Jaargang 43 - Nummer 4,  2009 - 2010

Van veldspeler tot verdachte

Nederland is een sportland. In 2004 was 30% van de Nederlandse bevolking lid van een sportvereniging en 42% van de Nederlandse bevolking sportte in 2004 tussen de 1 en 4 uur per week.1 Om deze sporten in goede banen te leiden zijn er regels opgesteld en zijn er vaak één of meerdere scheidsrechters aanwezig om deze regels te handhaven. De aanwezigheid van regels en scheidsrechters zijn noodzakelijk omdat het er in een sport- of spelsituatie heftig aan toe kan gaan. Gedreven door de wil om te winnen worden de spelregels met regelmaat overtreden. Een scheidsrechter kan dit bestraffen en bij flagrante overtredingen zijn er veelal regels van tuchtrecht om de overtreder extra te straffen. Maar wat nu als de overtreding van dusdanige aard is dat het eigenlijk niet meer volstaat de speler te bestraffen via de tuchtregels? Wat nu in een situatie waarin er zwaar lichamelijk letsel ontstaat door een actie bij een andere speldeelnemer? Is er een rol weggelegd voor de strafrechter in een dergelijke situatie? En kan de civiele rechter hierin nog een rol vervullen? In dit artikel zal ik kijken naar de relevante wetsartikelen en jurisprudentie op beide rechtsgebieden en de twee gebieden met elkaar vergelijken.
De volgende twee, waargebeurde, situaties lopen als een rode draad door dit artikel.
Situatie 1. Na frustratie over een niet gegeven penalty besluit Sparta-speler Bouaouzan zijn emoties te botvieren op het rechterbeen van Go Ahead Eagles-speler Kokmeijer. Net nadat Kokmeijer de bal wegschiet raakt het gestrekte been van Bouaouzan het rechterbeen van Kokmeijer vlak onder de knie, waarbij het been dubbel klapt en tegennatuurlijk door de lucht zwabbert. Een dubbele beenbreuk en vijf operaties later blijkt dat Kokmeijer nooit meer zal kunnen voetballen. Hij mag van geluk spreken wanneer hij ooit weer normaal kan lopen.
Situatie 2. Na een doelpunt en daardoor tijdens een zogenaamd doodspelmoment ontstaat er een worsteling tussen twee waterpolodames waarbij een van de dames onder water wordt gedrukt. De zus van het meisje dat het slachtoffer onder water drukt zwemt naar het voorval toe en helpt daar haar zusje het meisje onder water drukken. Het slachtoffer houdt hieraan een Posttraumatische Stressstoornis over.

Net nadat Kokmeijer de bal wegschiet raakt het gestrekte been van Bouaouzan het rechterbeen van Kokmeijer vlak onder de knie, waarbij het been dubbel klapt en tegennatuurlijk door de lucht zwabbert.

Tuchtrecht vs. Strafrecht
Artikel 167 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering verwoord het opportuniteitsbeginsel als volgt: ‘Van vervolging kan worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend.’ Een voorbeeld hiervan is dat het openbaar ministerie van vervolging af zal zien wanneer de situatie op een bevredigende wijze door het tuchtrecht kan worden afgehandeld.2 Het tuchtrecht streeft primair naar het handhaven van specifieke sportgerelateerde normen, maar kan ook worden ingezet om generale normen te handhaven, zoals het strafrecht generale normen handhaaft. Toch zijn er uitzonderingen op de situaties die door het tuchtrecht kunnen worden behandeld. Hierbij worden de grenzen bepaald door de mate waarin de overtreding is gerelateerd aan een bepaalde sport en of andere deelnemers aan deze bepaalde sport een overtreding hadden kunnen verwachten. Het tuchtrecht speelt een zeer grote rol binnen de sportwereld, maar er zijn nu eenmaal situaties waarin behandeling van een overtreding via het tuchtrecht te licht zou zijn en het strafrecht duidelijk in beeld komt.

Wederrechtelijkheid
Wanneer je kijkt naar gedragingen in de sport en de mogelijke strafrechtelijke gevolgen van deze gedragingen dan is het eerste wat in het oog springt de mogelijke afwezigheid van de wederrechtelijkheid. Immers, door deel te nemen aan een sportsituatie geef je min of meer toestemming aan anderen tot bepaalde gedragingen. Een voetballer zal niet raar opkijken als hij wordt getackeld en nog extremer, een bokser zal geen aangifte doen wanneer hij knock-out wordt geslagen. Zolang in het maatschappelijk leven dergelijke sporten worden aanvaard, en de daarbij behorende spelregels in acht worden genomen, zal het toegebrachte leed niet als een gevolg van mishandeling kunnen worden aangemerkt, althans zal een dergelijke handeling door toestemming over en weer worden gerechtvaardigd.3 Dit betekent dat gedragingen die buiten een sport- of spelsituatie als onvoorzichtig of onrechtmatig worden aangemerkt, binnen de sport- en spelsituatie niet eenzelfde kwalificatie opleveren omdat er sprake is van gedragingen die deelnemers over en weer van elkaar verwachten. Een gedraging wordt niet plotseling onzorgvuldig als er door een ongelukkige samenloop van omstandigheden opeens (zwaar) lichamelijk letsel ontstaat.

Een bokser zal geen aangifte doen wanneer hij knock-out wordt geslagen.

Uiteraard zijn er wel grenzen aan deze vrijheid. Zo zal het altijd in strijd met de goede zeden zijn wanneer er direct levensgevaar ontstaat wanneer een sport of spel op de normale manier wordt uitgeoefend. Een andere grens wordt gevormd door de spelregels. De spelregels bepalen de grenzen van de wederrechtelijkheid van een bepaalde gedraging. Wanneer de spelregels op onmiskenbare wijze worden overtreden dan kan er wel degelijk sprake zijn van een wederrechtelijke handeling en daardoor ook van bijvoorbeeld zware mishandeling. Als we dit vertalen naar een voetbalwedstrijd dan kan er bij een tackle op de bal, waarbij ongelukkig genoeg een speler van de tegenpartij te val komt en zijn arm breekt, geen sprake zijn van wederrechtelijkheid. Is echter die bal niet in de buurt op het moment dat de tackle wordt ingezet, een flagrante overtreding van de spelregels, en de persoon die geraakt wordt breekt zijn been, dan is er wel sprake van wederrechtelijk handelen en komt de strafrechter in beeld. Situatie 1, de situatie waarin voetballer Bouaouzan tegenstander Kokmeijer doormidden schopt, is een voorbeeld van een situatie waar de strafrechter in beeld kwam, en ook daadwerkelijk zijn oordeel over de aan te leggen maatstaf heeft uitgesproken.

De wederrechtelijkheid staat vast omdat de handleiding voor scheidsrechters veldvoetbal het inkomen met een gevaarlijk gestrekt been kwalificeert als een ernstige overtreding.

Het oordeel van de strafrechter
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen gevallen waarin letsel wordt veroorzaakt binnen en buiten een directe spelsituatie. Situatie 1 is een voorbeeld van een gedraging die zich afspeelt binnen een directe spelsituatie. Een voorbeeld van het laatste is situatie 2, waarin een waterpoloster tijdens een dood spelmoment onder water wordt gedrukt en gehouden.

Binnen een directe spelsituatie
Tot 22 april 2008 was er in Nederland nooit eerder een profvoetballer veroordeeld voor zware mishandeling van een collega voetballer.4 Dit veranderde toen Bouaouzan door de Hoge Raad werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Laten we eens kijken naar de maatstaf die de Hoge Raad aanlegt.

De overtreding op Kokmeijer vond, zoals gezegd, binnen een directe spelsituatie plaats. Weliswaar was Bouaouzan te laat met zijn tackle en was de bal al door Kokmeijer doorgespeeld, toch was er wel gewoon sprake van een spelsituatie en was het spel niet door de scheidsrechter stilgelegd. In een dergelijke situatie ligt de bewijslast erg hoog omdat er bewezen moet worden dat de gedraging niet binnen de spelregels valt en dat het gaat om een gedraging die men over en weer niet van elkaar verwacht. Onder het laatste wordt ook het ontbreken van de toestemming geschaard. De Hoge Raad zegt over de tweede situatie dat ook dan een speler de spelregels op een dusdanige wijze kan schenden en zo gevaarlijk kan handelen dat van het ontbreken van de wederrechtelijkheid geen sprake kan zijn.5 Er moet echter wel rekening gehouden worden met het sport- en spelelement waaronder, volgens de Hoge Raad, moet worden verstaan: ‘Deelnemers aan een sport, zoals voetbal, hebben tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten, terwijl bij een door duidelijke spelregels afgebakende sport die spelregels mede van belang zijn voor het bepalen van de grenzen van de wederrechtelijkheid’. De Hoge Raad verwijst hier naar eerdere arresten waar de civiele aansprakelijkheid ter discussie stond. Hierop kom ik hieronder terug.

Bij een gemiddelde amateurwedstrijd zullen echter geen videobeelden worden gemaakt, waardoor de situatie moet worden gereconstrueerd aan de hand van getuigenverklaringen.

De Hoge Raad neemt dus aan dat er, zelfs in een directe spelsituatie, sprake kan zijn van een wederrechtelijke gedraging. ‘De wederrechtelijkheid staat vast omdat de handleiding voor scheidsrechters veldvoetbal het inkomen met een gevaarlijk gestrekt been kwalificeert als een ernstige overtreding en het een feit van algemene bekendheid is dat deze overtreding zwaar lichamelijk letsel kan veroorzaken.6

Alleen een wederrechtelijke gedraging is niet voldoende in het strafrecht om tot een veroordeling te komen. Er moet ook bepaalde mate van schuld of opzet in het spel zijn. Opzet kent meerdere verschijningsvormen en één daarvan is de zogenaamde voorwaardelijke opzet. Dit is de absolute ondergrens van opzet. In de rechtspraak spreekt men over het aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg zal ontstaan door een bepaalde gedraging.7 Volgens de Hoge Raad kan voorwaardelijke opzet worden aangenomen als bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. In de woorden van de Hoge Raad: ‘Uit de uiterlijke verschijningsvorm, op basis van televisiebeelden en de gedraging zelf, te weten het met hoge snelheid en kracht vanaf (te) korte afstand een vliegende tackle met gestrekt been en een schoen met metalen noppen uitvoeren, kan worden afgeleid dat verdachte zich heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij niet de bal maar het slachtoffer zou raken. Hiermee heeft hij op de koop toegenomen dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen veroorzaken.’ De algemene ervaringsregels die leren dat het inkomen met een gestrekt been zwaar letsel oplevert, de jarenlange voetbalervaring van Bouaouzan en het feit dat hij had moeten beseffen dat hij door het inzetten van deze actie onmogelijk de bal kon raken, maar wel het been van het slachtoffer, overtuigen de Hoge Raad er voldoende van dat verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard.8 Verdachte werd veroordeeld wegens zware mishandeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

Één van de spelers wordt op zijn oog geraakt door een tennisbal en raakt aan dat oog blind.

Hoewel het arrest van de Hoge Raad aan duidelijkheid niet te wensen over laat is het de vraag of het veel zal worden toegepast. De gedraging binnen de lijnen van een sportveld zijn immers zeer casuïstisch en vaak zal het moment voorafgaand aan een gedraging te kort zijn om opzet op aan te nemen. In het geval van Bouaouzan spreekt tegen hem dat op de tv beelden duidelijk te zien is hoe hij een lange aanloop neemt en tijdens die aanloop dus een moment had om te stoppen, of de gevolgen te aanvaarden. Bij een gemiddelde amateurwedstrijd zullen echter geen videobeelden worden gemaakt, waardoor de situatie moet worden gereconstrueerd aan de hand van getuigenverklaringen. In dergelijke gevallen zal het zeer lastig zijn om voorwaardelijke opzet te construeren en tot een veroordeling te komen.

Buiten een directe spelsituatie
De gedraging zoals beschreven in situatie 2 valt buiten een directe spelsituatie omdat het spel automatisch stilvalt na het scoren van een doelpunt. De rechtbank van Almelo heeft over deze situatie geoordeeld en legt daarbij de volgende maatstaven aan.9 ‘Indien de overtreding als het ware nog door het spel wordt bepaald, of in zekere zin in dienst te staan van het nagestreefde resultaat en niet buiten de lijnen vallen van wat in sport en spel over en weer nog te verwachten is en wanneer het fysiek ingrijpen van de sporters redelijkerwijs niet meer geacht kan worden nog verbonden te zijn met het spel komt de strafrechtelijke aansprakelijkheid in beeld’. Het komt er dus eigenlijk op neer dat zolang de overtreding functioneel is en binnen proporties valt van wat verwacht mag worden in die betreffende sport, de overtreding buiten het strafrecht valt.10

De spelregels in de waterpolosport laten het onder water duwen slechts toe als in een specifiek duel de actie gericht is op de bal en deze actie niet doelbewust gericht is op de speler. Er moet dus sprake zijn van een directe spelsituatie, daar was in deze zaak geen sprake meer van. Daardoor hebben de zusjes een duidelijke overtreding van de waterpolospelregels begaan. Hierbij heeft de rechtbank de getuigenverklaringen van de scheidsrechters en de overige waterpolospeelsters meegewogen. Deze getuigen verklaarden een dergelijke buitenproportionele overtreding nog nooit meegemaakt te hebben. Gelet op de jarenlange ervaring met waterpolo hadden de zusjes zich bij hun daden bewust moeten zijn geweest van de mogelijke risico’s voor het slachtoffer.11

Het oordeel van de civiele rechter
Ook in civiele procedures komen gedraging binnen een sport (en spel) situatie aan de orde, misschien zelfs nog wel vaker dan in het strafrecht, omdat gedupeerden hier zelf een procedure kunnen starten en niet afhankelijk zijn van het openbaar ministerie. De meeste sportsituaties worden gekenmerkt door het feit dat een zekere mate van onoplettendheid van de deelnemers en onvoorzichtig gedrag van de deelnemers normaal is.12

Wanneer de bekende kelderluikcriteria worden toegepast dan komt men al snel tot de conclusie dat het toebrengen van schade in een sportsituatie onrechtmatig is. Deze conclusie wordt echter in de rechtspraak en de literatuur van de hand gewezen. Er wordt aangenomen dat risicoschepping een wezenlijk onderdeel is van de activiteiten in het kader van de sport vormt. Deelnemers weten dat er bepaalde risico’s aan de gedragingen zijn verbonden en aanvaarden deze gedragingen. Daar komt nog bij dat sportactiviteiten, ondanks de risico’s, maatschappelijk geaccepteerd worden. Een te strenge rechterlijke toets is daarom ongewenst. Vandaar dat in het civiele recht een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel wordt aangenomen. Het komt erop neer dat in het kader van sportsituaties een beoordeling van de sportgerelateerde verwachtingen van partijen met zich meebrengen dat lichtere veiligheidsnormen hebben te gelden. De regel in het civiele recht is daarom dat betrokkenen bij een sportactiviteit in redelijkheid tot op een zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe die activiteit uitlokt of die erin besloten liggen, van elkaar hebben te verwachten.13

Deze regels zijn onder andere toegepast in het zogeheten tennisbal-arrest, waarbij twee spelers tussen twee games in, dus buiten een directe spelsituatie, tennisballen naar elkaar oversloegen.14 Eén van de spelers wordt op zijn oog geraakt door een tennisbal en raakt aan dat oog blind. De Hoge Raad neemt aan dat er wel sprake was van een spelsituatie en daarom van een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand, welke luidt: ‘Gedragingen in het kader van het tennisspel, die buiten de spelsituatie onvoorzichtig en daarom onrechtmatig zou zijn geweest, hoeven binnen de spelsituatie dit karakter niet te hebben, omdat deelnemers aan het spel gedragingen waartoe het spel uitlokt, waaronder van tijd tot tijd ook misslagen, van elkaar te verwachten hebben.’ In dit arrest werd de gedraging dus niet onrechtmatig geacht door de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel.

De Italiaanse international Matterazzi beledigt de Franse international Zidane door zich oneerbaar over diens moeder uit te laten, waarop Zidane reageert door een kopstoot uit te delen aan Materazzi.

Tot slot nog een laatste voetbalvoorbeeld. Tijdens een voetbalwedstrijd geeft een speler een tegenstander die niet meer in bezit is van de bal, een schop.15 In voetbaltermen wordt dit natrappen genoemd. De speler die geraakt wordt loopt hierdoor ernstig knieletsel op. Ook hier was er sprake van een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel, maar werd er geoordeeld dat de gedraging wel onrechtmatig was omdat deze gedraging viel buiten de regels van het spel en abnormaal gevaarlijk was. Een voetbalspeler mag van andere spelers op het veld verwachten dat zij geen onnodig gevaar voor blessures veroorzaken.

Conclusie: strafrecht vs. civiel recht
Waar de strafrechter gebonden is aan bepaalde strafrechtelijke beginselen – zoals wederrechtelijkheid en opzet – en een gedraging op het sportveld moet beoordelen aan de hand van die beginselen heeft de civiele rechter haar eigen beoordelingskader geschapen met als belangrijkste resultaat de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel voor sportgerelateerde onrechtmatige gedragingen. De strafrechter wedijvert op het gebied van de vervolging met de tuchtrechter en kan alleen in extreme gevallen komen tot een veroordeling, daarbij teruggrijpend op civielrechtelijke principes. In minder extreme gevallen lijkt een afhandeling via het tuchtrecht meer op zijn plaats. Het openbaar ministerie speelt een grote rol in de vervolging en zal moeten bepalen wanneer het maatschappelijk gezien wenselijk is om een sporter te vervolgen. Daarbij zal het vooral gaan om delicten zoals (zware) mishandeling, omdat er voor dergelijke gedragingen maatschappelijk draagvlak voor vervolging bestaat. Gaat het echter om, bijvoorbeeld, belediging op het sportveld dan lijkt vervolging door het ontbreken van het maatschappelijk draagvlak minder voor de hand te liggen. Vertalen we dit naar de situatie van de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 2006 tussen Frankrijk en Italië, waarin de Italiaanse international Materazzi de Franse international Zidane beledigde door zich oneerbaar uit te laten over diens moeder, waarop Zidane reageerde door een kopstoot uit te delen aan Materazzi, dan zou – onder het Nederlandse strafrecht – Zidane wel veroordeeld kunnen worden wegens mishandeling, maar zou de wereld raar opkijken wanneer Materazzi een taakstraf kreeg wegens belediging.
Het civiele recht is in dat opzicht evenwichtiger omdat het hier niet afhankelijk is van maatschappelijk draagvlak en een openbaar ministerie. Wanneer men van mening is dat hem onrecht is aangedaan binnen de lijnen van een sportveld dan zal men zelf een civiele procedure beginnen en dan zal deze gedraging getoetst worden aan de civiele criteria.
In het strafrecht kan men, met veel kunst en vliegwerk, in enkele gevallen wel tot een veroordeling komen. Het is echter de vraag of dit wenselijk is, omdat naar mijn mening het recht ook gehaald kan worden via de civiele en de tuchtrechter. Een van de doelstellingen van strafrecht is bovendien preventie, en het is maar de vraag of een mogelijke strafrechtelijke vervolging een speler in het heetst van de strijd zal afhouden van een gedraging die mogelijk slecht zal aflopen. Gelet op het bovenstaande lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het civiele recht en het tuchtrecht voldoende mogelijkheden bieden om te bestraffen en recht te halen, waarbij het strafrecht alleen moet worden ingezet in meest extreme gevallen, zoals wanneer een voetballer nooit meer kan voetballen door een te laat ingezette vliegende tackle.

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.