Vingerafdrukken in paspoorten – breekt EU-verordening met privacy?

Jaargang 48 - Nummer 2

Tinka Floor

Vingerafdrukken in paspoorten – breekt EU-Verordening met privacy?


Paspoortweigerende gemeentes, fouten bij vingerafdrukcontrole en misbruikrisico’s rondom persoonsgegevens

Mogen burgemeesters een paspoort – een klein boekje met grote invloed op de bewegingsvrijheid over de landsgrenzen – verstrekken aan iemand die vanwege gewetensbezwaren weigert vingerafdrukken af te staan? Is het terecht om om privacyredenen geen vingerafdrukken te willen afgeven? Waarom vormt het afstaan van vingerafdrukken volgens sommigen een inbreuk op de privacy? Waarom moeten paspoorten in de EU sinds 2009 eigenlijk vingerafdrukken bevatten, en wat gebeurt er naast verwerking in het paspoort met die vingerafdrukken?

Nationale rechters zetten vraagtekens bij Verordening 2252/2004
Naar aanleiding van vier zaken, waarin burgemeesters aanvragen van reisdocumenten niet in behandeling namen omdat de aanvragers hun vingerafdrukken niet afgaven, stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) in 2012 prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie.[i]
Het is namelijk uiteraard niet een zuiver Nederlands probleem. EU-Verordening 2252/2004 verplicht lidstaten paspoorten te voorzien van ‘biometrische kenmerken’: de pasfoto en twee vingerafdrukken.[ii] In Nederland is dit uitgewerkt in de Paspoortwet (PPW) en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN).[iii]
Ook in Duitsland deed deze Verordening stof opwaaien. Misschien niet toevallig, gezien het feit dat juist in Duitsland met zijn beladen historie de privacy scherper bewaakt wordt; zo kondigde Google daar in 2011 aan na aanhoudende protesten geen nieuwe Street View-camera’s meer te plaatsen en de bestaande beelden van twintig steden niet meer bij te werken.[iv]
Michael Schwarz verzocht vergeefs de Stadt Bochum om een paspoort zonder vingerafdrukken en vocht de Verordening aan bij het Verwaltungsgericht Gelsenkirchen, dat vragende ogen opzette naar het Hof van Justitie.[v]  Het Verwaltungsgericht wilde, net als de Afdeling, weten of art. 1 lid 2 van Verordening 2252/2004[vi] geldig is gelet op procedurele aspecten als de rechtsgrondslag, waarop hier verder niet wordt ingegaan, en materieel gezien in het licht van art. 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en art. 7 en 8 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
Deze vraag heeft het Hof van Justitie inmiddels met ja beantwoord.[vii] De Afdeling trok daarom de geldigheidsvraag in, maar twijfelt nog of art. 4 lid 3 van de Verordening, gelet op art. 7 en 8 EU-Handvest, art. 8 lid 2 EVRM, en art. 7, aanhef en sub f en art. 6 lid 1 aanhef en sub b van de Privacyrichtlijn[viii], betekent dat lidstaten specifiek wettelijk moeten waarborgen dat de biometrische gegevens niet voor andere doelen worden gebruikt dan voor de afgifte van het document. Ook blijft onduidelijk of de Verordening tevens geldt voor de Nederlandse ID-kaart.[ix]

Veiligheid en fraudebestrijding
Waarom moeten paspoorten en reisdocumenten vingerafdrukken bevatten? Wat is het doel van deze Verordening en wat zijn de achterliggende argumenten? Uit art. 1 lid 2 van Verordening 2252/2004 blijkt dat deze ‘de illegale binnenkomst van personen op het grondgebied van de Unie’ wil voorkomen, door twee subdoelen na te streven: voorkoming van enerzijds ‘vervalsing’ en anderzijds ‘frauduleus gebruik van paspoorten, met name door anderen dan de wettelijke houder’.[x]
Vingerafdrukken moeten een ‘betrouwbaar verband’ aantonen tussen document en houder. Door vingerafdrukken zou ‘lookalike-fraude’ onmogelijk worden. Deze fraudevorm komt echter in de praktijk nauwelijks voor; achtereenvolgens 19, 12 en 21 gevallen in Nederland in 2011, 2012 en 2013. Daarom moesten tot nu toe 7,5 miljoen mensen hun vingerafdrukken afstaan. Belangenorganisatie Privacy First, een onafhankelijke stichting die zich, onder meer door juridische actie, inzet voor het behouden en bevorderen van het recht op privacy, noemt dit ‘disproportioneel’.[xi] Het Verwaltungsgericht Gelsenkirchen haalt verschillende Duitse rechtsgeleerden aan die stellen dat het probleem vooral bestaat uit het gebruik van echte paspoorten met een vals verkregen identiteit, en zich daarom afvragen hoe effectief de vingerafdrukkenmaatregelen zijn om deze fraude te bestrijden. In elk geval zijn de argumenten vóór vingerafdrukken in paspoorten samen te brengen onder de noemer van veiligheid.

Inbreuk op persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens
Het belangrijkste bezwaar tegen de afname van vingerafdrukken is dat dit een inbreuk maakt op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer  zoals neergelegd in art. 7 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en art. 8 EVRM. Ook zijn vingerafdrukken persoonsgegevens die bescherming verdienen op grond van het op de Privacyrichtlijn gebaseerde art. 8 EU-Handvest; ze geven namelijk objectief gezien unieke informatie over natuurlijke personen, die daardoor precies identificeerbaar worden.[xii] Uit vingerafdrukken kunnen naast iemands identiteit medische en raciale kenmerken worden afgeleid.[xiii] Opvallend is daarom het oordeel van het Hof in de Schwarz-zaak (hierna: Schwarz) dat afname van vingerafdrukken geen ‘intieme’ handeling is, omdat dit geen fysieke of psychische ongemakken veroorzaakt en vingers normaal gesproken ook zijn blootgesteld aan andermans zicht. Discutabel is of een vinger gelijkgesteld kan worden met een vingerafdruk.
Het Hof stelt vast dat elke verwerking van persoonsgegevens een aantasting van bovenstaande grondrechten kan opleveren. Afname en opslag van vingerafdrukken zoals de Verordening (en de PPW) bedoelen is bewerking door een derde en dus verwerking.[xiv]
De inbreuk wordt in eerste instantie, bij de aanvraag, gemaakt door de overheid (de burgemeester, art. 26 lid 1 sub a jo art. 40 lid 1 sub a PPW jo art. 28a PUN), maar daarna kunnen onbevoegden door skimmen bij controles evengoed met de vingerafdrukken aan de haal gaan. Appellanten in de verschillende zaken ervaren dit als zeer problematisch. Door ze af te staan verliest men het zicht op wat er met de vingerafdrukken gebeurt.[xv] Dit probleem van controleverlies is dus tweeledig.

Verwerking van vingerafdrukken door de overheid: grondrechten en beperkingen
Allereerst de inbreuk gemaakt door de overheid. Grondrechten zijn niet absoluut, maar kunnen ingeperkt worden, door wrijving met grondrechten van anderen en door overheidsingrijpen. Het laatste kan alleen met het oog op strikt omschreven doelen.[xvi] De persoonlijke levenssfeer kan volgens art. 8 EVRM bijvoorbeeld alleen worden aangetast als dit is voorzien bij wet en ‘in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’.[xvii] Art. 8 EU-Handvest staat de verwerking van persoonsgegevens alleen ‘eerlijk en voor bepaalde doeleinden’ toe en ‘met toestemming van de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet’. Verder is art. 52 EU-Handvest van belang.[xviii]
Het Hof merkt in Schwarz over het absolute karakter van art. 7 en 8 EU-Handvest op dat deze rechten ‘in relatie tot de functie ervan in de maatschappij moeten worden beschouwd’. Art. 6 lid 1 Privacyrichtlijn eist  dat de persoonsgegevens ‘eerlijk en rechtmatig’ worden verwerkt (sub a) en dat ze ‘voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verkregen en vervolgens niet worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden’ (sub b).
Duidelijk is, aldus het Hof, dat toestemming van de aanvrager voor het verwerken van vingerafdrukken in paspoorten niet aan de orde is. Wie naar een land buiten de EU wil reizen, kan niet zonder paspoort en daarin zitten onvermijdelijk vingerafdrukken. Dan moet er een andere gerechtvaardigde wettelijke basis zijn. Daarin voorziet, aldus het Hof, artikel 1 lid 2 van de Verordening, nu dit de eerder genoemde doelstelling van algemeen belang nastreeft: binnenkomst van illegalen op Uniegrond voorkomen door vervalsing en frauduleus gebruik van paspoorten tegen te gaan.
In dit soort redeneringen schuilt het gevaar van inperking van grondrechten door de overheid: een aan het algemeen belang ontleende rechtvaardigingsgrond is snel gevonden – de overheid is niet voor niets de overheid – , en is die eenmaal wettelijk verankerd, zoals in de Verordening en in Nederland in de PPW en de PUN,[xix] dan kan de overheid behoorlijk vrij opereren. Hoeveel betekent het algemeen belang-vereiste dus daadwerkelijk voor overheidsbevoegdheid tot ingrijpen in fundamentele rechten? Mag in het algemeen belang alles?

Verwerking van vingerafdrukken door de overheid: opslag en function creep
Verwant hiermee is function creep: bepaalde (digitale) processen of informatie die op den duur worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze ontworpen waren.[xx]
Heeft de overheid eenmaal vingerafdrukken afgenomen en opgeslagen, gebruikmakend van de bevoegdheid uit de Verordening, de PPW en de PUN, die deze verwerking strikt bindt aan het doel van controle op ‘de authenticiteit van het document en de identiteit van de houder’[xxi], dan kan de verleiding groot zijn om deze ook te gaan verstrekken aan bijvoorbeeld justitie voor strafrechtelijk opsporingsonderzoek. Vandaar de vraag van de Afdeling: moeten de lidstaten waarborgen dat de vingerafdrukken voor niets anders worden gebruikt dan voor afgifte van reisdocumenten? Het Hof overweegt in Schwarz dat de Verordening geen rechtsgrondslag biedt voor het opzetten van databanken waar vingerafdrukken en andere persoonsgegevens worden bewaard. In haar noot bij het arrest betoogt Overkleeft-Verburg echter dat dit absoluut geen verbod inhoudt op die databanken; eerder dat de keuze aan de nationale wetgever wordt gelaten.[xxii] Vooral dit punt maakt vingerafdrukkenregelingen bij particulieren en organisaties als Privacy First zo omstreden.[xxiii]
In Nederland werd in 2009 de paspoortwetgeving zo gewijzigd dat deze overeenkwam met de nieuwe Verordening en bovendien bepaalde dat een aantal gegevens uit het paspoort, waaronder vingerafdrukken, in een decentrale reisdocumentenadmistratie moesten worden bewaard.[xxiv] Daarnaast zou er een centraal reisdocumentenregister komen, waaruit ook derden, zoals de AIVD, gegevens zouden kunnen raadplegen.

Verwerking van vingerafdrukken door de overheid: technical difficulties
Dit is nog problematischer gezien de achterblijvende technologie. In 21% tot 25% van de gevallen leidt vingerafdrukcontrole bij paspoorten tot onterechte acceptaties van niet-rechtmatige houders en onterechte afwijzingen van rechtmatige houders.[xxv]
Voormalig minister Donner van Binnenlandse Zaken schreef daarom in 2011 aan de Tweede Kamer dat Nederland beter kan stoppen met het opslaan van vingerafdrukken in de decentrale reisdocumentenadministratie.[xxvi] In een tweede brief beloofde Donner een wijziging van de PPW, die de wettelijke grondslag voor het bewaren van vingerafdrukken in de centrale reisdocumentenadministratie wegnam.[xxvii] Inmiddels is de paspoortwetgeving aangepast en valt hierin slechts te lezen dat de vingerafdrukken, als uitzondering op andere persoonsgegevens, worden bewaard tot het moment van afgifte van het reisdocument. Ook bevat de Nederlandse Identiteitskaart geen vingerafdrukken meer.[xxviii] De al opgeslagen vingerafdrukken zouden volgens minister Plasterk van Binnenlandse Zaken sinds 2013 definitief moeten zijn verwijderd.[xxix]
De foutmarge is ook in art. 4 lid 3 van de Verordening verdisconteerd; ‘een negatief resultaat van de vergelijking doet op zichzelf geen afbreuk aan de geldigheid van het paspoort (…) voor overschrijding van de buitengrenzen.’ De Afdeling vraagt zich daarom af wat dan de meerwaarde van vingerafdrukken in paspoorten is. De Afdeling merkt verder op dat door de fouten juist het tegendeel wordt bereikt van het doel van de Verordening: een betrouwbaar verband leggen tussen document en houder. Volgens het Hof van Justitie is de mogelijke onbetrouwbaarheid van de methode niet doorslaggevend, vooral omdat met vingerafdrukcontrole minder onterechte acceptaties voorkomen dan zonder en andere middelen, zoals een irisscan, niet voorhanden of te duur zijn.

Uitlezing en verwerking van vingerafdrukken door derden
Dan kort de tweede categorie kapers op de kust: vingerafdrukken kunnen bij grenscontroles in handen van meekijkers vallen. Ook dit risico is meegenomen in de Verordening; art. 1 lid 2 bevat eisen voor de beveiliging van het opslagmedium om de ‘integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de gegevens te garanderen’. Dit medium is in Nederland een Radio Frequency Identification Chip. De chip biedt meer bescherming dan op Europees niveau vereist is,[xxx] maar zendt signalen uit die van een afstand door onbevoegden kunnen worden opgevangen. Dit lijkt een reëel risico op identiteitsdiefstal met alle mogelijk ernstige gevolgen van dien, waarvoor de techniek nog geen oplossingen heeft, behalve het niet gebruiken van RFID-chips of het niet opslaan van privacygevoelige gegevens daarop.

Slotsom
Kort door de bocht gaat het in de vingerafdrukkenzaken om de rechten en vrijheden van individuen: het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, daarbij inbegrepen de vrijheid om te reizen, en persoonsgegevens, tegenover het algemene belang van een veilige samenleving. Uiteindelijk zijn alle argumenten tegen en voor vingerafdrukken in reisdocumenten hiertoe te herleiden.
Het is in ieders individuele belang dat verantwoord met vingerafdrukken, die iemand natrekbaar maken en informatie over medische en raciale identiteit geven, wordt omgesprongen. Onbevoegden mogen hier niet zomaar bij kunnen en het bevoegd gezag mag er geen misbruik van maken in het algemeen belang dat vervalsing en frauduleus gebruik van reisdocumenten wordt tegengegaan, om de kans op illegale binnenkomst op Uniegrondgebied en mogelijke gevolgen als terrorisme en georganiseerde misdaad te minimaliseren. Bij een dergelijke krachtmeting tussen overheid en burger is de eeuwige vraag wat zwaarder weegt. Kijkend naar de feiten nu, met misbruikrisico door onveilige RFID-chips en het zorgwekkende foutpercentage bij controles, ben ik, in tegenstelling tot het Hof, van mening dat vingerafdrukken in paspoorten het algemeen belang van waarborging van de veiligheid en fraudebestrijding niet effectief behartigen. Ik vind de inbreuk op de privacy die Verordening 2252/2004, de PPW en de PUN maken, niet gerechtvaardigd, niet geschikt en niet noodzakelijk ter bereiking van het (op zich nobele) doel – ze bereikt eerder het tegenovergestelde – en niet evenredig, omdat te weinig is gekeken naar minder ingrijpende middelen, en het aantal gevallen van lookalike-fraude en paspoortvervalsing die de overheid wil tegengaan, niet in verhouding staat tot het aantal mensen van wie de privacy wordt geschonden. In elk geval vind ik het een goede ontwikkeling om in afwachting van technologische vooruitgang of andere oplossingen de nog ingrijpender opslag van vingerafdrukken in databanken te bevriezen. Intussen kan het geen kwaad dat de discussie is opgelaaid; mensen mogen best eens stilstaan bij de gevolgen van gedachteloze handelingen als het laten lezen van vingers door een apparaat bij een loket.

[i]ABRvS 28 september 2012, AB 2013, 183 m.nt. A.M. Klingenberg en ABRvS 28 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8654, ECLI:NL:RVS:2012:BX8646, ECLI:NL:RVS:2012:BX8647. Bij het HvJ aanhangig als zaak C-448/12 (Roest) , C-446/12 (Willems), C-447/12 (Kooistra), en C-449/12 (Van Luijk). Appellante in de laatste, de 26-jarige Louise van Luijk, houdt de buitenwereld overigens van de voortgang van de zaak op de hoogte op haar website, met de strijdlustige URL: http://www.louisevspaspoortwet.nl/.

[ii] Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PbEG 2004, L 385/1), zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 444/2009 van  het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2009 (PbEG 2009, L 142/1).

[iii] Art. 3 lid 2 PPW bepaalt dat reisdocumenten zijn voorzien van twee vingerafdrukken. Lid 9 regelt doel en wijze van opslag van vingerafdrukken. In art. 28a PUN is geregeld dat bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument vier vingerafdrukken van de aanvrager worden opgenomen. Art. 39 lid 1 PUN bepaalt dat een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in art. 9-38 niet in behandeling wordt genomen.

[iv] Matt McGee, ‘Google has stopped Street View photography in Germany’, 10 april 2011, http://searchengineland.com, zoek op Google Street View Germany.

[v] Verzoek om een prejudiciële beslissing, Verwaltungsgericht Gelsenkirchen 15 mei 2012, zaak C-291/12 (Schwarz).

[vi] Art. 1 lid 2 van Verordening 2252/2004 luidt: De paspoorten en reisdocumenten bevatten een opslagmedium dat aan de hoogste veiligheidseisen voldoet en een gezichtsopname bevat. De lidstaten nemen ook twee platte vingerafdrukken in een interoperabel formaat op. De gegevens worden beveiligd en het opslagmedium heeft voldoende capaciteit en is voldoende geschikt om de integriteit, de authenticiteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens te garanderen.

[vii] HvJ EU 17 oktober 2013, zaak C-291/12, JB 2013, 235 (Schwarz).

[viii] Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG 1995, L 281/31).

[ix] In ABRvS 28 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8646 (Kooistra) stelt de Afdeling die vraag aan de orde.

[x] Punt 2 en 3 van de considerans van Verordening 2252/2004; HvJ EU 17 oktober 2013, zaak C-291/12, JB 2013, 235 (Schwarz); HvJ EG 18 december 2007,  zaak C-137/05,  Jur. I-11593 (Verenigd Koninkrijk/Raad).

[xi] Privacy First, ‘Onthullende cijfers over ‘lookalike-fraude’ met reisdocumenten, 20 maart 2012, www.privacyfirst.nl, zoek op onthullende cijfers lookalike-fraude; Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten, Statistisch Jaaroverzicht Documentfraude, 2011: p. 52-53, 2012: p.55, 2013: p.55-56.

[xii] HvJ EG 9 november 2010, zaak C-92/09 en C-93/09, Jur. I-11063, 52 (Volker und Markus Schecke en Eifert); EHRM 4 december 2008, NJCM-Bulletin 2009, 391 (S. en Marper v. UK).

[xiii] De Afdeling noemt in haar verwijzingsuitspraak ook nog art. 6 Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, Tractatenblad 1988, 7.

[xiv] Art. 2 sub b Privacyrichtlijn.

[xv] ABRvS 28 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8654 (Willems).

[xvi] Zie o.a. D.J. Elzinga & R. de Lange, Van der Pot. Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 259 e.v.

[xvii] Waarbij ‘wet’ (law) volgens het EHRM ruim moet worden uitgelegd, zie o.a. EHRM 26 april 1979, NJ 1980, 146 (Sunday Times).

[xviii] Art. 52 lid 1 EU-Handvest luidt: 1. Beperkingen op de uitoefening van de in dit Handvest erkende rechten en vrijheden moeten bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen worden gesteld indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van rechten en vrijheden van anderen.
De leden daarop regelen onder meer de samenloop met het EVRM en andere verdragen.

[xix] De Paspoortwet bepaalde oorspronkelijk dat vier vingerafdrukken moesten worden afgenomen, twee meer dan de twee in art. 1 lid 2 van de Verordening. Dit verschijnsel, waarbij nationale wetgeving verder gaat dan de EU-regel vereist, wordt ‘gold-plating’ of ‘nationale koppen’ genoemd. Zie over gold-plating in het milieurecht bijvoorbeeld L. Squintani, Gold-plating of European environmental law, Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2013.

[xx] Zie bijvoorbeeld J.E.J. Prins, ‘Function creep: over het wegen van risico’s en kansen’, Justitiële verkenningen 2011, 8, p. 9-21.

[xxi] Art. 4 lid 3 Verordening 2252/2004.

[xxii] HvJ EU 17 oktober 2013, zaak C-291/12, JB 2013, 14 (Schwarz), m.nt. G. Overkleeft-Verburg.

[xxiii] Zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 18 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:412, waar het Hof in een zaak van Privacy First tegen de Staat de centrale opslag van vingerafdrukken uiteindelijk onrechtmatig verklaarde. Zie meer algemeen www.privacyfirst.nl.

[xxiv] Rijkswet van 11 juni 2009 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met het herinrichten van de reisdocumentenadministratie, Stb. 2009, 252.

[xxv] Kamerstukken II 2010/11, 25764, 47, p.19. Staatssecretaris Fred Teeven noemde in 2013 zelfs 30%, zie Kamerstukken II 2012/13, 32317, 163, p. 15.

[xxvi] Kamerstukken II 2010/11, 25764, 46, p. 4.

[xxvii] Kamerstukken II 2010/11, 25764, 48.

[xxviii] Rijkswet van 18 december 2013 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met een andere status van de Nederlandse identiteitskaart, het verlengen van de geldigheidsduur van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten, een andere grondslag voor de heffing van rechten door burgemeesters en gezaghebbers en het niet langer opslaan van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministratie (Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart), Stb. 2014, 10.

[xxix] Kamerstukken II 2012/13, 33440 (R 1990), 7, p. 13-14.

[xxx] Beschikkingen van de Europese Commissie van 28 februari 2005, C(2005), 409; 28 juni 2006, C(2006), 2909 en 22 december 2008, C(2008), 8657.