene wat de kerntaak is van het Europese Hof: kijken of de lidstaten zich wel houden aan hun beloften in hun eigen land de rechten van het EVRM aan een ieder te garanderen. En door die werkzaamheden (toepassen en interpreteren van het EVRM) mede gestalte te geven aan Europese minimumnormen, die in de 47 lidstaten voor meer dan 800.000.000 mensen gelden. Juist het vaststellen van de grenzen is iets heel fascinerends. Het betekent ook een immense verantwoordelijkheid. Als je te ruim interpreteert kunnen de lidstaten zich terecht opwinden; als je te beperkt interpreteert word je al gauw door klagers en NGO’s als te conserverend beschouwd. Op basis van mijn 8 jaar Straatsburg kan ik zeggen dat die Straatsburgse  mensenrechtbescherming nog lang geen overbodige luxe is. Het aantal personae miserabiles dat zich met de meest mensonterende ervaringen tot het Europese Hof wendt is nog steeds schrikbarend groot. Kijk voor de grap eens naar de arresten die het afgelopen jaar door de Grote Kamer van het Hof zijn afgedaan (www.echr.coe.int, zoekmachine HUDOC). Daar zitten zaken tussen die je alleen in de meest zwarte televisiefilms voor mogelijk zou houden.

 

 

Jaarlijks worden er duizenden zaken bij het Europese Hof voor de Rechten van het Mens aanhangig gemaakt. Niet in al deze zaken wordt uitspraak gedaan door het  Europese Hof. Op welke wijze vindt er een selectie tussen deze zaken plaats? Hebben de lidstaten enige invloed op deze selectie?

Er komen tegenwoordig al meer dan 60.000 zaken per jaar binnen. Dat is immens. De ervaring leert dat ongeveer 95% van die zaken niet ontvankelijk wordt verklaard. Niet omdat het Hof geen zin heeft in die zaken, maar omdat niet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden is voldaan. Te laat ingediend, geen uitputting van nationale rechtsmiddelen, klagen alsof het Hof een soort vierde instantie is, klagen over iets dat niet in het EVRM staat opgenomen etc.

 

Maar weten advocaten dan niet wat ze doen?

Hoe zeg ik dat diplomatiek? Aan klagen in Straatsburg zit geen verplichting tot het betalen van enig griffiegeld. Ongetwijfeld zijn er advocaten die denken dat je niet zeker weet of een koe een haas kan vangen. Soms eisen de cliënten om ook nog eens een keertje Europees te gaan. En soms bedenken advocaten iets wat nu nog te ver gaat. En vergeet niet: soms gaat ook het Hof om. Maar ook: advocaten mogen best eens wat zuiniger zijn op Straatsburg.

 

Maar hoe gaat het in de praktijk van het filteren? Hebben Staten enige zeggenschap?

Om met het laatste te beginnen: de Staten hebben geen enkele zeggenschap op het filteren. Ook hebben de Staten geen zeggenschap over de rechters of de leden van de griffie. OK, je wordt met twee andere kandidaten door je land voorgesteld. Dan wordt in de regel een van die kandidaten gekozen door der parlementaire vergadering van de Raad van Europa. Maar vanaf dat moment ben je als rechter volkomen onafhankelijk. Ik was, net zoals mijn collega’s, in die acht jaar zelfs vrijgesteld van de verplichting belasting te betalen op mijn Straatsburgs inkomen. Dat is juist gedaan om je nog meer onafhankelijk te maken. En voor wat betreft de praktijk: alle klachten die binnenkomen worden eerst bekeken door een zeer ervaren lid van de griffie. In 9 op de 10 gevallen kun je met je kennis van de procedureregels al zien dat het een niet-ontvankelijkheid is. Zo’n dossier wordt dan meteen naar een junior jurist gestuurd om een kort uittreksel te maken, eindigend in een motivering waarom de zaak niet ontvankelijk is. Als de senior jurist aarzelt legt hij het voor aan de nationale rechter of aan een speciaal benoemde rapporteur. Afhankelijk van diens antwoord gaat de zaak op de stapel van de korte uittreksels of op de stapel waar wellicht iets in zit. De stapel uittreksels met kennelijk niet ontvankelijke zaken ondergaat nog een kwaliteitscheck en wordt dan voorgelegd aan een ‘single judge’. Dat is nooit de nationale rechter. Als de single judge het met het voorstel eens is, is dat het eind van de zaak; als hij vindt dat er toch iets meer aan de hand kan zijn, wordt het in de regel voorgelegd aan de Kamer van 7 rechters. In zo’n zaak wordt dan een rechter-rapporteur benoemd. Eerst zullen dan aan de aangeklaagde Staat nadere feitelijke vragen worden gesteld. Het kan ook zijn dat alleen maar aan de Staat wordt gevraagd zich te verweren op de ingediende beschuldigingen. Op basis van het aldus opgebouwde dossier wordt dan onder verantwoordelijkheid van de rechter-rapporteur door een jurist van de griffie een concept gemaakt. Ook dat ondergaat een aantal quality checks en wordt uiteindelijk, voorzien van een door de rapporteur vastgestelde memorie van toelichting ter beslissing aan de Kamer voorgelegd. Daar volgt dan een mondelinge behandeling en discussie. Als er overeenstemming is (of tenminste een meerderheid) wordt het concept pagina voor pagina doorgenomen en wordt gestemd. Het resultaat is een paar weken later op HUDOC te vinden.

 

Hoe ziet u de toekomst van Europa en welke rol speelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens daarin?

De toekomst voorspellen van Europa is zelfs voor een oud-rechter uit Straatsburg wat veel gevraagd. Maar een paar dingen kan ik wel zeggen. Op financieel gebied is Europese samenwerking inmiddels een noodzaak. Maar dat is de EU. Op juridische samenwerking geldt dat evenzeer. Denk eens in als er niet meer alle internationale verdragen bestonden en we weer terug zouden moeten naar bi-laterale afspraken. Veel zou in het honderd kwadraat lopen.

Maar voor wat betreft de mensenrechten in Europa: dat blijft helaas een bittere noodzaak. Wie  ziet wat er ook nu nog wekelijks binnenkomt, weet dat het Hof geen overbodige luxe is.  Het is niet voor niets aangeduid als ‘The Conscience of Europe’.

En wat is Europa zonder geweten?

 

Catchphrases

 

‘Als je echt voor iets wilt gaan, ga je vanzelf ook goede studieresultaten halen.’

 

‘Wie ziet wat er ook nu nog wekelijks binnenkomt, weet dat het Hof geen overbodige luxe is.’

 

‘Het is niet voor niets aangeduid als ‘The Conscience of Europe’.

 

 


  • 0

Knock knock….who’s there?

Knock knock………..….Who’s there?

De gevolgen van de nieuwe Fraudewet voor uitkeringsgerechtigden en bedrijven

 

Door: Roya Tazib

 

De Eerste Kamer heeft op dinsdag 2 oktober 2012 het wetsvoorstel ‘Aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving’ en het wetsvoorstel ‘Huisbezoek voor rechtmatigheid uitkering’ (Fraudewet) van minister Kamp en staatssecretaris De Krom aangenomen. Het eerste wetsvoorstel, dat per 1 januari 2013 in gaat, heeft als doel om fraude met uitkeringen op het gebied van Sociale zekerheid en Werkgelegenheid tegen te gaan en/of het met veel zwaardere straffen te bestraffen. ‘Met dit voorstel wil de regering duidelijk maken dat misbruik van deze regelingen niet loont’.[1] De Tweede Kamer had dit wetsvoorstel op 6 juli 2012 met grote meerderheid aangenomen en volgens staatssecretaris De Krom is ‘fraude met uitkeringen diefstal van gemeenschapsgeld. Mensen die hard werken om de kosten van de sociale zekerheid te betalen moeten er op kunnen rekenen dat het geld daar terecht komt waar het hoort.’[2] Het tweede wetsvoorstel gaat ook per 1 januari 2013 in en dat heeft als doel om uitkeringsinstanties de mogelijkheid te geven om de woon- en leefsituatie van uitkeringsgerechtigden te controleren.[3]

 

Wat houdt de Fraudewet in?

Volgens de nieuwe wet moet iemand die fraudeert met een uitkering niet alleen de teveel ontvangen uitkering terugbetalen, maar krijgt daarnaast ook te maken met veel hogere boetes. De meest opvallende elementen binnen deze wet zijn: ‘(a) de (her)invoering van de boete bij schending inlichtingplicht, (b) de terugvorderingsplicht bij fraudevorderingen en (c) het recht om bij recidive de opgelegde boete in de eerste drie maanden met de uitkering te verrekenen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet’.[4] Dit laatste punt wekte veel ophef bij de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR). Zij waren van mening dat mensen die een uitkering ontvangen nog dieper in schulden terecht komen. Dit komt doordat zij drie maanden lang zonder inkomen komen te zitten omdat de nieuwe Fraudewet de gemeenten de mogelijkheid geeft om bij incasso’s de beslagvrije voet niet toe te passen.[5] De organisatie riep de Tweede Kamer daarom ook op om rekening te houden met deze mogelijkheid. Naar aanleiding hiervan diende Mirjam Sterk (CDA) een amendement in bij de Tweede Kamer waarin zij pleit voor het niet afschaffen van de beslagvrije voet bij recidive. De Tweede Kamer heeft haar amendement aangenomen en de nieuwe wet schrijft nu voor dat ‘de beslagvrije voet niet buiten werking hoeft te worden gesteld bij mensen die voor de tweede keer in de fout gaan’.[6] Dit mag echter wel wanneer gemeenten vinden dat het nodig is.[7] Uitkeringsontvangers die frauderen, moeten de ten onrechte ontvangen uitkering altijd terug betalen en per 1 januari 2013 krijgen ze daarnaast ook een boete van datzelfde bedrag. Een kort voorbeeld: iemand ontvangt en fraudeert €1.000 aan uitkering. Diegene moet dan niet alleen dat bedrag terugbetalen, maar ook nog eens een boete van €1.000. Bij een herhaling is de boete 150 procent van het bedrag dat iemand onterecht heeft ontvangen. In het voorbeeld is dat dus €1.500. Ook kan de boete worden verrekend met de volledige uitkering voor de eerste drie maanden. Dat wil dus zeggen dat de fraudeur dan geen uitkering kan krijgen voor de eerste drie maanden.[8] Gemeenten worden in de nieuwe wet ook verplicht om de sancties uit te voeren en het ten onrechte uitgekeerde bedrag terug te vorderen.[9]

 

Bovendien hebben niet alleen uitkeringsgerechtigden te maken met deze nieuwe wet en de zwaardere straffen, maar ook bedrijven die frauderen krijgen te maken met fors hogere boetes. Zij kunnen zelfs bij recidive stilgelegd worden.[10] Bedrijven die frauderen zullen bij de eerste overtreding een zeer zware boete krijgen en de boete zal bij een tweede overtreding worden verdubbeld of verdriedubbeld.

 

Daarnaast gaat het boetebedrag voor werkgevers omhoog als ze illegale werknemers in dienst hebben. Voorheen stond de boete op €8.000 per illegale werknemer, maar met de nieuwe wet loopt het bedrag op naar €12.000 per illegale werknemer als zij de wet voor de eerste keer overtreden.[11] Als de werkgever nogmaals fraudeert dan kan hij een nog hogere boete verwachten en de activiteiten binnen zijn onderneming worden stilgelegd.[12]

 

Met deze maatregelen wil de regering niet alleen de ‘kleine vissen’ (frauderende uitkeringsgerechtigden) aanpakken, maar ook de ‘grote vissen’ (malafide bedrijven).[13]

 

Gevolgen voor de gemeentelijke beleidsvrijheid

Veel gemeenten maken zich zorgen om hun beleidsvrijheid met de invoering van de nieuwe Fraudewet. Ook de Tweede Kamer sprak zijn zorgen uit tijdens een Kamerdebat. Minister Kamp heeft toen tijdens het debat beloofd in een brief het wetsvoorstel ‘aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ verder toe te lichten.[14] De minister kiest voor uniformiteit in de handhaving. Volgens de minister is uit een aantal onderzoeken van de Inspectie SZW gebleken ‘dat er ruimte is voor verbetering van de uitvoerings- en handhavingspraktijk van de WWB door gemeenten’.[15] Veel gemeenten hebben het uitgangspunt van het kabinet, ‘fraude mag niet lonen’, al opgenomen in hun verordeningen, maar de uitvoeringspraktijk per gemeente verschilt erg sterk omdat gemeenten beleidsvrijheid hebben. ‘Gelet op de verschillen in uitvoeringspraktijk is het kabinet van oordeel dat een verplichting tot terugvordering en oplegging van boetes wenselijk is’.[16] Echter de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is van mening dat het voor de beleidsvrijheid van gemeenten cruciaal is dat ze proportionele sancties kunnen opleggen.[17] De gemeenten staan het dichts bij de burger als overheidsinstantie en daarom zijn zij het meest aangewezen om bijstand te verlenen. Door nu hun beleidsvrijheid weg te nemen, kunnen zij niet geheel effectief functioneren. Verder is het niet eenvoudig om uniform te handelen, want enerzijds ontbreekt een goede definitie van fraude en anderzijds moet ook rekening gehouden worden met de verwijtbaarheid.[18] Er kan dus gesteld worden dat niet iedereen tevreden is over de nieuwe Fraudewet.

 

Huisbezoeken en recht op persoonlijke levenssfeer

Naast het wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid heeft de Eerste Kamer ook het wetsvoorstel huisbezoeken aangenomen. Deze gaat ook per 1 januari 2013 in werking treden. Dit wetsvoorstel is bedoeld voor situaties waarin onduidelijkheid bestaat over de leefsituatie van uitkeringaanvragers of –ontvangers. [19] Wanneer gemeenten vinden dat de woon/leefsituatie van een aanvrager of ontvanger onduidelijk is, dan kunnen zij- net als nu- een aanbod voor een huisbezoek doen om daar uitsluitsel over te krijgen. Indien het aanbod wordt geweigerd en er zijn geen andere manieren waarop meer informatie wordt vergaard, dan kan de rechtmatigheid van de uitkering niet worden vastgesteld. De huidige wet biedt hiervoor geen maatregelen, maar in de nieuwe wet heeft weigering van een huisbezoek consequenties voor de uitkering. Enige voorbeelden van deze gevolgen zijn: geen uitkering, een lagere uitkering of een beëindiging van de uitkering.[20] Deze wet stelt ook dat het uitvoeringsorgaan van de gemeente controles mag uitvoeren wanneer er geen concreet vermoeden van fraude is.[21] Deze extra controlemogelijkheid is opgenomen in de wet voor alle sociale uitkeringen waarbij de uitkering gerelateerd is aan de samenstelling van het huishouden. Dat is bijvoorbeeld de AOW, bijstand en kinderbijslag.[22]

 

Voor het afleggen van deze huisbezoeken moet er in principe rekening worden gehouden met verschillende wetten. Er zijn een aantal wetten waarin het recht op privacy van de burger en het recht op huisvrede sterk moeten worden gewaarborgd. Volgens art. 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens heeft ieder mens recht op respect van zijn/haar privé leven, zijn/haar familie- en gezinsleven, zijn/haar woning en correspondentie.[23] Inbreuk op dit recht mag alleen in bijzondere omstandigheden worden gerechtvaardigd en dat staat in het tweede lid van hetzelfde artikel.[24] Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wordt het afleggen van onaangekondigd huisbezoek gezien als een inbreuk op dit recht.[25] In de Grondwet staat in art. 12: ‘Het binnentreden in een woning tegen de wil van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet bepaald zijn aangewezen. Voor het binnentreden overeenkomstig het voorafgaande lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen’’.[26] Een wet die uitzondering kan maken op deze bepaling uit het Grondwet is de Algemene Wet op het Binnentreden (AWOB). Het eerste artikel van deze wet stelt dat degene die met de opsporing van een strafbaar feit is belast of belast met ander onderzoek, bij het binnentreden in een woning verplicht is om zich voorafgaand te legitimeren, mededeling te doen omtrent het doel van het huisbezoek en toestemming dient te vragen voor het binnentreden van de woning.[27]

 

De nieuwe wet Huisbezoeken lijkt niet erg veel rekening te houden met de regels omtrent de persoonlijke levenssfeer van burgers. Het is nu vooral afwachten wat voor reacties deze wet zal oproepen vanaf 1 januari 2013. Naar mijn inziens zullen we nog veel horen over deze nieuwe maatregelen, zowel in de media als in de rechtspraak.

 

Slotsom

Ondanks de twijfels van velen heeft de Eerste en Tweede Kamer twee nieuwe wetsvoorstellen van minister Kamp en staatssecretaris De Krom aangenomen. Volgens de nieuwe wet ‘Aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving’ (Fraudewet) moet iemand die fraudeert met een uitkering niet alleen het teveel ontvangen uitkering terugbetalen, maar krijgt daarnaast ook te maken met veel hogere boetes. Bovendien hebben niet alleen uitkeringsgerechtigden te maken met deze nieuwe wet en de zwaardere straffen, maar ook bedrijven die frauderen krijgen te maken met fors hogere boetes. Zij kunnen zelfs bij recidive stilgelegd worden.

Verder wordt met deze nieuwe wet de gemeentelijke beleidsvrijheid fors beperkt. De minister wil een meer uniforme handhaving in de uitkeringscontrole en wil zo de uitkeringsfraude zoveel mogelijk tegengaan door hogere boetes op te leggen en de gemeenten te verplichten om die boetes ook daadwerkelijke op te eisen.

Het tweede wetsvoorstel wat door beide Kamers is aangenomen is het wetsvoorstel ‘Huisbezoek voor rechtmatigheid uitkering’. Hierin staat dat gemeenten vanaf 1 januari 2013 het recht hebben om ook zonder redelijke verdenking van fraude de woning van uitkeringsgerechtigden te betreden. De nieuwe wetten houden geen rekening met de persoonlijke levenssfeer van burgers die in vele andere wetten wel worden gewaarborgd. Het is nu vooral afwachten hoe de maatschappij op deze maatregelen zal reageren na de inwerkingtreding op 1 januari 2013.



[1] Eerste Kamer der Staten-Generaal, ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’, <http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33207_wet_aanscherping_handhaving> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[2] ‘Tweede Kamer steunt Fraudewet’, Denk Fiscaal Administratie: het advieskantoor voor het MKB, <http://www.denkfiscaal.nl/pages/sub/67714/Tweede_Kamer_steunt_Fraudewet.html> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[3] Kamer der Staten-Generaal, ‘Huisbezoek voor rechtmatigheid uitkering’, <http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/31929_huisbezoek_voor> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[4] M. Schut, ‘Eerste Kamer neemt Fraudewet aan’, Martijn Schut’s Blog Armoedebeleid en schuldhulpverlening, <http://martijnschut.wordpress.com/2012/10/02/eerste-kamer-neemt-fraudewet-aan/> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[5] ROC, ‘LOSR/MOGRoep: Fraudewet veroorzaakt nieuwe schulden’, <http://vacatures.roc.nl/default.php?fr=nieuws&nieuwsitem=9785> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[6] Cliëntraad, ‘Fraudewet: Tweede Kamer akkoord met wetsvoorstel ‘fraudewet’, <http://www.clraadsozawerotterdam.nl/nieuws-cli%C3%ABntenraad/fraudewet.html> (geraadpleegd op 3 november 2012) en Art. 60b Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, ‘Kamerstuk Tweede Kamer der Staten-Generaal: nr. 33 207 (Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)’ <https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33207-13.html> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[7] Cliëntraad, ‘Fraudewet: Tweede Kamer akkoord met wetsvoorstel ‘fraudewet’, <http://www.clraadsozawerotterdam.nl/nieuws-cli%C3%ABntenraad/fraudewet.html> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[8] ‘De nieuwe Fraudewet’, Amsterdam.nl, <http://www.amsterdam.nl/werk-inkomen/uitkeringen/uitkering/nieuwe-fraudewet/> (geraadpleegd op 3 november 2012).

[9] ‘Tweede Kamer steunt Fraudewet’, Denk Fiscaal Administratie: het advieskantoor voor het MKB, <http://www.denkfiscaal.nl/pages/sub/67714/Tweede_Kamer_steunt_Fraudewet.html> (geraadpleegd op 3 november 2012) en Wetsvoorstel en Memorie van Toelichting: Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, par. 2.1.2 Aanscherping van het sanctiebeleid in de sociale zekerheid, p. 41.

[10] Rijksoverheid, ‘Royale meerderheid Tweede Kamer steunt Fraudewet’, <http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/07/06/royale-meerderheid-tweede-kamer-steunt-fraudewet.html> (geraadpleegd 3 november 2012).

[11] Elsevier Fiscaal, ‘Hardere aanpak uitkeringsontvangers en bedrijven’, <http://www.elsevierfiscaal.nl/fiscaal-actueel/nieuws/nieuws/2434/hardere-aanpak-uitkeringsontvangers-en-bedrijven> (geraadpleegd op 4 november 2012).

[12] Kluwer Schulinck, ‘Modelverordening bij wetsvoorstel handhaving’, <http://www.kluwerschulinck.nl/nieuws/2012/modelverordening-bij-wetsvoorstel-handhaving.12719.lynkx> (geraadpleegd op 4 november 2012).

[13] Rijksoverheid, ‘Royale meerderheid Tweede Kamer steunt Fraudewet’, <http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/07/06/royale-meerderheid-tweede-kamer-steunt-fraudewet.html> (geraadpleegd 4 november 2012).

 

[14] Vereniging van Nederlandse Gemeenten, ‘Nieuwe wet bestrijding uitkeringsfraude forse inperking beleidsvrijheid gemeenten’, <http://www.vng.nl/onderwerpenindex/sociale-zaken/fraudebestrijding-en-handhaving/nieuws/nieuwe-wet-bestrijding-uitkeringsfraude-forse-inperking-beleidsvrijheid-gemeenten> (geraadpleegd op 10 november 2012).

[15]Rijksoverheid,  Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ‘Kamerbrief Toegezegde informatie Wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’, <http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/06/29/kamerbrief-toegezegde-informatie-wetsvoorstel-aanscherping-handhaving-en-sanctiebeleid-szw-wetgeving.html> (geraadpleegd op 11 november 2012).

[16] Ibid.

[17] Vereniging van Nederlandse Gemeenten, ‘Nieuwe wet bestrijding uitkeringsfraude forse inperking beleidsvrijheid gemeenten’, <http://www.vng.nl/onderwerpenindex/sociale-zaken/fraudebestrijding-en-handhaving/nieuws/nieuwe-wet-bestrijding-uitkeringsfraude-forse-inperking-beleidsvrijheid-gemeenten> (geraadpleegd op 10 november 2012).

[18] Ibid.

[19] Eerste Kamer der Staten-Generaal, ‘Huisbezoek voor rechtmatigheid uitkering’, <http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/31929_huisbezoek_voor> (geraadpleegd op 13 november 2012).

[20] Ibid.

[21] Ibid.

[22] Ibid.

[23] Artikel 8 lid 1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.

[24] Artikel 8 lid 1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.

[25] Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Protocol Huisbezoeken: afdeling Handhaving WIZ,  <http://docs.minszw.nl/pdf/35/2006/35_2006_3_9521.pdf> (geraadpleegd op 14 november 2012).

[26] Artikel 12 Grondwet.

[27] Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Protocol Huisbezoeken: afdeling Handhaving WIZ,  <http://docs.minszw.nl/pdf/35/2006/35_2006_3_9521.pdf> (geraadpleegd op 14 november 2012).

 


Archief

Zoeken

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.