Jaargang 41 - Nummer 2,  2007 - 2008

Verlenging van de omstreden Uruzgan missie… wie beslist dat eigenlijk?

“Oké, het zit zo, zei de jonge Nederlandse legerkapitein die ik korte tijd later off the record mocht ondervragen. ‘We komen op patrouille in een klein dorpje. We zien een boel volk op de been en denken: goede zaak, men voelt zich kennelijk veilig genoeg om buiten te zijn. We komen dichterbij en zien wat er gaande is: ze zijn een vrouw aan het stenigen. Wij zien die vrouw, die vrouw ziet ons. We doen navraag en ze blijkt te worden beschuldigd van overspel. De mensen in dat gehucht zijn onze bondgenoten, die vrouw heeft een proces gehad dat daar geldt als eerlijk, en als wij onze culturele normen daar opleggen, kunnen we het helemaal wel vergeten. Dus we groeten iedereen beleefd en vervolgen onze patrouille.’”
Joris Luyendijk, journalist

In augustus 2008 loopt de huidige missie voor uitgezonden Nederlandse militairen in NAVO-verband af. De totstandkoming van het besluit om Nederlandse militairen uit te zenden is zeer omstreden geweest. Het heeft er in februari 2006 zelfs toe geleid dat de toenmalige D66 fractievoorzitter Boris Dittrich, mede door eigen toedoen in de totstandkoming van het besluit, heeft besloten af te treden. Bij het ter perse gaan van dit nummer staat het besluit voor verlenging van de missie nog voor de deur. Het besluit is al diverse malen uitgesteld. Naar verwachting zal de missie worden verlengd, maar is dit wel logisch? Gezien de toezeggingen die zijn gedaan door de regering bij het besluit tot deelname in 2006 en gezien het toetsingskader van artikel 100 van de Grondwet. Ik vroeg Kamerfracties waarop zij het besluit om eventueel te verlengen op baseren. Er bestaat veel verdeeldheid onder de fracties die hierop hebben gereageerd.

Inleidende recente geschiedenis
Na de aanslagen van 11 september hebben de Verenigde Staten de regering van Afghanistan gevraagd om uitlevering van Osama Bin Laden. De Taliban was in 2001 heerser over Afghanistan. Osama Bin Laden wordt gezien als leider van al Qaida (dat letterlijk de basis of het fundament betekent). In de westerse wereld wordt al Qaida een islamitische terroristische organisatie genoemd die de vernietiging van de westerse wereld tot doel heeft. Een andere opvatting is dat al Qaida voornamelijk strijdt tegen aanwezigheid van westerse militairen in islamitische landen .
De Afghaanse regering wilde Osama Bin Laden uitleveren onder de voorwaarden dat de rechtszaak openbaar zou zijn en in een neutraal land zou worden gehouden. In de westerse wereld klinkt een dergelijke eis vanzelfsprekend, voor de Taliban waren deze eisen echter toch ietwat typisch. Een regime dat doodvonnissen voltrekt onder verplichte aanwezigheid van haar bevolking in grote stadions, handelt op zijn minst merkwaardig met een dergelijke eis. De dag na de aanslagen op onder andere de WTC en het Pentagon, werd al gewezen in de richting van Afghanistan. Niet op zijn minst omdat Osama Bin Laden zich daar zou bevinden. De Afghaanse minister van buitenlandse zaken veroordeelde -op 11 september 2001 in een reactie op de aanslagen eerder die dag- elke vorm van terrorisme. Op de dag na de aanslagen in Amerika liet een Afghaanse ambassadeur in Pakistan weten Bin Laden te willen uitleveren als Amerika met overtuigend bewijs komt dat hij achter de aanslagen zat . Over dit bewijs bestaat tot op de dag van vandaag discussie. Amerika verklaart Afghanistan de oorlog en al in november 2001 wordt de Taliban uit de hoofdstad Kabul verjaagd. Niet dat hiermee de Taliban is verslagen, de strijders van de Taliban trokken zich terug in de bergen en gedragen zich als een onverslaanbare guerrillabeweging. Osama Bin Laden lijkt ook nog steeds niet gepakt.
In 2002 zond Nederland 250 militairen die onder leiding van en samen met Duitse militairen de NAVO operatie ISAF (International Security Assistance Force) uitvoerden vanuit het Noorden naar het Westen, het Zuiden en uiteindelijk het Oosten van Afghanistan .
Is ingrijpen door het westen gewenst?
Als westerlingen willen wij democratie komen brengen. Wil de bevolking die democratie wel? Schrijver van onder andere het huis van de Moskee, Kader Abdolah, heeft tijdens de van der Leeuw-lezing in Groningen een vurig pleidooi gehouden waarom democratie in landen waar de Islam domineert, niet werkt. Kort samengevat komt het er volgens Abdolah op neer dat de basis van het verschil van denken ligt in de verschillende ‘heilige boeken’. “De Bijbel is niet heilig, de Koran wel”, aldus Abdolah, deze stelling onderbouwt hij als volgt: “De Bijbel is geschreven door diverse mensen, en heeft allerlei onderwerpen, maar het geheel is een roman”. De Koran is volgens Abdolah het woord dat rechtstreeks van Allah komt. Gezien Allah het licht is, kan hij moeilijk een pen ter hand nemen en de teksten zelf opschrijven, voor dit praktische probleem zegt Abdolah dat de schrijvers van de teksten van de Koran deze verhalen van Allah hebben gehoord terwijl hij achter een gordijn zat. De schrijvers hebben dit rechtstreeks zo opgeschreven. Of je het er mee eens bent of niet is niet zozeer relevant, het gaat er om dat het verschil tussen democratie en dictatuur hierdoor enigszins te verklaren is.
Volgens Abdolah heeft de westerse beschaving altijd al meerdere versies van een verhaal gekend, en zijn daardoor meer pluriform. In het Midden-Oosten waar de Koran domineert kent men maar één smaak; de mening van Allah, en wel opgeschreven in het heilige boek. Met dit verschil onderbouwt Abdolah zijn standpunt, dat een parlementaire democratie in zijn land niet werkt. Dat een parlementaire democratie alleen werkt in westerse landen, of landen waar de Bijbel grote invloed heeft. Over de drang om parlementaire democratie in verschillende landen in het Midden-Oosten in te voeren:

“In dit soort landen is een ander soort democratie nodig, een systeem dat uit de grond van de landen voortkomt, uit het hart van de Koran. De westerse parlementaire democratie is te doorzichtig, te dun, te licht en te naïef voor de ingewikkelde mens uit de historische landen. De mens in die landen heeft door de eeuwen heen duizenden oorlogen, vernietigingen, geloofsveranderingen, verbrandingen en onderdrukkingen meegemaakt. De mens is daar gecompliceerd van geworden, heeft een doolhof gemaakt in zijn hersenen om zichzelf te beschermen. Deze landen zijn allemaal corrupt, failliet en erg moeilijk bestuurbaar. En de mensen moeten leren zichzelf te redden in die onstabiele omstandigheden.”

Volgens Abdolah is het dus een illusie om te denken dat landen als Iran en Afghanistan gebaat zijn bij een parlementaire democratie. Hij bevestigd hiermee het

Politieke geschiedenis in Nederland omtrent de besluitvorming.
In februari 2006 is door de tweede kamer het besluit goedgekeurd om 1200 tot 1400 militairen uit te zenden naar Uruzgan. Aan de missie werden verschillende voorwaarden gesteld, zoals: (1) de missie duurt niet langer dan twee jaar, (2) Er is een strikte scheiding tussen deze ISAF-missie van de NAVO en de Amerikaanse operatie Enduring Freedom, (3) Gevangenen worden volgens het humanitaire recht behandeld en worden niet mishandeld of opgesloten in geheime gevangenissen, en (4) de missie moet zich wijden aan wederopbouw.

Uruzgan is een onrustige provincie van Afghanistan waar de Taliban een grote invloed heeft en haar macht ook toont. Bij het besluit tot uitzenden in februari 2006 heeft vooral D66 een opvallende rol gespeeld, de partij gaf eerder aan niet voor de militaire missie te stemmen. De gegevens waarop de Kamerleden hun stem voor of tegen moesten baseren, waren volgens de partij onvoldoende. De documenten die inzichten gaven in de veiligheid en de zin van de missie waren militair geheim. Toenmalig minster van Defensie Henk Kamp gaf na lang gesteggel alle fractievoorzitters in de tweede kamer inzage in deze militair geheime stukken. Hoe besluitvorming van uitzending van militairen voor vredesmissies moet plaatsvinden, staat sinds 2000 in de Grondwet. D66 gaf aan dat deze manier van besluitvormen in strijd is met art. 100 van de Grondwet.

Artikel 100
1.    De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.
2.    Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt.

In 1995 is door de toenmalige ministers Van Mierlo en Voorhoeve een toetsingskader opgesteld voor besluitvorming over uitzending van Nederlandse militairen. Het toetsingskader bestaat uit 14 punten, waarvan de eerste vijf betrekking hebben op de politieke wenselijkheid en de overige op de militaire haalbaarheid:

1    Uitzending geschiedt op grond van Nederlandse belangen, waaronder de bescherming van internationale vrede en veiligheid en/of bevordering van de internationale rechtsorde.
2    Uitzending dient in overeenstemming te zijn met het volkenrechten gebeurt bij voorkeur op grond van een duidelijk mandaat van de Verenigde Naties.
3    Factoren als solidariteit, geloofwaardigheid en spreiding van verantwoordelijkheden spelen een rol.
4    Een multinationale benadering verdient de voorkeur.
5    Uitzending is geen automatisme. De Nederlandse regering beslist per geval. Een besluit wordt, behoudens uitzonderingen, pas uitgevoerd nadat het parlement erover is ingelicht. Er moet voor uitzending voldoende draagvlak in de samenleving zijn.

6    Er moet sprake zijn van een concrete militaire opdracht.
7    De regering moet beoordelen of de gestelde politieke en militaire doelstellingen van de missie redelijkerwijs haalbaar zijn.
8    Voorkomen moet worden dat de last van internationale operaties gedragen wordt door een kleine groep landen. Afspraken over aflossing en financiering zijn wenselijk.
9    Er moeten eenheden beschikbaar zijn.
10    Er moet een duidelijke commandostructuur zijn.
11    De risico’s voor het uit te zenden personeel dienen zo goed mogelijk te worden beoordeeld.
12    Er moeten goede internationale afspraken over de missie zijn en de taken moeten uitvoerbaar zijn.
13    De financiering moet gewaarborgd zijn.
14    Uitzending moet aan een termijn worden gebonden. Na afloop wordt de deelname beëindigd. Bij voortzetting is een nieuw besluit nodig.

Op dit toetsingskader is een uitbreiding gemaakt door de commissie Besluitvorming Uitzendingen die door de Tweede Kamer zijn overgenomen:

15    De regering moet de motieven voor deelname aan vredesoperaties zo volledig mogelijk opsommen. Dat geldt ook bij voortzetting en afronding.
16    Alle aspecten van de missie moeten in één document worden vermeld.
17    Bij de haalbaarheid moet zowel de operatie als geheel als de militaire haalbaarheid worden beoordeeld.
18    Niet de vraag welke eenheden aan de beurt zijn voor inzet, maar welke eenheden het beste in staat zijn de opdracht uit te voeren, moet centraal staan.
19    Er moet een goede exitstrategie zijn.

Kamerfracties over het besluit tot verlenging van de missie
Besluitvorming omtrent verlenging van een militaire missie is (dus) een complexe handeling. Naast alle formaliteiten als het toetsingskader en andere wettelijke bepalingen speelt bovendien nog iets anders mee dat de besluitvorming niet makkelijker maakt. Militairen die uitgezonden worden en daarmee een groot risico nemen, én lopen, hebben het dubbel zo zwaar wanneer zij dit doen zonder dat zij zich gesteund voelen door een brede steun van de volksvertegenwoordiging. Wanneer deze brede steun ontbreekt, kunnen zeer pijnlijke situaties ontstaan zoals in de recente geschiedenis zijn gebeurd met onder andere de ´Dutchbatters’. Dit levert dus een groot spanningsveld bij het stellen van een standpunt. Eind oktober was het draagvlak onder de bevolking volgens opiniepeiler Maurice de Hond ook nog eens vrij laag. De Hond mat eind oktober slechts 40% van de bevolking die voor verlenging van de missie waren.  5 november jl. stuurde ik alle fracties en hun voorzitters een mail met daarin centraal de volgende vraag: “Op basis van welke informatie komt u tot het besluit voor verlenging van de militaire missie in Uruzgan?”.

Hoewel niet alle fracties hebben gereageerd of hebben kunnen reageren stuurden veel partijen een reactie. De meningen zijn zeer verdeeld. In volgorde van beantwoording van mijn vraag per partij:
–    SP: tegen verlenging: “De missie is gevaarlijk en is geen opbouwmissie. We hebben gepleit voor troepenterugtrekking uit Uruzgan”, aldus de persoonlijk medewerker van fractievoorzitter Marijnissen. De SP zelf geeft niet aan waarop de partij dit standpunt baseert, maar verwijst naar een uitgave van comité ‘Troepen terug uit Afghanistan’, waarin diverse Kamerleden, adviseurs en hulporganisaties feiten en stellingen opsommen waarom er geen verlenging van de (Nederlandse) missie in Uruzgan zou moeten komen. SP is ook aangesloten bij dit comité.
–    SGP: voor verlenging. De onderbouwing van dit standpunt is een nieuw verschenen boek van Reformatorisch Dagbladjournalist Riekelt Pasterkamp “met een warme belangstelling voor het strakke en gedisciplineerde Defensieapparaat” , welke aansluit bij het standpunt van de partij: noodzakelijke opbouw van het land én de strijd tegen het internationaal terrorisme moeten doorgaan. Informatie ontvangen zij van diverse defensiespecialisten en het ministerie.
–    ChristenUnie: nog geen standpunt (7 november 2007): “Ik wil best een keer antwoord geven op de door jou gestelde vragen, maar zou dat graag doen nadat er een besluit is gevallen. Nu zitten we nog midden in dat proces”, aldus fractievoorzitter Slob. Informatie is tot op heden afkomstig van een interne notitie van de woordvoerder Defensie van CU en van ‘externen’ die naar de fractie zijn gehaald. Verder is het wachten op de standpuntbepaling van het kabinet om tot een beoordeling te komen.
–    D66: nog geen standpunt (8 november 2007): “Niet alleen het uiteindelijke antwoord op de hamvraag is van belang, maar ook de manier waarop je tot dit antwoord komt speelt een rol”, aldus de persoonlijk medewerkster van fractievoorzitter Pechtold. D66 baseert haar standpuntbepaling op informatie van de regering, daarbuiten ook van onafhankelijke bronnen (NGO’s, hoogleraren, militaire deskundigen etc.), werkbezoeken en hoorzittingen.
–    Partij voor de dieren: tegen verlenging van de missie: “President Karzai ziet de Taliban als “een verslagen strijdgroep” en onderhandelt met de Taliban om ze op te nemen in zijn regering en ondertussen zetten Nederlandse mannen en vrouwen hun leven op het spel in een oorlog met de Taliban”, aldus Jongens, namens Fractie Partij voor de Dieren. Waar de PvdD haar standpunten op baseert is niet duidelijk.
–    GroenLinks: lijkt tegen de verlenging: “De regering is volgens de wet verplicht om zogenaamde artikel 100 brieven aan de Kamer te zenden met daarin informatie over de missie die zij voornemens is te starten”, aldus van der Heijden van de publiekdienst van de Kamerfractie van GroenLinks. Standpuntbepaling is gebaseerd op gesprekken met lokale bevolking, hulporganisaties, militairen en Afghaanse autoriteiten in Afghanistan door middel van werkbezoeken. Ook worden rapporten en onderzoeken die informatie geven over de huidige situatie gebruikt naast de informatie van de Nederlandse regering en de NAVO. GroenLinks is eveneens aangesloten bij het comité Troepen terug uit Afghanistan.
De grotere partijen CDA, PvdA en VVD achtten twee weken niet voldoende om te reageren, ook van de PVV en Trots op Nederland heb ik geen reactie gevonden. Het CDA neemt op haar site geen standpunt in over verlenging, maar concludeert dat wederopbouw pas mogelijk is als er veiligheid is.  PvdA heeft geen expliciet standpunt ingenomen op haar site, maar op 14 november 2006 concludeert woordvoerder buitenland van Dam nog: “Zolang het mogelijk blijkt om de Afghanen, hoe moeilijk ook, te helpen, vinden wij dat we dat dan ook moeten doen voor de maximale periode van 2 jaar, waartoe wij ons internationaal verplicht hebben”.  De VVD geeft op haar site aan dat voor het instemmen met de missie aan drie voorwaarden moet worden voldaan: (1) het grootste deel van de kosten van de missie moet van buiten de defensiebegroting komen, (2) er moet een derde, solide land, Nederland bijstaan in Uruzgan en (3) er dient een deugdelijke exit-strategie overeengekomen te worden.  De PVV neemt in een partijpamflet op haar site het standpunt in minder Nederlandse bijdrage aan internationale (vredes-)missie te willen, maar wel steun voor strijd tegen internationaal terrorisme zoals Al-Qaida, Hezbollah en Hamas.  Hoewel mij onbekend of dit een officiële site is van Trots op Nederland geeft Verdonk geen standpunt over Uruzgan.  Opvallend bij alle partijen is dat enkel de VVD aangeeft dat er duidelijk een solide partner moet komen die naast Nederland en Australië opereert in Uruzgan.
Zoals de titel van dit artikel al aangeeft, wie beslist er nu eigenlijk? Partijen zijn momenteel bang om stelling te nemen, het debat wordt telkens uitgesteld. In de media duiken gonzen de geruchten, op 14 november jl. meldt nu.nl dat de Afghaanse minister van buitenlandse zaken verklaart dat Nederland de missie verlengt.  De kamer heeft op dat moment nog geen besluit genomen. Bij het ter perse gaan van dit nummer is nog geen besluit genomen. Het nemen van het besluit is al enige malen uitgesteld, en meest recent voor het ter perse gaan van dit nummer gaf premier Balkenende vrijdag 16 november jl. aan dat het nemen van het besluit wederom uitgesteld wordt.

Wat het uiteindelijke besluit ook zal zijn, het is zeer de vraag of de procedure zoals artikel 100 van de grondwet, inclusief het toetsingskader voorschrijft, volledig kan worden gevolgd. NAVO kan een blik argumenten opentrekken waarom Nederlandse militairen moeten blijven, een willekeurige NGO kan al die argumenten weerleggen. Politieke partijen wachten op informatie van de regering, de regering stelt besluitvorming telkens uit. Burgers hebben een mening, media berichten dat wat kijkers, lezers of luisteraars trekt. Wie beslist?… heeft vast een heel lastige beslissing te maken.

Leave a Reply

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.