Jaargang 44 - Nummer 1

TERRORISMEBESTRIJDING VERSUS HET RECHT OP PRIVACY – Waar ligt de grens?

Terrorisme is niet slechts een fenomeen van de laatste tien jaar. Sterker nog, terrorisme is – in welke vorm dan ook – altijd aanwezig geweest in de samenleving. Van de treinkaping bij Wijster in 1975 tot de aanslagen van de ku klux klan in 1868 in de Amerikaanse staat Georgia[1], of nog verder terug in de tijd waar in de Middeleeuwen met pest besmette beesten ingezet werden als aanval op een belegerde stad.[2] Het is daarentegen de aandacht voor en het beleid tegen het terrorisme dat is toegenomen. Het is sinds 9/11, de aanslagen die de Twin Towers deden wegvagen en waarbij het Pentagon voor een deel werd verwoest, dat de autoriteiten meer dan ooit hun best doen om terrorisme te bestrijden. De antiterrorismeresolutie van de VN-veiligheidsraad een kleine drie weken na de aanslagen van 11 september 2001 lijkt hier een startpunt te zijn.[3]

Deze bijdrage zal trachten enig inzicht te geven in de huidige situatie inzake het recht op privacy in het kader van de terrorismebestrijding. Allereerst wordt in het kort ingegaan op de essentie van het recht op privacy zoals verwoord in artikel 8 van het EVRM. Daarbij zal blijken dat dit grondrecht verre van absoluut is en dat het – indien noodzakelijk – moet wijken voor een hoger doel, in dit geval de strijd tegen het terrorisme. Vervolgens wordt stilgestaan bij het begrip ‘terrorisme’ en zullen – wat betreft de maatregelen tegen het terrorisme – enkele grensgevallen in de praktijk aan de orde komen. Zoals zal blijken worden de privacybelangen in de praktijk al gauw ondergeschikt geacht aan die van de terrorismebestrijding. Tevens lijkt het verleidelijk voor een overheid om bevoegdheden naar zich toe te trekken onder de noemer van terrorismebestrijding, terwijl er aanwijzingen zijn dat het eigenlijke doel van de maatregel ook nog wel eens anders gelegen kan zijn.

Recht op privacy
Artikel 8 van het EVRM bepaalt in het eerste lid dat een ieder het recht heeft op ‘respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie’. Of zoals Warren en Brandeis het in 1890 zo mooi verwoordden, privacy is ‘the right to be left alone’.[4]
Artikel 8 EVRM is met zoveel woorden vastgelegd in artikel 10 van onze Grondwet, dat het heeft over het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ingevolge uitspraken van het EHRM zijn persoonsgegevens onderdeel van deze persoonlijke levenssfeer. [5] Een gangbare opvatting is dat persoonsgegevens zien op gegevens die mede bepalend zijn voor de wijze waarop de betrokken persoon in het maatschappelijk verkeer wordt beoordeeld of behandeld.[6] De conclusie die men hieruit kan trekken is dat de term ‘persoonsgegevens’ erg breed moet worden opgevat en dat hier al snel sprake van kan zijn. Een voorbeeld is informatie over discutabel internetgebruik van een bepaalde persoon. Dit alles betekent dus dat het verwerken van persoonsgegevens inbreuk kan maken op artikel 8 EVRM. De bescherming van persoonsgegevens vinden we echter – in tegenstelling tot andere landen, maar in lijn met het EVRM – niet terug in onze Grondwet als zelfstandige bepaling. Artikel 10 lid 2 van onze Grondwet bepaalt in plaats daarvan dat de wet regels stelt omtrent het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.[7] Kortom, met persoonsgegevens moet men voorzichtig om gaan om zodoende de rechten van burgers te waarborgen. Is het dan helemaal niet mogelijk om inbreuk te maken op het recht op privacy van burgers? Jawel, het tweede lid van artikel 8 EVRM zorgt er voor dat het recht op privacy niet absoluut is: ‘het openbaar gezag’ kan dit recht aantasten indien dit bij de wet is voorzien en indien dit noodzakelijk is in het kader van de nationale veiligheid, de openbare orde of het economisch welzijn van het land, dan wel voor ‘het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’. Het is dan ook op deze plek dat de strijd tegen het terrorisme het recht op privacy tegenkomt. Van alle mogelijke strategieën in de strijd tegen het terrorisme, zoals sociaal-preventieve en financiële maatregelen is het verzamelen van allerhande informatie namelijk het meest belangrijk teneinde het terrorisme tegen te gaan.[8] Het is de veiligheid versus privacy van burgers, een veelbesproken onderwerp in zowel de literatuur als de internationale politiek.

Terrorisme omkaderd
Zoals reeds vermeld, is terrorisme alles behalve iets van de laatste jaren. Wel wordt er in de literatuur geschreven dat het terrorisme van aard verandert. Het is Rosenthal die in het boek ‘Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding’ een onderscheid aanbrengt tussen nieuw en oud terrorisme.[9] Hierbij dicht hij oud terrorisme toe aan in zijn woorden ‘herkenbare organisaties’, die al dreigend met dodelijk geweld hun doelstellingen zo optimaal mogelijk willen bereiken en waarbij het uiteindelijke dodelijke geweld tot een minimum wordt beperkt. Oftewel, het (dreigen met) dodelijk geweld is veel meer een middel en geen doel op zich. Als voorbeeld worden de Irish Republican Army en de Euskadi Ta Askatasuna genoemd, beiden beter bekend als de IRA en de ETA.
Het nieuwe terrorisme is daarentegen veel meer gericht op grootschaligheid. Het wordt dan ook wel het catastrofaal terrorisme genoemd, dat ziet op vele onschuldige slachtoffers. De reeds genoemde aanslagen van 11 september 2001 zijn daar een voorbeeld van, maar ook de daaropvolgende aanslagen in Madrid en Londen in respectievelijk 2004 en 2005 kunnen bestempeld worden als catastrofaal terrorisme.

Ondanks alle theorieën over en maatregelen tegen terrorisme bestaat er geen internationaal aanvaarde definitie van het begrip. Sterker nog, er worden binnen de Amerikaanse overheid zelf al meerdere definities gehanteerd.[10] Een veel aangedragen reden in de literatuur hiervoor is de verschillende denkbeelden over ‘de terrorist’. Bruce Hoffman, onder andere universitair docent en auteur van het boek ‘inside terrorism’, stelt dat eenzelfde persoon voor de één een terrorist kan zijn, maar voor de ander een vrijheidsstrijder.[11] Zodoende is het tot op heden nog onmogelijk gebleken om tot een internationale definitie van terrorisme te komen. Zoals professor de Haan menigeen van ons heeft bijgebracht tijdens zijn colleges Inleiding criminologie lijkt het begrip ‘terrorisme’ essentially contested, oftewel fundamenteel betwistbaar.[12] Desalniettemin blijft de (internationale) politiek verwoede pogingen doen om tot een eenduidige begripsvorming te komen.
Een analyse van de vele definities van terrorisme laat al snel inzien dat een aantal termen veelvuldig terugkeren, zoals ‘geweld’, ‘politiek’, ‘angst’ en ‘dreiging’.[13] Zo hanteert de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) de volgende definitie: ‘Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.’[14] De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) hanteert daarentegen een engere definitie van terrorisme: ‘terrorisme is het plegen van of dreigen met op mensenlevens gericht geweld, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.[15]
In het strafrecht is inmiddels het EU-Kaderbesluit inzake terrorismebestrijding ingevoerd. Derhalve wordt in Europa strafrechtelijk gezien in ieder geval eenzelfde omschrijving gehanteerd van het begrip ‘terroristische misdrijven’. Dit zijn volgens het kaderbesluit misdrijven die met een ‘terroristisch oogmerk’ worden verricht. Oftewel ‘het oogmerk om de bevolking ernstige vrees aan te jagen, of de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten, of het zich onthouden, van een handeling, dan wel politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of internationale organisatie ernstig te ontwrichten of vernietigen.’[16] In ons Wetboek van Strafrecht is deze definitie in een iets andere bewoording neergelegd in artikel 83a en daarmee is de Wet Terroristische misdrijven van kracht gegaan, die diverse opsporingsbevoegdheden in het kader van het terrorisme heeft verruimd.

Europese grenzen in de strijd tegen het terrorisme?
Iedereen zal het er over eens zijn dat veiligheid gewaarborgd, en daarmee samenhangend terroristische aanslagen zoveel als mogelijk voorkomen of verijdeld moeten worden. Maar waar ligt de grens? In hoeverre mag een overheid legitiem, dus op grond van artikel 8 van het EVRM inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer? Deze vraag is in zijn algemeenheid niet te beantwoorden, maar kan enkel casuïstisch worden opgelost. Het is een afweging van belangen in een concreet geval. Het is deze evenwichtige belangenafweging die nogal eens op een wankel voetstuk staat. Zo oordeelde de Adviescommissie Informatiestromen Veiligheid in 2007 in haar rapport: ‘Het gevaar is niet denkbeeldig dat de overheid onder verwijzing naar de strijd tegen het terrorisme de bevoegdheden van inlichtingen- en opsporingsdiensten voor het verkrijgen van gegevens uit databases zodanig uitbreidt dat het evenwicht in de balans tussen privacy en veiligheid verdwijnt. Het zijn beide kernwaarden die door de overheid beschermd moeten worden en in balans gehouden. Aan dit vraagstuk geeft de overheid te weinig aandacht.’[17] Tot eenzelfde soort conclusie komt Human Rights Watch (HRW) in het rapport ‘Without suspicion’.[18] In dit rapport van juli 2010 beoordeelt HRW een aanhoudings- en doorzoekingsbevoegdheid van voertuigen die de Engelse politie heeft in het kader van de strijd tegen het terrorisme. Een redelijk vermoeden van een strafbaar feit is voor de uitoefening van deze bevoegdheid niet nodig en het niet meewerken levert een boete en/of gevangenisstraf op. Volgens HRW wordt misbruik gemaakt van deze bevoegdheid. Haar gegevens wijzen uit dat van de bijna 450.000 aanhoudingen en doorzoekingen in twee jaar tijd, niemand succesvol vervolgd is wegens een aan terrorisme gerelateerd delict. Daarnaast blijkt uit de door HRW verzamelde gegevens dat voornamelijk niet-blanke personen worden aangehouden. Daar komt bij dat er aanwijzingen zijn dat in sommige plaatsen blanken worden aangehouden om de statistieken gelijk te trekken en derhalve te verhullen dat de bevoegdheid wordt gebruikt om etnische minderheden te controleren. HRW oordeelt verder dat dergelijke aanhoudingen en doorzoekingen afbreuk doen aan relaties in de gemeenschap en het vertrouwen in de politie schaadt. Deze beide punten, zo concludeert HRW, belemmeren mogelijk de strijd tegen het terrorisme.[19]

Maatregelen van de VS in de strijd tegen terrorisme
De Verenigde Staten hebben een groot aandeel in de internationale strijd tegen het terrorisme. Het is sinds 9/11 en Bush’s resolute ‘war on terror’-speech dat de internationale jacht op terroristen is geopend. De VS en Europa trachten terroristen makkelijker te kunnen traceren, middels het sluiten van diverse verdragen ter uitwisseling van (persoons)gegevens. Het onlangs goedgekeurde SWIFT-II Verdrag is daar een voorbeeld van. Dit verdrag reguleert de uitwisseling van Europese bankgegevens aan de Verenigde Staten. Amerika hoopt middels de gegevens de financiële transacties aan terroristen aan het daglicht te brengen. Dit betekent aan de ene kant een inperking van het recht op privacy (persoonsgegevens) van de burgers, maar aan de andere kant een legitimering van iets waar de Amerikanen in het geheim al mee bezig waren. In 2006 bleek immers dat de Amerikaanse inlichtingendiensten op grote schaal banktransacties in Europa hadden nagetrokken.[20] Het Verdrag, dat op 1 augustus jongstleden in werking is getreden, is overigens niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Op 30 november 2009 wilde de Europese Commissie een interim-verdrag tekenen met de Amerikanen. Zoals wellicht bekend trad één dag later het Verdrag van Lissabon in werking, waardoor het Europees Parlement vanaf dat moment meer zeggenschap zou krijgen in dergelijke verdragssluitingen. Daar ging het Europees Parlement dan ook niet mee akkoord. In februari van dit jaar is het concept van het Verdrag afgewezen door het Europees Parlement. Het Parlement was daarbij van oordeel dat dit conceptverdrag teveel afbreuk zou doen aan de rechten van Europese burgers. Zo zou Europa in grote hoeveelheden gegevens over banktransacties af moeten staan omdat het niet mogelijk is om gegevens van een bepaald individu te filteren en over te dragen. In het nieuwe Verdrag is geregeld dat Europa op den duur zelf een systeem ontwikkelt waarbij verdachte transacties gefilterd kunnen worden, waardoor het in de toekomst niet meer nodig is om massaal gegevens aan de Amerikaanse overheid over te dragen. Europa kan dan enkel de ‘verdachte’ gegevens overdragen die mogelijk leiden tot informatie over een terroristische aanslag of groepering. Daarnaast mogen alleen gegevens worden bewaard indien zij nog aan de orde zijn in lopende zaken, zal Europol toezien op de rechtmatigheid van verzoeken van de Amerikaanse overheid op banktransacties en is er binnen de EU nog een extra toezichthouder die controleert of de Amerikanen zich aan het Verdrag houden.[21]

Een ander verdrag tussen de VS en Europa dat in de laatste fase van de onderhandelingen zit, is het Verdrag inzake de uitwisseling van passagiersgegevens van mensen die naar of via de Verenigde Staten vliegen. Deze onderhandelingen verlopen moeizaam. Het zijn de Amerikanen die verregaande eisen stellen in het kader van de terrorismebestrijding. Zo wilden ze in eerste instantie zelfs weten of er halalmaaltijden waren besteld, zodat zij zouden weten of er moslims aan boord waren. Daar kon de EU niet mee instemmen. Het uiteindelijke akkoord moet nog gesloten worden, maar momenteel loopt er een zevenjarig akkoord waarin de Amerikaanse autoriteiten hun eisen niet in zijn geheel ingewilligd zagen. Desondanks komt de Europese burger er behoorlijk bekaaid vanaf. Amerikanen krijgen namelijk wel gegevens over gemiste vluchten, airmiles en e-mailadressen van passagiers. Daar komt bij dat de bescherming van die gegevens in handen is van de Amerikanen en dat zij deze gegevens in weerwil van het Europees parlement mogen uitwisselen met derde landen.[22]

Balans?
De zoektocht naar de ideale balans tussen terrorismebestrijding en bescherming van privacy zal nooit ophouden. Mijn inziens wordt daarbij de stap van de belangenafweging soms maar wat makkelijk genomen in negatieve zin ten opzichte van de privacy, waardoor deze nogal eens in het gedrang komt. Zo ook de uitwisseling van passagiersgegevens aan de VS. Europa moet zich niet zoveel naar grootmacht Amerika laten hangen. Uiteraard zijn maatregelen tegen terrorisme noodzakelijk en belangrijk voor de veiligheid van eenieder. Natuurlijk kan dit niet zonder een zekere beperking van het recht op bescherming van persoonsgegevens. Dit is dan ook wel geoorloofd, maar tot op zekere hoogte. Zo’n grens is niet in zijn algemeenheid te stellen. Autoriteiten zullen derhalve meer aandacht moeten besteden aan de belangenafweging in concreto. Daarbij zal het niet misstaan als de internationale autoriteiten een permanent en onafhankelijk toezichthoudend orgaan in het leven roepen dat eventueel oneigenlijk gebruik van de versoepelde terrorismewetgeving opspoort en tegen gaat. Het zal immers niet de eerste keer zijn als een land een ander land binnenvalt onder het mom van ‘terrorismebestrijding en opsporing van massavernietigingswapens’, terwijl er achteraf weinig tot geen aanwijzingen zijn dat er überhaupt banden waren met terroristische netwerken.


[1] www.georgiaencyclopedia.org/nge/Article.jsp?id=h-694

[2] www.kennislink.nl/publicaties/biowapens-de-dodelijke-kant-van-levenswetenschap

[3] Resolutie 1373 (2001), http://daccess-dds-ny.un.org/doc/UNDOC/GEN/N01/557/43/PDF/N0155743.pdf?OpenElement

[4] Warren en Brandeis, The right to privacy, Harvard law review, 15 december 1890

[5] E.R. Muller e.a., Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Kluwer 2008, p. 351

[6] E.R. Muller e.a., Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Kluwer 2008, p. 353.

[7] Zie daarvoor de Wet bescherming persoonsgegevens.

[8] E.R. Muller e.a., Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Kluwer 2008, p. 291

[9] E.R. Muller e.a., Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Kluwer 2008, p. 11 e.v. 

[10] E.R. Muller e.a., Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Kluwer 2008, p. 33 

[11] B. Hoffman, Inside Terrorism, New York: Columbia University Press, 2006.

[12] Prof. dr. W.J.M. de Haan is emeritus hoogleraar Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen

[13] E.R. Muller e.a., Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Kluwer 2008, p. 10.

[14] http://www.nctb.nl/onderwerpen/wat_is_terrorisme/

[15] AIVD, Terrorisme aan het begin van de 21e eeuw; dreigingsbeeld en positionering BVD, april 2001, p. 9

[16] Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:32002F0475:NL:NOT

[17] Adviescommissie Informatiestromen Veiligheid. Data voor daadkracht, 2007 blz 8

[18] Human Rights Watch, Without suspicion. Stop and search under de Terrorism Act 2000, juli 2010.

[19] Human Rights Watch, Without suspicion. Stop and search under de Terrorism Act 2000, juli 2010, p.

[20] http://www.vn.nl/Archief/Samenleving/Artikel-Samenleving/De-VS-blijven-ons-bankgeheim-kraken.htm

[21] http://www.europa-nu.nl/id/vi9bmsk8sprc/uitwisseling_van_bankgegevens_met_de_vs http://www.europa-nu.nl/id/vihf5dggz8zm/nieuws/vs_inzage_in_europese_bankverkeer?ctx=vi9bmsk8sprc

[22] http://www.europa-nu.nl/id/vheccvov93tk/uitwisseling_passagiersgegevens_eu_vs

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.