Jaargang 41 - Nummer 4,  2007 - 2008

Wetsvoorstel 28867, waar wachten we op?

Wie nu in het huwelijksbootje stapt, trouwt in gemeenschap van goederen, tenzij anders overeen wordt gekomen bij huwelijkse voorwaarden. Als één van de partners een schenking of erfenis ontvangt dan deelt de partner voor 50% mee in de ontvangsten. Indien wetsvoorstel 28867 wordt ingevoerd zal dit veranderen. Dan zullen erfenissen en schenkingen gaan behoren tot het privé vermogen van de echtgenoot. Er zullen dus in ieder geval dan 3 vermogens ontstaan. Er zijn dan de 2 privé vermogens van de gehuwden, en daarnaast een 3e gemeenschappelijk vermogen. Het systeem zal er dus wat gecompliceerder van worden. De afweging in de politiek lijkt ook te zijn of het niet nodeloos ingewikkeld wordt door de invoering van het nieuwe systeem en of de maatschappij geen baat heeft bij de instandhouding van het huidige systeem wat eenvoudiger doet ogen. Echter, reeds 2 jaren ligt het wetsvoorstel 28867 inzake de aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen op behandeling van de Tweede Kamer te wachten. Nadat de ChristenUnie te kennen gaf de behandeling van dit wetsvoorstel wederom uit te willen stellen, riepen 14 hoogleraren de Tweede Kamer op om de invoering van de beperkte gemeenschap snel te aanvaarden. Nu lijkt het toch eindelijk doorgevoerd te gaan worden. maar wat houdt het wetsvoorstel precies in? En de belangrijkste vraag is eigenlijk of de modale burger bij de invoering gebaat is?
Wetsvoorstel 28867 en huidige problemen
Indien er tussen echtgenoten geen huwelijkse voorwaarden overeen zijn gekomen, regelt dit wetsvoorstel op welk huwelijksvermogensstelsel het huwelijk gebaseerd is. Dit betekent een grote verandering ten opzichte van het huidige systeem waar men onder algehele gemeenschap van goederen huwt indien men hiervan niet afwijkt bij huwelijkse voorwaarden. De huwelijkse voorwaarden kunnen voor en tijdens het huwelijk worden afgesloten. Maar indien men het uitstelt bestaat er het risico dat de gemeenschap verdeeld moet worden naar rato van de gemeenschap van goederen. Zo ondervond men in het geval van het Zweedse Schone arrest. In dit arrest wilden een rijke Nederlandse man met een Zweedse vrouw gaan trouwen. Echter er was geen tijd om huwelijkse voorwaarden overeen te komen maar er werd onderling afgesproken om dit later te regelen. Nu deed zich de ongelukkige omstandigheid voor de man voor, dat het huwelijk al strandde voor de huwelijkse voorwaarden overeengekomen waren. Zouden de onderhandelingen die wel degelijk voor het huwelijk plaats gevonden hadden nog enige invloed kunnen hebben op de verdeling van de boedel? Nee, was de resolute conclusie van de Hoge Raad. De gemeenschap van goederen was geldig omdat er geen huwelijkse voorwaarden opgesteld waren en een voorovereenkomst tot het aangaan van huwelijkse voorwaarden op een later moment is niet geldig.  Hier was het slechts voor de man ongewenst dat huwelijkse voorwaarden overeen zouden zijn gekomen. Uit deze zaak is de kracht van de gemeenschap van goederen op dit moment af te leiden. Indien in het thans geldende stelsel een erfenis of schenking wordt verkregen valt dit ook in de gemeenschap tenzij er een uitsluitingsclausule op rust. Dit wordt ook vaak als hoogst onwenselijk ervaren.
Indien het huwelijk zoals in de bovenstaande zaak al vroeg op de klippen loopt, valt de helft van de erfenis of schenking toe aan de echtgenoot voor wie het niet bedoeld is. Naar huidig recht valt een erfenis of schenking dus ook aan de aangetrouwde kant. Slechts de inkomsten uit arbeid zouden wel in de gemeenschap moeten vallen omdat dit als rechtvaardig wordt beschouwd.
Volgens het nieuwe wetsvoorstel zouden op die manier geen schenkingen en erfenissen meer in de gemeenschap vallen. Dit zou een rechtvaardiger systeem zijn dan het huidige systeem. Een voorbeeld van een casus waarin een erfenis zonder uitsluitingsclausule aan de orde kwam, werd in een arrest  van de Hoge Raad van 17 november 2000 duidelijk. , NJ 2001, 349. In deze zaak kwam er tijdens de echtscheidingsprocedure een erfenis in de boedel. Als de persoon die de erfenis had nagelaten had geweten van de echtscheiding, zou er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een uitsluitingsclausule op zijn gevestigd. De HR wilde in dit geval ook geen uitsluitingsclausule inlezen.  Ook in deze casus is het hoogst ongewenst om een erfenis of schenking in de gemeenschap te laten vallen. Vaak wordt het als onwenselijk ervaren dat schenkingen en erfenissen van rechtswege gemeenschappelijk worden als ze in de gemeenschap vallen. In verschillende landen is al eerder overgestapt naar een beperkte gemeenschap. Zo is bijvoorbeeld Portugal in 1966 overgestapt en Brazilië in 1977.
Het blijkt in de praktijk vaak zo te zijn dat partners zich niet of nauwelijks bewust zijn van de gevolgen die intreden indien in een huwelijk wordt getreden. Men ervaart het vaak als een mooie symbolische mijlpaal in een mensenleven. Soms komen dan de financiële consequenties later aan het licht. Vaak is het zo als er knelpunten ontstaan, bijvoorbeeld indien van de echt gescheiden wordt. Pas als er problemen ontstaan wordt men geconfronteerd met de harde feiten.
Maatschappelijke ontwikkelingen
Na de Tweede Wereldoorlog zijn er 2 ontwikkelingen in het huwelijksvermogensrecht te constateren. Allereerst dat in vrijwel ieder testament dat wordt afgesloten tegenwoordig een uitsluitingsclausule wordt opgenomen. En ten tweede dat het aantal huwelijkse voorwaarden sterk is toegenomen terwijl het aantal huwelijken is gedaald. Vanuit beide ontwikkelingen bezien, is het opmerkelijk waarom erfenissen en schenkingen volgens het huidige systeem nog immer in de gemeenschap vallen. De tijd lijkt rijp om er verandering in te brengen door het wetsvoorstel.
In vrijwel ieder testament dat wordt afgesloten wordt tegenwoordig een uitsluitingsclausule opgenomen. In zoverre moeten constant door de schenker of erflater handelingen worden verricht om de schenking of het legaat terecht te doen komen op de plek waarvoor het bestemd is. Die handeling bestaat uit het opnemen van de uitsluitingsclausule. Weinig erflaters of schenkers zullen zich zonder gedegen voorlichting realiseren wat de consequentie is als ze geen uitsluitingsclausule opnemen. Daarmee valt het in de gemeenschap voor de helft toe aan de aangetrouwde persoon indien de erfenis of schenking gedurende het huwelijk aan de boedel toekomt. Rechtvaardiger zou het zijn, en naar de praktijk bekeken ook voor het gros van de gevallen, om het om te draaien en te zorgen dat de schenking of de erfenis wel in de gemeenschap kan vallen, alleen dat via een notariële akte zou moeten worden geregeld. Naar de praktijk gekeken is het daarom ook van groot belang om wetsvoorstel 28867 door te voeren.
In de loop van de jaren is er een daling te zien in het aantal huwelijken dat jaarlijks worden aangegaan. Daarbij is een sterke stijging te zien van het aantal huwelijken dat daarbij wordt aangegaan onder huwelijkse voorwaarden. in 2002-2003 bedroeg dit aantal meet dan 25% ten opzichte van ongeveer 10% rond 1970. In ongeveer 50 jaar tijd is het aantal huwelijkse voorwaarden ongeveer verviervoudigd.

Bezwaren
Op dit moment is het belangrijkste bezwaar tegen het wetsvoorstel dat er consequent drie vermogens zouden ontstaan. Namelijk het vermogen van partner A, het vermogen van partner B en het gemeenschappelijk vermogen. Het bezwaar dat er een nodeloos ingewikkeld systeem door zou worden gemaakt, begint ook sterk in kracht af te nemen. Er zijn in de praktijk in de meeste gevallen aan een testament of schenking al uitsluitingsclausules verbonden. Dus in de praktijk zijn er al vaak drie vermogens. Als er wordt gekeken naar het buitenland, dan is in geen enkel land te merken dat er noemenswaardige afwikkelingsproblemen ontstaan. Er is gedurende 10 jaar uitgebreid onderzoek uitgevoerd en veel gediscussieerd in de literatuur en de rechtswetenschap. In een uitgebreide enquête  gehouden door de KNB is naar voren gekomen dat 90 % van de beroepsgroep die er dagelijks mee werken vóór de invoering van een beperkte gemeenschap is.
Conclusie
Het meest redelijke systeem is dat degene die een huwelijk beschouwt als een leefgemeenschap tussen twee personen, aanvaardt dat de inspanningen die deze personen leveren gedurende het huwelijk vermogen genereert, dat in beginsel aan beide echtgenoten toekomt. Beide partners participeren gedurende het huwelijk in gelijke mate aan vermogensvorming. Daarnaast wordt er in de meerderheid van de gevallen ervaren dat het onwenselijk is dat erfenissen en legaten in de gemeenschap vallen. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen vijftig jaren lijkt het huidige stelsel een gedateerd stelsel te zijn en toe aan vervanging. De signalen vanuit de wetenschap en de praktijk geven eveneens aan dat er een sterke behoefte bestaat tot de invoering van het wetsvoorstel 28867. De bezwaren zijn eigenlijk deels ontkracht door de thans werkende praktijk en de ervaringen in verschillende landen. De Tweede Kamer is nu aan zet en we zullen zien wanneer de knoop wordt doorgehakt.

Leave a Reply

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.